Pec - Rijtuigen Pec: verschil tussen versies

Uit Somda RailWiki
Naar navigatie springenNaar zoeken springen
(Watersnoodramp.)
(Aanvulling revisiegegevns.)
 
Regel 632: Regel 632:
 
|  
 
|  
 
|  
 
|  
|  
+
| 27 februari 1974
 
|  
 
|  
 
| november 1978
 
| november 1978

Huidige versie van 8 okt 2019 om 17:01

Met de voortgaande modernisatie van het materieel bij de spoorwegen, moesten ook voor deze treinstellen postrijtuigen ontworpen worden. In 1938 werden de eerste 6 rijtuigen afgeleverd. Deze rijtuigen zijn koppelbaar met de dieseltreinstellen uit 1934 en met de elektrische treinstellen uit 1935 en 1936. Om koppelbaar te zijn met beide type treinstellen, is er een uitsparing in de neus gemaakt om de afwijkende koppeling voor de DE-III omhoog te klappen


Geschiedenis

Al vanaf 1855 wordt post per trein vervoerd. In eerste instantie gebeurde dit door middel van getrokken houten rijtuigen. In 1931 kwamen de eerste stalen postrijtuigen in dienst. Met de voortgaande elektrificatie van het Middennet en de introductie van de nieuwe dieseltreinstellen uit 1934 en de elektrische treinstellen van het Materieel 1935 en het Materieel 1936, wilden de posterijen graag het postvervoer met de nieuwe snelle treinen blijven uitvoeren. Er moest hiervoor nieuwe materieel ontworpen en gebouwd worden. De rijtuigen moesten groter zijn dan de bestaande rijtuigen, waardoor er een grotere personele inzet mogelijk was. Tevens moest het rijtuig kunnen voorzien in een vlotte afhandeling van het laden en lossen. In 1938 werden 6 stroomlijnpostrijtuigen afgeleverd. Als gevolg van het succes van deze 6 rijtuigen en de aflevering van de treinstellen Materieel'40, werden in 1940 en 1941 nog eens 15 rijtuigen gebouwd, de P 8507 - P 8521. Doordat de DE-III inmiddels voorzien was van Multi-serve Scharfenbergkoppeling, kon hier de uitsparing in de neus komen te vervallen. Voor het vervoer van fietsen bouwde Allan de 8501 en 8502 in 1948. In 1950 volgden de P 922 - P 936, eveneens van Allan. Deze werden gebouwd om de weggevallen exemplaren te vervangen en ook om meer rijtuigen in te kunnen zetten met nieuw stroomlijnmaterieel. De nieuwe rijtuigen worden direct genummerd in de serie 900, omdat de nummers onder de 1000 zijn toegewezen aan treinstellen. De nummers boven de 1000 zijn toegewezen aan rijtuigen. De serie 900 is in aansluiting gekozen op de elektrische vijfwagenstellen van het materieel'40. In het vernummeringsplan 1950 worden de oude rijtuigen ook genummerd in de serie 900, met zoveel mogelijk behoud van hun volgnummer.


Technische gegevens

De P 8501 - P 8503 werden door Werkspoor Utrecht gebouwd, terwijl de P 8504 - P 8506 door Beijnes te Haarlem werden gebouwd. De tweede bestelling werd verdeeld over Werkspoor (P 8506 - P 8512), Beijnes (P 8513 - P 8517) en Allan (P 8518 - P 8521). De Dec rijtuigen 8501 en 8502 werden door Allan gebouwd.


Pec 8501 - 8506

De eerste zes rijtuigen hebben een lengte van 24,2 meter en een leeg gewicht van 38 ton. Met uitgeklapte koppelingen voor de DE-III waren de rijtuigen zelfs 24,34 meter lang. De rijtuigen zijn geschikt voor een maximumsnelheid van 125 kilometer per uur. Het bakcodenummer van deze rijtuigen is 401.


