Mat'57 - Treinstellen materieel 1957 (Benelux): verschil tussen versies
Schadegevallen. |
Geschiedenis, inzet en afvoer. |
||
| (7 tussenliggende versies door dezelfde gebruiker niet weergegeven) | |||
| Regel 1: | Regel 1: | ||
Naar het voorbeeld van de treinstellen [[Mat'54 - Treinstellen Materieel 1954 (Hondekop)|Materieel '54]] werden in 1957 twaalf treinstellen in dienst genomen voor de verbinding tussen Amsterdam en Brussel. De NS krijgt acht treinstellen en de NMBS krijgt er vier. | Naar het voorbeeld van de treinstellen [[Mat'54 - Treinstellen Materieel 1954 (Hondekop)|Materieel '54]] werden in 1957 twaalf treinstellen in dienst genomen voor de verbinding tussen Amsterdam en Brussel. De NS krijgt acht treinstellen en de NMBS krijgt er vier. | ||
<!---[[Bestand:Plan D AB 7701.jpg|400px|thumb|right|Het treinstel 1201<br><small><small>collectie: Het Utrechts Archief Collectie nummer 837433</small></small>]]---> | |||
= '''Geschiedenis''' = | = '''Geschiedenis''' = | ||
Vanaf 3 mei 1855 is er een verbinding tussen de havens van Rotterdam en Antwerpen. Er gingen verschillende voorstellen aan vooraf voordat de definitieve route via Essen en [[Roosendaal]] werd vastgesteld in 1852. Voor de aanleg en exploitatie werd de Societé des chemins de fer d’Anvers à Rotterdam opgericht. | Vanaf 3 mei 1855 is er een verbinding tussen de havens van Rotterdam en Antwerpen. Er gingen verschillende voorstellen aan vooraf voordat de definitieve route via Essen en [[Roosendaal]] werd vastgesteld in 1852. Voor de aanleg en exploitatie werd de Societé des chemins de fer d’Anvers à Rotterdam opgericht. Vanaf 18 rijden er reizigerstreinen tussen beide landen. Deze diensten werden eerst met stoomlocomotieven uitgevoerd en later met diesellocomotieven. Nadat in 1924 de [[Oude Lijn]] was geëlektrificeerd en vanaf 1935 werd begonnen met het elektrificeren van het Middennet, werden er ook gesprekken gevoerd met België om de spoorlijn tussen Roosendaal en Essen te elektrificeren. Vanwege technische problemen kon men destijds niet tot overeenstemming komen. Na de Tweede Wereldoorlog werden de gesprekken voort gezet en kwamen de NS en NMBS in 1953 tot overeenstemming om het grensbaanvak te moderniseren. In de zomer van 1957 werd de spoorlijn Roosendaal - Essen geëlektrificeerd en kon er ook elektrisch worden gereden tussen beide landen. Om doorgaand te kunnen rijden tussen Nederland en België werden er twaalf treinstellen gebouwd, welke uiterlijk grote overeenkomsten hebben met de ElD2 treinstellen van het type [[Mat'54_-_Treinstellen_Materieel_1954_(Hondekop)|materieel '54]], Plan F. De voorkeur werd gegeven aan treinstellen, zodat men sneller kop kon maken in het centraal station van Antwerpen. Dit scheelde weer het omrijden met een extra locomotief. Ook het rangeren op de eindstations van [[Amsterdam Centraal|Amsterdam]] en Brussel kwam hiermee te vervallen. De treinstellen worden verdeeld over de NS en de NMBS. Hierbij krijgen de NS treinstellen de nummers 1201 - 1208, terwijl de NMBS treinstellen als 220 901 - 220 904 worden genummerd. De verdeling over beide spoorwegmaatschappijen is zo gekozen omdat de treinstellen twee keer zo lang in Nederland zijn dan in België. De afspraken over de exploratie van de treinstellen zijn vast gelegd in een tweetal overeenkomsten tussen de NMBS en NS, welke zijn ondertekend op 11 juli 1957 en 21 augustus 1957. | ||
Vanaf 18 rijden er reizigerstreinen tussen beide landen. Deze diensten werden eerst met stoomlocomotieven uitgevoerd en later met diesellocomotieven. Nadat in 1924 de [[Oude Lijn]] was geëlektrificeerd en vanaf 1935 werd begonnen met het elektrificeren van het Middennet, werden er ook gesprekken gevoerd met België om de spoorlijn tussen Roosendaal en Essen te elektrificeren. Vanwege technische problemen kon men destijds niet tot overeenstemming komen. Na de Tweede Wereldoorlog werden de gesprekken voort gezet en kwamen de NS en NMBS in 1953 tot overeenstemming om het grensbaanvak te moderniseren. In de zomer van 1957 werd de spoorlijn Roosendaal - Essen geëlektrificeerd en kon er ook elektrisch worden gereden tussen beide landen. Om doorgaand te kunnen rijden tussen Nederland en België werden er twaalf treinstellen gebouwd, welke uiterlijk grote overeenkomsten hebben met de ElD2 treinstellen van het type [[Mat'54_-_Treinstellen_Materieel_1954_(Hondekop)|materieel '54]], Plan F. De voorkeur werd gegeven aan treinstellen, zodat men sneller kop kon maken in het centraal station van Antwerpen. Dit scheelde weer het omrijden met een extra locomotief. Ook het rangeren op de eindstations van [[Amsterdam Centraal|Amsterdam]] en Brussel kwam hiermee te vervallen. De treinstellen worden verdeeld over de NS en de NMBS. Hierbij krijgen de NS treinstellen de nummers 1201 - 1208, terwijl de NMBS | De NS had ook als eis dat het materieel moest kunnen koppelen met het reeds bestaande materieel, zodat de treinstellen samen konden rijden met de treinstellen die reden op de verbinding Amsterdam - [[Vlissingen]]/[[Venlo]]. Het ontkoppelen met het binnenlands materieel zou dan in Rotterdam of Roosendaal plaats vinden, afhankelijk van de bestemming van de binnenlandse trein. De Belgen konden zich wel vinden in deze eis, omdat zij iets dergelijks niet van plan waren. De twaalf treinstellen en draaistellen werden gebouwd door Werkspoor, met de elektrische installatie van het Belgische ACEC en SEM. Door een andere wijze van tractieschakeling kunnen de treinstellen op zowel 1.500 als 3.000 Volt bovenleidingspanning rijden. Vanwege de aanwezigheid van een coupé voor de douane, kan de grenscontrole in de trein plaatsvinden. Hiermee komt de grenscontrole op de stations van Roosendaal en Essen te vervallen. | ||
De Benelux dienst is populair en al snel is er extra capaciteit nodig. Soms moeten diensten tot wel drie treinstellen versterkt worden en zo ontstaat er een materieelprobleem. Er wordt studie gedaan naar de capaciteitsuitbreiding. Ook is veelvuldig overleg tussen de NS en de NMBS. Tot een vervolgorder, van het inmiddels tien jaar oude ontwerp, komt het niet. Voor de NMBS is dit geen optie. Daarop maakt NS een ontwerpplan op basis van [[V - Treinstellen Plan V|Plan V]]. Dit NS ontwerp uit december 1965 behelst een tweedelig treinstel en bestaat uit een Bk bak en een ADk bak met een klein keukentje. Er zouden zes treinstellen gebouwd gaan worden, waarvan 4 voor de rekening van de NS en twee voor de NMBS. Het plan roep allerlei vragen en bezwaren op. De NMBS bied een locomotief HLE15 met een getrokken trein. In de dienstregeling 1967/1968 rijdt één treinpaar met getrokken materieel. In 1969 zijn er al drie treinparen die met getrokken materieel rijden. In 1972 rijden er vier treinparen met getrokken materieel en in 1973 rijden vijf treinparen met getrokken materieel. Het nadeel van de getrokken treinen was de inzet van drie locomotieven tussen Amsterdam en Brussel. De eerste locomotief rijdt van Amsterdam naar Roosendaal, de tweede van Roosendaal naar Antwerpen. De derde locomotief rijdt van Antwerpen naar Brussel. De rijtuigen worden beschikbaar gesteld door zowel de NS als de NMBS, maar bieden geen restauratierijtuig. Maar ook toen al was de Benelux dienst een thema waar de NS en de NMBS niet altijd dezelfde mening waren toegedaan. Pas in 1974 de capaciteits-probemen structureel opgelost door het inzetten van trek/duw treinen naast de treinstellen. Hiermee wordt het vele rangeerwerk voorkomen. Er wordt een locomotief ingezet die geschikt is voor twee stroomsystemen en een stuurstandrijtuig. Deze treinen bestaan uit een locomotief NMBS Reeks 25.5 + rijtuigen NMBS I4 A + NMBS I4 AB + [[W - Rijtuigen Plan W|NS Plan W B]] + NS Plan W B + NS Plan W B + [[D - Rijtuigen Plan D|NS Plan D WRDk]]. Vanaf 1986 stroomt er nieuw trek/duw-materieel in de dienst op basis van [[ICR_-_Rijtuigen_ICR(m)_(InterCity_Rijtuig)#Beneluxrijtuigen|ICR]]. Vanaf dat moment worden de treinstellen teruggetrokken uit de Benelux dienst en rijden | De Benelux dienst is populair en al snel is er extra capaciteit nodig. Soms moeten diensten tot wel drie treinstellen versterkt worden en zo ontstaat er een materieelprobleem. Er wordt studie gedaan naar de capaciteitsuitbreiding. Ook is veelvuldig overleg tussen de NS en de NMBS. Tot een vervolgorder, van het inmiddels tien jaar oude ontwerp, komt het niet. Voor de NMBS is dit geen optie. Daarop maakt NS een ontwerpplan op basis van [[V - Treinstellen Plan V|Plan V]]. Dit NS ontwerp uit december 1965 behelst een tweedelig treinstel en bestaat uit een Bk bak en een ADk bak met een klein keukentje. Er zouden zes treinstellen gebouwd gaan worden, waarvan 4 voor de rekening van de NS en twee voor de NMBS. Het plan roep allerlei vragen en bezwaren op. De NMBS bied een locomotief HLE15 met een getrokken trein. In de dienstregeling 1967/1968 rijdt één treinpaar met getrokken materieel. In 1969 zijn er al drie treinparen die met getrokken materieel rijden. In 1972 rijden er vier treinparen met getrokken materieel en in 1973 rijden vijf treinparen met getrokken materieel. Het nadeel van de getrokken treinen was de inzet van drie locomotieven tussen Amsterdam en Brussel. De eerste locomotief rijdt van Amsterdam naar Roosendaal, de tweede van Roosendaal naar Antwerpen. De derde locomotief rijdt van Antwerpen naar Brussel. De rijtuigen worden beschikbaar gesteld door zowel de NS als de NMBS, maar bieden geen restauratierijtuig. Maar ook toen al was de Benelux dienst een thema waar de NS en de NMBS niet altijd dezelfde mening waren toegedaan. Pas in 1974 de capaciteits-probemen structureel opgelost door het inzetten van trek/duw treinen naast de treinstellen. Hiermee wordt het vele rangeerwerk voorkomen. Er wordt een locomotief ingezet die geschikt is voor twee stroomsystemen en een stuurstandrijtuig. Deze treinen bestaan uit een locomotief NMBS Reeks 25.5 + rijtuigen NMBS I4 A + NMBS I4 AB + [[W - Rijtuigen Plan W|NS Plan W B]] + NS Plan W B + NS Plan W B + [[D - Rijtuigen Plan D|NS Plan D WRDk]]. Vanaf 1986 stroomt er nieuw trek/duw-materieel in de dienst op basis van [[ICR_-_Rijtuigen_ICR(m)_(InterCity_Rijtuig)#Beneluxrijtuigen|ICR]]. Vanaf dat moment worden de treinstellen teruggetrokken uit de Benelux dienst. De vier treinstellen van België worden teruggegeven aan de NMBS. Aan het begin van 1987 wordt de NS geconfronteerd met een vertraagde aflevering van de tweede deellevering van de treinstellen ICM en de vierde bestelling rijtuigen ICR. De NS besluit om 7 van de 8 treinstellen in dienst te houden en in deze in de binnenlandse treinen tussen Amsterdam en Vlissingen te laten rijden. De ELD2 1206 is al in 1986 afgevoerd als gevolg van een brand. De NMBS is ook bereid om haar vier treinstellen aan de NS over te dragen. Zo zijn er aan het begin van 1987 nog 11 treinstellen beschikbaar voor de rijdende dienst. Op 31 mei 1987 gaat een nieuwe overeenkomst in tussen de NMBS en NS. Hiermee worden de afspraken die in 1957 zijn gemaakt, beëindigd. Tevens wordt de economische restwaarde van de treinstellen bepaald. Deze restwaarde werd op nihil bepaald, met uitzondering van de installaties voor de ATB. Aangezien de onderhoudstoestand van de 11 treinstellen gelijkwaardig is, is er geen contante verrekening nodig van de verschillen in restwaarde van de treinstellen tussen beide spoorwegmaatschappijen. In de loop van 1987 komt de NMBS terug op de eerder gemaakte afspraken. Zij willen de vier treinstellen in eerste instantie in gaan zetten in de binnenlandse reizigersdienst, maar al snel is de NMBS voornemens om de vier treinstellen te verbouwen voor het vervoer van post ter vervanging van materieel uit 1935. De NMBS en NS komen uiteindelijk overeen om de treinstellen 220.901 en 220.902 zo snel als mogelijk na 31 mei 1987, maar uiterlijk voor 1 september 1987 in Roosendaal over te dragen aan de NMBS. De treinstellen moeten compleet en rijvaardig zijn. De NS mag de ATB wel uitbouwen. Op 4 april 1987 worden deze twee treinstellen terzijde gesteld en worden niet meer onderhouden. De 220.903 en 220.904 zijn per 31 mei 1987 wel ter beschikking gesteld aan de NS. In eerste instantie mogen zij gehuurd worden tot 1 februari 1988, met een mogelijke verlenging tot 1 juni 1988. De verlenging moet uiterlijk uiterlijk in december 1987 worden aangevraagd. De afspraken over de gehuurde treinstellen worden op 21 juli 1987 bekrachtigd in een overeenkomst. De huur bedraagt 60.000 Belgische frank per treinstel per maand. De installatie voor 3.000 volt moet in deze huurperiode wel dienstvaardig blijven met oog op teruggave aan de NMBS. Mochten deze treinstellen niet meer compleet of dienstvaardig zijn, dan is de NS verplicht om 1 van de eigen treinstellen compleet en dienstvaardig met werkende 3.000 volt installatie aan de NMBS over te dragen. De 220.901 en 220.902 worden in Roosendaal verzameld. De 220.901 komt hier op 1987 aan, terwijl de 220.902 pas op 1 juni 1987 in Roosendaal aankomt. Het lukt in Roosendaal niet om de ATB uit te bouwen voor 1 september 1987. Door de NMBS wordt gedreigd om ook voor deze twee treinstellen huur te gaan innen als zij niet voor 1 september 1987 zijn overgedragen. Pas op 22 september 1987 worden beide treinstellen aan de NMBS overgedragen. | ||
