SM'90: verschil tussen versies
Geen bewerkingssamenvatting |
Geschiedenis en uitvoering. |
||
| (17 tussenliggende versies door dezelfde gebruiker niet weergegeven) | |||
| Regel 1: | Regel 1: | ||
Voor de vervanging van de treinstellen type [[T - Treinstellen Plan T|Plan T]] / [[V - Treinstellen Plan V|Plan V]] werden 9 treinstellen besteld die dienden als prototype voor een grote order nieuw stoptrein materieel. De treinstellen krijgen de bijnaam Railhopper. | Voor de vervanging van de treinstellen type [[T - Treinstellen Plan T|Plan T]] / [[V - Treinstellen Plan V|Plan V]] werden 9 treinstellen besteld die dienden als prototype voor een grote order nieuw stoptrein materieel. De treinstellen krijgen de bijnaam Railhopper. | ||
[[Bestand:2109 als tr 8027 (19-2-2005).jpg|400px|thumb|right|De 2109 in Zwolle<br><small><small>foto: | [[Bestand:2109 als tr 8027 (19-2-2005).jpg|400px|thumb|right|De 2109 in Zwolle<br><small><small>foto: Team RailWiki</small></small>]] | ||
= '''Geschiedenis''' = | |||
In 1983 wordt begonnen met de eerste plannen om de treinstellen Plan T en Plan V te vervangen, waarvan de eerste treinstellen halverwege de jaren '90 de leeftijd van 30 jaar bereiken. Deze nieuwe treinstellen zullen moderner zijn dan het al bestaande materieel. Zo zullen zij onder andere worden voorzien van zuinige draaistroommotoren. In 1985 worden de eerste plannen voor de aanschaf gemaakt en in 1989 wordt het voorstel tot investering goedgekeurd door het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Op 31 juli 1990 worden negen treinstellen besteld bij Talbot in Aken. Door Holec in Ridderkerk zal een groot deel van de elektrische installatie worden geleverd. De draaistellen worden geleverd door RMO/Werkspoor. De deuren en bediening worden geleverd door Tebel en het interieur is gemaakt door Emsta. De besturing vindt plaats door middel van micro-elektronica. Een diagnosesysteem geeft het personeel gericht informatie over het treinstel. Met dit systeem kan het bezoek aan een werkplaats voor onderhoud aanzienlijk worden verkort. De treinstellen dienen als proefserie voor een grotere order voor de bestelling van ongeveer 250 treinstellen in twee- en driedelige uitvoering. De negen treinstellen worden opgenomen in de serie 2100 en krijgen de nummers El2 2101 - El2 2109. De bijnaam voor SM'90 werd ''Railhopper'', bedacht door een NS'er. Na levering van de 9 treinstellen zou er een bestelling worden geplaatst voor meer treinstellen. Door de sterk toegenomen groei van het aantal reizigers gaf de NS echter de voorkeur aan het bouwen van dubbeldeksmaterieel. Daarnaast spelen diverse problemen met de computergestuurde besturings- en diagnosesystemen de nieuwe treinstellen geregeld parten. De vervanging van de treinstellen Plan V en Plan T zou rond de eeuwwisseling actueel gaan worden. Afhankelijk van de vervoersgroei wordt dan het nieuwe materieel besteld. Gedane ervaringen met deze treinstellen zijn later verwerkt in de bestellingen [[DM'90]] en [[IRM (InterRegio Materieel)|DD-IRM]]. Vanwege hun breedte zijn de treinstellen buiten profiel. Door deze breedte zijn een aantal beperkingen van kracht, zoals het niet passeren van elkaar op de vrije baan of het berijden van een afbuigend wissel nabij een perron. Deze voorwaarden komen in de zomer van 1993 te vervallen voor de baanvakken Zwolle - Emmen, Zwolle - Groningen en [[Weesp]] - [[Lelystad Centrum]]. | |||
De officiële overdracht van het eerste treinstel vond plaats op 15 januari 1993 in de fabriek van Talbot, nadat een eerder overdracht moment op 14 december 1992 niet door kon gaan vanwege toeleveringsproblemen. Op 20 januari 1993 werd het eerste treinstel SM'90 naar Nederland overgebracht. Het treinstel is vanuit Aken door de 215 026 naar Herzogenrath overgebracht. Vanuit Herzogenrath is het treinstel door [[2200/2300 - Diesel locomotieven serie 2200/2300|diesellocomotief 2330]] als trein 82140 via de [[Maaslijn]] naar [[Lijnwerkplaats Zwolle|Zwolle]] gebracht. In de Zwolse werkplaats wordt door Holec de software voor de besturing ingebouwd. Dit zal bij de El2 2101 ongeveer 6 maanden in beslag nemen. Voor de overige 8 treinstellen zal het inbouwen minder lang gaan duren. Als de treinstellen in gebruik zijn genomen, zal er een periode aanbreken om de treinstellen goedgekeurd te krijgen en zal de opleiding voor het rijdend personeel van start gaan. Vanaf november 1993 kunnen de treinstellen ingezet gaan worden in de reizigersdienst. | |||
Op | Op 27 april 1993 werd treinstel El2 2103, t.b.v. bezichtiging door HGB-personeel, vanuit [[Heerlen]] via [[Utrecht Centraal|Utrecht]] naar Zwolle overgebracht door locomotief [[1100 - Elektrische locomotieven serie 1100|1132]]. Het treinstel werd door de 2309 vanuit Herzogenrath naar Heerlen gesleept. Vanaf de fabriek werd het treinstel door de 215 114 van Aken naar Herzogenrath gebracht. De Buiten Profiel status maakte het noodzakelijk om te passen en te meten of alle perrons te Utrecht wel geschikt waren voor het treinstel. Hiertoe werd het transport aan een perron te Boxtel aan de kant gezet en werd beslist dat het transport niet op spoor 4 in Utrecht mocht binnenkomen. Verbazing alom toen dit toch gebeurde... Achter de [[6400/6500 - Diesel locomotieven serie 6400/6500|6488]] arriveert op 27 mei 1993 de El2 2104 in Nederland. De El2 2104 staat van 27 augustus tot en met 5 september 1993 in het Spoorwegmuseum om bezichtigd te worden. Op 11 september 1993 is de El2 2104 te zien tijdens Open Monumentendag in [[Ommen]]. Op 17 september 1993 zijn de El2 2101 en El2 2104 uit Zwolle naar Rotterdam gereden, waarbij de El2 2101 werd gebruikt voor profielmetingen in de nieuwe [[Willemsspoortunnel]]. De El2 2104 was te zien tijdens een materieelshow in het kader van de opening van de Willemsspoortunnel op het vernieuwde station [[Rotterdam Zuid]]. De El2 2104 wordt op 25 september 1993 gebruikt tijdens de open dag van de [[Hoofdwerkplaats Tilburg]]. Tijdens de winter 1993/1994 bleken er problemen met de verwarming te zijn, waardoor de Railhoppers tot eind februari 1994 aan de kant stonden. Op 22 maart 1994 werd de El2 2101 naar Venlo gesleept ten behoeve van overbrenging naar Wenen voor een bezoek aan de Klimakammer. Van Zwolle tot aan Venlo wordt het treinstel getrokken door de . Als rem/koppelwagen wordt een rijtuig Df meegevoerd. In Duitsland wordt de combinatie getrokken door de 140 055 van de DB. Op 4 mei 1994 keert het treinstel terug naar Nederland. Via Venlo komt het treinstel naar Zwolle. | ||
| Regel 85: | Regel 86: | ||
| '''treindetectlesystemen ''' || geschikt voor alle detectiesystemen | | '''treindetectlesystemen ''' || geschikt voor alle detectiesystemen | ||
|- style="background-color: #e3e3e3; 3px;" | |- style="background-color: #e3e3e3; 3px;" | ||
| '''treinbeïnvloedingssysteem ''' || ATB-EG | | '''treinbeïnvloedingssysteem ''' || ATB-EG fase 4 | ||
|- style="background-color: #e3e3e3; 3px;" | |- style="background-color: #e3e3e3; 3px;" | ||
|} | |} | ||
| Regel 91: | Regel 92: | ||
[[Bestand:Drst-Mv-1.png|thumb|right|100px|<small>''Motordraaistel type | [[Bestand:Drst-Mv-1.png|thumb|right|100px|<small>''Motordraaistel type Mv''</small>]] [[Bestand:Drst-Li-1.png|thumb|right|100px|<small>''Loopdraaistel type Li''</small>]] De treinstellen hebben een lengte van 52,340 meter, een hoogte van 4,142 meter en een maximumbreedte van 3,200 meter. De vloer ligt op 116 centimeter boven de spoorstaaf. Het gewicht van een treinstel is 98,5 ton. Een treinstel is voorzien van vier tractiemotoren van type . Elke motor heeft een vermogen van 278 kW (379 pk). Het treinstel heeft een totaal vermogen van 1.112 kW (1.515 pk). Deze motoren zijn vol afgeveerd opgehangen. Een motordraaistel beschikt over twee tractiemotoren. De draaistroommotoren kunnen energie aan de bovenleiding terugleveren tijdens het remmen. Hier wordt echter geen gebruik van gemaakt. Het treinstel is ontworpen voor een snelheid van 160 kilometer per uur. De normale dienstsnelheid is begrensd op 140 kilometer per uur. Het ABk rijtuig is voorzien van een stroomafnemer, type van . Om te voorkomen dat er een te hoge stroom door het treinstel komt te lopen, is er op het balkon van het ABk rijtuig een snelschakelaar geplaatst. Een treinstel is van een aantal beveiligingen voorzien. Ter voorkoming van wielslip zijn de treinstellen voorzien van een antislipregeling. Deze zorgt er voor dat het vermogen naar de wielen wordt verminderd. Het treinstel is voorzien van een elektrische installatie die drie spanningen kent. Er is een gelijkspanningsnet van 110 volt en een wisselspanningsnet van 220/380 V 50 Hz. Onder het k rijtuig zijn de twee compressoren opgenomen. Deze kan liter lucht per minuut leveren. Deze lucht wordt gebruikt voor de diverse elektro-pneumatische apparatuur. Voor het leveren van stroom voor de stuurstroom en verlichting, is onder het rijtuig een statische omzetter opgenomen van , type. Deze zet de 1.500 Volt bovenleidingspanning om in 110 V gelijkspanning voor de stuurstroom en 220/380 V 50 Hz voor de verlichting. De statische omzetter levert een vermogen van ca. 30 kW. Verder zijn er nog twee kleine statische omzetters van 0,7 kW - 24 V DC aanwezig voor de railremmmen. Onder het k rijtuig bevinden zich de . Het treinstel beschikt over 24 zitplaatsen eerste klas, 113 (bij 4 op een rij) of 133 (bij 5 op een rij) zitplaatsen tweede klas en 14 klapzittingen. De aanduiding voor het treinstel is El2. Het rijtuig Bk heeft als [[Bakcodes|bakcodenummer 410]]. Het rijtuig ABk heeft als bakcodenummer 411. De motordraaistellen van het Stork RMO type 9500 hebben als draaistelcode Mv en zijn genummerd: 001 … 023. De loopdraaistellen van het Stork RMO type 9501 hebben als draaistelcode Li en zijn genummerd: 001 … 023. De wielen hebben een diameter van 92 centimeter als zij nieuw zijn. De minimale wieldiameter is 84 centimeter. De asindeling is 2'B' + B'2'. De afstand tussen de draaistellen bedraagt 17,92 meter. De radstand van de draaistellen is 2,50 meter. Zowel één motor- als ook één loopdraaistel waren ter beproeving als kruisankerdraaistel uitgevoerd. De treinstellen zijn voorzien van de fabrieksnummers . | ||
