Maarn

Uit Somda Railwiki
Naar navigatie springenNaar zoeken springen

Maarn is de naam van de gelijknamige plaats in de provincie Utrecht. De verkorting is Mrn.

Geschiedenis

In 1845 wordt een stopplaats geopend in Maarn, tegelijkertijd met het traject tussen Driebergen en Veenendaal.


Eerste station

Het eerste station is een stopplaats, bestaande uit . De stopplaats is geopend op 15 maart 1845. Op deze datum is ook het traject tussen Driebergen en Veenendaal geopend, als onderdeel van de spoorlijn tussen Amsterdam en Duitsland. Om de stopplaats aan te kunnen leggen, is een deel van de Utrechtse Heuvelrug afgegraven. Op 18 mei 1892 wordt de stopplaats gepromoveerd naar station met emplacement. Dit wordt mede ingegeven door het drukke vervoer vanaf de in 1865 geopende zandafgraving in Maarn. Tussen 1895 en 1910 wordt het station uitgebreid. Er wordt een dienstwoning, ruimten voor de stationsdienst, een personeelsvertrek, waterreservoir, draaischijf, kolenopslagplaats en drie seinhuizen gebouwd. Nadat het nieuwe station in 1972 in gebruik is genomen, wordt het oude stationsgebouw als trainingsschool gebruikt. Hier worden honden getraind voor de spoorwegpolitie.


Tweede station

In het voorjaar van 1970 wordt besloten om het station van Maarn met ongeveer anderhalf kilometer te verplaatsen in oostelijke richting. Het station ligt ongunstig ten opzichte van de bebouwing van het dorp. Ook de uitbreiding van het dorp gaat van het station af. Door de verplaatsing van het station kan het station van Maarsbergen worden gesloten. Het station van Bunnik kan worden heropend. Dit zal moeten gebeuren in 1972. Het nieuwe station zal twee zijperrons krijgen, waarbij elk perron voorzien wordt van een verwarmde abri. Bij het station komt een fietsenstalling en 50 parkeerplaatsen. Er komt geen stationsgebouw. Op 16 mei 1972 is het station in gebruik genomen.


Laad- en losplaats

Met het ingaan van de zomerdienst van de dienstregeling 1989/1990 wordt Maarn bediend door de nieuwe locomotieven van de serie 6400. Van maandag tot en met vrijdag rijdt trein 59667 van Amersfoort naar Maarn halverwege de ochtend. Aan het begin van de middag rijdt trein 59668 vanuit Maarn naar Amersfoort. Deze trein bevat wagons voor .

Rangeerterrein

Vanwege het snel groeiende goederenvervoer is de SS op zoek naar een extra rangeerterrein, omdat er zowel in Arnhem als Utrecht een gebrek is aan rangeercapaciteit. In 1899 wordt begonnen met de aanleg van een rangeerterrein bij de zandafgraving in Maarn. Dit rangeerterrein wordt op een eerder afgegraven deel aangelegd. Op dit terrein zijn diverse grote stenen en keien achtergebleven. Om tot een egaal terrein te komen, wordt er zand uit de nabijgelegen Zanderij gebruikt. De opening van het rangeerterrein is op 6 september 1901. Het rangeerterrein wordt voorzien van diverse gebouwen, zoals een locomotiefloods met draaischijf, seinhuizen en een waterreservoir. Het rangeerterrein wordt ook voorzien van een eigen elektriciteitscentrale. Tussen 1915 en 1918 wordt het rangeerterrein uitgebreid. Zo komt er in 1917 een rangeerheuvel en in 1919 een nieuwe draaischijf. In 1918 wordt het rangeerterrein bestempeld als centraal punt voor de aan- en afvoer van goederenwagens in het midden van Nederland. Het rangeerterrein wordt tot 1933 gebruikt. Door de economische crisis van de jaren '30 is het openhouden niet meer rendabel. De rangeerwerkzaamheden worden verplaatst naar Utrecht, Arnhem en Amersfoort. De sporen worden echter niet allemaal opgebroken en blijven tot 1993 liggen. Vanwege de aanleg van snelweg A12 wordt een deel van het rangeerterrein opgebroken in 1948. Onder de snelweg wordt een viaduct aangelegd, zodat het rangeerterrein alsnog te bereiken is. Rond 1995 wordt dit spoor ook opgebroken.