Per 1 juli 1987 wordt de Belgische tractie-installatie buiten gebruik gesteld. Dit geschiedde door de spanningskeuzewals buiten dienst te stellen, het afnemen van een spoel en het afnemen en isoleren van enkele kabels. Door deze werkzaamheden zou het mogelijk zijn om de installatie weer bedrijfsvaardig te hebben bij de overdracht aan de NMBS. Op 1 februari 1988 is de huurovereenkomst tussen de NMBS en NS beëindigd voor de 220.903 en 220.904. | |||
| Regel 150: | Regel 154: | ||
In de [[dienstregeling 1985/1986]] die op 2 juni 1985 begint, zijn er diensten voor de 12 treinstellen in omloopgroep Aq | In de [[dienstregeling 1985/1986]] die op 2 juni 1985 begint, zijn er diensten voor de 12 treinstellen in omloopgroep Aq | ||
In de [[dienstregeling 1986/1987]] die op 1 juni 1986 begint, is het laatste jaar dat de treinstellen in de Benelux worden ingezet. Vanaf november 1986 stroomt het nieuwe materieel in, bestaande uit een NMBS locomotief Reeks 11.8 en NS ICR rijtuigen. | In de [[dienstregeling 1986/1987]] die op 1 juni 1986 begint, is het laatste jaar dat de treinstellen in de Benelux worden ingezet. Er zijn diensten voor de 12 treinstellen. Vanaf november 1986 stroomt het nieuwe materieel in, bestaande uit een NMBS locomotief Reeks 11.8 en NS ICR rijtuigen. Per 25 januari 1987 zijn er voor de 11 treinstellen nog 3 diensten gepland in de serie 16X tussen Amsterdam en Brussel. Een vierde dienst is gepland als reserve. Op vrijdag en zaterdag wordt het achterste treinstel van trein 190 in Roosendaal afgekoppeld en rijdt dan trein 2176 van Roosendaal naar Amsterdam CS. Het treinstel ElD2 1202 staat van tot april 1987 in Roosendaal opgesteld voor instructie van het personeel van de standplaats Vlissingen. Op april 1987 wordt de 220.901 aangewezen voor deze taak. | ||
Op 30 april 1987 organiseert de NVBS een afscheidsrit met het materieel in verband met de aanstaande terugtrekking uit het internationale verkeer. De treinstellen 1208 + 220 903 + 220 902 rijden deze afscheidstrein door Nederland en België. Op 30 mei 1987 rijden de treinstellen | Op 30 april 1987 organiseert de NVBS een afscheidsrit met het materieel in verband met de aanstaande terugtrekking uit het internationale verkeer. De treinstellen ElD2 1208 + ElD2 220.903 + ElD2 220.902 rijden deze afscheidstrein door Nederland en België. Op 30 mei 1987 rijden de treinstellen ElD2 1208 + ElD2 220.902 als laatste trein 190 tussen Brussel en Amsterdam, waarmee het grensoverschrijdende hoofdstuk wordt afgesloten. | ||
Met ingang van de [[dienstregeling 1987/1988]], beginnend op 29 mei 1987, betekent het einde voor de treinstellen in het grensoverschrijdende verkeer naar Brussel. Zij worden vervangen door trek/duw treinen. Dit waren zowel de oude treinen, bestaande uit een locomotief NMBS Reeks 25.5 en rijtuigen NMBS I4 en NS Plan W en Plan D, als de nieuwe. Deze treinen bestaan uit een locomotief NMBS Reeks 11.8 en rijtuigen ICR-3. De treinstellen | Met ingang van de [[dienstregeling 1987/1988]], beginnend op 29 mei 1987, betekent het einde voor de treinstellen in het grensoverschrijdende verkeer naar Brussel. Zij worden vervangen door trek/duw treinen. Dit waren zowel de oude treinen, bestaande uit een locomotief NMBS Reeks 25.5 en rijtuigen NMBS I4 en NS Plan W en Plan D, als de nieuwe. Deze treinen bestaan uit een locomotief NMBS Reeks 11.8 en rijtuigen ICR-3. In noodgevallen kan er nog worden teruggevallen op de oude treinstellen. Er zijn 4 diensten voor de 7 treinstellen in omloopgroep A. De treinstellen worden vanaf dat moment alleen nog maar ingezet in de binnenlandse dienst. Samen met andere treinstellen Materieel’54 worden de treinstellen ingezet in de serie 2100 (Amsterdam - Vlissingen). Twee treinstellen rijden van maandag tot en met vrijdag als middelste en achterste treinstel van trein 2120 van Vlissingen naar Amsterdam. Na aankomst in Amsterdam worden de twee treinstellen afgekoppeld en naar de Zaanstraat overgebracht, waar treinstellen als reserve staan. In de middag gaan de twee treinstellen terug naar Vlissingen met trein 2163, samen met een ElD4 als achterste treinstel. Na aankomst in Vlissingen blijven beide Benelux treinstellen achter en brengen zo de nacht en het weekeinde door. De tractie installatie voor 3.000 Volt wordt per 1 juli 1987 uitgeschakeld. Met het ingaan van de winterdienstregeling 1987/1988 per 1987 wordt de gebruikte ElD4 vervangen door twee Benelux treinstellen in de treinen 2120/2163. Na aankomst van trein 2120 in Amsterdam keren twee treinstellen terug naar Vlissingen als trein 2139 met versterking van of tot Roosendaal met een normale ElD2. De andere twee treinstellen gaan naar Zaanstraat. Als trein 2144 gaan de twee Benelux treinstellen weer terug naar Amsterdam, om daar herenigd te worden met de twee andere treinstellen die bij de Zaanstraat overstaan voor trein 2163 naar Vlissingen, samen met een normale ElD2. Op vrijdag rijden drie van de vier treinstellen de slag 2139/2144 en staat het vierde treinstel bij de Zaanstraat. Op 15 januari 1988 rijden de treinstellen ook voor het laatst in de binnenlandse dienst als trein 2163. Deze trein bestaat uit de ElD2 1208 + ElD2 220.903 ElD2 + ElD2 1204 + ElD2 1207. Met de omloopwijziging van 17 januari 1988 zijn er geen diensten meer gesteld voor de 7 treinstellen. De nog zeven treinstellen worden buiten dienst gesteld. Op 27 januari 1988 gaan de ElD2 1204 en ELD2 1208 vanuit Amsterdam naar de Tilburgse werkplaats. Op 30 januari 1988 worden de treinstellen ElD2 1204 + ElD2 1208 gebruikt voor ontroestingsritten op de nieuwe [[Flevolijn]] tussen [[Almere Buiten]] en [[Lelystad]]. Het zijn hiermee de eerste elektrische treinen op dit traject. Op 3 februari 1988 gaan de ElD2 1204 en ELD2 1208 vanuit Amsterdam naar de Tilburgse werkplaats. | ||
== '''Onderhoud''' == | == '''Onderhoud''' == | ||
De treinstellen komen bij hun aflevering in onderhoud [[Lijnwerkplaats Leidschendam|Leidschendam]]. In 19 verhuizen de treinstellen naar de werkplaats van [[Onderhoudsbedrijf Amsterdam Zaanstraat|Amsterdam]] | De treinstellen komen bij hun aflevering in onderhoud [[Lijnwerkplaats Leidschendam|Leidschendam]]. In 19 verhuizen de treinstellen naar de werkplaats van [[Onderhoudsbedrijf Amsterdam Zaanstraat|Amsterdam]]. Vanaf mei 1987 is er een onderhoudstermijn ingesteld van 17.000 kilometer, waarbij een treinstel eens in de 50 dagen onderhoud heeft in de werkplaats. | ||
| Regel 196: | Regel 198: | ||
Begin 1978 wordt besloten om de revisietermijn te verlengen van 5 naar 7,5 jaar. Ter compensatie hiervan zal er een uitgebreide onderhoudsbeurt worden gegeven aan de treinstellen in de Haarlemse werkplaats. Bij dit onderhoud wordt onder andere de bekleding van de eerste klas vernieuwd. In april 1978 heeft de ElD2 1203 als eerste deze tussenrevisie ondergaan. | Begin 1978 wordt besloten om de revisietermijn te verlengen van 5 naar 7,5 jaar. Ter compensatie hiervan zal er een uitgebreide onderhoudsbeurt worden gegeven aan de treinstellen in de Haarlemse werkplaats. Bij dit onderhoud wordt onder andere de bekleding van de eerste klas vernieuwd. In april 1978 heeft de ElD2 1203 als eerste deze tussenrevisie ondergaan. | ||
Bij de laatste revisiebeurt die vanaf 1981 werd uitgevoerd, werd de keuken uitgebouwd en vervangen door twee coupés tweede klas. Deze coupés zijn afkomstig van de eindcoupés uit de Bk rijtuigen van afgevoerde treinstellen Materieel’46. | Bij de laatste revisiebeurt die vanaf 1981 werd uitgevoerd, werd de keuken uitgebouwd en vervangen door twee coupés tweede klas. Deze coupés zijn afkomstig van de eindcoupés uit de Bk rijtuigen van afgevoerde treinstellen Materieel’46. Bij deze revisiebeurt krijgen de treinstellen ook ATB ingebouwd. | ||
| Regel 211: | Regel 213: | ||
* Vanaf augustus 1971 zijn de treinstellen voorzien van sterilisators in de keuken. Dit is in navolging op de ElD4 treinstellen Materieel'46. | * Vanaf augustus 1971 zijn de treinstellen voorzien van sterilisators in de keuken. Dit is in navolging op de ElD4 treinstellen Materieel'46. | ||
* Vanaf de revisiebeurten die vanaf 1973 werden gegeven werd de crèmekleurige band op de zijwand vervangen door een gele band. Ook de lampringen veranderden van kleur. Deze werden nu ook geel in plaats van blauw. De emaillen klasse borden werden verwijderd en vervangen door eenvoudiger bordjes. | * Vanaf de revisiebeurten die vanaf 1973 werden gegeven werd de crèmekleurige band op de zijwand vervangen door een gele band. Ook de lampringen veranderden van kleur. Deze werden nu ook geel in plaats van blauw. De emaillen klasse borden werden verwijderd en vervangen door eenvoudiger bordjes. | ||
* In 1979 werden de keukens in de treinstellen gesloten. Vanaf de H2 revisie die in 1981 en 1982 werd uitgevoerd, werd de gesloten keuken vervangen door twee coupés tweede klas. De banken zijn afkomstig van afgevoerde treinstellen Materieel’46. Hiermee wordt het aantal zitplaatsen met 16 vergroot. | * In 1979 werden de keukens in de treinstellen gesloten. Vanaf de H2 revisie die in 1981 en 1982 werd uitgevoerd, werd de gesloten keuken vervangen door twee coupés tweede klas niet roken. De banken zijn afkomstig van afgevoerde treinstellen Materieel’46. Hiermee wordt het aantal zitplaatsen met 16 vergroot. Als eerste treinstel is de ElD2 1206 aangepast. Dit treinstel is op 19 april 1979 afgeleverd met verbouwde keuken na herstel van brandschade. De banken voor de verbouwing zijn afkomstig uit de afgevoerde ElD2 264. | ||
| Regel 230: | Regel 232: | ||
* Op 1979 breekt er brand uit in treinstel '''1206'''. Het treinstel staat op dat moment in het station van Antwerpen. De keukenafdeling en de twee naastgelegen coupés lopen ernstige schade op. Het treinstel word op 5 januari 1979 binnen genomen in de Haarlemse werkplaats. Hier wordt de schade hersteld en het treinstel in revisie genomen. Bij deze revisie wordt de keukenafdeling verbouwd tot twee coupés tweede klas niet roken. Voor deze verbouwing worden de banken uit de afgevoerde ElD2 264 gebruikt. Op 19 april 1979 wordt het treinstel afgeleverd. | * Op 1979 breekt er brand uit in treinstel '''1206'''. Het treinstel staat op dat moment in het station van Antwerpen. De keukenafdeling en de twee naastgelegen coupés lopen ernstige schade op. Het treinstel word op 5 januari 1979 binnen genomen in de Haarlemse werkplaats. Hier wordt de schade hersteld en het treinstel in revisie genomen. Bij deze revisie wordt de keukenafdeling verbouwd tot twee coupés tweede klas niet roken. Voor deze verbouwing worden de banken uit de afgevoerde ElD2 264 gebruikt. Op 19 april 1979 wordt het treinstel afgeleverd. | ||
* Op 30 september 1979 ontspoort de '''1202'''. Het treinstel is onderweg als trein van naar . Ter hoogte van [[Haarlem]] breekt een as van het draaistel onder het rijtuig. Als gevolg van de breuk ontspoort het treinstel. | * Op 30 september 1979 ontspoort de '''1202'''. Het treinstel is onderweg als trein van naar . Ter hoogte van [[Haarlem]] breekt een as van het draaistel onder het rijtuig. Als gevolg van de breuk ontspoort het treinstel. | ||
* Op 4 maart 1980 wordt het treinstel ontdaan van zijn interieur door voetbalsupporters van . Zij zijn onderweg naar Brussel voor de wedstrijd . Het treinstel komt te tot stilstand. | * Op 4 maart 1980 wordt het treinstel '''1207''' ontdaan van zijn interieur door voetbalsupporters van . Zij zijn onderweg naar Brussel voor de wedstrijd . Het treinstel komt te tot stilstand. Het treinstel wordt op naar Haarlem overgebracht voor herstel. Op maart 1980 komt het treinstel al weer op de baan. | ||
* Op 12 december 1980 botst de ElD2 '''220 901''' ter hoogte van [[Rijswijk]] met een auto met aanhanger. Het treinstel is onderweg als trein van naar. Het rijtuig raakt beschadigd en het treinstel arriveert op 13 december 1980 in Haarlem voor herstel. Op 6 maart 1981 wordt het treinstel afgeleverd. na herstel. | * Op 12 december 1980 botst de ElD2 '''220 901''' ter hoogte van [[Rijswijk]] met een auto met aanhanger. Het treinstel is onderweg als trein van naar. Van de andere zijde nadert trein , met voorop WRDk 87-38 108. Het rijtuig raakt beschadigd en het treinstel arriveert op 13 december 1980 in Haarlem voor herstel. Op 6 maart 1981 wordt het treinstel afgeleverd. na herstel. | ||
* Op 4 december 1983 breekt er brand uit in treinstel '''1206'''. Het treinstel staat op dat moment in het station van Antwerpen. | * Op 4 december 1983 breekt er brand uit in treinstel '''1206'''. Het treinstel staat op dat moment in het station van Antwerpen. | ||
* Op 28 juli 1986 breekt er brand uit in de vouwbalg van treinstel '''1206'''. Het treinstel is samen met treinstel 1205 onderweg als trein 164 van Amsterdam naar Brussel. Tussen [[Hoofddorp]] en [[Nieuw Vennep]] komt de trein tot stilstand. Door de brandweer werd de brand geblust en op 31 juli 1986 wordt het treinstel naar de Haarlemse werkplaats overgebracht, waar het ter zijde werd gesteld. Het treinstel wordt niet meer hersteld vanwege de aanstaande vervanging van het materieel door nieuw materieel. Op 1 september 1986 wordt het treinstel naar de Amsterdamse werkplaats Zaanstraat gesleept, waar het zal dienen als pluktreinstel voor de overige treinstellen. In januari 1990 wordt het treinstel gesloopt. | * Op 28 juli 1986 breekt er brand uit in de vouwbalg van treinstel '''1206'''. Het treinstel is samen met treinstel 1205 onderweg als trein 164 van Amsterdam naar Brussel. Tussen [[Hoofddorp]] en [[Nieuw Vennep]] komt de trein tot stilstand. Door de brandweer werd de brand geblust en op 31 juli 1986 wordt het treinstel naar de Haarlemse werkplaats overgebracht, waar het ter zijde werd gesteld. Het treinstel wordt niet meer hersteld vanwege de aanstaande vervanging van het materieel door nieuw materieel. Op 1 september 1986 wordt het treinstel naar de Amsterdamse werkplaats Zaanstraat gesleept, waar het zal dienen als pluktreinstel voor de overige treinstellen. In januari 1990 wordt het treinstel gesloopt. | ||
