Tweede klas van de KNLS: verschil tussen versies
Uit Somda Railwiki
Naar navigatie springenNaar zoeken springen
Nieuwe pagina aangemaakt met 'Het middelste stationstype dat de KNLS (Koninklijke Nederlandsche Locaalspoorweg-Maatschappij) kende was de tweede klas en werd ontworpen door architect K.H. Br...' |
Geen bewerkingssamenvatting |
||
| Regel 1: | Regel 1: | ||
Het middelste stationstype dat de [[KNLS (Koninklijke Nederlandsche Locaalspoorweg-Maatschappij)]] kende was de tweede klas en werd ontworpen door architect K.H. Brederode. Dit station bestaat uit een <!----middendeel dat dwars op de sporen staat en aan weerszijden van dit deel zijn twee kleine vleugels gebouwd. Deze vleugels zijn smaller dan het middendeel. Aan de straatzijde lopen zij iets terug ten opzichte van het middendeel. Aan de perronzijde is wijken de vleugels meer terug ten opzichte van het middendeel. Aan de bovenzijde van de puntgevels is bij een aantal stations een sierrand van baksteen aangebracht. De gootlijsten en windveren hebben een geschulpte rand. Als dakbedekking wordt in de regel zink gebruikt. Enkele stations zijn echter voorzien van dakpannen. De verdieping heeft onder andere twee gekoppelde rondboogvensters. De vensters en deuren hebben een kleine, maar vermeldenswaardige versiering: de plaatsen waar een horizontale en een verticale glasroede elkaar kruisen zijn versierd met een soort rozet. Tegen de zijden en in de hoeken zijn halve of kwartronde rozetten aangebracht. Een aantal van deze stations zijn later voorzien van een verhoogd middendeel en langere zijvleugels.---> | Het middelste stationstype dat de [[KNLS (Koninklijke Nederlandsche Locaalspoorweg-Maatschappij)]] kende was de tweede klas en werd ontworpen door architect K.H. Brederode. Dit station bestaat uit een <!----middendeel dat dwars op de sporen staat en aan weerszijden van dit deel zijn twee kleine vleugels gebouwd. Deze vleugels zijn smaller dan het middendeel. Aan de straatzijde lopen zij iets terug ten opzichte van het middendeel. Aan de perronzijde is wijken de vleugels meer terug ten opzichte van het middendeel. Aan de bovenzijde van de puntgevels is bij een aantal stations een sierrand van baksteen aangebracht. De gootlijsten en windveren hebben een geschulpte rand. Als dakbedekking wordt in de regel zink gebruikt. Enkele stations zijn echter voorzien van dakpannen. De verdieping heeft onder andere twee gekoppelde rondboogvensters. De vensters en deuren hebben een kleine, maar vermeldenswaardige versiering: de plaatsen waar een horizontale en een verticale glasroede elkaar kruisen zijn versierd met een soort rozet. Tegen de zijden en in de hoeken zijn halve of kwartronde rozetten aangebracht. Een aantal van deze stations zijn later voorzien van een verhoogd middendeel en langere zijvleugels.---> | ||
Er zijn in totaal 5 stations van dit type gebouwd waarvan er nu nog | Er zijn in totaal 5 stations van dit type gebouwd waarvan er nu nog 3 bestaan. | ||
{| class="wikitable" style="width:500px; font-size:100%" | {| class="wikitable" style="width:500px; font-size:100%" | ||
Huidige versie van 25 sep 2025 08:43
Het middelste stationstype dat de KNLS (Koninklijke Nederlandsche Locaalspoorweg-Maatschappij) kende was de tweede klas en werd ontworpen door architect K.H. Brederode. Dit station bestaat uit een
Er zijn in totaal 5 stations van dit type gebouwd waarvan er nu nog 3 bestaan.
| Station | Opening | Sluiting | Sloop |
|---|---|---|---|
| Bathmen | 1 september 1888 | 15 mei 1938 | 1971 |
| Beekbergen | 2 juli 1887 | 1 augustus 1950 | Bestaat nog |
| Dieren-Doesburg | |||
| Holten | 1 september 1888 | Bestaat nog | |
| Vaassen | 2 september 1887 | 8 oktober 1950 | Bestaat nog |
| ✶ Oorspronkelijke stationsnaam cursief = In gebruik bij de VSM. | |||