Pec 8507 - 8521

De eerste vervolgserie rijtuigen hebben een lengte van 25,2 meter en een leeg gewicht van 38 ton. De baklengte bedraagt 24,5 meter. De rijtuigen zijn geschikt voor een maximumsnelheid van 125 kilometer per uur. Het bakcodenummer van deze rijtuigen is 402.


Pec 922 - 936

De derde serie postrijtuigen hebben een lengte van 25,2 meter en een leeg gewicht van 39 ton. De baklengte bedraagt 24,5 meter. De rijtuigen zijn geschikt voor een maximumsnelheid van 125 kilometer per uur. Het bakcodenummer van deze rijtuigen is 403. Voor de draaistellen werd gebruik gemaakt van draaistellen van afgevoerde rijtuigbakken Materieel’36. Ieder rijtuig kreeg een motorloos gemaakt kopdraaistel en een loopdraaistel.


Dec 8501 - 8502

De twee bagagerijtuigen hebben een lengte van 26,2 meter. De baklengte is 25,5 meter. De rijtuigen hebben een leeggewicht 40 ton. De rijtuigen zijn geschikt voor een maximumsnelheid van 125 kilometer per uur. Het bakcodenummer van deze rijtuigen is 404.


Uitvoering

De eerste 6 postrijtuigen hadden in de neus een uitsparing zitten, om hierbij de afwijkende Schaku-Unirop koppeling te kunnen opklappen. Deze afwijkende koppeling werd gebruikt voor de DE-III uit 1934, terwijl de elektrische stroomlijnstellen uit 1935 en 1936 voorzien waren van een Multiserve Scharfenberg koppeling. Het voorzetstuk voor de Unirop koppeling is op de Multi-serve koppeling geplaatst en kon worden opgeklapt, zodat de Multi-serve Scharfenberg koppeling vrij kwam. Door deze uitsparing kregen de zes postrijtuigen de bijnaam “deukneus”. Het voorzetstuk werd weinig gebruikt, omdat zij nauwelijks met dieseltreinen reden. In de oorlog stonden de dieseltreinen zelfs stil vanwege een tekort aan diesel. De postrijtuigen zijn koppelbaar met alle elektrische en dieseltreinstellen die tussen 1934 en 1963 gebouwd zijn. Vanaf de serieproductie Plan T werd de koppeling hoger geplaatst en was het niet mogelijk om de postrijtuigen te koppelen aan het nieuwe materieel.

De rijtuigen zijn net zoals de elektrische treinstellen geschilderd in het donkergroen met rode biezen. Op de koppen lopen deze biezen uit tot een brede balk. Midden op de neus is een rode driehoek geplaatst, waarbij de punt naar onderen wijst. Dit symbool betekende dat de rijtuigen niet afgestoten mochten worden bij rangeerhandelingen. De schortplaten en het dak zijn aluminiumkleurig geschilderd. Vanaf de jaren ’60 werden de rijtuigen in een lichtere kleur groen geschilderd en werden de rode biezen vervangen door zandgele biezen. De rijtuigen zijn geheel elektrisch gelast. De draaistellen zijn afgeleid van de treinstellen Materieel ’36 en ook voorzien van schijfremmen. Op het dak zijn diverse ventilatoren aangebracht. In het dak zit het waterreservoir voor het toilet verwerkt. Dit is vanaf het dak te bereiken met een luik.

De rijtuigen zijn in eigendom van de PTT en niet van de NS. Aan de buitenzijde zijn de rijtuigen voorzien van postschilden met het opschrift “Nederlandsche Posterijen”. Vanaf 1954 werd dit gewijzigd in “Nederlandse Posterijen”. De NS zorgde echter wel voor het onderhoud en de dienstregeling van de rijtuigen.