| Regel 260: | Regel 262: | ||
= '''Afvoer''' = | = '''Afvoer''' = | ||
De eerste plannen voor afvoer van de treinstellen, worden gemaakt in 19. In deze plannen is bepaald om de treinstellen af te voeren na de instroom van de nieuwe locomotieven van de reeks 11.8 en de rijtuigen ICR in 1986. De NS wil de acht eigen treinstellen gaan voorzien van een volledige Nederlandse tractie-installatie, welke afkomstig zijn uit afgevoerde treinstellen Materieel'46. De NMBS heeft geen plannen meer met de treinstellen en is bereid deze aan de NS over te doen. In 1986 wordt alleen de ElD2 1206 afgevoerd na in juli 1986 brandschade te hebben opgelopen. Het treinstel wordt op 31 juli 1986 afgevoerd. Op 15 januari 1987 worden alle treinstellen terzijde gesteld, maar blijven nog wel langer rijden omdat zij nog onmisbaar zijn. Op 26 februari 1986 worden de ElD2 1201 en ElD2 1205 terzijde gesteld. Op 1 maart 1987 worden de beide treinstellen uit het materieelpark afgevoerd. De treinstellen 220.901 en 220.902 worden op 4 april 1987 terzijde gesteld. De 220.902 wordt pas op 30 mei 1987 aan de kant gezet. De twee treinstellen worden bij de [[lijnwerkplaats Roosendaal|Roosendaalse werkplaats]] verzameld, waar de 220.901 op 1987 aankomt en de 220.902 op 1 juni 1987. Op 5 juni 1987 wordt opdracht gegeven tot het uitbouwen van de ATB-installatie van beide treinstellen. Voor 15 juli 1987 moet er een overzicht zijn met welke onderdelen voor de ATB in aanmerking komen om uit te bouwen. Dit bleek niet haalbaar, zodat de termijn opschoof naar 31 augustus 1987. Ook deze termijn werd niet gehaald. Het lukte de medewerkers van de Tilburgse werkplaats niet om de ATB op tijd te verwijderen. In september 1987 lukt het de medewerkers van de Haarlemse werkplaats het wel om de ATB te verwijderen. Daarnaast wordt uit de treinstellen overig inventaris dat eigendom is van de NS verwijderd. Op 22 september 1987 worden de treinstellen vanuit Roosendaal naar de werkplaats van Mechelen overgebracht. De NMBS stelt de twee treinstellen direct terzijde. De verbouwing tot posttreinstel is inmiddels geannuleerd en de NMBS is van plan om de 220.902 naar Leuven over te brengen om dit treinstel later op te nemen in de collectie van het Belgische spoorwegmuseum. | |||
In januari 1988 rijden de treinstellen voor het laatst. Met ingang van 17 januari 1988 worden de nog laatste treinstellen (ElD2 1202 - ElD2 1204, ElD2 1207 en ElD2 1208) van de NS ter zijde gesteld. De laatste twee treinstellen van de NMBS, 220.903 en 220.904, worden op 15 januari 1988 terzijde gesteld. De ElD2 1208 + ElD2 220.903 ElD2 + ElD2 1204 + ElD2 1207 zijn op 15 januari 1987 in Vlissingen uit dienst genomen. De 220.903 wordt op 16 januari 1987 naar de Zaanstraat gereden en voegt zich bij de 220.904. In de Zaanstraat wordt de installatie voor 3.000 volt aangesloten en gecontroleerd. De ElD2 1202 en ElD2 1207 gaan op januari 1988 van Vlissingen naar Roosendaal. De ElD2 1204 en ElD2 1208 worden op januari 1988 van Vlissingen naar de Zaanstraat. De twee treinstellen ElD2 1204 + ElD2 1208 rijden op 27 januari 1988 en 3 februari 1988 van Amsterdam naar de Tilburgse werkplaats. Op 30 januari 1988 gaan de treinstellen als eerste elektrische treinstellen naar Lelystad. Op 3 februari 1988 zijn de ElD2 1204 + ElD2 1208 bij de treinstellen ElD2 1201, ElD2 1203, ElD2 1205 en ElD2 1206 neergezet bij de Zaanstraat. Op 9 februari 1988 zijn de treinstellen ElD2 220.903 en ElD2 220.904 van de Zaanstraat naar Roosendaal overgebracht voor het uitbouwen van de ATB. Het uitbouwen van de ATB en uitnemen van diverse andere zaken van de NS is op 25 februari 1988 afgerond. Op 26 februari 1988 zijn de twee treinstellen van Roosendaal naar Mechelen overgebracht, waarmee ze weer na bijna een jaar weer in België kwamen. De NMBS kan het echter niet eens worden over de prijs die de NS vraagt voor de aangeboden reservedelen. De NS brengt echter wel alle reserve onderdelen over uit de magazijnen van Utrecht en Tilburg over te brengen naar Roosendaal. In juli 1988 geeft de NMBS aan dat zij afzien van de overnamen van de reserve onderdelen. In augustus en oktober 1988 worden twee goederenwagons naar Mechelen gestuurd met onderdelen die waren aangeschaft op gemeenschappelijke rekening. Deze onderdelen moesten volgens afspraak aan de Belgen worden geleverd. Op 23 en 24 februari 1988 zijn de ElD2 1208 + ElD2 1203 + ElD2 1204 op eigen kracht van Amsterdam naar Roosendaal gereden. Op 28 februari 1988 zijn de deels geplukte treinstellen ElD2 1201 + ElD2 1205 + ElD2 1206 met behulp van de [[1600 - Elektrische locomotieven serie 1600|1644]] en vijf rijtuigen [[E - Rijtuigen Plan E|Plan E]] overgebracht van Amsterdam naar Roosendaal. In maart 1988 is de ElD2 1204 als eerste onttakeld in Roosendaal. | |||
De | |||
Op 17 februari 1989 worden de treinstellen 1201 - 1203, 1205, 1206 en 1208 vanuit de Watergraafsmeer naar de Rietlanden overgebracht in afwachting van sloop. Zij staan hier minder in het zicht van passerende reizigers en automobilisten. | Op 17 februari 1989 worden de treinstellen 1201 - 1203, 1205, 1206 en 1208 vanuit de Watergraafsmeer naar de Rietlanden overgebracht in afwachting van sloop. Zij staan hier minder in het zicht van passerende reizigers en automobilisten. | ||
| Regel 272: | Regel 272: | ||
== '''Sloop''' == | == '''Sloop''' == | ||
Op 22 november 1989 zijn van de treinstellen 1206 en 1205 de luiken onder de rijtuigbak afgebrand, evenals enkele andere los zittende delen. Hiermee kwamen de treinstellen weer binnen profiel. Diesellocomotief 2203 sleept in de avonduren het treinstel 1206 van de Rietlanden naar de Haarlemse werkplaats. Hier wordt het treinstel ontdaan van het nog aanwezige asbest. De treinstellen 1201 - 1203 en 1208 werden op 27 november 1989 door het personeel van de firma Cord uit Roosendaal behandeld voor het loszittende asbest. Zij zijn daarmee ook weer binnen het profiel van de vrije ruimte gebracht. Alleen de 1205 is niet behandeld, omdat het treinstel zwaar beschadigd is geraakt bij de brand die twee dagen eerder in het treinstel woedde. Treinstel 1201 is in de nacht van 8 op 9 december 1989 naar de werkplaats van Haarlem gesleept om ontdaan te worden van asbest. Treinstel 1206 werd diezelfde nacht meegenomen naar de Westhaven, samen met het Bk rijtuig van de Materieel’54 ElD2 349. | Op 22 november 1989 zijn van de treinstellen 1206 en 1205 de luiken onder de rijtuigbak afgebrand, evenals enkele andere los zittende delen. Hiermee kwamen de treinstellen weer binnen profiel. Diesellocomotief 2203 sleept in de avonduren het treinstel 1206 van de Rietlanden naar de Haarlemse werkplaats. Hier wordt het treinstel ontdaan van het nog aanwezige asbest. De treinstellen 1201 - 1203 en 1208 werden op 27 november 1989 door het personeel van de firma Cord uit Roosendaal behandeld voor het loszittende asbest. Zij zijn daarmee ook weer binnen het profiel van de vrije ruimte gebracht. Alleen de 1205 is niet behandeld, omdat het treinstel zwaar beschadigd is geraakt bij de brand die twee dagen eerder in het treinstel woedde. Treinstel 1201 is in de nacht van 8 op 9 december 1989 naar de werkplaats van Haarlem gesleept om ontdaan te worden van asbest. Treinstel 1206 werd diezelfde nacht meegenomen naar de Westhaven, samen met het Bk rijtuig van de Materieel’54 ElD2 349. | ||
| Regel 281: | Regel 279: | ||
In de nacht van 15 op 16 juni 1990 is als laatste treinstel de 1207 van de Haarlemse werkplaats naar de Westhaven overgebracht. Op 18 juni 1990 haalt het locomotiefje van sloper Hollandia/Koek het treinstel op van het basisemplacement en brengt het treinstel naar het sloopterrein. Hier bleef het treinstel enkele weken onaangeroerd staan. | In de nacht van 15 op 16 juni 1990 is als laatste treinstel de 1207 van de Haarlemse werkplaats naar de Westhaven overgebracht. Op 18 juni 1990 haalt het locomotiefje van sloper Hollandia/Koek het treinstel op van het basisemplacement en brengt het treinstel naar het sloopterrein. Hier bleef het treinstel enkele weken onaangeroerd staan. | ||
De Belgische treinstellen 220 901, 220 903 en 220 904 zijn gesloopt in het Franse Baroncourt. Zij werden op 21 juli 1990 overgebracht naar Frankrijk. | De Belgische treinstellen 220.901, 220.903 en 220.904 zijn gesloopt in het Franse Dommary-Baroncourt. Zij werden op 21 juli 1990 overgebracht naar Frankrijk. Naast de drie Benelux treinstellen, worden met deze trein ook de treinstellen meegenomen. De treinstellen worden gesleept door de . De Benelux treinstellen worden pas eind 1991/begin 1992 gesloopt. | ||
| Regel 317: | Regel 315: | ||
|- | |- | ||
! '''1203''' | ! '''1203''' | ||
| juli 1957 || 29 september 1957 || || || || || || 1964 || || maart 1968 || 15 januari 1973 || 27 april 1973 || 3 april 1978 || 27 april 1978 || 6 mei 1981 || 21 | | juli 1957 || 29 september 1957 || || || || || || 1964 || || maart 1968 || 15 januari 1973 || 27 april 1973 || 3 april 1978 || 27 april 1978 || 6 mei 1981 || 21 juli 1981 || 17 januari 1988 || 6 april 1990 | ||
|- | |- | ||
! '''1204''' | ! '''1204''' | ||
| Regel 340: | Regel 338: | ||
! Stelnummer || Afleverdatum || In dienst || In revisie (H2) || Uit revisie (H2) || In revisie (H2) || Uit revisie (H2) || In revisie (H3) || Uit revisie (H3) || In revisie (H2) || Uit revisie (H2) || In revisie (H3) || Uit revisie (H3) || In revisie (tussen) || Uit revisie (tussen) || In revisie (H2) || Uit revisie (H2) || Ter zijde || Sloop(rit) | ! Stelnummer || Afleverdatum || In dienst || In revisie (H2) || Uit revisie (H2) || In revisie (H2) || Uit revisie (H2) || In revisie (H3) || Uit revisie (H3) || In revisie (H2) || Uit revisie (H2) || In revisie (H3) || Uit revisie (H3) || In revisie (tussen) || Uit revisie (tussen) || In revisie (H2) || Uit revisie (H2) || Ter zijde || Sloop(rit) | ||
|- | |- | ||
! '''220 901''' | ! '''220.901''' | ||
| augustus 1957 || 29 september 1957 || || || || || || september 1965 || 10 januari 1970 || 20 februari 1970 || 15 juli 1974 || 11 oktober 1974 || | | augustus 1957 || 29 september 1957 || || || || || || september 1965 || 10 januari 1970 || 20 februari 1970 || 15 juli 1974 || 11 oktober 1974 || 20 april 1979 || 15 mei 1979 || 13 augustus 1981 || 18 december 1981 || 4 april 1987 || 21 juli 1990 | ||
|- | |- | ||
! '''220 902''' | ! '''220.902''' | ||
| augustus 1957 || 29 september 1957 || || || || || || 29 december 1965 || 8 juli 1970 || 14 augustus 1970 || 29 juli 1975 || 7 november 1975 || 3 augustus 1979 || 12 september 1979 || 8 oktober 1982 || 31 december 1982 || | | augustus 1957 || 29 september 1957 || || || || || || 29 december 1965 || 8 juli 1970 || 14 augustus 1970 || 29 juli 1975 || 7 november 1975 || 3 augustus 1979 || 12 september 1979 || 8 oktober 1982 || 31 december 1982 || 4 april 1987 || n.v.t. (stichting Mat'54) | ||
|- | |- | ||
! '''220 903''' | ! '''220.903''' | ||
| augustus 1957 || 29 september 1957 || || || || || || 1 juni 1965 || 10 november 1970 || 23 december 1970 || 4 december 1974 || 24 maart 1975 || 10 juli 1979 || 3 augustus 1979 || 22 december 1982 || 10 maart 1983 || 15 januari 1988 || 21 juli 1990 | | augustus 1957 || 29 september 1957 || || || || || || 1 juni 1965 || 10 november 1970 || 23 december 1970 || 4 december 1974 || 24 maart 1975 || 10 juli 1979 || 3 augustus 1979 || 22 december 1982 || 10 maart 1983 || 15 januari 1988 || 21 juli 1990 | ||
|- | |- | ||
! '''220 904''' | ! '''220.904''' | ||
| augustus 1957 || 29 september 1957 || || || || || || 16 juli 1965 || 13 januari 1971 || 26 februari 1971 || 25 februari 1975 || 23 juli 1975 || 18 februari 1979 || 3 april 1979 || 24 februari 1981 || 13 mei 1981 || 15 januari 1988 || 21 juli 1990 | | augustus 1957 || 29 september 1957 || || || || || || 16 juli 1965 || 13 januari 1971 || 26 februari 1971 || 25 februari 1975 || 23 juli 1975 || 18 februari 1979 || 3 april 1979 || 24 februari 1981 || 13 mei 1981 || 15 januari 1988 || 21 juli 1990 | ||
|- | |- | ||
|} | |||
{| class="toccolours" style="font-size:85%; margin-top:1em; margin-bottom:-0.5em; border: 1px solid #aaa; padding: 5px; clear: both; width:100%;" | |||
| | |||
<big><big>'''Bronnen, Referenties en/of Voetnoten'''</big></big> | |||
* '''De binnenlandse Benelux... <small>en uitlevering van de Belgische blauwe Hondekoppen</small>''' - {{Sc|W. Hoekema}} - ''Maandblad: Railmagazine, 48e jaargang - januari - februari 2026 nummer 431 Blz: 60 - 66'' Uitgave: Uquilair ISSN: 0926-3489 | |||
---- | |||
<references></references> | |||
|} | |} | ||
{{Navigatie treinstellen}} | {{Navigatie treinstellen}} | ||
[[Categorie:Treinstellen]] | [[Categorie:Treinstellen]] | ||
Huidige versie van 3 apr 2026 20:09
Naar het voorbeeld van de treinstellen Materieel '54 werden in 1957 twaalf treinstellen in dienst genomen voor de verbinding tussen Amsterdam en Brussel. De NS krijgt acht treinstellen en de NMBS krijgt er vier.