{{Clearboth}} | {{Clearboth}} | ||
= '''Uitvoering''' = | = '''Uitvoering''' = | ||
Het bakgeraamte is opgebouwd uit constructiestaal Fe 360. De zwaarder belaste delen zijn uitgevoerd in het zwaardere Fe 510 staal. De constructie is sterker dan een bestaande constructie, maar toch lichter qua gewicht. Het geraamte wordt in een mal in elkaar gelast. Aan de onderzijde zijn stelbalken, welke onderling door met dwarsverbindingen bij elkaar worden gehouden. Met staanders op de stelbalken worden de hemelbomen ondersteund. Ter versteviging van het dak zijn dwarsverbindingen aangebracht onder het dak. Tussen de staanders zijn aan de onderzijde eveneens stalen profielen geplaatst voor de stevigheid. In de mal worden ook het dak geplaatst en de stalen golfplaten voor de vloer. De kop van het rijtuig wordt apart opgebouwd uit stalen kokers. Deze kokers worden bekleed met staalplaat. De kop wordt in de mal aan de rest van het rijtuig vast gemaakt. De bekleding van de rijtuigbak bestaat uit millimeter dik plaatstaal. De baanschuiver is geïntegreerd in het casco. Voor de isolatie van het rijtuig is gebruik gemaakt van . De treinstellen zijn aan de buitenzijde voorzien van stickers voor klasse-aanduiding, treinstelnummer en niet roken. Het treinstelnummer is aan de linkerzijde van elk rijtuig geplaatst en wel onder het eerste raam. Onder het tweede raam is het logo aangebracht. Elk rijtuig van een treinstel is geplaatst op eigen draaistellen. De front- en sluitseinen zijn naast elkaar geplaatst. Het derde frontsein is onder het cabineraam geplaatst. De aanzuiging voor de koellucht van de tractie installatie vindt plaats vanaf . De ABk is voorzien van een stroomafnemer. Op het dak is een verwarmingsunit geplaatst. | |||
Het | In de cabine is het bedieningspaneel recht voor de machinist geplaatst. Op deze manier is de cabine zo ergonomisch mogelijk ingericht. Aan de rechterzijde van de machinist is een diagnosescherm geplaatst waar de relevante informatie, zoals brandstofniveau, temperatuur en toerentallen (ook van de Wadlopers), wordt weergegeven. Ook waarschuwingen komen in dit scherm naar voren. In het midden is de snelheidsmeter geplaatst waarin het ATB paneel is geïntegreerd. Het diagnose- en besturingssysteem bevat per cabine een centrale verwerkingseenheid (PLC: Programmable Logic Controls). Via een netwerk in de trein communiceren de controllers met diverse subsystemen, zoals de tractiemotoren, remmen, deuren etc. Daarnaast vindt er communicatie plaats via kabels in het treinstel die de besturingssignalen geleiden. De stuurtafel is met beide systemen verbonden. Door de gebruikte elektronica is het ook mogelijk om de technische toestand van de subsystemen te beoordelen in een diagnosescherm. Op dit scherm is het ook mogelijk om de eventueel gekoppelde treinstellen te volgen in dit diagnosescherm. Dit scherm toont adviezen bij storingen. Dit bestaat uit te ondernemen acties of het stilzetten van de trein. Naast machinist hebben ook storingsmonteurs en personeel van de werkplaats toegang tot dit scherm. Afhankelijk van hun bevoegdheden kunnen zij meer of minder details te zien krijgen. Hiermee kunnen storingen en defecten sneller worden gelokaliseerd. De overige meters (nanometers) zijn vierkant uitgevoerd. Schakelaars zijn uitgevoerd als tuimelschakelaars. Bij het kopmaken moet alleen de stuurstroomsleutel meegenomen worden naar de andere cabine. Bij het rijden in treinschakeling is het mogelijk om de gekoppelde treinstellen te bedienen vanuit de voorste cabine. Elk rijtuig is voorzien van een LCD-display om de bestemming aan te geven. | ||
De | Onder de rijtuigbakken zijn de apparaatkasten modulair uitgevoerd. Hierdoor konden defecte delen gemakkelijker vervangen worden door nieuwe of gereviseerde delen. De apparaten worden beschermd van buiten door schortbeplating. Deze hebben een geluiddempende werking. De rijtuigen zijn voorzien van balkons, welke direct achter de cabines zijn geplaatst. De rijtuigen zijn voorzien van zwenk/zwaaideuren met een breedte van 130 centimeter. Deze deuren zijn centraal te sluiten. De deuren zijn voorzien van een sluitfluit, zodat bij het sluiten van de deuren een fluit te horen is. De deuren liggen gelijk met de zijwand. De deuren worden centraal gesloten door middel van luchtdruk. De machinist kan tijdens een stop de deuren aan een zijde vrijgeven, terwijl de andere zijde gesloten blijft. De conducteur kan met een sleutel alle deuren tegelijkertijd sluiten. De deuren aan de zijde van de bakovergang van het ABk rijtuig is voorzien van een gehandicaptenlift, welke door de conducteur bediend kan worden. Voor de machinist zijn er aparte cabinedeuren, zodat hij de cabine niet via een druk balkon hoeft te bereiken. De treinstellen zijn voor de koeling voorzien van schuiframen. | ||
De treinstellen zijn bij hun aflevering geel geschilderd. Het dak en de deuren zijn donkergrijs geschilderd. Rondom het cabineraam en zijruiten van de cabine zijn eveneens donkergrijs geschilderd. Aan de linkerzijde is elk rijtuig voorzien van zwarte treinstelnummers en een zwart logo. De rijtuigen zijn aan beide zijde voorzien van drie azuurblauwe reclamebanen van linksonder naar rechtsboven. Hierop kan reclame worden aangebracht. De reclamebanen zijn aangebracht vlak voor de meest rechtse deuren, zodat deze banen niet vlak voor de bakovergang zijn geplaatst. | |||
Het interieur is ontworpen door en gemaakt door Emsta. Het zijn individuele stoelen in plaats van banken. Daarnaast is de rugleuning naar achteren gekanteld. De stoelen in de tweede klas krijgen een groene, stoffen bekleding. Hiermee wordt afgestapt van het gebruik van kunstleer in de tweede klas. In de eerste klas krijgen de stoelen blauwe bekleding van stof, de zijwanden zijn crème, waarbij de wanden die grenzen aan het balkon voorzien zijn van een motief. De afstand tussen de stoelen bedraagt 1,80 meter. Een aantal treinstellen kreeg bij wijze van proef een 3 + 2 zitplaatsopstelling in de tweede klas, met uitzondering bij de deuren naar het balkon. De stoelen in deze opstelling zijn van plastic. De treinstellen El2 2105 - El2 2109 werden daarmee uitgerust. Het treinstel werd daardoor breder (3,20 m), waarmee het een buitenprofielstatus verwierf. De gevolgen hiervan waren dat de treinstellen elkaar op de vrije baan niet mochten tegenkomen en een kruiswissel tussen perrons niet in afbuigende stand mochten nemen. De zijwanden zijn van kunststof met geïntegreerde armleuningen, asbakken en prullenbakken. Op de hoofdsteunen aan het gangpad zijn handgrepen geplaatst. De bagagerekken zijn van geperforeerd staal met dwarsverbindingen en in de langs richting geplaatst. In het interieur is gebruik gemaakt van TL verlichting. De verlichting is opgehangen aan het plafond in een koof in de langs richting. Voor de noodrem is gebruikt gemaakt van hendels, waardoor deze makkelijker te traceren is na gebruik. Als vloerbedekking is gebruik gemaakt van marmoleum. Deze loopt ook onder de scheidingswanden door. Onder deze laag marmoleum is een laag dempingsmaterieel aangebracht om de rijgeluiden tot een minimum te beperken. De treinstellen worden verwarmd door warme lucht. Van buiten wordt lucht aangezogen, welke verwarmd wordt in de verwarmingsunit op het dak en het rijtuig wordt ingeblazen. In de zomer komt de ventilatielucht uit het plafond. In de cabines is een apart systeem aangelegd met luchtdouches. In september 1997 wordt begonnen met de inbouw van airconditioning. | |||
De automatische Scharfenberg koppeling van het treinstel hangt op een hoogte van 107 centimeter boven de spoorstaaf. De koppeling is aan de bovenzijde voorzien van een stuurstroomkoppeldoos. In deze koppeldoos zijn verende pencontacten verwerkt die zorg dragen voor de overdracht van opdrachten tussen gekoppelde treinstellen. Een automatisch wegklapbare kap zorgt voor de bescherming van de contacten. Deze kap kan vergrendeld worden als er gekoppeld wordt met ander materieel om een treinstel te slepen. Onderling zijn de treinstellen kort gekoppeld, welke alleen in werkplaatsen los gemaakt kan worden. Door de elektrische en pneumatische verbindingen in de Scharfenbergkoppelingen kon het in treinschakeling rijden met in totaal 6 treinstellen. Het is niet mogelijk om elektrisch te koppelen met andere treinstellen. | |||