Pec 8501 - 8506

Aan een zijde is het rijtuig voorzien van portieren, welke bij de koppen zijn geplaatst. De portieren geven toegang tot een smal balkon. Het balkon geeft toegang tot een garderobe en een toilet. Deze zijn in de neus gelegen. Aan de andere zijde van het balkon is de postruimte te bereiken. Dit beslaat de gehele lengte van het rijtuig. Het deel dat grenst aan het balkon is ingericht voor het sorteren van de post. In deze afdeling zijn 3 sorteertafels geplaatst en loketkasten. Het achterste gedeelte is de postzakkenruimte. Deze ruimte is te bereiken door drie paar dubbele schuifdeuren van 1,30 meter breed. Op deze manier kan het rijtuig snel beladen en gelost worden.

Het rijtuig wordt verwarmd door twee kolenkachels. Deze zijn geplaatst aan weerszijde van de sorteerafdeling. Het rijtuig wordt verlicht met gloeilampen. De verlichting werd gevoed vanuit een omvormer en een accu. De accu werd opgeladen door een dynamo, welke geplaatst was aan een draaistel. De dynamo stond door middel van een riem in verbinding met de assen van het draaistel. In de jaren ’50 werd dit systeem gewijzigd door een dynamo met cardanaandrijving. Deze verbinding was betrouwbaarder dan het aandrijven met een riem.

Pec 8507 - 8521

Aan een zijde is het rijtuig voorzien van portieren, welke bij de koppen zijn geplaatst. De portieren geven toegang tot een smal balkon. Het balkon geeft toegang tot een garderobe en een toilet. Deze zijn in de neus gelegen. Aan de andere zijde van het balkon is de postruimte te bereiken. Dit beslaat de gehele lengte van het rijtuig. Het deel dat grenst aan het balkon is ingericht voor het sorteren van de post. In deze afdeling zijn 3 sorteertafels geplaatst en loketkasten. Het achterste gedeelte is de postzakkenruimte. Deze ruimte is te bereiken door drie paar dubbele schuifdeuren van 1,30 meter breed. Op deze manier kan het rijtuig snel beladen en gelost worden. De extra meter lengte wordt vooral benut om rondom de sorteertafels meer ruimte te verkrijgen.

Het rijtuig wordt verwarmd door een kolenkachel. Deze is geplaatst aan een zijde van de sorteerafdeling. Het rijtuig wordt verlicht met gloeilampen. Vanwege de oorlogsdreiging was het ook mogelijk om door middel van een schakelaar de normale verlichting om te schakelen naar blauwe verlichting. Deze verlichting valt vanuit de verte niet op. De verlichting werd gevoed vanuit een omvormer en een accu. De accu werd opgeladen door een dynamo, welke geplaatst was aan een draaistel. De dynamo stond door middel van een riem in verbinding met de assen van het draaistel. In de jaren ’50 werd dit systeem gewijzigd door een dynamo met cardanaandrijving. Deze verbinding was betrouwbaarder dan het aandrijven met een riem.

Pec 922 - 936

De rijtuigen zijn identiek aan de rijtuigen serie Pec 8507 - Pec 8521. Alleen de draaistellen wijken af. De draaistellen voor de nieuwe rijtuigen zijn afkomstig van afgevoerde bakken Materieel ’36 serie 600. Aan een zijde is het rijtuig voorzien van een motorloos kopdraaistel en aan de andere zijde is een loopdraaistel geplaatst.

Dec 8501 - 8502

Aan een zijde is het rijtuig voorzien van portieren, welke bij de koppen zijn geplaatst. De portieren geven toegang tot een smal balkon. Het balkon geeft toegang tot een garderobe en een toilet. Deze zijn in de neus gelegen. Aan de andere zijde van het balkon is de bagageruimte te bereiken. In deze ruimte is in totaal plaats voor 140 fietsen. De fietsen worden met haken opgehangen aan haken in de rijtuigbak. Om het rijtuig snel te kunnen laden en lossen zijn aan beide zijden vier rolluiken geplaatst. Aan het andere uiteinde van de rijtuigbak is een kleine postafdeling geplaatst. De draaistellen van de rijtuigen zijn anders dan de gebruikte draaistellen voor de postrijtuigen. Tevens waren zij voorzien van de klassieke blokkenrem in plaats van de schijfremmen die bij de andere postrijtuigen gebruikt zijn.