Geschiedenis
Vanaf 3 mei 1855 is er een verbinding tussen de havens van Rotterdam en Antwerpen. Er gingen verschillende voorstellen aan vooraf voordat de definitieve route via Essen en Roosendaal werd vastgesteld in 1852. Voor de aanleg en exploitatie werd de Societé des chemins de fer d’Anvers à Rotterdam opgericht. Vanaf 18 rijden er reizigerstreinen tussen beide landen. Deze diensten werden eerst met stoomlocomotieven uitgevoerd en later met diesellocomotieven. Nadat in 1924 de Oude Lijn was geëlektrificeerd en vanaf 1935 werd begonnen met het elektrificeren van het Middennet, werden er ook gesprekken gevoerd met België om de spoorlijn tussen Roosendaal en Essen te elektrificeren. Vanwege technische problemen kon men destijds niet tot overeenstemming komen. Na de Tweede Wereldoorlog werden de gesprekken voort gezet en kwamen de NS en NMBS in 1953 tot overeenstemming om het grensbaanvak te moderniseren. In de zomer van 1957 werd de spoorlijn Roosendaal - Essen geëlektrificeerd en kon er ook elektrisch worden gereden tussen beide landen. Om doorgaand te kunnen rijden tussen Nederland en België werden er twaalf treinstellen gebouwd, welke uiterlijk grote overeenkomsten hebben met de ElD2 treinstellen van het type materieel '54, Plan F. De voorkeur werd gegeven aan treinstellen, zodat men sneller kop kon maken in het centraal station van Antwerpen. Dit scheelde weer het omrijden met een extra locomotief. Ook het rangeren op de eindstations van Amsterdam en Brussel kwam hiermee te vervallen. De treinstellen worden verdeeld over de NS en de NMBS. Hierbij krijgen de NS treinstellen de nummers 1201 - 1208, terwijl de NMBS treinstellen als 220 901 - 220 904 worden genummerd. De verdeling over beide spoorwegmaatschappijen is zo gekozen omdat de treinstellen twee keer zo lang in Nederland zijn dan in België. De afspraken over de exploratie van de treinstellen zijn vast gelegd in een tweetal overeenkomsten tussen de NMBS en NS, welke zijn ondertekend op 11 juli 1957 en 21 augustus 1957. De NS had ook als eis dat het materieel moest kunnen koppelen met het reeds bestaande materieel, zodat de treinstellen samen konden rijden met de treinstellen die reden op de verbinding Amsterdam - Vlissingen/Venlo. Het ontkoppelen met het binnenlands materieel zou dan in Rotterdam of Roosendaal plaats vinden, afhankelijk van de bestemming van de binnenlandse trein. De Belgen konden zich wel vinden in deze eis, omdat zij iets dergelijks niet van plan waren. De twaalf treinstellen en draaistellen werden gebouwd door Werkspoor, met de elektrische installatie van het Belgische ACEC en SEM. Door een andere wijze van tractieschakeling kunnen de treinstellen op zowel 1.500 als 3.000 Volt bovenleidingspanning rijden. Vanwege de aanwezigheid van een coupé voor de douane, kan de grenscontrole in de trein plaatsvinden. Hiermee komt de grenscontrole op de stations van Roosendaal en Essen te vervallen.
De Benelux dienst is populair en al snel is er extra capaciteit nodig. Soms moeten diensten tot wel drie treinstellen versterkt worden en zo ontstaat er een materieelprobleem. Er wordt studie gedaan naar de capaciteitsuitbreiding. Ook is veelvuldig overleg tussen de NS en de NMBS. Tot een vervolgorder, van het inmiddels tien jaar oude ontwerp, komt het niet. Voor de NMBS is dit geen optie. Daarop maakt NS een ontwerpplan op basis van Plan V. Dit NS ontwerp uit december 1965 behelst een tweedelig treinstel en bestaat uit een Bk bak en een ADk bak met een klein keukentje. Er zouden zes treinstellen gebouwd gaan worden, waarvan 4 voor de rekening van de NS en twee voor de NMBS. Het plan roep allerlei vragen en bezwaren op. De NMBS bied een locomotief HLE15 met een getrokken trein. In de dienstregeling 1967/1968 rijdt één treinpaar met getrokken materieel. In 1969 zijn er al drie treinparen die met getrokken materieel rijden. In 1972 rijden er vier treinparen met getrokken materieel en in 1973 rijden vijf treinparen met getrokken materieel. Het nadeel van de getrokken treinen was de inzet van drie locomotieven tussen Amsterdam en Brussel. De eerste locomotief rijdt van Amsterdam naar Roosendaal, de tweede van Roosendaal naar Antwerpen. De derde locomotief rijdt van Antwerpen naar Brussel. De rijtuigen worden beschikbaar gesteld door zowel de NS als de NMBS, maar bieden geen restauratierijtuig. Maar ook toen al was de Benelux dienst een thema waar de NS en de NMBS niet altijd dezelfde mening waren toegedaan. Pas in 1974 de capaciteits-probemen structureel opgelost door het inzetten van trek/duw treinen naast de treinstellen. Hiermee wordt het vele rangeerwerk voorkomen. Er wordt een locomotief ingezet die geschikt is voor twee stroomsystemen en een stuurstandrijtuig. Deze treinen bestaan uit een locomotief NMBS Reeks 25.5 + rijtuigen NMBS I4 A + NMBS I4 AB + NS Plan W B + NS Plan W B + NS Plan W B + NS Plan D WRDk. Vanaf 1986 stroomt er nieuw trek/duw-materieel in de dienst op basis van ICR. Vanaf dat moment worden de treinstellen teruggetrokken uit de Benelux dienst. De vier treinstellen van België worden teruggegeven aan de NMBS. Aan het begin van 1987 wordt de NS geconfronteerd met een vertraagde aflevering van de tweede deellevering van de treinstellen ICM en de vierde bestelling rijtuigen ICR. De NS besluit om 7 van de 8 treinstellen in dienst te houden en in deze in de binnenlandse treinen tussen Amsterdam en Vlissingen te laten rijden. De ELD2 1206 is al in 1986 afgevoerd als gevolg van een brand. De NMBS is ook bereid om haar vier treinstellen aan de NS over te dragen. Zo zijn er aan het begin van 1987 nog 11 treinstellen beschikbaar voor de rijdende dienst. Op 31 mei 1987 gaat een nieuwe overeenkomst in tussen de NMBS en NS. Hiermee worden de afspraken die in 1957 zijn gemaakt, beëindigd. Tevens wordt de economische restwaarde van de treinstellen bepaald. Deze restwaarde werd op nihil bepaald, met uitzondering van de installaties voor de ATB. Aangezien de onderhoudstoestand van de 11 treinstellen gelijkwaardig is, is er geen contante verrekening nodig van de verschillen in restwaarde van de treinstellen tussen beide spoorwegmaatschappijen. In de loop van 1987 komt de NMBS terug op de eerder gemaakte afspraken. Zij willen de vier treinstellen in eerste instantie in gaan zetten in de binnenlandse reizigersdienst, maar al snel is de NMBS voornemens om de vier treinstellen te verbouwen voor het vervoer van post ter vervanging van materieel uit 1935. De NMBS en NS komen uiteindelijk overeen om de treinstellen 220.901 en 220.902 zo snel als mogelijk na 31 mei 1987, maar uiterlijk voor 1 september 1987 in Roosendaal over te dragen aan de NMBS. De treinstellen moeten compleet en rijvaardig zijn. De NS mag de ATB wel uitbouwen. Op 4 april 1987 worden deze twee treinstellen terzijde gesteld en worden niet meer onderhouden. De 220.903 en 220.904 zijn per 31 mei 1987 wel ter beschikking gesteld aan de NS. In eerste instantie mogen zij gehuurd worden tot 1 februari 1988, met een mogelijke verlenging tot 1 juni 1988. De verlenging moet uiterlijk uiterlijk in december 1987 worden aangevraagd. De afspraken over de gehuurde treinstellen worden op 21 juli 1987 bekrachtigd in een overeenkomst. De huur bedraagt 60.000 Belgische frank per treinstel per maand. De installatie voor 3.000 volt moet in deze huurperiode wel dienstvaardig blijven met oog op teruggave aan de NMBS. Mochten deze treinstellen niet meer compleet of dienstvaardig zijn, dan is de NS verplicht om 1 van de eigen treinstellen compleet en dienstvaardig met werkende 3.000 volt installatie aan de NMBS over te dragen. De 220.901 en 220.902 worden in Roosendaal verzameld. De 220.901 komt hier op 1987 aan, terwijl de 220.902 pas op 1 juni 1987 in Roosendaal aankomt. Het lukt in Roosendaal niet om de ATB uit te bouwen voor 1 september 1987. Door de NMBS wordt gedreigd om ook voor deze twee treinstellen huur te gaan innen als zij niet voor 1 september 1987 zijn overgedragen. Pas op 22 september 1987 worden beide treinstellen aan de NMBS overgedragen.
Per 1 juli 1987 wordt de Belgische tractie-installatie buiten gebruik gesteld. Dit geschiedde door de spanningskeuzewals buiten dienst te stellen, het afnemen van een spoel en het afnemen en isoleren van enkele kabels. Door deze werkzaamheden zou het mogelijk zijn om de installatie weer bedrijfsvaardig te hebben bij de overdracht aan de NMBS. Op 1 februari 1988 is de huurovereenkomst tussen de NMBS en NS beëindigd voor de 220.903 en 220.904.
Technische gegevens
| toelatingsgegevens spoorwegvoertuig | |
| 1 — typegegevens | |
| voertuigtype | BENELUX |
| nummers spoorwegvoertuig | NS 1201 – 1208 NMBS 220.901 – 220.904 |
| toelatingslanden | Nederland en België |
| voertuigcategorie ✽ | Elektrisch tweewagentreinstel(ElD2) |
| configuratie ✽ | BDk (bakcode 601), II:64 en Bagageruinte 2000 kg ABk (bakcode 602), I:18, II:16 en douane:8 |
| EVN / NVR en configuratie | n.v.t ① |
| afkorting voertuigexploitant (AVE) | NS NMBS |
| bouwjaar | 1957 |
| fabrikant | Werkspoor ACEC SEM |
| maximale treinsamenstelling | totaal 14 bakken EM met lage koppeling. |
| 2 — basisgegevens type | |
| lengte over de koppelingen | 51.120 mm |
| aantal assen / configuratie | 8 / Bo' 2' + 2' Bo' |
| nominale wieldiameter (min. / max.) | 870 mm / 950 mm |
| hart op hart draaistellen | 18.350 mm |
| asafstand binnen draaistel | 3.000 mm |
| eigen totaal gewicht (leeg / beladen) | 116 t / |
| aslast (leeg / beladen) | |
| tonmetergewicht (leeg) | |
| soort remsysteem | WTL |
| remgewicht (leeg / beladen) | |
| maximum dienst snelheid | 135 km/h (oorspronkelijk 120 km/h) |
| technisch maximum snelheid | 135 km/h |
| 3 — infra eigenschappen | |
| energievoorziening | Nederland: 1.500 V DC België: 3.000 V DC |
| omgrenzingsprofiel | UIC |
| kleinste boogstraal | 150 m |
| baanvakbelastingcategorie | C2 |
| treindetectlesystemen | |
| treinbeïnvloedingssysteem | Nederland: ATB-EG België: Crocodile |
| ✽ Kenmerk volgens de klassieke NS notatie. ① museumtreinstel St. Mat’54 Hondekop-vier = NMBS 220.902 = BDk: 90 84 0 090 100-9 NL-HKOP en ABk: 90 84 0 090 200-7 NL-HKOP. | |
De treinstellen zijn bij aflevering 51,12 meter lang en hebben een gewicht van 116 ton. Het treinstel is voorzien van 4 tractiemotoren van , type . Elke motor levert een vermogen van 152 kW (207 pk), tot omwentelingen per minuut. In totaal heeft een treinstel de beschikking over een vermogen van 608 kW (828 pk). Deze motoren zijn opgehangen volgens de tramophanging. Hierbij rust de tractiemotor aan een zijde met glijlagers op de as. De motoras wordt aangedreven door een rondsel dat in een vast tandwiel op de wielas grijpt. Een motordraaistel beschikt over twee tractiemotoren. Het treinstel is ontworpen voor een snelheid van 135 kilometer per uur. De dienstregelingssnelheid is in eerste instantie vast gesteld op 120 kilometer per uur. Het treinstel beschikt over 18 zitplaatsen eerste klas en 80 zitplaatsen tweede klas. Daarnaast zijn volgens Belgische regelgeving enkele zitplaatsen aangewezen voor oorlogsinvaliden. Tussen 1973 en 1975 wordt het aantal zitplaatsen eerste klas verhoogd tot 24 door de douane coupé van 6 zitplaatsen te voorzien. Het aantal zitplaatsen tweede klas wordt vanaf 1981 verhoogd tot 96. Onder het k rijtuig zijn de twee compressoren opgenomen. Deze kan liter lucht per minuut leveren. Deze lucht wordt gebruikt voor de luchtdrukrem en diverse elektro-pneumatische apparatuur. Voor het leveren van stroom voor de stuurstroom en verlichting, is onder het k rijtuig een motorgenerator opgenomen van , type . Deze zet de 1.500 Volt bovenleidingspanning om in Volt spanning voor de stuurstroom en Volt voor de verlichting. De motorgenerator levert een vermogen van kW. Onder het k rijtuig bevinden zich de schakelkasten en relaiskasten. Ook de aanzetweerstanden, rijschakelaars en de volgordewals hebben een plekje onder het k rijtuig. Het ABKk rijtuig is voorzien van een stroomafnemer voor de Nederlandse spanning. Deze stroomafnemers is van BBC, type . Op het BDk rijtuig is de Belgische stroomafnemer geplaatst van , type . Dit onderscheid was er tevens omdat de bovenleiding in België op een andere hoogte hangt dan in Nederland. Om te voorkomen dat er een te hoge stroom door het treinstel komt te lopen, is op het dak van de treinstellen een smeltveiligheid van 1.000 Ampère geplaatst. Deze zijn te herkennen aan de vonkhoorn op het dak. Het BDk rijtuig krijgt 601 en het ABk rijtuig bakcodenummer 602. Pas in de jaren zeventig krijgt het ABk rijtuig het kenmerk ABKk. De motordraaistellen hebben als draaistelcode BM en de loopdraaistellen BL.