Na de opening in september 1901 wordt op het rangeerterrein begonnen met het splitsen en combineren van goederentreinen, waarmee Utrecht wordt ontlast.


Zanderij

Voor de aanleg van spoorlijnen zijn diverse materialen nodig. De spoorwegen wilden graag de aanvoer, bewerking en de winning zelf organiseren. Voor dit werk werden aparte ondernemingen opgericht, geheel gericht op hun taak. De eerste graafwerkzaamheden voor wat later de zanderij zou worden, worden tussen 1838 en 1843 uitgevoerd. Het is doorgraving van de Utrechtse Heuvelrug waar de spoorlijn uit Utrecht naar Arnhem komt te liggen. De ingraving is 12 tot 20 meter diep en meter breed. Ook wordt op deze plaats het station van Maarn gerealiseerd. Vanaf 1865 wordt aan de zuidzijde van het station op grotere schaal zand gewonnen voor de aanleg van spoorlijnen.

In 1937 worden 6 kopsporen aan het zuidoosten aangelegd ten behoeve van het opstellen van de nieuwe treinstellen Materieel'36. Zij wachten hier op indienststelling in 1938. Deze sporen zijn na de indienststelling van de treinstellen weer opgebroken.


Vanaf 1 februari 1953 wordt de productie van zand opgevoerd om zand te kunnen vervoeren naar de ondergelopen gebieden die getroffen zijn door de watersnoodramp. De capaciteit wordt uitgebreid van 225 naar 300 ton per uur door het plaatsen van een dragline naast de al aanwezige grijper. Door de aanwezige spoorcapaciteit is het mogelijk om maximaal 10 treinen per dag te laten vertrekken. De meeste treinen bestaan uit zandwagons van verschillende types GZ en kolenwagons van de verschillende types GT. De NS wil graag snel de beschikking hebben over zoveel mogelijk wagons van het type GZ, zodat de kolenwagons weer gebruikt kunnen worden in het kolenvervoer. Daarnaast duurt het drie keer zo lang om een kolenwagon leeg te scheppen dan een zandwagon. In de eerste dagen wordt de aan- en afvoer van zandtreinen bijgesteld, zodat niet gewacht hoefde te worden op zand in de getroffen gebieden. De extra treinen maken gebruik van de drukke baanvakken Utrecht - Rotterdam en Utrecht - 's-Hertogenbosch. Om te voorkomen dat de treinen richting Breda vertraging op zouden lopen, worden deze treinen via Arnhem - Nijmegen ingelegd. Op 4 februari 1953 zijn de laatste kolenwagons geruild tegen zandwagons. Door de NS zijn er in totaal 280 kolenwagons gebruikt in deze vier dagen. Per 11 februari 1953 rijden er 4 facultatieve treinen tussen Maarn en Breda en 10 facultatieve treinen tussen Maarn en Dordrecht. Op 12 februari 1953 wordt er een nachtdienst ingesteld om zo veel als mogelijk zand te kunnen laden in de zand- en kolenwagens die gebruikt worden. De 10 treinen naar Dordrecht worden per 18 februari 1953 vast ingelegd. De frequentie van de treinen naar Breda worden verhoogd tot 6 treinen per dag. Vanwege de stijgende vraag naar zand gaan er op zondag twee extra treinen naar Breda rijden. Op maandag rijden 2 extra treinen naar Dordrecht. Vier van de zes treinen rijden per 22 februari 1953 door naar Lage Zwaluwe. Per 7 maart 1953 vervalt de nachtdienst, omdat er voldoende zand is gestort bij Moerdijk. Het aantal treinen wordt vanaf dat moment ook verminderd tot zes per trein. Er rijden twee treinen naar Lage Zwaluwe en vier treinen naar Dordrecht. In totaal rijden er 157 treinen uit Maarn naar de getroffen gebieden tussen 1 februari en 14 maart 1953. Met deze treinen wordt 95.870 ton zand vervoerd.

De Zanderij wordt tot 1993 gebruikt door de NS. De laatste winning van zand vond plaats in 2001. Sinds die tijd is het terrein teruggegeven aan de natuur.