Het rijtuig wordt verwarmd door een kolenkachel. Het rijtuig wordt verlicht met gloeilampen. In de rijtuigbak zelf zijn kleine ruiten geplaatst. Voor deze ruiten zijn tralies geplaatst. De verlichting werd gevoed vanuit een omvormer en een accu. De accu werd opgeladen door een dynamo, welke geplaatst was aan een draaistel. De dynamo stond door middel van een riem in verbinding met de assen van het draaistel. In de jaren ’50 werd dit systeem gewijzigd door een dynamo met cardanaandrijving. Deze verbinding was betrouwbaarder dan het aandrijven met een riem.

Pec 8551 - 8552

Na de verbouwing van de bagagerijtuigen naar postrijtuigen, is de indeling licht gewijzigd. Aan een zijde is het rijtuig voorzien van portieren, welke bij de koppen zijn geplaatst. De portieren geven toegang tot een smal balkon. Het balkon geeft toegang tot een garderobe en een toilet. Deze zijn in de neus gelegen. Aan de andere zijde van het balkon is de postruimte te bereiken. Dit beslaat de gehele lengte van het rijtuig. Het deel dat grenst aan het balkon is ingericht voor het sorteren van de post. In deze afdeling zijn 2 sorteertafels geplaatst en loketkasten. De sorteerafdeling is kleiner dan bij de andere rijtuigen. Een paar roldeuren heeft plaats moeten maken voor normale ramen. Ook zijn een aantal kleine vensters vervangen door normale ramen. Het achterste gedeelte is de postzakkenruimte. Deze ruimte is te bereiken door drie paar roldeuren. Op deze manier kan het rijtuig snel beladen en gelost worden. De extra meter lengte wordt vooral benut om meer ruimte te hebben voor de postzakken. De deuren aan de zijde van de postruimte worden vergrendeld door het afnemen van de deurkrukken. De rolluiken worden in 1953 vervangen door schuifdeuren van het zelfde type als dat gebruikt wordt bij Materieel’46. De PTT had geklaagd over de rolluiken, doordat postzakken hier sneller uit konden vallen als zij geopend waren. In 1955 worden de afgesloten deuren verwijderd en vervangen door plaatwerk.

Het rijtuig wordt verwarmd door een kolenkachel. Deze is geplaatst aan een zijde van de sorteerafdeling. Het rijtuig wordt verlicht met gloeilampen. Vanwege de oorlogsdreiging was het ook mogelijk om door middel van een schakelaar de normale verlichting om te schakelen naar blauwe verlichting. Deze verlichting valt vanuit de verte niet op. De verlichting werd gevoed vanuit een omvormer en een accu. De accu werd opgeladen door een dynamo, welke geplaatst was aan een draaistel. De dynamo stond door middel van een riem in verbinding met de assen van het draaistel. In de jaren ’50 werd dit systeem gewijzigd door een dynamo met cardanaandrijving. Deze verbinding was betrouwbaarder dan het aandrijven met een riem.


Inzet

De eerste zes rijtuigen kwamen in 1938 te rijden achter de elektrische treinstellen van het Materieel’36 op het Middennet. De rijtuigen reden mee met de sneltreinen vanuit Den Haag, Rotterdam of Amsterdam naar Arnhem of Eindhoven. Een enkele keer reed een Pec mee met een stoptrein. Na de oorlog was er een bijzondere rol voor de nog aanwezige postrijtuigen weggelegd. Zij werden ingezet in het normale reizigersvervoer met staanplaatsen. Door een tekort aan materieel werd alles dat passagiers kon vervoeren ingezet. Dit gebeurde alleen wanneer de rijtuigen niet voor het postvervoer nodig waren. Deze inzet verviel vanaf 1950, toen er voldoende reizigersmaterieel voor handen was om de rijdende dienst mee te kunnen uitvoeren. De fiets- en bagagerijtuigen Dec hebben maar een jaar gereden. Het vervoer van fietsen was niet succesvol. De omgebouwde Dec rijtuigen hadden een eigen omloop. Zij reden vanuit Arnhem via Rotterdam naar Roosendaal.

