Spoorlijn Bilthoven - Zeist

Uit Somda RailWiki
Naar navigatie springenNaar zoeken springen

Als zijtak van de Centraalspoorweg wordt in 1901 een lokaalspoorlijn naar Zeist geopend. De spoorlijn heeft een totale lengte van 7,0 kilometer.

Geschiedenis

Voor de exploitatie van lokaalspoorlijnen wordt door de NCS (Nederlandsche Centraal Spoorwegmaatschappij) de NBM (Nederlandsche Buurtspoorweg-Maatschappij) opgericht. De spoorlijn tussen De Bilt en Zeist is de tweede lokaalspoorlijn die aangelegd wordt. De exploitatie wordt verzorgd door de NCS. Op 1 januari 1927 gaat het eigendom van de spoorlijn over van de NCS naar de SS (Staatsspoorwegen).


Na afloop van de Tweede Wereldoorlog worden langs de spoorlijn diverse afgevoerde rijtuigen neer gezet. Deze rijtuigen doen dienst als noodwoning voor gezinnen die in de oorlog hun huis kwijt zijn geraakt. In Bilthoven worden nabij de overweg met de Julianalaan 2 rijtuigen neer gezet. Bij Bosch en Duin worden 5 rijtuigen neergezet en bij Huis ter Heide worden maar liefst 13 rijtuigen neer gezet.

Aanleg

Beveiliging

De beveiliging is uitgevoerd met armseinen, waarmee blokken worden gevormd. De blokken worden in de blokposten gevolgd via Blokstelsel II. Dit stelsel is rond 1913 in gebruik genomen. De blokpost bij Bosch en Duin is op 13 september 1935 komen te vervallen als gevolg van de lagere frequenties van het treinverkeer. Op 8 september 1942 wordt het blokstelsel buiten dienst gesteld.


Opening & ingebruikname

Op 29 augustus 1901 werd de spoorlijn geopend.


Wijzigingen

  • In 1912 wordt de spoorlijn verdubbeld. Dit tweede spoor is aan de westzijde van het bestaande spoor gelegd. Op 30 september 1912 wordt het traject tussen De Bilt en Huis ter Heide dubbelsporig in gebruik genomen, gevolgd op 8 oktober 1912 door het traject Huis ter Heide - Zeist.
  • In 1914 wordt een derde rail aangebracht in het spoor. Dit spoor wordt gebruikt door de trams van de Ooster Stoomtram-Maatschappij.
  • In 1942 eist de Duitse bezettingsmacht in Nederland 500 kilometer aan bovenbouw materialen van de spoorwegen. Dit werd verkregen door voor ongeveer 100 kilometer uit eigen voorraad worden geleverd, 214 kilometer werd verkregen door het opbreken van enkelsporige baanvakken met weinig treinverkeer. Er werd 91 kilometer dubbelspoor opgebroken, zodat op deze baanvakken nog slechts enkelspoor overbleef. Daarnaast leverde het opbreken van emplacementen en aansluitingen 61 kilometer op. Een deel van dit dubbelspoor is afkomstig van het baanvak Bilthoven - Zeist. De keus valt op het oostelijke spoor om op te breken. De opbraak begint voorbij de overweg in de Julianalaan in Bilthoven en eindigt vlak voor het emplacement van Zeist. Na de oorlog keerde het tweede spoor niet meer terug.
  • Rond 1950 wordt begonnen met het deels elektrificeren van de spoorlijn. De bovenleiding wordt opgehangen tot voorbij de overweg in de Julianalaan. Het was de bedoeling om op dit spoor elektrische treinstellen te laten keren die worden ingezet tussen Utrecht en Bilthoven. Op deze wijze is de spoorlijn echter nooit gebruikt.
  • In 1955 wordt de spoorlijn anders aangesloten op de Centraalspoorweg in Bilthoven. De aansluiting van de spoorlijn is nu gekoppeld met het zuidelijkste spoor. Op 7 november 1955 wordt de nieuwe situatie in gebruik genomen. In 19 is dit spoor voorzien van bovenleiding.
  • In 1967 wordt begonnen met de bouw van een viaduct over de toekomstige snelweg Rijksweg 28. De eerste contacten tussen NS en Rijkswaterstaat over de aanleg van dit viaduct dateren uit juli 1958. Rijkswaterstaat wil weten of het vervoer dusdanig was dat er een viaduct moest komen of niet. De NS was op dat moment nog niet van plan om de spoorlijn op te heffen. Daarop wordt besloten om de Rijksweg in een ingraving aan te leggen en de spoorlijn moet een meter verhoogd worden in verband met het grondwaterpeil. Het verloop van de Rijksweg is in 1963 vastgesteld. In 1965 wordt er ruimte gemaakt om de spoorlijn tijdelijk om te leggen, zodat het viaduct aangelegd kan worden. De omlegging wordt aangelegd waar tot 1942 het tweede spoor lag. In juli 1967 wordt de opdracht tot de bouw van het viaduct gegund aan NV Het Spoorwegbouwbedrijf. De bouw van het viaduct begint in het weekend van 29 en 30 september 1967. Na 30 september 1967 rijden de treinen via het omgelegde spoor. In het weekend van 14 en 15 juni 1968 wordt het spoor weer teruggelegd naar de oorspronkelijke route. Op 17 juni 1968 wordt het viaduct in gebruik genomen. Het viaduct is zodanig geconstrueerd, dat het makkelijk verdubbeld zou kunnen worden en voorzien kan worden van bovenleiding. Tijdens het bestaan van de spoorlijn zijn er geen auto's onder dit viaduct gereden, omdat de opening van het traject tussen de knooppunten Rijnsweerd en Hoevelaken vele jaren vertraging opliep. Het viaduct heeft tot 198, wanneer de werkzaamheden aan de snelweg beginnen, in een soort kuil gelegen.


