Rotterdam Maas: verschil tussen versies
Geschiedenis. |
Geschiedenis. |
||
| Regel 3: | Regel 3: | ||
= '''Geschiedenis''' = | = '''Geschiedenis''' = | ||
Door de [[NRS (Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij)]] zijn er in het oorspronkelijke plan, twee stations bedacht in Rotterdam. Het ene station zou in de buurt komen van het al bestaande station [[Rotterdam Delftsche Poort]], het andere station zou in de buurt van de Maas komen. In 1845 is al geld beschikbaar gesteld voor de aanleg van een station 'achter het Haringvliet'. Dit is een stuk land tussen het Haringvliet en Boerengat en Nieuwe Maas, ten oosten van het Oude Hoofd. Ten zuiden van de Rijkswerf is een zeedijk benodigd. Het zou uiteindelijk 2 jaar duren voor er een goede locatie gevonden was. Zo zijn er bezwaren van omwonenden en Kamer van Koophandel die vrezen voor druk verkeer door de straten. | Door de [[NRS (Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij)]] zijn er in het oorspronkelijke plan, twee stations bedacht in Rotterdam. Het ene station zou in de buurt komen van het al bestaande station [[Rotterdam Delftsche Poort]], het andere station zou in de buurt van de Maas komen. In 1845 is al geld beschikbaar gesteld voor de aanleg van een station 'achter het Haringvliet'. Dit is een stuk land tussen het Haringvliet en Boerengat en Nieuwe Maas, ten oosten van het Oude Hoofd. Ten zuiden van de Rijkswerf is een zeedijk benodigd. Het zou uiteindelijk 2 jaar duren voor er een goede locatie gevonden was. Zo zijn er bezwaren van omwonenden en Kamer van Koophandel die vrezen voor druk verkeer door de straten. In juni 1847 wordt een ontwerpovereenkomst getekend tussen de gemeente Rotterdam en de spoorwegmaatschappij om het station aan te leggen op de gewenste plaats van de spoorwegmaatschappij. In juli 1847 wordt de overeenkomst bekrachtigd door de gemeente Rotterdam. Door de NRS wordt 32.000 gulden betaald aan de gemeente om de grond te kopen. Na dat de grond is aangekocht, wordt nog niet begonnen met de aanleg van een station of de spoorlijn naar Utrecht. Als op 18 juli 1851 een verdrag wordt gesloten tussen de Nederlandse regering en Pruisen over de doortrekking van de [[Rhijnspoorlijn]] naar Duitsland en de daarbij behorende versmalling van de spoorlijn van een spoorwijdte van 1,945 meter naar 1,435 meter is duidelijk welke spoorwijdte de spoorlijn naar Rotterdam zal gaan krijgen. In november 1851 wordt de minister van Binnenlandse Zaken, J.R. Thorbecke, gemaand door zowel de gemeenteraad als de Kamer van Koophandel om druk te houden op de NRS om de aanleg van de spoorlijn zo snel als mogelijk aan te vangen. Het verdrag met Pruisen wordt pas op 14 april 1852 geratificeerd, waarmee begonnen kan worden met de aanleg van de spoorlijn. Daarnaast was er extra grond beschikbaar voor de aanleg van een entrepot door de verhuizing van de Rijkswerf naar Hellevoetsluis. Een entrepot was door Pruisen verplicht gesteld. In 1854 wordt begonnen met de bouw van een voorlopig station op de plaats die 7 jaar eerder was overeengekomen. Daarnaast wordt 5.000 gulden betaald voor de aankoop van een deel van de voormalige marinewerf. Er worden kostenberekeningen gemaakt voor de bouw van een aanlegkade, overdracht van het Stadstimmerhuis en het uitdiepen van het Boerengat. Op 20 juli 1855 wordt het voorlopige station in gebruik genomen. Op 25 augustus 1855 ontvangt minister Jhr.Mr. G.C.J. van Reenen van Binnenlandse Zaken een brief van het college van B & W van Rotterdam om een besluit te nemen over de definitieve plaats van het nieuwe station. Medio september 1855 ontvangt het college van B & W van minister Dr. A. Vrolik van Financiën het bericht dat alle stukken over de vestiging van een Rijksentrepot bij het voorlopige stationsgebouw zijn goedgekeurd. Hiermee kan begonnen worden met de bouw van het daadwerkelijke station. | ||
Versie van 26 feb 2024 21:50
Rotterdam Maas was een van de stations van Rotterdam. Het station was het eindpunt voor de treinen uit de richting Gouda. In 1953 is het gesloten. De verkorting was Rtm.