Door de verdergaande elektrificering van het spoorwegnet werd het inzetgebied van de rijtuigen steeds groter. Dit resulteerde in de aanschaf van nog eens 15 Pec rijtuigen in 1950. De postrijtuigen werden normaal gesproken achteraan de trein gekoppeld, maar doordat enkele treinen onderweg gesplitst werden, zaten de rijtuigen ook wel midden in de trein. Op deze wijze werd getracht om het aantal rangeerhandelingen zoveel mogelijk te beperken. De rijtuigen werden ook ingezet in de dieseldienst en kwamen zo ook in Winterswijk achter een dieseltreinstel.

Tijdens de Watersnoodramp van 1953 raken de Pec 915 en Pec 929 opgesloten in Vlissingen. Pas op 5 mei 1953 worden de rijtuigen vanuit Vlissingen door locomotor 265 naar Roosendaal overgebracht.

Vanaf 1956 vind de postafhandeling plaats op aparte postperrons. Op deze manier worden de drukke reizigersperrons vermeden. Door een rangeerlocomotief serie 200/300 of 500/600/700 worden de postrijtuigen bij deze perrons geplaatst met behulp van een koppelwagen.



In het voorjaar van 1972 rijden de rijtuigen Pec 951 en Pec 952 hun laatste diensten.


Onderhoud

De Pec rijtuigen waren in onderhoud bij de lijnwerkplaats Leidschendam. Revisies werden uitgevoerd in de werkplaats van Tilburg.


Revisie

Bij de revisie die de rijtuigen sinds 1966 ondergaan, wordt een deel van de schortplaten verwijderd.


Bijzondere uitvoeringen

Wijzigingen

  • Vanaf 1939 werden de aluminiumkleurige daken en schortplaten donkergrijs geschilderd vanwege de naderende oorlogsdreiging.
  • In 1940 kregen de DE-III'n ook Multi-serve Scharfenbergkoppelingen, hiermee verviel de noodzaak voor de dubbele koppelingen bij de 8501 - 8506. Deze werden hierop verwijderd. De neusvorm werd echter niet aangepast.


  • De bagagerijtuigen 8501 en 8502 werden al een jaar na hun aflevering verbouwd tot postrijtuig. In mei 1949 kwamen de beide rijtuigen weer in dienst als Pec 8551 en Pec 8552.
  • De stroomlijnstellen werden na de spellingswijziging in 1954 voorzien van nieuwe postschilden. Hiermee werd de tekst gewijzigd van “Nederlandsche Posterijen” in “Nederlandse Posterijen”. Deze wijzigingen werd tijdens een revisie uitgevoerd.
  • Vanaf 1955 werd de gebruikte dynamo met riemverbinding vervangen door een dynamo met cardanaandrijving. De vervanging van de dynamo hield verband met het aanbrengen van TL-verlichting in het rijtuig. Een deel van de schortplaten werd hiervoor verwijderd.
  • In de jaren ’60 werden de rijtuigen in het lichtgroen geschilderd met zandgele biezen.
  • Om te besparen op onderhoud, werden bij de rijtuigen vanaf 1966 een deel van de schortplaten verwijderd. Alleen bij de neuzen en de accubakken bleven de schortplaten zitten. De brede, zandgele biezen werden bij deze revisies smaller uitgevoerd. Als eerste is de Pec 904 begin 1966 na deze wijziging afgeleverd.
  • In 1966 wijzigde de aanduiding Pec in Pe. De c kon vervallen, omdat al het materieel van de NS inmiddels van een toilet was voorzien.
  • Bij de vernummeringen in 1972 van de serie 900 naar 1900 werden de emaillen nummerplaten verwijderd en vervangen door geschilderde nummers.


