Programma Hoogfrequent Spoor

Uit Somda RailWiki
Ga naar: navigatie, zoeken

Om op de drukste trajecten het reisgemak te vergroten, besluiten de NS, ProRail en Railion in 2001 om een programma in te voeren om de infrastructuur beter te benutten, om zo het 'spoorboekloos' rijden mogelijk te maken. Dit Programma Hoogfrequent Spoor (PHS) houdt in dat er elke 10 minuten een intercity en/of sprinter rijdt. Op de drukste lijnen rijden dan 6 sprinters, 6 intercity's en 2 goederentreinen per uur per richting. Het project heeft zowel invloed op de dienstregeling als op de infrastructuur. Het programma is de opvolger van Rail 21.

Geschiedenis

In 1995 wordt de NS geprivatiseerd en opgesplitst in verschillende bedrijfsonderdelen. Dit resulteert in een slechte samenwerking tussen Railned, Railinfrabeheer en Railverkeersleiding enerzijds en de NS anderzijds. Als gevolg hiervan, is de betrouwbaarheid van de dienstuitvoering laag. Zo rijden veel treinen te laat of vallen uit. Daarnaast stijgen de reizigersaantallen, welke steeds minder goed opgevangen kunnen worden. Een poging om hier wat aan te doen, kwam niet van de grond en had als resultaat nieuwe problemen. Zo is het ziekteverzuim onder het personeel hoog en wordt diverse malen gestaakt. Ook de investeringen in de infrastructuur hebben niet het gewenste effect. Zo is de aanleg van vrije kruisingen en viersporigheden een kwestie van lange adem als gevolg van een lange voorbereiding en bouw. Daarnaast was het budget te laag om alle aanpassingen te kunnen realiseren, zodat er meer capaciteit kwam om meer treinen te kunnen laten rijden. Door de drie partijen is een commissie ingesteld, die als naam 'Bouwen en Benutten' heeft meegekregen. In 2003 wordt het eindrapport gepresenteerd met als drie hoofdpijlers:

  1. Betrouwbaarheid: De voorwaarden voor betrouwbaarder vervoer en het beter benutten van bestaande infrastructuur;
  2. Beter benutten: De vervoersgroei op kosteneffectieve wijze mogelijk maken;
  3. Nieuwbouw: Bijdragen aan nieuwe mogelijkheden op plaatsen en routes waar dit het meest nodig is. Hierdoor ontstaat ruimte om de groei op te vangen en achterstallig onderhoud weg te werken. Dit laatste punt wordt in het rapport opgenomen in het Herstelplan Spoor.

De principes van dit rapport worden voor het eerst verwerkt in de dienstregeling 2007. Zo wordt het aantal treinsoorten teruggebracht van 3 naar 2. De soort sneltrein verdwijnt en stoptreinen worden sprinters genoemd. De lijnvoering van alle treinen op een traject werd geharmoniseerd, zodat corridors gecreëerd worden. Door het creëren van deze corridors worden de routes van treinen ontvlecht. Dit zou een grotere betrouwbaarheid opleveren en met minimale investeringen in de infrastructuur is het mogelijk om elke 10 minuten een trein te kunnen laten rijden. Uit diverse analyses, welke uitgevoerd zijn tussen 2006 en 2009, is aandacht geschonken om tienminuten- en kwartierdiensten zo breed mogelijk in te voeren. Hiervoor zijn een paar uitgangspunten opgesteld om 'zonder spoorboekje' een dienstregeling aan te kunnen bieden:

  • Hoge frequentie;
  • Strakke tijdligging;
  • Vaste lijnvoering;
  • De treinen stoppen op hetzelfde station.