De | De beide type draaistellen (Mv/Li) hebben een radstand van 2,50 meter. Zij zijn afkomstig van Stork RMO type 9501. De draaistellen zijn voorzien van luchtvering. Voor de primaire vering van het draaistel is gebruik gemaakt van schroefveren en rubberdelen. Door schokdempers tussen de zwenkarm en draaistelframe dempen de veerbeweging. De secundaire vering bestaat uit hoofddraagbalk, welke op twee luchtveren rust. Deze luchtveren staan in verbinding met rubber veerpakketten, welke als noodvering dienen als de luchtvering uitvalt. De luchtveren dragen tevens zorgen voor het opnemen van de verdraaiing van het draaistel. Door een stabilisator wordt de rolbeweging van de rijtuigbak beperkt. Een wiegdemper zorgt er voor dat de wiegbeweging wordt gedempt. De motorassen zijn voorzien van een elektrodynamische rem. Alle assen zijn schijf geremd en het systeem wordt elektro-pneumatisch aangestuurd. Hierbij zorgen elektrische signalen voor het bedienen van de remschijven. De loopdraaistellen zijn tevens voorzien van een elektromagnetische rem en de spoelen voor de ATB. De aansturing van de luchtdrukrem door de dodeman en noodrem vindt langs de directe pneumatisch weg plaats. Als remkraan zijn de treinstellen voorzien van een remkraan van . Deze remkraan heeft remstanden. De draaistellen zijn ook voorzien van een antiblokkeer- en antislipinstallatie. De loopdraaistellen zijn voorzien van een veergestuurde parkeerrem. Het wielstel is door middel van een zwenkarm en een rubber zwenkarmlager verbonden met het draaistelframe. | ||
''ABk'' | |||
Het draaistel onder de cabine is uitgevoerd als loopdraaistel. Het draaistel aan de zijde van de bakovergang bevat de tractiemotoren. Onder de rijtuigbak zijn modulaire apparaatkasten opgehangen, waarin de opgenomen zijn. Vanaf de cabine is er een balkon met twee klapzittingen en deze leidt door een schuifdeur naar de eerste klas. Hier zijn 24 zitplaatsen niet roken. Een klapdeur geeft toegang tot een open afdeling tweede klas met 20 zitplaatsen niet roken. Een schuifdeur geeft toegang tot een balkon. Dit balkon herbergt het toilet dat toegankelijk is voor mindervaliden en de ruimte voor de conducteur. In de ruimte van de conducteur is het mogelijk om de koersdisplays te bedienen. Ook is de EHBO koffer aanwezig in deze ruimte. Naast de deuren is een lift gemonteerd om mindervaliden de trein in te helpen. Het balkon geeft met een dubbele schuifdeur toegang tot een afdeling tweede klas met 19 zitplaatsen en een plaats voor een rolstoel. De treinstellen met 3 stoelen op een rij hebben in deze afdeling 22 zitplaatsen. Een schuifdeur komt uit bij de bakovergang. De stoelen in de eerste klas zijn bekleed met blauwe stof. De stoelen in de tweede klas zijn bekleed met groene stof. De wandbekleding is uitgevoerd met witte panelen. Bij de kopse kanten zijn wandschilderingen van Jan Cremer aangebracht. | |||
''Bk'' | |||
Het draaistel onder de cabine is uitgevoerd als loopdraaistel. Het draaistel aan de zijde van de bakovergang bevat de tractiemotoren. Onder de rijtuigbak zijn modulaire apparaatkasten opgehangen, waarin de opgenomen zijn. Na de bakovergang volgt een open afdeling tweede klas met 24 zitplaatsen. De treinstellen met 3 stoelen op een rij hebben in deze afdeling 28 zitplaatsen. Een schuifdeur geeft toegang tot een groot balkon met 10 klapzittingen. In deze ruimte kunnen expresgoederen of 4 fietsen gestald worden, wat ten koste gaan van het aantal klapzittingen. Een schuifdeur geeft toegang tot een grote afdeling tweede klas met 48 zitplaatsen. De treinstellen met 3 stoelen op een rij hebben in deze afdeling 58 zitplaatsen. Aan de zijde van de cabine is een balkon geplaatst met 2 klapzittingen. Door middel van een deur kan de machinist zijn cabine bereiken. De stoelen in de tweede klas zijn bekleed met groene stof. De wandbekleding is uitgevoerd met witte panelen. Bij de kopse kanten zijn wandschilderingen van Jan Cremer geschilderd. | |||
= '''Inzet''' = | |||
Na de presentatie en aflevering van de El2 2101 in januari 1993 is de planning dat het treinstel in november 1993 in dienst komen in de stoptreindienst Zwolle - Emmen en Zwolle - Groningen. | |||
De eerste proefritjes met SM'90 werden begin juli 1993 met de 2101 gehouden op het emplacement te Zwolle. Op 26 juli 1993 werd de eerste proefrit op de hoofdbaan gehouden: de 2101 maakte een slag Zwolle - Meppel v.v. In november 1993 begon een instructieprogramma voor machinisten van standplaats Zwolle, dat duurde tot eind januari 1994. De planning is om per 16 januari 1994 een proefbedrijf te beginnen met zes treinstellen tussen Zwolle en Emmen. Dit proefbedrijf wordt echter met een week uitgesteld. Op 19 januari 1994 neemt de minister van Verkeer en Waterstaat, Hanja Maij-Weggen, het eerste treinstel officieel in gebruik. Op 24 januari 1994 gaat het proefbedrijf van start met 5 treinstellen in plaats van zes. Het proefbedrijf is ingelegd tussen Zwolle en Emmen. Er waren vijf diensten gesteld in de omloop ZT. Zij beginnen steeds in Zwolle. Op maandag tot en met vrijdag rijden de treinen 3824 en 8011 met drie gekoppelde treinstellen. Op zondag rijdt trein 8043 ook met drie treinstellen. In de eerste weken komen tijdens de ritten problemen naar voren met vaste remmen en het veelvuldig moeten vervangen van printplaten. Tijdens dit proefbedrijf werd in de eerste maanden door reizigers en personeel geklaagd over een in het interieur hoorbare fluittoon. Een <!-- 'drietonige' --> spoel, later ook in DD–IRM 1 toegepast, was de boosdoener. Na een onderbreking van het proefbedrijf in april 1994 wegens problemen met transformatoren, was het al weer snel afgelopen. Nadat op 5 mei 1994 een treinstel tussen Coevorden en Gramsbergen strandde, werden ze helemaal uit de dienst gehaald en mocht de reizigers tussen Zwolle en Emmen weer 'ouderwets' van materieel'54 genieten. Men startte met een technisch proefbedrijf zonder reizigers tussen Zwolle en Leeuwarden en incidenteel een slagje Zwolle - Groningen in de serie 8100 om de problemen de baas te worden. Deze serie proefritten starten vanaf 8 juni 1994 en rijden tot 26 augustus 1994. Hierbij rijdt het grootste deel van de treinen met twee treinstellen. Een enkele trein rijdt zelfs met drie treinstellen, welke in [[Akkrum]] splitst. Het afgekoppelde treinstel koppelt aan met een los treinstel dat uit Leeuwarden komt. De proefritten toonde aan dat nog niet alle storingen verholpen waren, zodat in september 1994 ook proefritten worden gereden. Vanaf het najaar 1994 reden enkele gekoppelde treinstellen tussen Zwolle en Emmen. Voor deze ritten werd gebruik gemaakt van een beperkte groep machinisten. Tevens werden in deze periode wijzigingen aan de treinstellen uitgevoerd, zodat deze bedrijfszekerder gemaakt werden. Het proefbedrijf ging onverminderd door. | |||
In de [[dienstregeling | In de [[dienstregeling 1994/1995]], welke in gaat op 29 mei 1994, zal er voor het eerst een volledige omloop voor de treinstellen worden gemaakt in de series 3800 en 8000. Dit zijn de stop- en sneltreinen Zwolle - Emmen. Door defecten aan het materieel is de beschikbaarheid van het materieel zeer laag. In oktober 1994 zullen er twee treinstellen beschikbaar zijn voor de dienst. In november 1994 moeten er 4 treinstellen beschikbaar zijn voor de dienst. De opengevallen diensten zullen worden gereden door treinstellen Plan V. Om de beschikbaarheid te verhogen zullen diverse wijzigingen worden uitgevoerd, zal het materieel door een beperkte groep machinisten worden gereden en zijn zij alleen tussen Zwolle en Emmen te zien. | ||
In de [[dienstregeling 1995/1996]] zijn er diensten voor de 9 treinstellen. De diensten zijn opgenomen in omloopgroep ZT en verdeeld over de series 3800 en 8000. Dit zijn de stop- en sneltreinen Zwolle - Emmen. | |||
In de [[dienstregeling | In de [[dienstregeling 1996/1997]] zijn er diensten voor de 9 treinstellen. De diensten zijn opgenomen in omloopgroep ZT en verdeeld over de series 3800 en 8000. Dit zijn de stop- en sneltreinen Zwolle - Emmen. | ||
In de [[dienstregeling 1997/1998]] zijn er diensten voor de 9 treinstellen. De diensten zijn opgenomen in omloopgroep ZT en verdeeld over de series 3800 en 8000. Dit zijn de stop- en sneltreinen Zwolle - Emmen. Op 8 oktober 1997 worden de treinstellen aan de kant gezet, nadat trein met het treinstel El2 21 is gestrand met rokende remmen. Ook de El2 21 komt als trein tot stilstand met rokende remmen. Door het onderhoudsbedrijf Zwolle wordt de oorzaak achterhaald. Bij de El2 21 is er sprake van het uitvallen van het elektrodynamische remsysteem. Het pneumatische systeem werd geactiveerd maar de rem hiervan begon te roken. Van de El2 21 was de parkeerrem niet losgemaakt. | |||
In de [[dienstregeling | In de [[dienstregeling 1998/1999]] zijn er diensten voor de 9 treinstellen. De diensten zijn opgenomen in omloopgroep ZT en verdeeld over de series 3800 en 8000. Dit zijn de stop- en sneltreinen Zwolle - Emmen. | ||
In de [[dienstregeling 1999/2000]] zijn er diensten voor de 9 treinstellen. De diensten zijn opgenomen in omloopgroep ZT en verdeeld over de series 3800 en 8000. Dit zijn de stop- en sneltreinen Zwolle - Emmen. | |||
In de [[dienstregeling 2001 | In de [[dienstregeling 2000/2001]] zijn er diensten voor de 9 treinstellen. De diensten zijn opgenomen in omloopgroep ZT en verdeeld over de series 3800 en 8000. Dit zijn de stop- en sneltreinen Zwolle - Emmen. | ||
In de [[dienstregeling 2001/2002]] zijn er diensten voor de 9 treinstellen. De diensten zijn opgenomen in omloopgroep ZT en verdeeld over de series 3800 en 8000. Dit zijn de stop- en sneltreinen Zwolle - Emmen. | |||
In de [[dienstregeling 2003]], die begint op 15 december 2002, zijn er diensten voor de 9 treinstellen. | In de [[dienstregeling 2003]], die begint op 15 december 2002, zijn er diensten voor de 9 treinstellen. De diensten zijn opgenomen in omloopgroep ZT en verdeeld over de series 3800 en 8000. Dit zijn de stop- en sneltreinen Zwolle - Emmen. | ||
In het voorjaar van 2003 staan alle treinstellen aan de kant als gevolg van scheurtjes in de assen. De assen moeten hierop vervangen worden. Doordat de vervanging op zicht laat wachten, springt Plan V bij in de series 3800 en 8000. | In het voorjaar van 2003 staan alle treinstellen aan de kant als gevolg van scheurtjes in de assen. De assen moeten hierop vervangen worden. Doordat de vervanging op zicht laat wachten, springt Plan V bij in de series 3800 en 8000. | ||