Locomotievenloods

Station Maarn kende een locomotievenloods. Op 1 is de aanbesteding voor de bouw uitgeschreven met het bestek , welke gewonnen werd door aannemer uit . Deze bouwde de loods naar een ontwerp van . De locomotievenloods is aan de zuidoostzijde van het emplacement gebouwd. Deze is in september 1901 in gebruik genomen door de SS. Dit is een rechthoekige loods met standen en 2 sporen. Op ieder spoor is er plaats voor locomotieven. Onder de sporen zijn smeerputten aangebracht, om zo onderhoud aan de onderzijde van de locomotief te kunnen uitvoeren. De locomotieven kunnen de loods aan zijde uitrijden. De loods is opgetrokken uit hout en heeft een dak. De loods heeft een lengte van 23,6 meter, een breedte van 10,3 meter en het hoogste punt is op meter. In de locomotievenloods is het kantoor van de depotchef, een magazijn, kamer voor machinisten en een smederij. Naast de locomotievenloods komt er een kolenpark en een waterreservoir. De locomotievenloods is te bereiken met een draaischijf die een middellijn heeft van 14,5 meter. De draaischijf was eerder in gebruik te Utrecht. De draaischijf ligt meter ten van de locomotievenloods. De bediening van de draaischijf geschiedt handmatig. In 1904 wordt het reservoirgebouw vervangen door een hoog, stenen gebouw. In 1918 wordt er een tweede draaischijf aangelegd. De oude draaischijf wordt in 1919 vervangen door een draaischijf met een middellijn van 18 meter uit Roosendaal. Deze wordt circa 20 meter ten zuidwesten van de oude draaischijf neergelegd.

Om te voorkomen dat er vele ritten als losse locomotief van rangeerlocomotieven uit onder andere Utrecht nodig zijn, wordt Maarn per 15 oktober 1924 aangewezen als locomotief- en personeelsdepot. Het depot maakt deel uit van Tractiegroep II Utrecht. In 1931 wordt een lokaal voor houtbewerking ten behoeve van de Dienst van Tractie in gebruik genomen. Op 1 maart 1932 wordt het depot opgeheven. In de zomerdienst van 1932 worden er locomotieven van de series 3700 en 8700 van het depot Utrecht in Maarn gezien

In 1934 wordt de locomotievenloods afgebroken en overgebracht naar Utrecht De draaischijven worden deels opgebroken. De restanten van de twee draaischijven zijn blijven liggen en maken sinds 2014 deel uit van het natuurgebied waarin de Zanderij is opgegaan. Het reservoirgebouw is in 1956 gesloopt.


Locomlopen

In de winterdienst van 1924 zijn er 3 diensten voor de locomotieven. Er zijn 2 rijdende diensten en 1 dienst als koude reserve. De 2 rijdende diensten zijn verdeeld over 1 omloop. In de A-omloop zijn 3 locomotieven van de serie 8510 - 8515 (soortmerk RO1) ingedeeld. De twee locomotieven zijn driedubbel bezet in een vroege, late en nachtdienst, zodat zij 24 uur per dag bezig zijn met rangeren. De vroege dienst begint om 6.00, de late dienst begint om 14.00 en de nachtdienst begint om 22.00. Op zon- en feestdagen is alleen dienst 1a gepland om 6.00, waarbij groepswagentrein 4216 naar Utrecht werd gebracht. Terug naar Maarn gaat het met buurtgoederentrein 6257. Met ingang van 5 juni 1925 komen de treinen 4216/6257 te vervallen in het Maarnse werkpakket. Hiermee komt ook de enige dienst op zondag te vervallen. Na deze wijziging verandert er tot aan de winterdienst van 1928 niets aan het werkpakket. De A-omloop heeft twee diensten voor rangeren en een derde dienst als koude reserve in de locomotievenloods. Met het ingaan van de zomerdienstregeling van 1929 op 15 mei heeft de A-omloop twee diensten voor 2 locomotieven van de serie 8700 voor het rangeren en een locomotief van de serie 8600 is ingedeeld als koude reserve. Met ingang van 15 mei 1931 heeft dienst 2 van de A-omloop nog maar een dubbele bezetting, omdat de vroege dienst is komen te vervallen. De winterdienst van 4 oktober 1931 laat een verdere inkrimping van het aantal diensten zien, omdat ook de late dienst van dienst 2 komt te vervallen. Per 30 november 1931 is de locomotief in dienst 1 alleen nog aan het rangeren tussen 19.00 en 7.00, met aflossing om 23.00. In dienst 2 wordt alleen van 21.00 tot 5.30 gerangeerd zonder aflossing.