Uit deze analyses komt naar voren dat op een beperkt aantal verbindingen elke 10 minuten een trein geboden kan worden. Kwartierdiensten moeten breder worden ingevoerd van treinen in de Randstad. Deze moeten dan verlengd worden naar Deventer en door Brabant. In de Randstad moeten meer treinen gaan rijden om de vraag aan te kunnen. Na de presentatie van het eindrapport in 2010 wordt besloten dat het invoeren van PHS logischer dan geen PHS. Daarnaast kwam naar voren dat het programma meer was dan alleen infrastructurele wijzigingen, maar dat het ook staat voor frequentieverhogingen. Op basis van dit rapport wordt besloten om het programma uit te voeren. Voor de optimalisatie van sprinters wordt gekozen voor maatwerk. Zo worden frequentieverhogingen ingevoerd rondom Utrecht, tussen Den Haag en Dordrecht en tussen Amsterdam en Alkmaar. In 2025 moet tussen Rotterdam en Den Haag elke vijf minuten een intercity gaan rijden. In beide richtingen gaan er 8 intercity's en 6 sprinters per uur rijden.


Alternatieven

Naast het programma Hoogfrequent spoor waren er nog drie alternatieven om de reizigersgroei op te vangen. Maar het was niet duidelijk of deze goed in een dienstregeling te vatten zijn en wat de prijskaartjes zijn. De alternatieven waren:

  1. Terugkeer van het drietreinensysteem. Hierin zouden vier keer per uur een intercity gaan rijden, welke vaker stopt. Twee keer per uur zou dan een sneltrein gaan rijden meer stations over zou slaan om zo een snelle verbinding tussen twee grote kernen te realiseren. Het doel hier van is om snellere treinen te krijgen en een capaciteitsuitbreiding. Het vergt echter wel investeringen in de infrastructuur om de hogere snelheid mogelijk te maken. Door de verhoging van de snelheid ontstaan er enerzijds kortere reistijden, anderzijds moeten tragere treinen door deze hogere snelheid vaker aan de kant. Om het passeren mogelijk te maken moet er veel geïnvesteerd worden in extra sporen. De groep reizigers die baat heeft bij deze snellere treinen is echter gering.
  2. Acht treinen per uur laten rijden. Door de treinen acht keer per uur te laten rijden, wordt er beter aangesloten bij de huidige dienstregeling met kwartier- en halfuurdiensten. Dit zou makkelijker in te passen zijn in trajecten met slechts twee sporen. Op grotere stations is dan ruimte om tragere treinen te laten passeren door snellere treinen. Op de meeste trajecten is dit echter lastiger te realiseren, daar er extra sporen nodig zijn voor inhalingen.
  3. Terugkeer van voor- en volgtreinen in de spits. Om de drukte in de spits op te vangen gaan extra treinen rijden. Dit vergt investeringen in het materieel en in de infrastructuur om de opvolgtijd tussen twee treinen te verkorten van 5 naar 3 minuten. Om dit mogelijk te maken zouden stations uitgebreid moeten worden voor slechts enkele treinen per dag.


Invoering

Het programma biedt naast het gemak voor de reizigers, ook een oplossing voor de capaciteitsuitbreiding voor de drukste treinen op drukke trajecten. Met meer treinen kunnen er meer reizigers vervoerd worden. In de dienstregeling van 2007 worden de eerste stappen ondernomen hiertoe. In augustus 2009 wordt er een week lang volgens het principe van Elke Tien Minuten Een Trein gereden tussen Amsterdam, Utrecht en Eindhoven. De intercity's rijden tussen Amsterdam en Eindhoven en tussen Utrecht en Geldermalsen gaan sprinters rijden. Hiervoor is de inzet van het materieel danig aangepast. Zo rijden de sprinters met DD-AR en Plan V. Tijdens deze week wordt dit materieel vervangen door SGMm en SLT vanwege hun hogere aanzetsnelheid en kortere halteertijden vanwege de aanwezigheid van meer deuren. In Geldermalsen worden proeven uitgevoerd om het inhalen te optimaliseren. Op deze periode kwam veel kritiek, omdat het nog viel in de vakantieperiode. Daarom is besloten om de proef een jaar later te herhalen. In september 2010 rijdt gedurende de de looptijd van dit wijzigingsblad per uur zes Intercity's tussen Amsterdam Centraal en 's-Hertogenbosch en zes Sprinters tussen Utrecht Centraal en 's-Hertogenbosch. In de dienstregeling 2018 zal het programma worden ingevoerd tussen Amsterdam en Eindhoven. Ter voorbereiding hierop is vanaf woensdag 6 september 2017 een wekelijkse proefperiode ingesteld tot aan het begin van de dienstregeling 2018. Uit deze periode komt naar voren dat op trajecten waar minder aanbod van reizigers is, de reis- en overstaptijden langer worden. Een ander punt van kritiek is dat het programma teveel richt op de Randstad en te weinig rekening houdt met het achterland.