In de [[dienstregeling 2004]], welke op 15 december 2003 begint, zijn er diensten voor de 9 treinstellen. De diensten zijn opgenomen in omloopgroep ZT en verdeeld over de series 3800 en 8000. Dit zijn de stop- en sneltreinen Zwolle - Emmen. | |||
In de [[dienstregeling | In de [[dienstregeling 2005]], welke op 12 december 2004 begint, zijn er diensten voor de 9 treinstellen. De diensten zijn opgenomen in omloopgroep ZT en verdeeld over de series 3800 en 8000. Dit zijn de stop- en sneltreinen Zwolle - Emmen. | ||
Op 10 december 2005 zijn er nog 6 treinstellen in dienst. Het zijn de El2 2103, El2 2107. Als laatste treinstel komt de El2 2107 aan in Zwolle als trein 8090 uit Emmen. | Op 10 december 2005 zijn er nog 6 treinstellen in dienst. Het zijn de El2 2103, El2 2107. Als laatste treinstel komt de El2 2107 aan in Zwolle als trein 8090 uit Emmen. | ||
| Regel 181: | Regel 185: | ||
= '''Wijzigingen''' = | = '''Wijzigingen''' = | ||
* Na klachten over de harde zittingen, worden deze vanaf 1996 vervangen door zachtere zittingen. Deze zijn vergelijkbaar met de zittingen in het DM'90. | * Na klachten over de harde zittingen, worden deze vanaf 1996 vervangen door zachtere zittingen. Deze zijn vergelijkbaar met de zittingen in het DM'90. | ||
* Vanaf 2003 wordt begonnen met het rookvrij maken van rijtuigen en treinstellen. De asbakken worden hierbij verwijderd of dicht gemaakt. Ook worden de treinstellen voorzien van de niet roken logo's. | |||
| Regel 189: | Regel 195: | ||
{| class="wikitable" style="width:25em;" | {| class="wikitable" style="width:25em;" | ||
! Nummer | ! Nummer || Ombouw in || Ombouw uit | ||
|+ Inbouw cabine airco | |+ Inbouw cabine airco | ||
|- | |- | ||
! '''2101''' | |||
| 23 maart 1998 | | 23 maart 1998 || 7 mei 1998 | ||
| 7 mei 1998 | |||
|- | |- | ||
! '''2102''' | |||
| 29 juni 1998 | | 29 juni 1998 || 7 juli 1998 | ||
| 7 juli 1998 | |||
|- | |- | ||
! '''2103''' | |||
| 19 augustus 1998 | | 19 augustus 1998 || 1 september 1998 | ||
| 1 september 1998 | |||
|- | |- | ||
! '''2104''' | |||
| 7 mei 1998 | | 7 mei 1998 || 20 mei 1998 | ||
| 20 mei 1998 | |||
|- | |- | ||
! '''2105''' | |||
| 2 juni 1998 | | 2 juni 1998 || 10 juni 1998 | ||
| 10 juni 1998 | |||
|- | |- | ||
! '''2106''' | |||
| 15 juni 1998 | | 15 juni 1998 || 22 juni 1998 | ||
| 22 juni 1998 | |||
|- | |- | ||
! '''2107''' | |||
| 4 augustus 1998 | | 4 augustus 1998 || 19 augustus 1998 | ||
| 19 augustus 1998 | |||
|- | |- | ||
! '''2108''' | |||
| 7 oktober 1998 | | 7 oktober 1998 || 20 oktober 1998 | ||
| 20 oktober 1998 | |||
|- | |- | ||
! '''2109''' | |||
| 9 juli 1998 | | 9 juli 1998 || 3 augustus 1998 | ||
| 3 augustus 1998 | |||
|- | |- | ||
|} | |} | ||
| Regel 251: | Regel 246: | ||
{| class="wikitable" style="width:50em;" | {| class="wikitable" style="width:50em;" | ||
! Nummer | ! Nummer || ABk || Bk || Datum bakwisseling || Reden voor wisseling | ||
|+ Permanente bakwisselingen | |+ Permanente bakwisselingen | ||
! '''2106''' | |||
| ABk 2106 | | ABk 2106 || Bk 2108 || 11 april 2002 || Botsschade Bk 2106 | ||
| Bk 2108 | |||
| 11 april 2002 | |||
| Botsschade Bk 2106 | |||
|- | |- | ||
! '''2108''' | |||
| ABk 2108 | | ABk 2108 || Bk 2106 || 11 april 2002 || Botsschade ABk 2108 | ||
| Bk 2106 | |||
| 11 april 2002 | |||
| Botsschade ABk 2108 | |||
|- | |- | ||
|} | |} | ||
= '''Afvoer''' = | = '''Afvoer''' = | ||
| Regel 280: | Regel 266: | ||
== '''Sloop''' == | == '''Sloop''' == | ||
Op 16 januari 2007 werden de 2102 en 2103 vanuit Onnen naar Zwolle gesleept. Op Zwolle Katwolde werden de treinstellen | Op 16 januari 2007 werden de El2 2102 en El2 2103 vanuit Onnen naar Zwolle gesleept. Op [[Zwolle Katwolde]] werden de treinstellen gescheiden en van de apparatuur onder de bakken ontdaan. Op diepladers maakten zij hun laatste reis naar sloperij Houben in Hasselt. Op 17 januari volgde de El2 2107 en op 18 januari de El2 2108. De treinstellen waren nauwelijks ontdaan van hun interieur, welke eventueel hergebruikt zou kunnen worden in Plan T of DM'90. Ook de ATB kasten en de programmable logic controllers waren niet verwijderd uit de treinstellen. Deze konden nogmaals gebruikt kunnen worden in ander materieel. Het enige dat gedemonteerd was, was de cabine inrichting. Op 15 februari 2007 volgde de tweede tranch treinstellen. De El2 2101 en El2 2105 werden overgebracht vanuit Onnen naar Zwolle door de 6441. Uiteindelijk zijn de treinstellen via de boot in Hasselt gekomen. Op 16 februari volgden de El2 2104 en El2 2106 achter de 6443 dezelfde weg. Deze stellen waren in Onnen beter onttakeld dan de eerste vier treinstellen. | ||
== '''Museummaterieel''' == | == '''Museummaterieel''' == | ||
Het enige dat bewaard is gebleven van SM'90 is de kop van de Bk 2106 (ex Bk 2108). Deze ligt veilig opgeborgen in de museumloods te Blerick en was in eerste instantie bewaard voor de tentoonstelling Hoogspanning, die van 28 juni t/m 31 augustus 2008 in het Spoorwegmuseum te zien was. Na afloop keert de kop terug naar Blerick. In november 2015 wordt bekend dat de kop tentoon gesteld zal gaan worden in het openbaar vervoer museum Transit Oost in Winterswijk. In 2016 zal de kop naar Winterswijk worden overgebracht, wanneer de werkplaats wordt opgeleverd. | Het enige dat bewaard is gebleven van SM'90 is de kop van de Bk 2106 (ex Bk 2108). Deze ligt veilig opgeborgen in de museumloods te Blerick en was in eerste instantie bewaard voor de tentoonstelling Hoogspanning, die van 28 juni t/m 31 augustus 2008 in het Spoorwegmuseum te zien was. Na afloop keert de kop terug naar Blerick. In november 2015 wordt bekend dat de kop tentoon gesteld zal gaan worden in het openbaar vervoer museum Transit Oost in Winterswijk. In 2016 zal de kop naar Winterswijk worden overgebracht, wanneer de werkplaats wordt opgeleverd. Door de aanwezigheid van asbest in de loods is de overbrenging uitgesteld. Op 10 september 2021 arriveert de kop alsnog in Winterswijk. De kop zal gebruikt worden om virtueel een rit te maken vanuit Winterswijk naar Arnhem of Zutphen. In het najaar van 2021 is de kop gereinigd en geschilderd. In de winter van 2021 wordt de toegang tot de kop gerealiseerd in het museum. De buitenzijde wordt geschuurd en geschilderd. In het voorjaar van 2022 is er vloerbedekking in de cabine worden gelegd. In mei 2022 is de kop te bezichtigen en worden er beelden getoond van een cabinerit tussen Winterswijk en | ||
Arnhem en tussen Winterswijk en Apeldoorn. | |||
| Regel 291: | Regel 278: | ||
{| class="wikitable" style="width:45em;" | {| class="wikitable" style="width:45em;" | ||
! Nummer | ! Nummer || Afleverdatum || In dienst || Ter zijde || Sloop(rit) | ||
|+ Afleverdata | |+ Afleverdata | ||
|- | |- | ||
! '''2101''' | |||
| 20 januari 1993 | | 20 januari 1993 || 23 januari 1994 || 11 december 2005 || 15 februari 2007 | ||
| 23 januari 1994 | |||
| 11 december 2005 | |||
| 15 februari 2007 | |||
|- | |- | ||
! '''2102''' | |||
| 16 maart 1993 | | 16 maart 1993 || 23 januari 1994 || 11 december 2005 || 16 januari 2007 | ||
| 23 januari 1994 | |||
| 11 december 2005 | |||
| 16 januari 2007 | |||
|- | |- | ||
! '''2103''' | |||
| 27 april 1993 | | 27 april 1993 || 23 januari 1994 || 11 december 2005 || 16 januari 2007 | ||
| 23 januari 1994 | |||
| 11 december 2005 | |||
| 16 januari 2007 | |||
|- | |- | ||
! '''2104''' | |||
| 27 mei 1993 | | 27 mei 1993 || 23 januari 1994 || 11 december 2005 || 16 februari 2007 | ||
| 23 januari 1994 | |||
| 11 december 2005 | |||
| 16 februari 2007 | |||
|- | |- | ||
! '''2105''' | |||
| 28 juni 1993 | | 28 juni 1993 || 23 januari 1994 || 11 december 2005 || 15 februari 2007 | ||
| 23 januari 1994 | |||
| 11 december 2005 | |||
| 15 februari 2007 | |||
|- | |- | ||
! '''2106''' | |||
| 29 juli 1993 | | 29 juli 1993 || 23 januari 1994 || 11 december 2005 || 16 februari 2007 | ||
| 23 januari 1994 | |||
| 11 december 2005 | |||
| 16 februari 2007 | |||
|- | |- | ||
! '''2107''' | |||
| 24 augustus 1993 | | 24 augustus 1993 || 23 januari 1994 || 11 december 2005 || 17 januari 2007 | ||
| 23 januari 1994 | |||
| 11 december 2005 | |||
| 17 januari 2007 | |||
|- | |- | ||
! '''2108''' | |||
| 16 september 1993 | | 16 september 1993 || 13 Oktober 1994 || 11 december 2005 || 18 januari 2007 | ||
| 13 Oktober 1994 | |||
| 11 december 2005 | |||
| 18 januari 2007 | |||
|- | |- | ||
! '''2109''' | |||
| 9 november 1993 | | 9 november 1993 || 23 januari 1994 || 11 december 2005 || 19 februari 2007 | ||
| 23 januari 1994 | |||
| 11 december 2005 | |||
| 19 februari 2007 | |||
|- | |- | ||
|} | |||
{| class="toccolours" style="font-size:85%; margin-top:1em; margin-bottom:-0.5em; border: 1px solid #aaa; padding: 5px; clear: both; width:100%;" | |||
| | |||
<big><big>'''Bronnen, Referenties en/of Voetnoten'''</big></big> | |||
* '''SM'90 krijgt gestalte bij Talbot''' - {{Sc|M. van Oostrom}} - ''Maandblad: Railmagazine, 14e jaargang - mei 1992 nummer 102 Blz: 14-16'' Uitgave: Uquilair ISSN: 0926-3489 | |||
* '''SM'90 "Railhopper" <small>Een nieuwe generatie stoptreinmaterieel</small>''' - {{Sc|E. van Werkhoven}} - ''Maandblad: Railmagazine, 15e jaargang - maart 1994 nummer 102 Blz: 27-31'' Uitgave: Uquilair ISSN: 0926-3489 | |||
---- | |||
<references></references> | |||
|} | |} | ||
Huidige versie van 21 jan 2026 20:47
Voor de vervanging van de treinstellen type Plan T / Plan V werden 9 treinstellen besteld die dienden als prototype voor een grote order nieuw stoptrein materieel. De treinstellen krijgen de bijnaam Railhopper.