Geschiedenis
Door de NRS (Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij) zijn er in het oorspronkelijke plan, twee stations bedacht in Rotterdam. Het ene station zou in de buurt komen van het al bestaande station Rotterdam Delftsche Poort, het andere station zou in de buurt van de Maas komen. In 1845 is al geld beschikbaar gesteld voor de aanleg van een station 'achter het Haringvliet'. Dit is een stuk land tussen het Haringvliet en Boerengat en Nieuwe Maas, ten oosten van het Oude Hoofd. Ten zuiden van de Rijkswerf is een zeedijk benodigd. Het zou uiteindelijk 2 jaar duren voor er een goede locatie gevonden was. Zo zijn er bezwaren van omwonenden en Kamer van Koophandel die vrezen voor druk verkeer door de straten. In juni 1847 wordt een ontwerpovereenkomst getekend tussen de gemeente Rotterdam en de spoorwegmaatschappij om het station aan te leggen op de gewenste plaats van de spoorwegmaatschappij. In juli 1847 wordt de overeenkomst bekrachtigd door de gemeente Rotterdam. Door de NRS wordt 32.000 gulden betaald aan de gemeente om de grond te kopen. Na dat de grond is aangekocht, wordt nog niet begonnen met de aanleg van een station of de spoorlijn naar Utrecht. Als op 18 juli 1851 een verdrag wordt gesloten tussen de Nederlandse regering en Pruisen over de doortrekking van de Rhijnspoorlijn naar Duitsland en de daarbij behorende versmalling van de spoorlijn van een spoorwijdte van 1,945 meter naar 1,435 meter is duidelijk welke spoorwijdte de spoorlijn naar Rotterdam zal gaan krijgen. In november 1851 wordt de minister van Binnenlandse Zaken, J.R. Thorbecke, gemaand door zowel de gemeenteraad als de Kamer van Koophandel om druk te houden op de NRS om de aanleg van de spoorlijn zo snel als mogelijk aan te vangen. Het verdrag met Pruisen wordt pas op 14 april 1852 geratificeerd, waarmee begonnen kan worden met de aanleg van de spoorlijn. Daarnaast was er extra grond beschikbaar voor de aanleg van een entrepot door de verhuizing van de Rijkswerf naar Hellevoetsluis. Een entrepot was door Pruisen verplicht gesteld. In 1854 wordt begonnen met de bouw van een voorlopig station op de plaats die 7 jaar eerder was overeengekomen. Daarnaast wordt 5.000 gulden betaald voor de aankoop van een deel van de voormalige marinewerf. Er worden kostenberekeningen gemaakt voor de bouw van een aanlegkade, overdracht van het Stadstimmerhuis en het uitdiepen van het Boerengat. Op 20 juli 1855 wordt het voorlopige station in gebruik genomen. Op 25 augustus 1855 ontvangt minister Jhr.Mr. G.C.J. van Reenen van Binnenlandse Zaken een brief van het college van B & W van Rotterdam om een besluit te nemen over de definitieve plaats van het nieuwe station. Medio september 1855 ontvangt het college van B & W van minister Dr. A. Vrolik van Financiën het bericht dat alle stukken over de vestiging van een Rijksentrepot bij het voorlopige stationsgebouw zijn goedgekeurd. Hiermee kan begonnen worden met de bouw van het daadwerkelijke station.
Het station is ontworpen door . Het station bestaat uit twee overkappingen met onder overkapping sporen en onder de andere overkapping het plaatskaartenkantoor, kantoren en wachtruimtes. Op 1 december 1858 wordt het station in gebruik genomen. Op 14 mei 1940 wordt het station zwaar beschadigd tijdens het bombardement van de Duitsers op Rotterdam. Ook het treinstel DE3 25 raakt hierbij zwaar beschadigd. Het station wordt provisorisch hersteld. Een houten gebouw doet dienst als plaatskaartenkantoor. Langs het perron is een rijtuig geplaatst als wachtkamer. In de jaren daarop wordt het station hersteld. In de avond van 3 oktober 1953 vertrekt de laatste trein uit het station en op 4 oktober 1953 is het station gesloten. Het treinverkeer rijdt vanaf dat moment vanaf Nieuwerkerk over de verlegde spoorlijn naar Rotterdam Noord.
Locomotiefdepot
Station Rotterdam Maas kende een locomotiefloods. Deze wordt in 1858 geopend.
In wordt de locomotiefloods gesloopt.
Mutaties
Op 30 mei 1930 arriveert de 1912 vanuit het depot in Rotterdam Maas.
Locomlopen
In de zomerdienst van 1927 zijn in omloopgroep zes diensten opgenomen voor de serie 6000. Zij rijden voornamelijk treinen naar Gouda, Utrecht en Den Haag. Een enkele goederentrein staat ook op het programma.
Op 1953 worden geen diensten meer gesteld van uit het locomotiefdepot en wordt het depot opgeheven. Er zijn tot dat moment nog slechts diensten gesteld vanuit het depot.
In het depot zijn tussen 1858 en 1953 de volgende series stoomlocomotieven in het depot gehuisvest:
- 1300;
- 1700;
- 1900;
- 6000;
- 8100
Spoorlijnen
Het station was gelegen aan de Spoorlijn Utrecht - Rotterdam ter hoogte van kilometerpunt 52,3.
|
Bronnen, Referenties en/of Voetnoten
|
| Spoorwegstations aan de spoorlijn Utrecht Centraal - Rotterdam Centraal (Cursief: voormalig station) | ||||
|---|---|---|---|---|
|