Uitvoering
De rijtuigen waren volledig elektrisch gelast. De bekleding van de rijtuigbak bestaat uit 2,5 millimeter dik plaatstaal. Deze bekleding is aangebracht rondom het bakgeraamte, waaruit de rijtuigbak is opgebouwd. Beide rijtuigen zijn voorzien van stroomafnemers, welke op kappen geplaatst zijn. Het ABKk rijtuig is voorzien van een stroomafnemer voor de Nederlandse spanning. Deze stroomafnemer is van BBC, type . Op het BDk rijtuig is de Belgische stroomafnemer geplaatst van , type . De treinstellen zijn voorzien van gladde daken. Elk rijtuig van een treinstel is geplaatst op eigen draaistellen. Door het hoge gewicht van de rijtuigbakken, gaf dit een zeer rustige loop. Om de frontruiten schoon te kunnen maken, zijn de neuzen voorzien van ladders met vijf treden. Boven de ramen zijn twee lampen aangebracht. Door middel van seinglaasjes konden deze lampen rood of wit licht laten zien. De witte lichten werden gebruikt voor het L frontsein dat vanaf 18 maart 1963 werd gevoerd. Het rechtersluitsein werd hierbij ontstoken. Een half jaar later wisselde dit beeld en werd het linkersluitsein ontstoken, zodat een omgekeerd L frontsein werd gevoerd. Vanaf 1971 werd het A frontsein ingevoerd en konden de hoge lampen alleen rood licht laten zien. De laaggeplaatste frontseinen bevinden zich aan weerszijde van het tyfoonrooster.
Onder de rijtuigbakken zijn de apparaatkasten modulair uitgevoerd. Hierdoor konden defecte delen gemakkelijker vervangen worden door nieuwe of gereviseerde delen. Het gehele treinstel was voorzien van schuifdeuren met een breedte van 130 centimeter. Deze zijn centraal te sluiten, maar dit werd alleen in België gebruikt. Vanaf de revisiebeurten die vanaf 1973 werden uitgevoerd, werd de bediening van de deursluiting dusdanig aangepast, zodat deze ook in Nederland bruikbaar was. De cabinedeuren zijn als klapdeuren uitgevoerd. De treinstellen waren over de gehele lengte voorzien van draairamen. Deze moeten met een raamzwengel worden geopend. De twee ramen aan de keukenzijde van de keukenafdeling zijn kleiner uitgevoerd dan de overige ramen. Ook staan deze ramen dichterbij elkaar dan de overige ramen. De koprijtuigen zijn voorzien van tractiemotoren.
De besturing van het treinstel geschiedde door middel van de Jeumont Heidmann nokkenwals. De besturing van het treinstel moest met meer geduld gebeuren dan het gebruikelijke NS materieel, omdat bij terugschakelen gewacht moest worden tot de nokkenwals in de beginstand was gezet. Als er te snel werd opgeschakeld, strandde het treinstel onderweg als gevolg van een defecte nokkenwals. Dit gebeurde met name als de treinstellen samen reden met treinstellen Materieel'46 en Materieel’54. De maximale gekoppelde lengte bedraagt hierbij 14 rijtuigbakken. De automatische koppeling hangt op een hoogte van 61 centimeter boven de bovenkant spoorstaaf. Door middel van een koppelplaat kan het treinstel gekoppeld worden aan materieel dat is voorzien van buffers en schroefkoppelingen. Elk treinstel is voorzien van een koppelplaat en hulpkoppelboom. Met de introductie van de sleepkoppeling in 19 kwam de koppelplaats en hulpkoppeling te vervallen. De koppeling is aan de bovenzijde voorzien van een stuurstroomkoppeldoos. In deze koppeldoos zijn 58 verende pencontacten verwerkt die zorg dragen voor de overdracht van opdrachten tussen gekoppelde treinstellen. Een automatisch wegklapbare kap zorgt voor de bescherming van de contacten. Het is echter niet mogelijk om met Belgisch materieel gekoppeld te rijden.
De treinstellen waren bij hun aflevering donkerblauw geschilderd. Het dak en de schortplaten zijn grijs geschilderd. Onder de ramen, ter hoogte van de frontseinlampen, is over de gehele lengte een brede, zandgele bies aangebracht. De treinstellen 1201 en 1202 kregen voor korte duur de letters B en NS in deze bies. De gele bies was tussen de koplampen onderbroken. De overige treinstellen zijn meteen voorzien van een doorlopende bies. Bij de bagagedeuren zijn rubberstroken aangebracht ter bescherming van de laklaag. De laklaag beschadigde bij het laden en lossen op de perrons. Voor betere zichtbaarheid van de eerste klas werd in de eerste helft van de jaren ’60 een gele streep aangebracht boven de ramen. Vanwege problemen met de tyfoons in de winter werden de tyfoons aangepast en de roosters werden geel geschilderd. Deze wijziging liep vooruit op de nieuwe huisstijl met een donkere kleur geel. Deze donkergele kleur werd vanaf 1973 aangebracht. De lampringen rondom de onderste lampen veranderde ook van kleur. Zij werden ook geel in plaats van blauw. De treinstellen zijn nooit van het NS logo of NMBS logo voorzien.
Het interieur van de treinstellen is
Voor de draaistellen werd
Voor de primaire vering van het draaistel is gebruik gemaakt van schroefveren. De secundaire vering bestaat uit elliptisch gevormde bladveren en schroefveernesten. Het remsysteem is een pneumatische tweeleidingrem. Hierbij zorgen luchtdruk verschillen voor het bedienen van de remcilinders met ingebouwde remverstellers. De remcilinders zorgen er voor dat de remblokken op de wielband worden gedrukt of er los van komen.
ElD2
Een tweedelig treinstel bestaat uit twee rijtuigen: AB(K)k + BDk. Ieder rijtuig rust op zijn eigen draaistellen.
AB(K)k
Het ABk rijtuig bevat een volledige elektrische installatie. Het draaistel onder de cabine bevat de tractiemotoren. Het draaistel aan de zijde van bakovergang is uitgevoerd als loopdraaistel. Onder de rijtuigbak zijn modulaire apparaatkasten opgehangen, waarin de opgenomen zijn. Achter de cabine is een afgesloten coupé aan een zijgang voor de marechaussee. Deze coupé en cabine zijn te bereiken vanaf het aangrenzende balkon. Dit balkon heeft drie klapzittingen en een toilet. Een zijgang geeft toegang tot drie afsluitbare coupés eerste klas, met elk zes zitplaatsen. Aan deze coupés grenst de keuken. Deze keuken is voorzien van een kookplaat, warmhoudplaat, koffiezetapparaat, waterkoker. De keuken komt uit bij een balkon met 7 klapzittingen. Een midden doorgang vanaf het balkon geeft toegang tot een open afdeling tweede klas met 16 zitplaatsen en de bakovergang naar het BDk rijtuig. De banken in de eerste klas zijn bekleed met . De banken in de tweede klas zijn bekleed met . De wandbekleding is uitgevoerd met .
BDk
Het draaistel onder de cabine bevat de tractiemotoren. Het draaistel aan de zijde van bakovergang is uitgevoerd als loopdraaistel. Onder de rijtuigbak zijn modulaire apparaatkasten opgehangen, waarin de opgenomen zijn. Aan de zijde van de bakovergang is een open afdeling tweede klas met 16 zitplaatsen niet roken. Het aansluitende balkon heeft twee toiletten en 4 klapzittingen. Het balkon geeft toegang tot een open afdeling met 48 zitplaatsen. Aan de afdeling grenst de bagageruimte van 4,5 meter lang en een draagvermogen van ton. Deze bagageruimte is te bereiken via een dubbele schuifdeur aan de buitenzijde. In deze bagage afdeling is ook de snelschakelaarkast en een ruimte voor de conducteur aanwezig. De bagage afdeling geeft toegang tot de cabine. De banken in de tweede klas zijn bekleed met . De wandbekleding is uitgevoerd met .
Inzet
Op 2 juli 1957 wordt er in de ochtend met de ElD2 1201 proefgereden tussen Utrecht en Arnhem. In de middag rijdt het treinstel een proefrit van Utrecht via Arnhem en Deventer naar Almelo. Op 10 juli 1957 rijdt het treinstel proefritten tussen Roosendaal en Essen. Met deze ritten wordt de overgang van bovenleidingsspanning (1.500 V en 3.000V) getest. In augustus en september 1957 worden de machinisten opgeleid om met de treinstellen te kunnen rijden. Op 18 september 1957 wordt de openingsrit gereden met het nieuwe materieel tussen beide landen. Op deze dag rijden twee treinstellen van de NS van Amsterdam Centraal naar Roosendaal. Hier worden zij gekoppeld met twee Belgische treinstellen. De vier treinstellen rijden vervolgens door naar Brussel. Met ingang van 29 september 1957 (ingang winterdienstregeling 1957/1958) worden de twaalf treinstellen officieel in dienst gesteld en ingezet tussen Amsterdam en Brussel. Er is een omloop opgesteld voor 11 treinstellen. Het twaalfde treinstel is beschikbaar voor onderhoud. Overdag zijn er reservediensten in Amsterdam, Antwerpen en Roosendaal. Tussen Amsterdam Centraal en Rotterdam rijden de treinstellen samen met de treinstellen die doorrijden naar Venlo. Zo hoeft er niet extra overgestapt te worden en wordt de Oude Lijn niet extra belast. Er wordt ieder uur gereden tussen Amsterdam en Antwerpen. Eens in de twee uur rijdt de trein door naar Brussel Zuid. Op een enkele proefrit na kwamen de treinstellen niet in Luxemburg. De treinstellen waren te zwaar en hadden te weinig vermogen voor de hellingrijke trajecten. Bij deze opzet zijn er in totaal 11 treinstellen nodig en staat er een stel op reserve. De controle door de douane vindt plaats in de trein tussen Rotterdam en Roosendaal. Hierdoor zijn de treinstellen in de binnenlandse dienst niet toegankelijk voor de binnenlandse reizigers. In 1958 wordt de het aantal treinen dat doorrijdt naar Brussel verhoogd als gevolg van Expo '58 die in Brussel wordt gehouden. Vanaf 1960 rijden de treinstellen gekoppeld met de trein naar Vlissingen. In Roosendaal worden de treinstellen ontkoppelt. Met ingang van 1963 gaan er 9 treinen doorrijden naar Brussel. Daarnaast hebben 6 treinen Antwerpen als eindbestemming. Door het grote succes van de trein, is op drukke tijden de inzet van twee treinstellen nodig. In 1968 wordt er extra capaciteit gecreëerd door getrokken treinen in te zetten. Deze treinen bestaan uit 4 of 5 Belgische rijtuigen. De locomotiefwissel vond in Roosendaal plaats. Er gaan dan twee treinparen rijden. Vanaf 1969 wordt de frequentie naar Brussel verhoogd van 7 naar 10 slagen per dag. Vier treinen eindigen in Antwerpen. Twee van de 14 treinparen tussen Nederland en België rijden met locomotief en rijtuigen. Per 1 juni 1969 zal de douanecontrole plaats gaan vinden tijdens de stop in Roosendaal. Mocht er onvoldoende tijd zijn, dan zal de controle ook in de trein plaats vinden tussen Roosendaal en Essen. Dit in verband met het loskoppelen van de Beneluxdienst met de dienst naar Vlissingen. De treinen zijn hierdoor ook toegankelijk voor binnenlandse reizigers. Dit zal ook het geval zijn in België tussen Essen en Antwerpen. Het aantal getrokken treinparen loopt op naar in totaal 5 treinparen in 1973. In het voorjaar van 1976 komt er een einde aan de bediende restauratie in de treinstellen.
Op 31 mei 1970 gaat de dienstregeling 1970/1971 van start, oftewel het programma 'Spoorslag '70'. Bij het invoeren van het dienstregeling concept Spoorslag '70 werden de Hondekoppen aangewezen om een groot deel van de intercitydiensten te rijden. Vanwege de vertragingsgevoeligheid van het aan- en afkoppelen, worden de treinen naar Antwerpen en Brussel losgemaakt van de treinen naar Vlissingen. De trein naar Brussel wordt wel beschouwd als binnenlandse intercity en rijdt in een halfuurritme met de intercity tussen Amsterdam en Vlissingen op het traject tussen Amsterdam en Roosendaal.
De dienstregeling 1971/1972 heeft diensten voor de 12 treinstellen in omloopgroep Aq
De dienstregeling 1972/1973 heeft diensten voor de 12 treinstellen in omloopgroep Aq. Deze zijn grotendeels te vinden tussen Amsterdam en Brussel. Daarnaast zijn de treinstellen ook te vinden in enkele treinen die buiten het normale inzetgebied vallen. Dit is op maandag tot en met vrijdag in trein 1103 van Roosendaal naar Bergen op Zoom. Hier zijn twee treinstellen te vinden. Zij keren terug als trein 168 naar Amsterdam. Op maandag tot en met donderdag is een treinstel te vinden dat voorop rijdt in trein 4381 van Roosendaal naar Bergen op Zoom. Het treinstel keert de volgende dag terug naar Roosendaal achterop trein 4620.
De dienstregeling 1973/1974 heeft diensten voor de 12 treinstellen in omloopgroep Aq
De dienstregeling 1974/1975, welke op 26 mei 1974 begint, heeft diensten voor de treinstellen in omloopgroep Aq. Met ingang van deze dienstregeling rijden alle treinen door naar Brussel-Zuid. Antwerpen komt als eindpunt te vervallen. De verlenging van de dienst is mogelijk door de instroom van 6 stammen van het trek/duw-materieel.
In de dienstregeling 1975/1976 zijn er diensten voor de 12 treinstellen in omloopgroep Aq
De dienstregeling 1976/1977 heeft 9 diensten voor de 12 treinstellen in omloopgroep Aq. De treinstellen worden voornamelijk ingezet in de serie 100 (Amsterdam CS - Brussel). Van zondag tot en met vrijdag is een treinstel te zien in trein 5497 van Amsterdam CS naar Den Haag CS. Tussen Amsterdam CS en Den Haag CS wordt ook trein 2147 op zaterdag gereden. Van maandag tot en met vrijdag zijn drie treinstellen te zien in trein 14613 tussen Roosendaal en Bergen op Zoom. Na een wasbeurt in Hoek van Holland rijden twee treinstellen trein 4219 van Maassluis naar Rotterdam CS.
Met ingang van de dienstregeling 1977/1978 op 22 mei 1977 zijn er diensten voor de 12 treinstellen in omloopgroep Aq. Enkele treinen rijden met drie gekoppelde treinstellen om te kunnen voldoen aan de enorme vraag. Op 13 juli 1977 rijden twee treinstellen eenmalig vanuit Oostende naar Roosendaal. In verband met een staking van enkele Britse veerboten, kwamen vele reizigers aan in Oostende met de bestemming Amsterdam. In Roosendaal werden de twee treinstellen gekoppeld met de reguliere trein uit Brussel naar Amsterdam.