foto: Team RailWiki
Geschiedenis
In 1983 wordt begonnen met de eerste plannen om de treinstellen Plan T en Plan V te vervangen, waarvan de eerste treinstellen halverwege de jaren '90 de leeftijd van 30 jaar bereiken. Deze nieuwe treinstellen zullen moderner zijn dan het al bestaande materieel. Zo zullen zij onder andere worden voorzien van zuinige draaistroommotoren. In 1985 worden de eerste plannen voor de aanschaf gemaakt en in 1989 wordt het voorstel tot investering goedgekeurd door het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Op 31 juli 1990 worden negen treinstellen besteld bij Talbot in Aken. Door Holec in Ridderkerk zal een groot deel van de elektrische installatie worden geleverd. De draaistellen worden geleverd door RMO/Werkspoor. De deuren en bediening worden geleverd door Tebel en het interieur is gemaakt door Emsta. De besturing vindt plaats door middel van micro-elektronica. Een diagnosesysteem geeft het personeel gericht informatie over het treinstel. Met dit systeem kan het bezoek aan een werkplaats voor onderhoud aanzienlijk worden verkort. De treinstellen dienen als proefserie voor een grotere order voor de bestelling van ongeveer 250 treinstellen in twee- en driedelige uitvoering. De negen treinstellen worden opgenomen in de serie 2100 en krijgen de nummers El2 2101 - El2 2109. De bijnaam voor SM'90 werd Railhopper, bedacht door een NS'er. Na levering van de 9 treinstellen zou er een bestelling worden geplaatst voor meer treinstellen. Door de sterk toegenomen groei van het aantal reizigers gaf de NS echter de voorkeur aan het bouwen van dubbeldeksmaterieel. Daarnaast spelen diverse problemen met de computergestuurde besturings- en diagnosesystemen de nieuwe treinstellen geregeld parten. De vervanging van de treinstellen Plan V en Plan T zou rond de eeuwwisseling actueel gaan worden. Afhankelijk van de vervoersgroei wordt dan het nieuwe materieel besteld. Gedane ervaringen met deze treinstellen zijn later verwerkt in de bestellingen DM'90 en DD-IRM. Vanwege hun breedte zijn de treinstellen buiten profiel. Door deze breedte zijn een aantal beperkingen van kracht, zoals het niet passeren van elkaar op de vrije baan of het berijden van een afbuigend wissel nabij een perron. Deze voorwaarden komen in de zomer van 1993 te vervallen voor de baanvakken Zwolle - Emmen, Zwolle - Groningen en Weesp - Lelystad Centrum.
De officiële overdracht van het eerste treinstel vond plaats op 15 januari 1993 in de fabriek van Talbot, nadat een eerder overdracht moment op 14 december 1992 niet door kon gaan vanwege toeleveringsproblemen. Op 20 januari 1993 werd het eerste treinstel SM'90 naar Nederland overgebracht. Het treinstel is vanuit Aken door de 215 026 naar Herzogenrath overgebracht. Vanuit Herzogenrath is het treinstel door diesellocomotief 2330 als trein 82140 via de Maaslijn naar Zwolle gebracht. In de Zwolse werkplaats wordt door Holec de software voor de besturing ingebouwd. Dit zal bij de El2 2101 ongeveer 6 maanden in beslag nemen. Voor de overige 8 treinstellen zal het inbouwen minder lang gaan duren. Als de treinstellen in gebruik zijn genomen, zal er een periode aanbreken om de treinstellen goedgekeurd te krijgen en zal de opleiding voor het rijdend personeel van start gaan. Vanaf november 1993 kunnen de treinstellen ingezet gaan worden in de reizigersdienst.
Op 27 april 1993 werd treinstel El2 2103, t.b.v. bezichtiging door HGB-personeel, vanuit Heerlen via Utrecht naar Zwolle overgebracht door locomotief 1132. Het treinstel werd door de 2309 vanuit Herzogenrath naar Heerlen gesleept. Vanaf de fabriek werd het treinstel door de 215 114 van Aken naar Herzogenrath gebracht. De Buiten Profiel status maakte het noodzakelijk om te passen en te meten of alle perrons te Utrecht wel geschikt waren voor het treinstel. Hiertoe werd het transport aan een perron te Boxtel aan de kant gezet en werd beslist dat het transport niet op spoor 4 in Utrecht mocht binnenkomen. Verbazing alom toen dit toch gebeurde... Achter de 6488 arriveert op 27 mei 1993 de El2 2104 in Nederland. De El2 2104 staat van 27 augustus tot en met 5 september 1993 in het Spoorwegmuseum om bezichtigd te worden. Op 11 september 1993 is de El2 2104 te zien tijdens Open Monumentendag in Ommen. Op 17 september 1993 zijn de El2 2101 en El2 2104 uit Zwolle naar Rotterdam gereden, waarbij de El2 2101 werd gebruikt voor profielmetingen in de nieuwe Willemsspoortunnel. De El2 2104 was te zien tijdens een materieelshow in het kader van de opening van de Willemsspoortunnel op het vernieuwde station Rotterdam Zuid. De El2 2104 wordt op 25 september 1993 gebruikt tijdens de open dag van de Hoofdwerkplaats Tilburg. Tijdens de winter 1993/1994 bleken er problemen met de verwarming te zijn, waardoor de Railhoppers tot eind februari 1994 aan de kant stonden. Op 22 maart 1994 werd de El2 2101 naar Venlo gesleept ten behoeve van overbrenging naar Wenen voor een bezoek aan de Klimakammer. Van Zwolle tot aan Venlo wordt het treinstel getrokken door de . Als rem/koppelwagen wordt een rijtuig Df meegevoerd. In Duitsland wordt de combinatie getrokken door de 140 055 van de DB. Op 4 mei 1994 keert het treinstel terug naar Nederland. Via Venlo komt het treinstel naar Zwolle.
Technische gegevens
| Toelatingsgegevens spoorwegvoertuig | |
| Typegegevens | |
| Voertuigcategorie | Elektrisch tweewagentreinstel (El2) |
| Configuratie | Bk - ABk |
| Voertuignummer | 2101 – 2109 |
| Configuratie | Bakcode: 410 Bk |
| Bakcode: 411 ABk | |
| Fabrikant mechanisch | Talbot |
| Fabrikant electrisch | Holec |
| Bouwjaar | 1993 |
| Terzijde stelling | 2005 |
| Afvoer jaar | 2007 |
| Maximale treinsamenstelling | 3 treinstellen |
| Basisgegevens van het type | |
| Lengte over de koppelingen | 52.340 mm |
| Aantal assen / Configuratie | 8 / 2'Bo' + Bo'2' |
| max/min. wieldiameter | 920 / 840 mm |
| Hart op hart draaistellen | 17.920 mm |
| Asafstand binnen draaistel | 2.500 mm |
| Fabrikant draaistellen | Stork RMO (serie 9000) |
| Draaistelcode motordraaistel | Mv |
| Draaistelcode loopdraaistel | Li |
| eigen totaal gewicht | 97.000 kg |
| maximaal totaal gewicht | 116.000 kg |
| Aslast (leeg/beladen) | |
| Tonmetergewicht (leeg) | |
| Soort remsysteem | ?-R-A-Mg-ep-D |
| Remgewicht (leeg/beladen) | |
| Technisch maximum snelheid | 160 km/h |
| Infra eigenschappen | |
| energievoorziening | 1.500 V DC |
| omgrenzingsprofiel | OPS- NL (met beperkende voorwaarden) |
| kleinste boogstraal | 135 m |
| baanvakbelastingcategorie | C2 |
| treindetectlesystemen | geschikt voor alle detectiesystemen |
| treinbeïnvloedingssysteem | ATB-EG fase 4 |


De treinstellen hebben een lengte van 52,340 meter, een hoogte van 4,142 meter en een maximumbreedte van 3,200 meter. De vloer ligt op 116 centimeter boven de spoorstaaf. Het gewicht van een treinstel is 98,5 ton. Een treinstel is voorzien van vier tractiemotoren van type . Elke motor heeft een vermogen van 278 kW (379 pk). Het treinstel heeft een totaal vermogen van 1.112 kW (1.515 pk). Deze motoren zijn vol afgeveerd opgehangen. Een motordraaistel beschikt over twee tractiemotoren. De draaistroommotoren kunnen energie aan de bovenleiding terugleveren tijdens het remmen. Hier wordt echter geen gebruik van gemaakt. Het treinstel is ontworpen voor een snelheid van 160 kilometer per uur. De normale dienstsnelheid is begrensd op 140 kilometer per uur. Het ABk rijtuig is voorzien van een stroomafnemer, type van . Om te voorkomen dat er een te hoge stroom door het treinstel komt te lopen, is er op het balkon van het ABk rijtuig een snelschakelaar geplaatst. Een treinstel is van een aantal beveiligingen voorzien. Ter voorkoming van wielslip zijn de treinstellen voorzien van een antislipregeling. Deze zorgt er voor dat het vermogen naar de wielen wordt verminderd. Het treinstel is voorzien van een elektrische installatie die drie spanningen kent. Er is een gelijkspanningsnet van 110 volt en een wisselspanningsnet van 220/380 V 50 Hz. Onder het k rijtuig zijn de twee compressoren opgenomen. Deze kan liter lucht per minuut leveren. Deze lucht wordt gebruikt voor de diverse elektro-pneumatische apparatuur. Voor het leveren van stroom voor de stuurstroom en verlichting, is onder het rijtuig een statische omzetter opgenomen van , type. Deze zet de 1.500 Volt bovenleidingspanning om in 110 V gelijkspanning voor de stuurstroom en 220/380 V 50 Hz voor de verlichting. De statische omzetter levert een vermogen van ca. 30 kW. Verder zijn er nog twee kleine statische omzetters van 0,7 kW - 24 V DC aanwezig voor de railremmmen. Onder het k rijtuig bevinden zich de . Het treinstel beschikt over 24 zitplaatsen eerste klas, 113 (bij 4 op een rij) of 133 (bij 5 op een rij) zitplaatsen tweede klas en 14 klapzittingen. De aanduiding voor het treinstel is El2. Het rijtuig Bk heeft als bakcodenummer 410. Het rijtuig ABk heeft als bakcodenummer 411. De motordraaistellen van het Stork RMO type 9500 hebben als draaistelcode Mv en zijn genummerd: 001 … 023. De loopdraaistellen van het Stork RMO type 9501 hebben als draaistelcode Li en zijn genummerd: 001 … 023. De wielen hebben een diameter van 92 centimeter als zij nieuw zijn. De minimale wieldiameter is 84 centimeter. De asindeling is 2'B' + B'2'. De afstand tussen de draaistellen bedraagt 17,92 meter. De radstand van de draaistellen is 2,50 meter. Zowel één motor- als ook één loopdraaistel waren ter beproeving als kruisankerdraaistel uitgevoerd. De treinstellen zijn voorzien van de fabrieksnummers .