Stations

Aan de spoorlijn hebben in totaal 5 stations gelegen. In de loop der jaren zijn er 4 gesloten.

Bilthoven

Het beginpunt van de spoorlijn in De Bilt was het station De Bilt Station. In 1918 wijzigde de naam in Bilthoven. Het station ligt op kilometer punt 0,0.

Schietbanen de Pan

Er is sprake van de aanleg van een halte nabij de Schietbanen de Pan. De schietbanen worden echter op 1 mei 1901 gesloten, zodat de planning tot aanleg van een halte kan komen te vervallen. De halte was gepland op kilometer punt 1,0.

Bosch en Duin

Het station lag op kilometer punt 2,9.

Huis ter Heide

Het station lag op kilometer punt 4,2.

Zeist

Het station lag op kilometer punt 7,0.


Aansluitingen

In de jaren '50 wordt een eenvoudige losplaats ingericht om ketelwagens met vliegtuigbrandstof te kunnen lossen. De te lossen wagens worden achtergelaten op het spoor en slangen worden verbonden met aansluitpunten, die ten oosten van het spoor zijn gemetseld. Om de juiste plaats van stoppen te bepalen, zijn er S-borden geplaatst. Om te voorkomen dat de wagons weg zouden rollen, zijn er houders met remschoenen aan weerszijden van de aansluitpunten geplaatst. In 1942 wordt begonnen op de plaats van het opgebroken oostelijke spoor, een kopspoor aan te leggen tussen Bosch en Duin en Huis ter Heide. Dit kopspoor (tussen kilometerpunten 3.5 en 3.7) is nodig voor een kolenbergplaats voor de Duitse Wehrmacht. Omstreeks 1947 is dit spoor opgebroken. Bij Huis ter Heide is er een aansluiting naar Kamp Zeist via een geniesmalspoorlijn voor het vervoer van militaire voorraden.


Dienstregeling

Vanaf 190 rijden er treinen per dag. De treinen bestaan uit een stoomlocomotief van de serie NCS 30 - 39, NCS 41 - 50, NCS 61 - 65 en NCS 90, 91. Deze trekken gemiddeld rijtuigen. De zware treinen worden gereden door een van de twee locomotieven 90 of 91. Zij rijden ook de doorgaande treinen naar Amsterdam. De twee locomotieven blijven tot 1911 op de spoorlijn te zien, waarna zij naar Zwolle verhuisden. In 1921 zijn alleen nog locomotieven te zien van de NS series 7000 en 7200. Nadat het depot van Zeist is gesloten, worden de treinen gereden door locomotieven van het depot van Utrecht. Dit zijn locomotieven uit de serie 5500. Met het ingaan van de zomerdienstregeling 1933 rijden ook locomotieven van de serie 5700 en 5800 op de spoorlijn. Voor het rangeerwerk in Zeist is vanaf 1935 een locomotor van de serie 100 gestationeerd. Nadat in 1941 de spoorlijn is gesloten voor reizigersvervoer, worden de diensten van de stoomlocomotieven gesteld vanuit Amersfoort. Vanuit hier worden de goederentreinen gereden door locomotieven van de serie 3700, 4000, 4300 en 6100. Omdat er geen grote draaischijf was op de spoorlijn, kwam het voor dat een van de twee ritten met tender voor gereden moest worden. De goederentreinen rijden maximaal twee keer per dag. Vanaf 195 nemen diesellocomotieven de diensten over van de stoomlocomotieven.

Op 26 mei 1972 rijdt de laatste trein over de spoorlijn.


tram

Tussen 25 juli 1914 en 1 mei 1916 wordt het spoor gedeeld met de trams van de Ooster Stoomtram-Maatschappij. De trams rijden tussen Huis ter Heide en Zeist op hetzelfde spoor. Na 1 mei 1916 heeft de tram zijn eigen spoorbaan ten oosten van de spoorlijn.


Ongevallen

Sluiting & opbraak

Op 5 januari 1941 wordt de spoorlijn gesloten voor het vervoer van reizigers. In september 1942 is het oostelijke spoor tussen de Julianalaan in Bilthoven en het emplacement van Zeist opgebroken en daarmee komt een eind aan de beveiliging met blokstelsel II. Hiermee wordt de spoorlijn één blok. In 1963 wordt het oostelijke emplacement in Zeist opgebroken. Op 28 mei 1972 wordt het goederenvervoer over de spoorlijn gestaakt. In 1977 wordt begonnen met de opbraak van de spoorlijn. Op 13 december 1978 worden de laatste resten van de spoorlijn opgebroken.

In het weekend van 11 en 12 augustus 2018 is het viaduct over de snelweg A28 gesloopt. Het viaduct vormde een obstakel voor automobilisten.