Op 1 maart 1932 worden geen diensten meer gesteld van uit het locomotievendepot. Er zijn tot dat moment nog slechts 2 diensten gesteld vanuit het depot.


Mutaties

Op 1 september 1924 arriveert de 8510 vanuit het depot Utrecht in Maarn. Op 12 september 1924 verhuist de 8510 naar het depot van . Op 1 oktober 1924 arriveren de 8514 en 8515 vanuit het depot Utrecht in Maarn. Op 1 oktober 1924 arriveert de 8701 vanuit het depot in Maarn. Op 1924 verhuist de 8701 naar het depot van . Op 13 november 1924 arriveert de 8703 vanuit het depot in Maarn. Op 29 januari 1925 verhuist de 8703 naar het depot van . Op 1925 arriveert de 8609 vanuit het depot in Maarn. Op 1925 arriveert de 8607 vanuit het depot in Maarn. Op 1925 arriveert de 8611 vanuit het depot in Maarn. Op 1925 arriveert de 8602 vanuit het depot in Maarn. Op 18 november 1925 arriveert de 8509 vanuit het depot in Maarn. Op 1926 arriveert de 8606 vanuit het depot in Maarn. Op 1926 arriveert de 8505 vanuit het depot in Maarn. Op 1926 arriveert de 8502 vanuit het depot in Maarn. Op oktober 1927 arriveert de 8513 vanuit het depot in Maarn. Op 1929 arriveert de 8704 vanuit het depot in Maarn. Op 1929 arriveert de 8715 vanuit het depot in Maarn. Op 1929 arriveert de 8608 vanuit het depot in Maarn. Op 19 verhuist de 8608 naar het depot van . Op 22 december 1930 arriveert de 87 vanuit het depot in Maarn. Op 19 arriveert de 8712 vanuit het depot in Maarn. Op 19 arriveert de 8724 vanuit het depot in Maarn. Op 19 arriveert de 8735 vanuit het depot in Maarn. Op 14 december 1931 verhuist de 8712 naar het depot van Amsterdam Rietlanden. Op 1 maart 1932 verhuizen de 8724 en 8735 naar het depot van Utrecht CS, waarmee er geen locomotieven meer zijn gehuisvest in het depot van Maarn.

In het depot zijn tussen en de volgende series stoomlocomotieven in het depot gehuisvest:

  • 8500;
  • 8600;
  • 8700


Spoorlijnen

Het station is gelegen aan de Rhijnspoorlijn, ter hoogte van kilometerpunt 54,2.


Dienstregeling

Na de opening van de stopplaats in 1845, stoppen er alleen op verzoek de eerste en de laatste trein van de dag in Maarn.


Stoppende treinen

In de huidige dienstregeling (2025) stoppen de volgende treinseries te Maarn:

Treinserienummer Beginpunt Eindpunt Materieel
7300 Rhenen Breukelen SLT/SNG


Passerende treinen

In de huidige dienstregeling (2025) passeren de volgende treinseries te Maarn:

Treinserienummer Beginpunt Eindpunt Materieel
120 Amsterdam Centraal Frankfurt am Main ICE3-NEO
220 Amsterdam Centraal Frankfurt am Main/Munchen Hbf ICE3-NEO
3000 Den Helder Nijmegen VIRM
3100 Den Haag Centraal Nijmegen VIRM
3200 Rotterdam Centraal Arnhem VIRM
21400 Utrecht Centraal Nijmegen VIRM

Bronnen, Referenties en/of Voetnoten

  • Sporen door het water De NS en de Watersnoodramp van 1953 - J. Matthijssen en M. van Oostrom - Maandblad: Railmagazine, 15e jaargang - januari 1993 nummer 101 Blz: 17-21 Uitgave: Stichting Rail Publicaties ISSN: 0926-3489
  • Zanderij Maarn en grinderij Linne - J. Tromp - Maandblad: Op de Rails, 93e jaargang - september 2025 Blz: 419-425 Uitgave: NVBS ISSN: 0030-3321
  • Locomotiefdepot Maarn - P. Henken - Maandblad: Op de Rails, 94e jaargang - januari 2026 Blz: 8-11 Uitgave: NVBS ISSN: 0030-3321
  • Locomotiefloodsen en tractieterreinen in Nederland 1839 - 1958 - H. Waldorp, J.G.C. van der Meene - Uitgeverij Schuyt & Co, 1992 ISBN 90-6097-323-2