Uitvoering
Het bakgeraamte is opgebouwd uit constructiestaal Fe 360. De zwaarder belaste delen zijn uitgevoerd in het zwaardere Fe 510 staal. De constructie is sterker dan een bestaande constructie, maar toch lichter qua gewicht. Het geraamte wordt in een mal in elkaar gelast. Aan de onderzijde zijn stelbalken, welke onderling door met dwarsverbindingen bij elkaar worden gehouden. Met staanders op de stelbalken worden de hemelbomen ondersteund. Ter versteviging van het dak zijn dwarsverbindingen aangebracht onder het dak. Tussen de staanders zijn aan de onderzijde eveneens stalen profielen geplaatst voor de stevigheid. In de mal worden ook het dak geplaatst en de stalen golfplaten voor de vloer. De kop van het rijtuig wordt apart opgebouwd uit stalen kokers. Deze kokers worden bekleed met staalplaat. De kop wordt in de mal aan de rest van het rijtuig vast gemaakt. De bekleding van de rijtuigbak bestaat uit millimeter dik plaatstaal. De baanschuiver is geïntegreerd in het casco. Voor de isolatie van het rijtuig is gebruik gemaakt van . De treinstellen zijn aan de buitenzijde voorzien van stickers voor klasse-aanduiding, treinstelnummer en niet roken. Het treinstelnummer is aan de linkerzijde van elk rijtuig geplaatst en wel onder het eerste raam. Onder het tweede raam is het logo aangebracht. Elk rijtuig van een treinstel is geplaatst op eigen draaistellen. De front- en sluitseinen zijn naast elkaar geplaatst. Het derde frontsein is onder het cabineraam geplaatst. De aanzuiging voor de koellucht van de tractie installatie vindt plaats vanaf . De ABk is voorzien van een stroomafnemer. Op het dak is een verwarmingsunit geplaatst.
In de cabine is het bedieningspaneel recht voor de machinist geplaatst. Op deze manier is de cabine zo ergonomisch mogelijk ingericht. Aan de rechterzijde van de machinist is een diagnosescherm geplaatst waar de relevante informatie, zoals brandstofniveau, temperatuur en toerentallen (ook van de Wadlopers), wordt weergegeven. Ook waarschuwingen komen in dit scherm naar voren. In het midden is de snelheidsmeter geplaatst waarin het ATB paneel is geïntegreerd. Het diagnose- en besturingssysteem bevat per cabine een centrale verwerkingseenheid (PLC: Programmable Logic Controls). Via een netwerk in de trein communiceren de controllers met diverse subsystemen, zoals de tractiemotoren, remmen, deuren etc. Daarnaast vindt er communicatie plaats via kabels in het treinstel die de besturingssignalen geleiden. De stuurtafel is met beide systemen verbonden. Door de gebruikte elektronica is het ook mogelijk om de technische toestand van de subsystemen te beoordelen in een diagnosescherm. Op dit scherm is het ook mogelijk om de eventueel gekoppelde treinstellen te volgen in dit diagnosescherm. Dit scherm toont adviezen bij storingen. Dit bestaat uit te ondernemen acties of het stilzetten van de trein. Naast machinist hebben ook storingsmonteurs en personeel van de werkplaats toegang tot dit scherm. Afhankelijk van hun bevoegdheden kunnen zij meer of minder details te zien krijgen. Hiermee kunnen storingen en defecten sneller worden gelokaliseerd. De overige meters (nanometers) zijn vierkant uitgevoerd. Schakelaars zijn uitgevoerd als tuimelschakelaars. Bij het kopmaken moet alleen de stuurstroomsleutel meegenomen worden naar de andere cabine. Bij het rijden in treinschakeling is het mogelijk om de gekoppelde treinstellen te bedienen vanuit de voorste cabine. Elk rijtuig is voorzien van een LCD-display om de bestemming aan te geven.
Onder de rijtuigbakken zijn de apparaatkasten modulair uitgevoerd. Hierdoor konden defecte delen gemakkelijker vervangen worden door nieuwe of gereviseerde delen. De apparaten worden beschermd van buiten door schortbeplating. Deze hebben een geluiddempende werking. De rijtuigen zijn voorzien van balkons, welke direct achter de cabines zijn geplaatst. De rijtuigen zijn voorzien van zwenk/zwaaideuren met een breedte van 130 centimeter. Deze deuren zijn centraal te sluiten. De deuren zijn voorzien van een sluitfluit, zodat bij het sluiten van de deuren een fluit te horen is. De deuren liggen gelijk met de zijwand. De deuren worden centraal gesloten door middel van luchtdruk. De machinist kan tijdens een stop de deuren aan een zijde vrijgeven, terwijl de andere zijde gesloten blijft. De conducteur kan met een sleutel alle deuren tegelijkertijd sluiten. De deuren aan de zijde van de bakovergang van het ABk rijtuig is voorzien van een gehandicaptenlift, welke door de conducteur bediend kan worden. Voor de machinist zijn er aparte cabinedeuren, zodat hij de cabine niet via een druk balkon hoeft te bereiken. De treinstellen zijn voor de koeling voorzien van schuiframen.
De treinstellen zijn bij hun aflevering geel geschilderd. Het dak en de deuren zijn donkergrijs geschilderd. Rondom het cabineraam en zijruiten van de cabine zijn eveneens donkergrijs geschilderd. Aan de linkerzijde is elk rijtuig voorzien van zwarte treinstelnummers en een zwart logo. De rijtuigen zijn aan beide zijde voorzien van drie azuurblauwe reclamebanen van linksonder naar rechtsboven. Hierop kan reclame worden aangebracht. De reclamebanen zijn aangebracht vlak voor de meest rechtse deuren, zodat deze banen niet vlak voor de bakovergang zijn geplaatst.
Het interieur is ontworpen door en gemaakt door Emsta. Het zijn individuele stoelen in plaats van banken. Daarnaast is de rugleuning naar achteren gekanteld. De stoelen in de tweede klas krijgen een groene, stoffen bekleding. Hiermee wordt afgestapt van het gebruik van kunstleer in de tweede klas. In de eerste klas krijgen de stoelen blauwe bekleding van stof, de zijwanden zijn crème, waarbij de wanden die grenzen aan het balkon voorzien zijn van een motief. De afstand tussen de stoelen bedraagt 1,80 meter. Een aantal treinstellen kreeg bij wijze van proef een 3 + 2 zitplaatsopstelling in de tweede klas, met uitzondering bij de deuren naar het balkon. De stoelen in deze opstelling zijn van plastic. De treinstellen El2 2105 - El2 2109 werden daarmee uitgerust. Het treinstel werd daardoor breder (3,20 m), waarmee het een buitenprofielstatus verwierf. De gevolgen hiervan waren dat de treinstellen elkaar op de vrije baan niet mochten tegenkomen en een kruiswissel tussen perrons niet in afbuigende stand mochten nemen. De zijwanden zijn van kunststof met geïntegreerde armleuningen, asbakken en prullenbakken. Op de hoofdsteunen aan het gangpad zijn handgrepen geplaatst. De bagagerekken zijn van geperforeerd staal met dwarsverbindingen en in de langs richting geplaatst. In het interieur is gebruik gemaakt van TL verlichting. De verlichting is opgehangen aan het plafond in een koof in de langs richting. Voor de noodrem is gebruikt gemaakt van hendels, waardoor deze makkelijker te traceren is na gebruik. Als vloerbedekking is gebruik gemaakt van marmoleum. Deze loopt ook onder de scheidingswanden door. Onder deze laag marmoleum is een laag dempingsmaterieel aangebracht om de rijgeluiden tot een minimum te beperken. De treinstellen worden verwarmd door warme lucht. Van buiten wordt lucht aangezogen, welke verwarmd wordt in de verwarmingsunit op het dak en het rijtuig wordt ingeblazen. In de zomer komt de ventilatielucht uit het plafond. In de cabines is een apart systeem aangelegd met luchtdouches. In september 1997 wordt begonnen met de inbouw van airconditioning.