Trajecten

In 2028 moet de eerste fase van het programma afgerond zijn. Op de belangrijkste trajecten rijden 6 intercity's per uur met als aanvulling 2 tot 6 sprinters per uur. De beveiliging wordt zodanig aangepast dat treinen korter op elkaar kunnen rijden. Om ruimte te maken voor deze treinen, worden bestaande routes voor goederentreinen aangepast en nieuwe routes gepland. De goederentreinen worden zoveel als mogelijk is over de Betuweroute gestuurd. Om dit mogelijk te maken worden diverse onderzoeken uitgevoerd om goederentreinen zo snel als mogelijk is naar de Betuweroute te kunnen laten rijden. Zo worden bij Meteren nieuwe bogen aangelegd. Het programma wordt ingevoerd op de trajecten:

Wijzingen in de infrastructuur

Om het programma te kunnen laten slagen, zijn diverse wijzigingen aan de infrastructuur nodig. Bij alle trajecten zal seinoptimalisatie worden ingevoerd, zodat treinen dichter op elkaar kunnen rijden. Tussen Schiphol en Lelystad/Hilversum zal ERTMS worden ingevoerd.

  • Bij de stations van Uitgeest en Heerhugowaard komt een nieuw opstelterrein.
  • Bij Almere Centrum en Almere Oostvaarders komen een keersporen.
  • Het station Amsterdam Centraal zal een nieuwe sporenlay-out gaan krijgen, waarbij de 15 bestaande sporen worden verminderd tot mogelijk 9 sporen. Op deze manier wordt het een DoorStroomStation.
  • Bij het opstelterrein Dijksgracht komen fly-overs, zodat treinen uit de richting Utrecht naar de hogere sporen geleid kunnen worden.
  • Tussen Schiphol en Weesp wordt het aantal sporen verdubbeld van 2 naar 4.
  • In Weesp worden extra inhaalsporen gebouwd.
  • Het emplacement Deventer Goederen wordt geoptimaliseerd om goederentreinen kop te kunnen laten maken.
  • Het station van Utrecht Centraal wordt ingericht om te kunnen rijden in diverse corridors, zodat het een DoorStroomStation wordt.
  • Het station van Driebergen wordt voorzien van een extra passeerspoor en keerspoor.
  • In Ede-Wageningen komt een nieuw zijperron en een keerspoor.
  • In Rhenen komt een nieuw perron.
  • In Geldermalsen wordt een nieuw perron gebouwd voor de treinen van Arriva. Ook komt er een nieuw inhaalspoor, waarbij intercity's sprinters kunnen inhalen.
  • Tussen Rijswijk en Delft Zuid de spoorlijn voorzien van vier sporen.
  • Bij Meteren komen nieuwe bogen met aansluiting op de Betuweroute.
  • De spoorlijn komt in Vught verdiept te liggen, zodat het autoverkeer zo min mogelijk last heeft van het treinverkeer. Ook komt er een ongelijkvloerse kruising met de treinen uit Tilburg en Eindhoven in de richting van 's-Hertogenbosch. Er zullen vier sporen komen.
  • In Boxtel zullen enkele overwegen worden vervangen door ongelijkvloerse kruisingen.
  • In Eindhoven wordt de opstelcapaciteit vergroot.