Met ingang van de dienstregeling 1978/1979 op 28 mei 1978 zijn er diensten voor de 12 treinstellen in omloopgroep Aq
De dienstregeling 1979/1980 heeft diensten voor de 12 treinstellen in omloopgroep Aq
De dienstregeling 1980/1981 heeft diensten voor de 12 treinstellen in omloopgroep Aq
De dienstregeling 1981/1982 heeft diensten voor de 12 treinstellen in omloopgroep Aq
De dienstregeling 1982/1983 heeft diensten voor de 12 treinstellen in omloopgroep Aq
De dienstregeling 1983/1984 heeft diensten voor de 12 treinstellen in omloopgroep Aq
De dienstregeling 1984/1985 heeft diensten voor de 12 treinstellen in omloopgroep Aq
In de dienstregeling 1985/1986 die op 2 juni 1985 begint, zijn er diensten voor de 12 treinstellen in omloopgroep Aq
In de dienstregeling 1986/1987 die op 1 juni 1986 begint, is het laatste jaar dat de treinstellen in de Benelux worden ingezet. Er zijn diensten voor de 12 treinstellen. Vanaf november 1986 stroomt het nieuwe materieel in, bestaande uit een NMBS locomotief Reeks 11.8 en NS ICR rijtuigen. Per 25 januari 1987 zijn er voor de 11 treinstellen nog 3 diensten gepland in de serie 16X tussen Amsterdam en Brussel. Een vierde dienst is gepland als reserve. Op vrijdag en zaterdag wordt het achterste treinstel van trein 190 in Roosendaal afgekoppeld en rijdt dan trein 2176 van Roosendaal naar Amsterdam CS. Het treinstel ElD2 1202 staat van tot april 1987 in Roosendaal opgesteld voor instructie van het personeel van de standplaats Vlissingen. Op april 1987 wordt de 220.901 aangewezen voor deze taak. Op 30 april 1987 organiseert de NVBS een afscheidsrit met het materieel in verband met de aanstaande terugtrekking uit het internationale verkeer. De treinstellen ElD2 1208 + ElD2 220.903 + ElD2 220.902 rijden deze afscheidstrein door Nederland en België. Op 30 mei 1987 rijden de treinstellen ElD2 1208 + ElD2 220.902 als laatste trein 190 tussen Brussel en Amsterdam, waarmee het grensoverschrijdende hoofdstuk wordt afgesloten.
Met ingang van de dienstregeling 1987/1988, beginnend op 29 mei 1987, betekent het einde voor de treinstellen in het grensoverschrijdende verkeer naar Brussel. Zij worden vervangen door trek/duw treinen. Dit waren zowel de oude treinen, bestaande uit een locomotief NMBS Reeks 25.5 en rijtuigen NMBS I4 en NS Plan W en Plan D, als de nieuwe. Deze treinen bestaan uit een locomotief NMBS Reeks 11.8 en rijtuigen ICR-3. In noodgevallen kan er nog worden teruggevallen op de oude treinstellen. Er zijn 4 diensten voor de 7 treinstellen in omloopgroep A. De treinstellen worden vanaf dat moment alleen nog maar ingezet in de binnenlandse dienst. Samen met andere treinstellen Materieel’54 worden de treinstellen ingezet in de serie 2100 (Amsterdam - Vlissingen). Twee treinstellen rijden van maandag tot en met vrijdag als middelste en achterste treinstel van trein 2120 van Vlissingen naar Amsterdam. Na aankomst in Amsterdam worden de twee treinstellen afgekoppeld en naar de Zaanstraat overgebracht, waar treinstellen als reserve staan. In de middag gaan de twee treinstellen terug naar Vlissingen met trein 2163, samen met een ElD4 als achterste treinstel. Na aankomst in Vlissingen blijven beide Benelux treinstellen achter en brengen zo de nacht en het weekeinde door. De tractie installatie voor 3.000 Volt wordt per 1 juli 1987 uitgeschakeld. Met het ingaan van de winterdienstregeling 1987/1988 per 1987 wordt de gebruikte ElD4 vervangen door twee Benelux treinstellen in de treinen 2120/2163. Na aankomst van trein 2120 in Amsterdam keren twee treinstellen terug naar Vlissingen als trein 2139 met versterking van of tot Roosendaal met een normale ElD2. De andere twee treinstellen gaan naar Zaanstraat. Als trein 2144 gaan de twee Benelux treinstellen weer terug naar Amsterdam, om daar herenigd te worden met de twee andere treinstellen die bij de Zaanstraat overstaan voor trein 2163 naar Vlissingen, samen met een normale ElD2. Op vrijdag rijden drie van de vier treinstellen de slag 2139/2144 en staat het vierde treinstel bij de Zaanstraat. Op 15 januari 1988 rijden de treinstellen ook voor het laatst in de binnenlandse dienst als trein 2163. Deze trein bestaat uit de ElD2 1208 + ElD2 220.903 ElD2 + ElD2 1204 + ElD2 1207. Met de omloopwijziging van 17 januari 1988 zijn er geen diensten meer gesteld voor de 7 treinstellen. De nog zeven treinstellen worden buiten dienst gesteld. Op 27 januari 1988 gaan de ElD2 1204 en ELD2 1208 vanuit Amsterdam naar de Tilburgse werkplaats. Op 30 januari 1988 worden de treinstellen ElD2 1204 + ElD2 1208 gebruikt voor ontroestingsritten op de nieuwe Flevolijn tussen Almere Buiten en Lelystad. Het zijn hiermee de eerste elektrische treinen op dit traject. Op 3 februari 1988 gaan de ElD2 1204 en ELD2 1208 vanuit Amsterdam naar de Tilburgse werkplaats.
Onderhoud
De treinstellen komen bij hun aflevering in onderhoud Leidschendam. In 19 verhuizen de treinstellen naar de werkplaats van Amsterdam. Vanaf mei 1987 is er een onderhoudstermijn ingesteld van 17.000 kilometer, waarbij een treinstel eens in de 50 dagen onderhoud heeft in de werkplaats.
Inzet per dienstregelingjaar
De inzet per dienstregelingjaar in de serie en eventuele bijzonderheden:
- 1970/1971:
- 1971/1972:
- 1972/1973:
- 1973/1974:
- 1974/1975:
- 1975/1976:
- 1976/1977: 100, 2100, 5400, 14600
- 1977/1978:
- 1978/1979: 160
- 1979/1980: 120
- 1980/1981:
- 1981/1982: 160, 170
- 1982/1983:
- 1983/1984:
- 1984/1985:
- 1985/1986:
- 1986/1987: 160
- 1987/1988: 2100
- 1988/1989: 2100
Revisie
De eerste serie grote revisies (vanaf 1964 uitgevoerd) werden bij de stellen uitgevoerd in de NMBS werkplaats te Mechelen. De overige revisies vonden in Haarlem plaats.
In januari 1973 begint de tweede ronde grote revisies aan het materieel. Hierbij worden diverse wijzigingen doorgevoerd bij het materieel. Zo wordt het materieel voorzien van een omroep installatie. De coupé voor de marechaussee in het ABKk rijtuig wordt omgebouwd tot een coupé eerste klas. Ook wordt de keuken gemoderniseerd. In het BDk rijtuig vervalt een van de twee toiletten om het balkon te vergroten. Op het dak worden extra dakleidingen aangelegd ten behoeve van de centrale deursluiting, die in Nederland in gebruik wordt genomen. Op de neuzen werd tegelijkertijd het derde frontsein geplaatst, zodat de treinstellen een A- frontsein konden tonen. De twee lampen boven de cabineramen konden dan alleen rood licht laten zien. De emaillen klasseborden werden vervangen door bordjes die gemaakt zijn van eenvoudiger materiaal. De crème-kleurige band wordt vervangen door een donkergele band.
Begin 1978 wordt besloten om de revisietermijn te verlengen van 5 naar 7,5 jaar. Ter compensatie hiervan zal er een uitgebreide onderhoudsbeurt worden gegeven aan de treinstellen in de Haarlemse werkplaats. Bij dit onderhoud wordt onder andere de bekleding van de eerste klas vernieuwd. In april 1978 heeft de ElD2 1203 als eerste deze tussenrevisie ondergaan.
Bij de laatste revisiebeurt die vanaf 1981 werd uitgevoerd, werd de keuken uitgebouwd en vervangen door twee coupés tweede klas. Deze coupés zijn afkomstig van de eindcoupés uit de Bk rijtuigen van afgevoerde treinstellen Materieel’46. Bij deze revisiebeurt krijgen de treinstellen ook ATB ingebouwd.
Bijzondere uitvoeringen
- De treinstellen 1201 en 1202 zijn bij hun aflevering voorzien van de letters B en NS in de zandgele bies. Voor de officiële indienststellingsdatum zijn deze letters weer verwijderd en is de bies geheel doorlopend geschilderd.
Wijzigingen
- In de eerste helft van de jaren ’60 zijn de treinstellen voorzien van een gele streep voor de eerste klas.
- Nadat in 19 de douane controle is afgeschaft tussen Nederland en België, is de betreffende coupé als eerste klas coupé gebruikt. Tijdens de revisie in 1973 - 1974 werd deze coupé verbouwd tot eerste klas coupé.
- Vanaf 1971 zijn de treinstellen voorzien van een derde frontsein op de neus. Hiermee kan een A-frontsein worden getoond. Het wisselen van gekleurde glaasjes boven de ruiten kwam hiermee te vervallen. Deze toonden vanaf dat moment alleen nog maar rood.
- Vanaf augustus 1971 zijn de treinstellen voorzien van sterilisators in de keuken. Dit is in navolging op de ElD4 treinstellen Materieel'46.
- Vanaf de revisiebeurten die vanaf 1973 werden gegeven werd de crèmekleurige band op de zijwand vervangen door een gele band. Ook de lampringen veranderden van kleur. Deze werden nu ook geel in plaats van blauw. De emaillen klasse borden werden verwijderd en vervangen door eenvoudiger bordjes.
- In 1979 werden de keukens in de treinstellen gesloten. Vanaf de H2 revisie die in 1981 en 1982 werd uitgevoerd, werd de gesloten keuken vervangen door twee coupés tweede klas niet roken. De banken zijn afkomstig van afgevoerde treinstellen Materieel’46. Hiermee wordt het aantal zitplaatsen met 16 vergroot. Als eerste treinstel is de ElD2 1206 aangepast. Dit treinstel is op 19 april 1979 afgeleverd met verbouwde keuken na herstel van brandschade. De banken voor de verbouwing zijn afkomstig uit de afgevoerde ElD2 264.
Vernummeringen
De NS treinstellen zijn niet vernummerd. Nadat de NMBS afscheid neemt van het driecijferig typenummer vervalt 220 gedeelte van het nummer, maar gaan gewoon verder door het leven met hun oude nummer.
Om het museum treinstel 220.902 te mogen vervoeren is een inschrijving in het NVR nodig. Het treinstel werd met de volgende Nederlandse NVR kenmerken opgenomen; voor de BDk: 90 84 0 090 100-9 NL-HKOP en voor de ABk: 90 84 0 090 200-7 NL-HKOP.
Schadegevallen
- Op 1962 raakt het treinstel 1206 in brand.
- Op 25 januari 1969 is de 1205 betrokken bij een botsing met een vrachtwagen te Kalmthout in België. Als gevolg van deze botsing vat het treinstel vlam en hierdoor brand het rijtuig BDk uit. Het treinstel wordt op 27 januari 1969 naar de Haarlemse werkplaats gesleept. Vanwege de grote hoeveelheid werk in de werkplaats, wordt het herstelwerk uitbesteedt aan de werkplaats van de NMBS in Mechelen. Het treinstel wordt op 1 maart 1969 naar deze werkplaats gesleept. Tussen Haarlem en Roosendaal wordt het treinstel gesleept door de ElD4 696. Tussen Roosendaal en Mechelen wordt een ander ElD2 treinstel Materieel'57 gebruikt. Op 26 september 1969 wordt het treinstel weer in dienst gesteld, nadat het treinstel op september 1969 van Mechelen naar Haarlem was overgebracht.
- Op 1971 liep de 1208 brandschade op in het BDk rijtuig. Het treinstel was onderweg als trein van naar . Het treinstel werd op 18 januari 1971 naar Haarlem gebracht voor herstel. Op maart 1971 werd het treinstel afgeleverd.
- Op 1978 breekt er brand uit in de keuken van treinstel 1206. Bij het herstel van de schade wordt de keuken verbouwd tot twee coupés tweede klas.
- Op 24 november 1978 botst de ElD2 220 901 tussen Lage Zwaluwe en Zevenbergen op een bietenwagen. Het treinstel is onderweg als trein 119 van Amsterdam naar Brussel. Op 29 november 1978 komt het treinstel aan in Haarlem voor herstel. Op 16 december 1978 wordt het treinstel afgeleverd.
- Op 1979 breekt er brand uit in treinstel 1206. Het treinstel staat op dat moment in het station van Antwerpen. De keukenafdeling en de twee naastgelegen coupés lopen ernstige schade op. Het treinstel word op 5 januari 1979 binnen genomen in de Haarlemse werkplaats. Hier wordt de schade hersteld en het treinstel in revisie genomen. Bij deze revisie wordt de keukenafdeling verbouwd tot twee coupés tweede klas niet roken. Voor deze verbouwing worden de banken uit de afgevoerde ElD2 264 gebruikt. Op 19 april 1979 wordt het treinstel afgeleverd.
- Op 30 september 1979 ontspoort de 1202. Het treinstel is onderweg als trein van naar . Ter hoogte van Haarlem breekt een as van het draaistel onder het rijtuig. Als gevolg van de breuk ontspoort het treinstel.
- Op 4 maart 1980 wordt het treinstel 1207 ontdaan van zijn interieur door voetbalsupporters van . Zij zijn onderweg naar Brussel voor de wedstrijd . Het treinstel komt te tot stilstand. Het treinstel wordt op naar Haarlem overgebracht voor herstel. Op maart 1980 komt het treinstel al weer op de baan.
- Op 12 december 1980 botst de ElD2 220 901 ter hoogte van Rijswijk met een auto met aanhanger. Het treinstel is onderweg als trein van naar. Van de andere zijde nadert trein , met voorop WRDk 87-38 108. Het rijtuig raakt beschadigd en het treinstel arriveert op 13 december 1980 in Haarlem voor herstel. Op 6 maart 1981 wordt het treinstel afgeleverd. na herstel.
- Op 4 december 1983 breekt er brand uit in treinstel 1206. Het treinstel staat op dat moment in het station van Antwerpen.
- Op 28 juli 1986 breekt er brand uit in de vouwbalg van treinstel 1206. Het treinstel is samen met treinstel 1205 onderweg als trein 164 van Amsterdam naar Brussel. Tussen Hoofddorp en Nieuw Vennep komt de trein tot stilstand. Door de brandweer werd de brand geblust en op 31 juli 1986 wordt het treinstel naar de Haarlemse werkplaats overgebracht, waar het ter zijde werd gesteld. Het treinstel wordt niet meer hersteld vanwege de aanstaande vervanging van het materieel door nieuw materieel. Op 1 september 1986 wordt het treinstel naar de Amsterdamse werkplaats Zaanstraat gesleept, waar het zal dienen als pluktreinstel voor de overige treinstellen. In januari 1990 wordt het treinstel gesloopt.
- Op 11 augustus 1986 strandt treinstel 1207 vlak voor Amsterdam Centraal. Het treinstel wordt getroffen door brand in het elektrische gedeelte. Op 12 augustus 1986 wordt het treinstel naar Haarlem gesleept. Op 5 november 1986 is het treinstel na herstel afgeleverd.