De automatische Scharfenberg koppeling van het treinstel hangt op een hoogte van 107 centimeter boven de spoorstaaf. De koppeling is aan de bovenzijde voorzien van een stuurstroomkoppeldoos. In deze koppeldoos zijn verende pencontacten verwerkt die zorg dragen voor de overdracht van opdrachten tussen gekoppelde treinstellen. Een automatisch wegklapbare kap zorgt voor de bescherming van de contacten. Deze kap kan vergrendeld worden als er gekoppeld wordt met ander materieel om een treinstel te slepen. Onderling zijn de treinstellen kort gekoppeld, welke alleen in werkplaatsen los gemaakt kan worden. Door de elektrische en pneumatische verbindingen in de Scharfenbergkoppelingen kon het in treinschakeling rijden met in totaal 6 treinstellen. Het is niet mogelijk om elektrisch te koppelen met andere treinstellen.
De beide type draaistellen (Mv/Li) hebben een radstand van 2,50 meter. Zij zijn afkomstig van Stork RMO type 9501. De draaistellen zijn voorzien van luchtvering. Voor de primaire vering van het draaistel is gebruik gemaakt van schroefveren en rubberdelen. Door schokdempers tussen de zwenkarm en draaistelframe dempen de veerbeweging. De secundaire vering bestaat uit hoofddraagbalk, welke op twee luchtveren rust. Deze luchtveren staan in verbinding met rubber veerpakketten, welke als noodvering dienen als de luchtvering uitvalt. De luchtveren dragen tevens zorgen voor het opnemen van de verdraaiing van het draaistel. Door een stabilisator wordt de rolbeweging van de rijtuigbak beperkt. Een wiegdemper zorgt er voor dat de wiegbeweging wordt gedempt. De motorassen zijn voorzien van een elektrodynamische rem. Alle assen zijn schijf geremd en het systeem wordt elektro-pneumatisch aangestuurd. Hierbij zorgen elektrische signalen voor het bedienen van de remschijven. De loopdraaistellen zijn tevens voorzien van een elektromagnetische rem en de spoelen voor de ATB. De aansturing van de luchtdrukrem door de dodeman en noodrem vindt langs de directe pneumatisch weg plaats. Als remkraan zijn de treinstellen voorzien van een remkraan van . Deze remkraan heeft remstanden. De draaistellen zijn ook voorzien van een antiblokkeer- en antislipinstallatie. De loopdraaistellen zijn voorzien van een veergestuurde parkeerrem. Het wielstel is door middel van een zwenkarm en een rubber zwenkarmlager verbonden met het draaistelframe.
ABk
Het draaistel onder de cabine is uitgevoerd als loopdraaistel. Het draaistel aan de zijde van de bakovergang bevat de tractiemotoren. Onder de rijtuigbak zijn modulaire apparaatkasten opgehangen, waarin de opgenomen zijn. Vanaf de cabine is er een balkon met twee klapzittingen en deze leidt door een schuifdeur naar de eerste klas. Hier zijn 24 zitplaatsen niet roken. Een klapdeur geeft toegang tot een open afdeling tweede klas met 20 zitplaatsen niet roken. Een schuifdeur geeft toegang tot een balkon. Dit balkon herbergt het toilet dat toegankelijk is voor mindervaliden en de ruimte voor de conducteur. In de ruimte van de conducteur is het mogelijk om de koersdisplays te bedienen. Ook is de EHBO koffer aanwezig in deze ruimte. Naast de deuren is een lift gemonteerd om mindervaliden de trein in te helpen. Het balkon geeft met een dubbele schuifdeur toegang tot een afdeling tweede klas met 19 zitplaatsen en een plaats voor een rolstoel. De treinstellen met 3 stoelen op een rij hebben in deze afdeling 22 zitplaatsen. Een schuifdeur komt uit bij de bakovergang. De stoelen in de eerste klas zijn bekleed met blauwe stof. De stoelen in de tweede klas zijn bekleed met groene stof. De wandbekleding is uitgevoerd met witte panelen. Bij de kopse kanten zijn wandschilderingen van Jan Cremer aangebracht.
Bk
Het draaistel onder de cabine is uitgevoerd als loopdraaistel. Het draaistel aan de zijde van de bakovergang bevat de tractiemotoren. Onder de rijtuigbak zijn modulaire apparaatkasten opgehangen, waarin de opgenomen zijn. Na de bakovergang volgt een open afdeling tweede klas met 24 zitplaatsen. De treinstellen met 3 stoelen op een rij hebben in deze afdeling 28 zitplaatsen. Een schuifdeur geeft toegang tot een groot balkon met 10 klapzittingen. In deze ruimte kunnen expresgoederen of 4 fietsen gestald worden, wat ten koste gaan van het aantal klapzittingen. Een schuifdeur geeft toegang tot een grote afdeling tweede klas met 48 zitplaatsen. De treinstellen met 3 stoelen op een rij hebben in deze afdeling 58 zitplaatsen. Aan de zijde van de cabine is een balkon geplaatst met 2 klapzittingen. Door middel van een deur kan de machinist zijn cabine bereiken. De stoelen in de tweede klas zijn bekleed met groene stof. De wandbekleding is uitgevoerd met witte panelen. Bij de kopse kanten zijn wandschilderingen van Jan Cremer geschilderd.
Inzet
Na de presentatie en aflevering van de El2 2101 in januari 1993 is de planning dat het treinstel in november 1993 in dienst komen in de stoptreindienst Zwolle - Emmen en Zwolle - Groningen. De eerste proefritjes met SM'90 werden begin juli 1993 met de 2101 gehouden op het emplacement te Zwolle. Op 26 juli 1993 werd de eerste proefrit op de hoofdbaan gehouden: de 2101 maakte een slag Zwolle - Meppel v.v. In november 1993 begon een instructieprogramma voor machinisten van standplaats Zwolle, dat duurde tot eind januari 1994. De planning is om per 16 januari 1994 een proefbedrijf te beginnen met zes treinstellen tussen Zwolle en Emmen. Dit proefbedrijf wordt echter met een week uitgesteld. Op 19 januari 1994 neemt de minister van Verkeer en Waterstaat, Hanja Maij-Weggen, het eerste treinstel officieel in gebruik. Op 24 januari 1994 gaat het proefbedrijf van start met 5 treinstellen in plaats van zes. Het proefbedrijf is ingelegd tussen Zwolle en Emmen. Er waren vijf diensten gesteld in de omloop ZT. Zij beginnen steeds in Zwolle. Op maandag tot en met vrijdag rijden de treinen 3824 en 8011 met drie gekoppelde treinstellen. Op zondag rijdt trein 8043 ook met drie treinstellen. In de eerste weken komen tijdens de ritten problemen naar voren met vaste remmen en het veelvuldig moeten vervangen van printplaten. Tijdens dit proefbedrijf werd in de eerste maanden door reizigers en personeel geklaagd over een in het interieur hoorbare fluittoon. Een spoel, later ook in DD–IRM 1 toegepast, was de boosdoener. Na een onderbreking van het proefbedrijf in april 1994 wegens problemen met transformatoren, was het al weer snel afgelopen. Nadat op 5 mei 1994 een treinstel tussen Coevorden en Gramsbergen strandde, werden ze helemaal uit de dienst gehaald en mocht de reizigers tussen Zwolle en Emmen weer 'ouderwets' van materieel'54 genieten. Men startte met een technisch proefbedrijf zonder reizigers tussen Zwolle en Leeuwarden en incidenteel een slagje Zwolle - Groningen in de serie 8100 om de problemen de baas te worden. Deze serie proefritten starten vanaf 8 juni 1994 en rijden tot 26 augustus 1994. Hierbij rijdt het grootste deel van de treinen met twee treinstellen. Een enkele trein rijdt zelfs met drie treinstellen, welke in Akkrum splitst. Het afgekoppelde treinstel koppelt aan met een los treinstel dat uit Leeuwarden komt. De proefritten toonde aan dat nog niet alle storingen verholpen waren, zodat in september 1994 ook proefritten worden gereden. Vanaf het najaar 1994 reden enkele gekoppelde treinstellen tussen Zwolle en Emmen. Voor deze ritten werd gebruik gemaakt van een beperkte groep machinisten. Tevens werden in deze periode wijzigingen aan de treinstellen uitgevoerd, zodat deze bedrijfszekerder gemaakt werden. Het proefbedrijf ging onverminderd door.
In de dienstregeling 1994/1995, welke in gaat op 29 mei 1994, zal er voor het eerst een volledige omloop voor de treinstellen worden gemaakt in de series 3800 en 8000. Dit zijn de stop- en sneltreinen Zwolle - Emmen. Door defecten aan het materieel is de beschikbaarheid van het materieel zeer laag. In oktober 1994 zullen er twee treinstellen beschikbaar zijn voor de dienst. In november 1994 moeten er 4 treinstellen beschikbaar zijn voor de dienst. De opengevallen diensten zullen worden gereden door treinstellen Plan V. Om de beschikbaarheid te verhogen zullen diverse wijzigingen worden uitgevoerd, zal het materieel door een beperkte groep machinisten worden gereden en zijn zij alleen tussen Zwolle en Emmen te zien.
In de dienstregeling 1995/1996 zijn er diensten voor de 9 treinstellen. De diensten zijn opgenomen in omloopgroep ZT en verdeeld over de series 3800 en 8000. Dit zijn de stop- en sneltreinen Zwolle - Emmen.
In de dienstregeling 1996/1997 zijn er diensten voor de 9 treinstellen. De diensten zijn opgenomen in omloopgroep ZT en verdeeld over de series 3800 en 8000. Dit zijn de stop- en sneltreinen Zwolle - Emmen.
In de dienstregeling 1997/1998 zijn er diensten voor de 9 treinstellen. De diensten zijn opgenomen in omloopgroep ZT en verdeeld over de series 3800 en 8000. Dit zijn de stop- en sneltreinen Zwolle - Emmen. Op 8 oktober 1997 worden de treinstellen aan de kant gezet, nadat trein met het treinstel El2 21 is gestrand met rokende remmen. Ook de El2 21 komt als trein tot stilstand met rokende remmen. Door het onderhoudsbedrijf Zwolle wordt de oorzaak achterhaald. Bij de El2 21 is er sprake van het uitvallen van het elektrodynamische remsysteem. Het pneumatische systeem werd geactiveerd maar de rem hiervan begon te roken. Van de El2 21 was de parkeerrem niet losgemaakt.
In de dienstregeling 1998/1999 zijn er diensten voor de 9 treinstellen. De diensten zijn opgenomen in omloopgroep ZT en verdeeld over de series 3800 en 8000. Dit zijn de stop- en sneltreinen Zwolle - Emmen.
In de dienstregeling 1999/2000 zijn er diensten voor de 9 treinstellen. De diensten zijn opgenomen in omloopgroep ZT en verdeeld over de series 3800 en 8000. Dit zijn de stop- en sneltreinen Zwolle - Emmen.
In de dienstregeling 2000/2001 zijn er diensten voor de 9 treinstellen. De diensten zijn opgenomen in omloopgroep ZT en verdeeld over de series 3800 en 8000. Dit zijn de stop- en sneltreinen Zwolle - Emmen.