- Op 25 november 1989 wordt er brand gesticht in treinstel 1205. Het afgevoerde treinstel staat sinds enkele maanden op de Rietlanden na zijn afvoer. Het ABKk rijtuig zakt door de felle brand door tot net boven de spoorstaven. Het treinstel is hierdoor nog nauwelijks vervoerbaar.
Bakwisselingen
Afvoer
De eerste plannen voor afvoer van de treinstellen, worden gemaakt in 19. In deze plannen is bepaald om de treinstellen af te voeren na de instroom van de nieuwe locomotieven van de reeks 11.8 en de rijtuigen ICR in 1986. De NS wil de acht eigen treinstellen gaan voorzien van een volledige Nederlandse tractie-installatie, welke afkomstig zijn uit afgevoerde treinstellen Materieel'46. De NMBS heeft geen plannen meer met de treinstellen en is bereid deze aan de NS over te doen. In 1986 wordt alleen de ElD2 1206 afgevoerd na in juli 1986 brandschade te hebben opgelopen. Het treinstel wordt op 31 juli 1986 afgevoerd. Op 15 januari 1987 worden alle treinstellen terzijde gesteld, maar blijven nog wel langer rijden omdat zij nog onmisbaar zijn. Op 26 februari 1986 worden de ElD2 1201 en ElD2 1205 terzijde gesteld. Op 1 maart 1987 worden de beide treinstellen uit het materieelpark afgevoerd. De treinstellen 220.901 en 220.902 worden op 4 april 1987 terzijde gesteld. De 220.902 wordt pas op 30 mei 1987 aan de kant gezet. De twee treinstellen worden bij de Roosendaalse werkplaats verzameld, waar de 220.901 op 1987 aankomt en de 220.902 op 1 juni 1987. Op 5 juni 1987 wordt opdracht gegeven tot het uitbouwen van de ATB-installatie van beide treinstellen. Voor 15 juli 1987 moet er een overzicht zijn met welke onderdelen voor de ATB in aanmerking komen om uit te bouwen. Dit bleek niet haalbaar, zodat de termijn opschoof naar 31 augustus 1987. Ook deze termijn werd niet gehaald. Het lukte de medewerkers van de Tilburgse werkplaats niet om de ATB op tijd te verwijderen. In september 1987 lukt het de medewerkers van de Haarlemse werkplaats het wel om de ATB te verwijderen. Daarnaast wordt uit de treinstellen overig inventaris dat eigendom is van de NS verwijderd. Op 22 september 1987 worden de treinstellen vanuit Roosendaal naar de werkplaats van Mechelen overgebracht. De NMBS stelt de twee treinstellen direct terzijde. De verbouwing tot posttreinstel is inmiddels geannuleerd en de NMBS is van plan om de 220.902 naar Leuven over te brengen om dit treinstel later op te nemen in de collectie van het Belgische spoorwegmuseum.
In januari 1988 rijden de treinstellen voor het laatst. Met ingang van 17 januari 1988 worden de nog laatste treinstellen (ElD2 1202 - ElD2 1204, ElD2 1207 en ElD2 1208) van de NS ter zijde gesteld. De laatste twee treinstellen van de NMBS, 220.903 en 220.904, worden op 15 januari 1988 terzijde gesteld. De ElD2 1208 + ElD2 220.903 ElD2 + ElD2 1204 + ElD2 1207 zijn op 15 januari 1987 in Vlissingen uit dienst genomen. De 220.903 wordt op 16 januari 1987 naar de Zaanstraat gereden en voegt zich bij de 220.904. In de Zaanstraat wordt de installatie voor 3.000 volt aangesloten en gecontroleerd. De ElD2 1202 en ElD2 1207 gaan op januari 1988 van Vlissingen naar Roosendaal. De ElD2 1204 en ElD2 1208 worden op januari 1988 van Vlissingen naar de Zaanstraat. De twee treinstellen ElD2 1204 + ElD2 1208 rijden op 27 januari 1988 en 3 februari 1988 van Amsterdam naar de Tilburgse werkplaats. Op 30 januari 1988 gaan de treinstellen als eerste elektrische treinstellen naar Lelystad. Op 3 februari 1988 zijn de ElD2 1204 + ElD2 1208 bij de treinstellen ElD2 1201, ElD2 1203, ElD2 1205 en ElD2 1206 neergezet bij de Zaanstraat. Op 9 februari 1988 zijn de treinstellen ElD2 220.903 en ElD2 220.904 van de Zaanstraat naar Roosendaal overgebracht voor het uitbouwen van de ATB. Het uitbouwen van de ATB en uitnemen van diverse andere zaken van de NS is op 25 februari 1988 afgerond. Op 26 februari 1988 zijn de twee treinstellen van Roosendaal naar Mechelen overgebracht, waarmee ze weer na bijna een jaar weer in België kwamen. De NMBS kan het echter niet eens worden over de prijs die de NS vraagt voor de aangeboden reservedelen. De NS brengt echter wel alle reserve onderdelen over uit de magazijnen van Utrecht en Tilburg over te brengen naar Roosendaal. In juli 1988 geeft de NMBS aan dat zij afzien van de overnamen van de reserve onderdelen. In augustus en oktober 1988 worden twee goederenwagons naar Mechelen gestuurd met onderdelen die waren aangeschaft op gemeenschappelijke rekening. Deze onderdelen moesten volgens afspraak aan de Belgen worden geleverd. Op 23 en 24 februari 1988 zijn de ElD2 1208 + ElD2 1203 + ElD2 1204 op eigen kracht van Amsterdam naar Roosendaal gereden. Op 28 februari 1988 zijn de deels geplukte treinstellen ElD2 1201 + ElD2 1205 + ElD2 1206 met behulp van de 1644 en vijf rijtuigen Plan E overgebracht van Amsterdam naar Roosendaal. In maart 1988 is de ElD2 1204 als eerste onttakeld in Roosendaal.
Op 17 februari 1989 worden de treinstellen 1201 - 1203, 1205, 1206 en 1208 vanuit de Watergraafsmeer naar de Rietlanden overgebracht in afwachting van sloop. Zij staan hier minder in het zicht van passerende reizigers en automobilisten.
Na de afvoer van stel 1205 werd de kop van de ABKk afgezaagd en geheel geel geschilderd. De kop werd geplaatst bij het bovengrondse station Rotterdam Blaak.
Sloop
Op 22 november 1989 zijn van de treinstellen 1206 en 1205 de luiken onder de rijtuigbak afgebrand, evenals enkele andere los zittende delen. Hiermee kwamen de treinstellen weer binnen profiel. Diesellocomotief 2203 sleept in de avonduren het treinstel 1206 van de Rietlanden naar de Haarlemse werkplaats. Hier wordt het treinstel ontdaan van het nog aanwezige asbest. De treinstellen 1201 - 1203 en 1208 werden op 27 november 1989 door het personeel van de firma Cord uit Roosendaal behandeld voor het loszittende asbest. Zij zijn daarmee ook weer binnen het profiel van de vrije ruimte gebracht. Alleen de 1205 is niet behandeld, omdat het treinstel zwaar beschadigd is geraakt bij de brand die twee dagen eerder in het treinstel woedde. Treinstel 1201 is in de nacht van 8 op 9 december 1989 naar de werkplaats van Haarlem gesleept om ontdaan te worden van asbest. Treinstel 1206 werd diezelfde nacht meegenomen naar de Westhaven, samen met het Bk rijtuig van de Materieel’54 ElD2 349.
Na het verwijderen van de asbesthoudende verwarmingskoffers, werd op 15 januari 1990 het uitgebrande en doorgezakte rijtuig ABKk 1205 in stukken gezaagd. De kop tot aan het eerste balkon alsmede het bijhorende draaistel werd hierbij behouden. Dit deel zal gebruikt gaan worden als monument bij het station Rotterdam Blaak. Op 16 januari 1990 zijn de treinstellen 1208 + 1203 door diesellocomotief 2203 van de Watergraafsmeer naar Haarlem overgebracht voor hun asbestbehandeling. Op de terugweg naar Amsterdam nam de locomotief de 1201 + BDk 1205 mee naar de Westhaven. De 1202 werd als laatste door diesellocomotief 2214 op 5 februari 1990 van de Rietlanden naar Haarlem gesleept. Terug naar de Westhaven nam de locomotief de treinstellen 1208 + 1203 mee.
In de nacht van 15 op 16 juni 1990 is als laatste treinstel de 1207 van de Haarlemse werkplaats naar de Westhaven overgebracht. Op 18 juni 1990 haalt het locomotiefje van sloper Hollandia/Koek het treinstel op van het basisemplacement en brengt het treinstel naar het sloopterrein. Hier bleef het treinstel enkele weken onaangeroerd staan.
De Belgische treinstellen 220.901, 220.903 en 220.904 zijn gesloopt in het Franse Dommary-Baroncourt. Zij werden op 21 juli 1990 overgebracht naar Frankrijk. Naast de drie Benelux treinstellen, worden met deze trein ook de treinstellen meegenomen. De treinstellen worden gesleept door de . De Benelux treinstellen worden pas eind 1991/begin 1992 gesloopt.
Museummaterieel
Van de 12 gebouwde treinstellen, is er een treinstel bewaard gebleven. Het gaat om de Belgische 220 902. Deze is door de NMBS bewaard gebleven. In 2013 gaat het eigendom van het treinstel over naar de Stichting Hondekop. In 2017 wordt het treinstel naar Nederland overgebracht.
- NMBS
Het treinstel heeft na zijn afvoer door bij de NMBS jarenlang in de museumbewaarplaats in Leuven gestaan. Het treinstel heeft zowel in de buitenlucht als binnen in de loodsen gestaan. Het treinstel staat daar in afwachting van de bouw van een nieuw museum in Brussel. In 201 blijkt dat het treinstel geen rol zal gaan spelen in het nieuwe museum. Daarnaast blijkt dat de loods waar in het treinstel staat, plaats te moeten maken voor nieuwbouw. Ook het overige materieel dat hier in de loop der jaren is verzameld, moet plaats maken. Niet al het materieel kan mee verhuizen naar het nieuwe museum in Schaarbeek. In juni 2013 wordt bekend dat het treinstel naar Nederland zal gaan, waar het toegevoegd zal worden aan de collectie van de Stichting Hondekop.
- Stichting Hondekop
Op 14 juni 2013 wordt bekend dat treinstel NMBS 220 902 overgaat van de NMBS naar de Stichting Hondekop. Het wordt het tweede treinstel van de stichting naast de 766. Het treinstel zal rijvaardig worden opgeknapt. Op 9 juli 2015 maakt de stichting bekend dat het treinstel op korte termijn overgebracht gaan worden van België naar Nederland. In september 2016 zijn er door een aantal vrijwilligers van de stichting werkzaamheden uitgevoerd aan het treinstel. Zo is het treinstel gesplitst en is het met de koppen tegen elkaar gezet. Bij de bakovergangen zijn hulpkoppelingen geplaatst om zo het treinstel te kunnen slepen achter een locomotief. Op 14 juli 2017 wordt het treinstel van Leuven naar Roosendaal gesleept door de 6603 van Captrain. Na aankomst in Roosendaal is het treinstel gesplitst in twee rijtuigen, zodat er afzonderlijk werkzaamheden verricht kunnen worden aan de rijtuigen. In Roosendaal zal bij Spoorijzer het treinstel worden gecontroleerd. Tevens wordt het loopwerk van het treinstel onder handen genomen. Na deze werkzaamheden zal het treinstel naar Amersfoort worden gesleept. In Amersfoort zal het casco van het treinstel gereviseerd gaan worden.
Revisie
Het treinstel zal tijdens de revisiewerkzaamheden terug worden gebracht in het uiterlijk van de tweede helft van de jaren '70, nadat het treinstel de grote revisie heeft ondergaan. Dit uiterlijk past het best bij het bestaande interieur en bij de ElD4 766. In de ABk zal de keuken weer terugkeren op de originele plaats. De keuken zal echter kleiner zijn dan voor de verbouwing. De keuken zal slechts één coupé kosten. De tweede coupé die destijds is omgebouwd zal dienen voor de persoonlijke eigendommen van het rijdend personeel en vrijwilligers. De rijtuigbakken zullen stuk voor stuk worden gereviseerd. Als eerste zal de ABk onder handen genomen worden. Het treinstel zal ook voorzien gaan worden van ERTMS, zodat er ook in België met het treinstel kan worden gereden. Hiertoe zal het interieur in de cabine moeten worden aangepast, zodat er twee DMI-schermen geplaatst kunnen worden. Ook moeten diverse kabels en antennes worden geplaatst. Nadat beide rijtuigbakken gereviseerd zijn, zullen zij gekoppeld gaan worden om getest te worden. In een werkplaats zal de eindcontrole plaats vinden. Wanneer deze controle slaagt, zullen er testen worden uitgevoerd met de ElD4 766.
Op 17 juli 2017 beginnen de werkzaamheden aan het treinstel. Begin augustus 2017 is begonnen met het schoonmaken van de draaistellen, als voorbereiding op de draaistelrevisie. De draaistellen zijn onder de rijtuigbakken gehaald en de rijtuigbakken zijn op nooddraaistellen geplaatst. De draaistellen worden met behulp van droogijs gestraald. Na het schoonmaken van de draaistellen worden zij opgeslagen in afwachting van de revisie. Medio augustus 2017 wordt begonnen met het schoonmaken van het interieur. Na het afronden van de werkzaamheden aan de draaistellen, wordt in het najaar van 2017 besloten om de opknapbeurt in Roosendaal plaats te laten vinden in plaats van in Amersfoort. Omdat Spoorijzer het spoor nodig heeft waar het treinstel op staat, moet het treinstel tijdelijk buiten worden gestald. Hiertoe wordt in augustus 2017 de rijtuigbakken ingepakt in zeilen. In oktober 2017 wordt van de BDk het zeil vervangen door een sterker zeil, welke beter bestand is tegen de invloeden van het weer. Op het dak worden alle uitstekende delen ingepakt met foam en rubber, om te voorkomen dat deze delen de zeilen kunnen beschadigen. De ABk wordt op 7 januari 2018 voorzien van het sterkere zeil. Voor het opknappen van het treinstel zullen de faciliteiten uit Amersfoort naar Roosendaal worden overgebracht, omdat het terrein in Amersfoort eind 2018 verlaten moet zijn. In Roosendaal mogen de werkzaamheden wel worden uitgevoerd. Het verhuizen zal in de loop van 2018 plaats gaan vinden. In juni 2018 wordt begonnen om de werkplek gereed te maken voor de revisie. Deze plek is gelegen achter de voormalige locomotiefloods. Op 2 juli 2018 worden de werkwagens met onderdelen en gereedschap vanuit Amersfoort naar Roosendaal overgebracht. Als eerste is de ABk in de werktent geplaatst. Dit gebeurde door de tent op te bouwen om het rijtuig heen. Als eerste worden de doorgeroeste dakgoten verwijderd. Eind augustus 2018 wordt begonnen met het demonteren van het interieur van dit rijtuig. Als eerste is de afdeling die grenst aan de bakovergang ontdaan van zittingen, plafond- en wandplaten. In september 2018 wordt begonnen met het demonteren van onderdelen aan de buitenzijde van dit rijtuig, zoals neusladders, stroomafnemer en tyfoonrooster. In het interieur worden prullenbakken en raamlijsten verwijderd. De gedemonteerde banken zijn in een van de werkwagens geheel schoongemaakt. In oktober 2018 wordt aan de onderzijde van de rijtuigbak slecht plaatwerk vervangen door nieuw. Aan de binnenzijde van de rijtuigbak wordt al het plaatwerk verwijderd waar nieuw plaatwerk moet komen. Alles wat hier vandaan komt, wordt grondig schoongemaakt. Eind oktober 2018 is het rijtuig geheel ontdaan van plafondplaten. De baanruimer en treeplanken zijn verwijderd. De verwijderde ramen worden vervangen door houten platen. In december 2018 zijn de bodemplaten aan de onderzijde gedemonteerd om gereinigd en opgeknapt te worden. In december 2018 worden de luchthappers en ventilatoren op het dak gedemonteerd. De luchtfilters zijn schoongemaakt en geschilderd. Na droging is alles weer in elkaar gezet. In januari 2019 zijn de luchthappers in zijn geheel gedemonteerd en alle onderdelen zijn schoongemaakt en geschilderd. Aan het eind van de maand was de luchthapper weer geheel gemonteerd en geschilderd. In februari 2019 is al het slechte plaatwerk in de zijwanden vervangen en is de beplating van de bodem- en schortplaten aan de beurt om na gekeken te worden en daar waar nodig hersteld. In maart 2019 wordt het gat van de luchthapper dicht gemaakt met hout ter voorbereiding op het stralen van het dak. Daarnaast worden roestgaten gedicht. In het interieur worden de kachels gedemonteerd en in de werkwagen schoongemaakt en geverfd. Ook wordt begonnen met het verwijderen van de ramen. Het houtwerk onder de ramen wordt behandeld en in de beschermende menie gezet, voordat een houten plaat het raam zal afdichten. In mei 2019 is de vouwbalg verwijderd. In juni 2019 wordt de nieuwe dakgoot bevestigd aan het dak van het rijtuig. In juni 2019 worden de laatste ramen verwijderd uit het rijtuig. In juli 2019 worden de dakventilatoren schoongemaakt en in de menie gezet. In augustus 2019 krijgen de ventilatoren de grijze kleur. Bij een aantal uitgenomen ramen werden slechte plekken geconstateerd, zodat het oude hout werd vervangen door nieuwe hout. In deze maand wordt er ook begonnen met het schoonmaken van de plafondplaten. In september 2019 wordt begonnen met het uitnemen van de ramen in de cabine. In oktober 2019 zijn al deze ramen verwijderd. Vervolgens is er begonnen met het opknappen van de schortplaten, waarbij slechte stukken worden vervangen door nieuwe stukken plaat. Eind oktober 2019 is er begonnen met de draaistelrevisie. Deze wordt uitgevoerd bij Strukton in Zutphen. De draaistellen worden eerst gedemonteerd en gereinigd. Slechte onderdelen worden vervangen of gereviseerd. Deze werkzaamheden zijn in december 2019 gereed. De twee draaistellen zullen onder de ElD4 766 geplaatst worden, omdat het treinstel in mei 2019 schade heeft opgelopen aan de wielen en andere onderdelen, zodat een revisie noodzakelijk is. In juni 2020 gaan de werkzaamheden aan het treinstel verder, nadat deze een tijd lang stil hebben gelegen. De cabinedeuren worden uitgenomen en gerestaureerd. Na het opknappen van de deuren zijn zij geschilderd aan de binnenzijde. De schuifdeuren zijn aan de buitenzijde voorzien van houten platen, zodat de zijwand gestraald kan worden. De schuifdeuren zelf kunnen niet gestraald worden. In de zomer van 2020 is verder gewerkt aan het dichtmaken van het rijtuig om gestraald te worden. Zo zijn de openingen in de neus van de lampen en tyfoons dichtgemaakt. De ramen van de cabine zijn uitgenomen, geschuurd en opnieuw geschilderd. Daarnaast zijn slechte stukken plaatwerk vervangen. Op het dak is de stroomafnemer verwijderd. Aan het begin van augustus 2020 is de BDk verplaatst, zodat het rijtuig dichterbij de werkplaats staat. De zeilen zijn van het rijtuig verwijderd, zodat er in het rijtuig gewerkt kan worden. Het interieur in de open afdeling tweede klas is geheel verwijderd. Bij de ABk is de straalinstallatie op een klein deel van de kopwand getest om zo tot het beste resultaat te komen. In september 2020 is de kleine open afdeling van de BDk leeg gehaald met banken en verwarmingselementen. Aan de buitenzijde zijn ook diverse onderdelen gedemonteerd, zoals de baanruimer, ladders op de neus en de spoiler op het dak. In oktober 2020 zijn de plafondplaten en de platen van de zijwanden van de verschillende afdelingen en het balkon van de BDk gedemonteerd. Het metalen frame onder de ramen is in beschermende verflaag geschilderd. Van de stroomafnemer zijn de beschermkap en steunpunten schoongemaakt en geschilderd. Van de baanruimers zijn slechte plekken hersteld. In november 2020 is begonnen met het stralen van de rijtuigbak van de ABk, zodat alle verflagen worden verwijderd en het blanke staal weer zichtbaar is. Na het stralen wordt het rijtuig in de grondverf geschilderd ter bescherming van het plaatwerk. Om meer licht in het rijtuig te krijgen zijn de bovenste raamopeningen weer onder het hout vandaan gehaald. Na het stralen en het aanbrengen van de grondverf, wordt in december 2020/januari 2021 begonnen met het terugplaatsen van de ramen. De raamlijsten zijn daartoe donkergrijs geschilderd. Als eerste zijn de ramen in de cabine teruggeplaatst. Daarnaast is men bezig geweest om de houders van de frontseinen op te knappen en te schilderen. In het voorjaar van 2021 zijn de gele frontseinhouders en opening van de typhoons terug geplaatst in de ABk. Die van de BDk zijn weggelegd tot dat de BDk toe is om opgeknapt te worden. In maart 2021 worden de houders van de schortplaten in de grijze verf gezet. Vervolgens zijn de beugels voor het vastklemmen van de schortplaten geplaatst. Op het dak zijn diverse ventilatoren terug geplaatst. Het waterreservoir voor het toilet is tegelijkertijd gecontroleerd op lekkages, die er niet waren. Aan de zijkant zijn de klemmen voor de koersborden teruggeplaatst. De neus van het rijtuig kreeg de ruitenwissers, rooster voor de typhoon en frontseinen terug. Op 10 april 2021 wordt het rijtuig verplaatst naar een putspoor in de voormalige locomotiefloods van Roosendaal. Het rijtuig is hier opgebokt, om zo de onderkant te kunnen reinigen. Diverse luchttanks konden onder het rijtuig vandaan worden gehaald om opknapt te worden. Als gevolg van schilderwerkzaamheden aan de 766, zijn de werkzaamheden aan de 220.902 tijdelijk stil gelegd. In augustus 2021 wordt de BDk in de tent neergezet, in afwachting van het stralen. Als eerste werden de ramen verwijderd, met uitzondering van het bovenste gedeelte. In de raamopeningen werden houten platen geplaatst ter bescherming tijdens het stralen. Op het dak zijn diverse leidingen en houders verwijderd. De houders zijn vervolgens schoongemaakt en geschilderd. Na het verwijderen van de oude regengoot op het dak, is er een nieuwe regengoot geplaatst. In de zomer van 2021 is het slechte houtwerk van diverse ramen vervangen door nieuw houtwerk. Van de cabine zijn eveneens de ramen en deuren verwijderd. De vrijgekomen gaten zijn opgevuld met houten platen. In december 2021 is begonnen met het schuren van de schuifdeuren. Daarnaast werd de ABk verplaatst naar de achterzijde van de werkplaats. Er kan nu gewerkt worden in het rijtuig. De bodemplaten van de BDk zijn in december 2021 schoongemaakt. Op het dak kwam de tweede regengoot terug. In december 2021 is begonnen met het schuren van de schuifdeuren van het BDk-rijtuig. Op het dak zijn diverse gaten gedicht. De ABk is dichterbij de werkplaats gezet, zodat er in het rijtuig gewerkt kan worden. Aan het begin van 2022 is in de ABk begonnen met het terugplaatsen van de plafondplaten. In het voorjaar van 2022 wordt begonnen met het opnieuw inrichten van de afdeling na de bakovergang van de ABk. De wanden zijn schoongemaakt en de verwarming is teruggeplaatst. De wandpanelen kunnen nog niet allemaal teruggeplaatst worden, omdat diverse panelen in een te slechte staat zijn. Het plafond van het balkon nabij de tweede klasse van de ABk is vervolgens opnieuw geplaatst in juni 2022. In juli 2022 is de BDk gestraald. Na het stralen is het rijtuig in de primer gezet. In de ABk zijn in de afdeling na de bakovergang armleuningen, prullenbakken, raamlijsten en tafels teruggeplaatst. Elders in het rijtuig zijn nieuwe wandpanelen geplaatst. In augustus 2022 is de BDk geplamuurd en geschuurd. Vervolgens is het rijtuig in de tweede laag primer gespoten. In de ABk werd het interieur en verlichting teruggeplaatst in de afdeling bij de bakovergang. In september 2022 is de revisie van de draaistellen weer opgepakt. De onderdelen zijn schoongemaakt en geschilderd. Deze werkzaamheden worden bij Strukton in Zutphen uitgevoerd. De lagers zijn gecontroleerd en voorzien van nieuw vet. Vervolgens zijn de aspotten geplaatst. In het najaar van 2022 wordt in de open afdeling van de BDk de schotten voor het mechaniek van de ramen geplaatst. Na deze werkzaamheden kunnen de ramen weer worden teruggeplaatst. Na het plaatsen van de ramen, is de bekleding van het plafond en de verlichting teruggeplaatst. In de cabine van de BDk zijn de ramen teruggeplaatst en in de afdelingen worden de resterende plafondplaten geplaatst. In maart 2023 wordt begonnen met het terugplaatsen van het interieur in de open afdeling van de BDk. Als eerste werden rekken, verwarmingen etc teruggeplaatst. In de coupes van de eerste klas in de ABk wordt begonnen om ook hier het interieur terug te plaatsen. In april 2023 is men in de BDk begonnen met het plaatsen van de bankframes. Tegelijkertijd is in de afdeling nabij de bakovergang begonnen met het terugplaatsen van de panelen in de zijwanden.
Afleverdata
| Stelnummer | Afleverdatum | In dienst | In revisie (H2) | Uit revisie (H2) | In revisie (H2) | Uit revisie (H2) | In revisie (H3) | Uit revisie (H3) | In revisie (H2) | Uit revisie (H2) | In revisie (H3) | Uit revisie (H3) | In revisie (tussen) | Uit revisie (tussen) | In revisie (H2) | Uit revisie (H2) | Ter zijde | Sloop(rit) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1201 | 2 juli 1957 | 29 september 1957 | 1 september 1959 | 19 september 1959 | 15 november 1961 | 24 november 1961 | 15 juni 1964 | 6 augustus 1964 | 14 maart 1968 | 17 mei 1968 | 4 april 1973 | 29 juni 1973 | 18 september 1978 | 9 oktober 1978 | 19 januari 1981 | 20 maart 1981 | 1 maart 1987 | 1 maart 1990 |
| 1202 | 10 juli 1957 | 29 september 1957 | 27 juni 1959 | 10 juli 1959 | 15 januari 1962 | 30 januari 1962 | 7 augustus 1964 | 25 september 1964 | 30 september 1968 | 15 november 1968 | 5 december 1973 | 5 maart 1974 | 14 augustus 1978 | 7 september 1978 | 3 december 1981 | 16 februari 1982 | 17 januari 1988 | 8 mei 1990 |
| 1203 | juli 1957 | 29 september 1957 | 1964 | maart 1968 | 15 januari 1973 | 27 april 1973 | 3 april 1978 | 27 april 1978 | 6 mei 1981 | 21 juli 1981 | 17 januari 1988 | 6 april 1990 | ||||||
| 1204 | 23 juli 1957 | 29 september 1957 | 9 mei 1959 | 2 juni 1959 | 25 september 1961 | 4 oktober 1961 | 2 april 1964 | 15 juni 1964 | n.v.t. | n.v.t. | 14 juni 1973 | 28 september 1973 | 10 mei 1978 | 8 juni 1978 | 22 juni 1981 | 4 september 1981 | 17 januari 1988 | 8 juni 1988 |
| 1205 | september 1957 | 29 september 1957 | 4 november 1965 | 17 augustus 1970 | 8 oktober 1970 | 2 oktober 1974 | 18 december 1974 | 11 oktober 1979 | 6 november 1979 | 9 juli 1982 | 24 september 1982 | 1 maart 1987 | ABk: 15 januari 1990; BDk: 6 april 1990 | |||||
| 1206 | september 1957 | 29 september 1957 | januari 1965 | september 1968 | 24 september 1973 | 13 december 1973 | 13 november 1978 | 5 december 1978 | 19 september 1980 | 6 november 1980 | 31 juli 1986 | januari 1990 | ||||||
| 1207 | september 1957 | 29 september 1957 | februari 1965 | september 1970 | 2 mei 1974 | 31 juli 1974 | 25 oktober 1978 | 4 mei 1982 | 12 juli 1982 | 17 januari 1988 | augustus 1990 | |||||||
| 1208 | september 1957 | 29 september 1957 | april 1965 | 6 november 1969 | 19 december 1969 | 12 februari 1974 | 20 mei 1974 | 23 oktober 1978 | 14 november 1978 | 22 februari 1982 | 29 april 1982 | 17 januari 1988 | ABk: 17 april 1990; BDk: 12 april 1990 |
| Stelnummer | Afleverdatum | In dienst | In revisie (H2) | Uit revisie (H2) | In revisie (H2) | Uit revisie (H2) | In revisie (H3) | Uit revisie (H3) | In revisie (H2) | Uit revisie (H2) | In revisie (H3) | Uit revisie (H3) | In revisie (tussen) | Uit revisie (tussen) | In revisie (H2) | Uit revisie (H2) | Ter zijde | Sloop(rit) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 220.901 | augustus 1957 | 29 september 1957 | september 1965 | 10 januari 1970 | 20 februari 1970 | 15 juli 1974 | 11 oktober 1974 | 20 april 1979 | 15 mei 1979 | 13 augustus 1981 | 18 december 1981 | 4 april 1987 | 21 juli 1990 | |||||
| 220.902 | augustus 1957 | 29 september 1957 | 29 december 1965 | 8 juli 1970 | 14 augustus 1970 | 29 juli 1975 | 7 november 1975 | 3 augustus 1979 | 12 september 1979 | 8 oktober 1982 | 31 december 1982 | 4 april 1987 | n.v.t. (stichting Mat'54) | |||||
| 220.903 | augustus 1957 | 29 september 1957 | 1 juni 1965 | 10 november 1970 | 23 december 1970 | 4 december 1974 | 24 maart 1975 | 10 juli 1979 | 3 augustus 1979 | 22 december 1982 | 10 maart 1983 | 15 januari 1988 | 21 juli 1990 | |||||
| 220.904 | augustus 1957 | 29 september 1957 | 16 juli 1965 | 13 januari 1971 | 26 februari 1971 | 25 februari 1975 | 23 juli 1975 | 18 februari 1979 | 3 april 1979 | 24 februari 1981 | 13 mei 1981 | 15 januari 1988 | 21 juli 1990 |
|
Bronnen, Referenties en/of Voetnoten
|