In de dienstregeling 2001/2002 zijn er diensten voor de 9 treinstellen. De diensten zijn opgenomen in omloopgroep ZT en verdeeld over de series 3800 en 8000. Dit zijn de stop- en sneltreinen Zwolle - Emmen.
In de dienstregeling 2003, die begint op 15 december 2002, zijn er diensten voor de 9 treinstellen. De diensten zijn opgenomen in omloopgroep ZT en verdeeld over de series 3800 en 8000. Dit zijn de stop- en sneltreinen Zwolle - Emmen. In het voorjaar van 2003 staan alle treinstellen aan de kant als gevolg van scheurtjes in de assen. De assen moeten hierop vervangen worden. Doordat de vervanging op zicht laat wachten, springt Plan V bij in de series 3800 en 8000.
In de dienstregeling 2004, welke op 15 december 2003 begint, zijn er diensten voor de 9 treinstellen. De diensten zijn opgenomen in omloopgroep ZT en verdeeld over de series 3800 en 8000. Dit zijn de stop- en sneltreinen Zwolle - Emmen.
In de dienstregeling 2005, welke op 12 december 2004 begint, zijn er diensten voor de 9 treinstellen. De diensten zijn opgenomen in omloopgroep ZT en verdeeld over de series 3800 en 8000. Dit zijn de stop- en sneltreinen Zwolle - Emmen. Op 10 december 2005 zijn er nog 6 treinstellen in dienst. Het zijn de El2 2103, El2 2107. Als laatste treinstel komt de El2 2107 aan in Zwolle als trein 8090 uit Emmen.
Onderhoud
De treinstellen krijgen hun onderhoud in de lijnwerkplaats van Zwolle. Het herstellen van botsschade en revisie vinden plaats in de hoofdwerkplaats van Haarlem.
Inzet per diensregeling jaar
De inzet per dienstregeling jaar en eventuele bijzonderheden.
- 1994/1995: 3800, 8000
- 1995/1996: 3800, 8000
- 1996/1997: 3800, 8000
- 1997/1998: 3800, 8000
- 1998/1999: 3800, 8000
- 1999/2000: 3800, 8000
- 2000/2001: 3800, 8000
- 2001/2002: 3800, 8000
- 2003: 3800, 8000
- 2004: 3800, 8000
- 2005: 3800, 8000
Revisie
In 2006 zouden de treinstellen toe zijn aan hun midlife revisie. Dit werd hen echter niet gegund en werden derhalve aan de kant gezet.
Bijzondere uitvoeringen
Wijzigingen
- Na klachten over de harde zittingen, worden deze vanaf 1996 vervangen door zachtere zittingen. Deze zijn vergelijkbaar met de zittingen in het DM'90.
- Vanaf 2003 wordt begonnen met het rookvrij maken van rijtuigen en treinstellen. De asbakken worden hierbij verwijderd of dicht gemaakt. Ook worden de treinstellen voorzien van de niet roken logo's.
Cabine airco
In 1998 werd begonnen om de treinstellen te voorzien cabine airconditioning. Dit vond plaats in de Hoofdwerkplaats Haarlem. Op 1 september 1998 arriveerde de El2 2108 in Haarlem, maar vanwege een gebrek aan onderdelen is het treinstel teruggestuurd naar Zwolle. Op 7 oktober 1998 arriveerde het treinstel nogmaals in Haarlem voor inbouw van de airco.
| Nummer | Ombouw in | Ombouw uit |
|---|---|---|
| 2101 | 23 maart 1998 | 7 mei 1998 |
| 2102 | 29 juni 1998 | 7 juli 1998 |
| 2103 | 19 augustus 1998 | 1 september 1998 |
| 2104 | 7 mei 1998 | 20 mei 1998 |
| 2105 | 2 juni 1998 | 10 juni 1998 |
| 2106 | 15 juni 1998 | 22 juni 1998 |
| 2107 | 4 augustus 1998 | 19 augustus 1998 |
| 2108 | 7 oktober 1998 | 20 oktober 1998 |
| 2109 | 9 juli 1998 | 3 augustus 1998 |
Vernummeringen
De treinstellen zijn gedurende hun levensloop niet vernummerd.
Schadegevallen
- Op september 2001 loopt treinstel 2106 schade op aan het Bk rijtuig. Op 1 oktober 2001 wordt het treinstel binnengenomen in de werkplaats van Haarlem. Op 26 maart 2002 wordt het treinstel weer naar Zwolle gesleept door de ICM-IV 4209 + ICM-III 4082. Het treinstel is niet in herstelling genomen. In Zwolle zal een bakwisseling plaats gaan vinden met treinstel 2108.
- Op 2002 loopt het treinstel 2108 schade op aan het ABk rijtuig. In april 2002 vindt een bakwisseling plaats met treinstel 2106. De beschadigde rijtuigbakken zijn als 2108 op 24 juni 2002 naar Haarlem gesleept. Op 23 januari 2003 is het treinstel terug naar Zwolle gesleept.
Bakwisselingen
- Door schade aan de Bk 2106 en ABk 2108 heeft in april 2002 een bakwisseling plaatsgevonden. De beschadigde bakken werden samengevoegd tot treinstel 2108. Treinstel 2106 is op 11 april 2002 in dienst gekomen met de ABk 2106 + Bk 2108.
| Nummer | ABk | Bk | Datum bakwisseling | Reden voor wisseling |
|---|---|---|---|---|
| 2106 | ABk 2106 | Bk 2108 | 11 april 2002 | Botsschade Bk 2106 |
| 2108 | ABk 2108 | Bk 2106 | 11 april 2002 | Botsschade ABk 2108 |
Afvoer
In het voorjaar van 2005 is NS Reizigers bezig om een materieelplan voor de middellange termijn op te stellen. Hierin worden een tweetal vervoersconcepten ontwikkeld en wordt rekening gehouden met de instroom van nieuw materieel. In dit plan wordt de afvoer van SM'90 voorzien wanneer het station van Dalen gesloten zal worden met het ingaan van de dienstregeling 2005. Op 11 december 2005 is de gehele serie buiten dienst gesteld. De treinstellen zijn in Zwolle verzameld en in groepjes van 3 treinstellen werden zij overgebracht van Zwolle naar Onnen. Op 11 december 2005 strandde de combinatie te Herfte aansluiting en kwamen terug naar Zwolle in verband met een defect aan de . Op gingen de stellen als nog naar Onnen.
Op 18 oktober 2006 werd treinstel 2109 gebruikt voor een rampenoefening op Utrecht Centraal. Hierbij werd het stel inwendig en uitwendig bewerkt, waarbij forse schade ontstond. Na afloop van de oefening werd het treinstel naar Amersfoort Vlasakkers overgebracht. Op 14 februari 2007 werd het stel vanuit Amersfoort naar Zwolle overgebracht voor verdere onttakeling.
Sloop
Op 16 januari 2007 werden de El2 2102 en El2 2103 vanuit Onnen naar Zwolle gesleept. Op Zwolle Katwolde werden de treinstellen gescheiden en van de apparatuur onder de bakken ontdaan. Op diepladers maakten zij hun laatste reis naar sloperij Houben in Hasselt. Op 17 januari volgde de El2 2107 en op 18 januari de El2 2108. De treinstellen waren nauwelijks ontdaan van hun interieur, welke eventueel hergebruikt zou kunnen worden in Plan T of DM'90. Ook de ATB kasten en de programmable logic controllers waren niet verwijderd uit de treinstellen. Deze konden nogmaals gebruikt kunnen worden in ander materieel. Het enige dat gedemonteerd was, was de cabine inrichting. Op 15 februari 2007 volgde de tweede tranch treinstellen. De El2 2101 en El2 2105 werden overgebracht vanuit Onnen naar Zwolle door de 6441. Uiteindelijk zijn de treinstellen via de boot in Hasselt gekomen. Op 16 februari volgden de El2 2104 en El2 2106 achter de 6443 dezelfde weg. Deze stellen waren in Onnen beter onttakeld dan de eerste vier treinstellen.
Museummaterieel
Het enige dat bewaard is gebleven van SM'90 is de kop van de Bk 2106 (ex Bk 2108). Deze ligt veilig opgeborgen in de museumloods te Blerick en was in eerste instantie bewaard voor de tentoonstelling Hoogspanning, die van 28 juni t/m 31 augustus 2008 in het Spoorwegmuseum te zien was. Na afloop keert de kop terug naar Blerick. In november 2015 wordt bekend dat de kop tentoon gesteld zal gaan worden in het openbaar vervoer museum Transit Oost in Winterswijk. In 2016 zal de kop naar Winterswijk worden overgebracht, wanneer de werkplaats wordt opgeleverd. Door de aanwezigheid van asbest in de loods is de overbrenging uitgesteld. Op 10 september 2021 arriveert de kop alsnog in Winterswijk. De kop zal gebruikt worden om virtueel een rit te maken vanuit Winterswijk naar Arnhem of Zutphen. In het najaar van 2021 is de kop gereinigd en geschilderd. In de winter van 2021 wordt de toegang tot de kop gerealiseerd in het museum. De buitenzijde wordt geschuurd en geschilderd. In het voorjaar van 2022 is er vloerbedekking in de cabine worden gelegd. In mei 2022 is de kop te bezichtigen en worden er beelden getoond van een cabinerit tussen Winterswijk en Arnhem en tussen Winterswijk en Apeldoorn.
Afleverdata
| Nummer | Afleverdatum | In dienst | Ter zijde | Sloop(rit) |
|---|---|---|---|---|
| 2101 | 20 januari 1993 | 23 januari 1994 | 11 december 2005 | 15 februari 2007 |
| 2102 | 16 maart 1993 | 23 januari 1994 | 11 december 2005 | 16 januari 2007 |
| 2103 | 27 april 1993 | 23 januari 1994 | 11 december 2005 | 16 januari 2007 |
| 2104 | 27 mei 1993 | 23 januari 1994 | 11 december 2005 | 16 februari 2007 |
| 2105 | 28 juni 1993 | 23 januari 1994 | 11 december 2005 | 15 februari 2007 |
| 2106 | 29 juli 1993 | 23 januari 1994 | 11 december 2005 | 16 februari 2007 |
| 2107 | 24 augustus 1993 | 23 januari 1994 | 11 december 2005 | 17 januari 2007 |
| 2108 | 16 september 1993 | 13 Oktober 1994 | 11 december 2005 | 18 januari 2007 |
| 2109 | 9 november 1993 | 23 januari 1994 | 11 december 2005 | 19 februari 2007 |
|
Bronnen, Referenties en/of Voetnoten
|