Vernummeringen

De stroomlijnpostrijtuigen zijn gedurende hun leven 2 keer vernummerd. De eerste keer vond plaats na de Tweede Wereldoorlog, om op deze manier de gaten in de nummering te dichten en tot een opeenlopende nummering te komen. De tweede vernummering vond plaats tijdens de instroom van Plan V treinstellen serie 900. Hiermee werd een dubbele nummering voorkomen. De rijtuigen worden in de Tilburgse werkplaats vernummerd. In augustus 1972 is de Pec 935 als eerste rijtuig vernummerd. Het rijtuig heeft na zijn revisie het nummer Pec 1935 gekregen. In november 1972 is het laatste rijtuig vernummerd.

Stroomlijnpostrijtuigen Pec 8501-8521 en Pec 922-936

Oorspronkelijk nummer Nummer vanaf 1950 Nummer vanaf 1972 Opmerkingen
P 8501 P 901 P 1901 Opeenlopende nummer volgorde, aflevering Plan V10
P 8502 P 902 P 1902 Opeenlopende nummer volgorde, aflevering Plan V10
P 8503 P 903 P 1903 Opeenlopende nummer volgorde, aflevering Plan V10
P 8504 P 904 P 1904 Opeenlopende nummer volgorde, aflevering Plan V10
P 8505 P 905 n.v.t. Opeenlopende nummer volgorde
P 8506 P 906 P 1906 Opeenlopende nummer volgorde, Plan V10
P 8507 n.v.t. n.v.t. Voor vernummeringen afgevoerd
P 8508 P 908 P 1908 Opeenlopende nummer volgorde, Plan V10
P 8509 P 909 n.v.t. Opeenlopende nummer volgorde
P 8510 P 910 n.v.t. Opeenlopende nummer volgorde
P 8511 P 918 P 1918 Opeenlopende nummer volgorde, Plan V10
P 8512 n.v.t. n.v.t. Voor vernummeringen afgevoerd
P 8513 P 913 P 1913 Opeenlopende nummer volgorde, Plan V10
P 8514 n.v.t. n.v.t. Voor vernummeringen afgevoerd
P 8515 P 915 P 1915 Opeenlopende nummer volgorde, Plan V10
P 8516 P 916 n.v.t. Opeenlopende nummer volgorde
P 8517 P 917 n.v.t. Opeenlopende nummer volgorde
P 8518 P 914 P 1914 Opeenlopende nummer volgorde, aflevering Plan V10
P 8519 P 912 P 1912 Opeenlopende nummer volgorde, aflevering Plan V10
P 8520 P 911 P 1911 Opeenlopende nummer volgorde, aflevering Plan V10
P 8521 P 907 P 1907 Opeenlopende nummer volgorde, aflevering Plan V10
P 922 n.v.t. P 1922 Aflevering Plan V11
P 923 n.v.t. P 1923 Aflevering Plan V11
P 924 n.v.t. P 1924 Aflevering Plan V11
P 925 n.v.t. n.v.t. Voor vernummeringen afgevoerd
P 926 n.v.t. P 1926 Aflevering Plan V11
P 927 n.v.t. P 1927 Aflevering Plan V11
P 928 n.v.t. P 1928 Aflevering Plan V11
P 929 n.v.t. n.v.t. Voor vernummeringen afgevoerd
P 930 n.v.t. P 1930 Aflevering Plan V11
P 931 n.v.t. P 1931 Aflevering Plan V11
P 932 n.v.t. P 1932 Aflevering Plan V11
P 933 n.v.t. P 1933 Aflevering Plan V11
P 934 n.v.t. P 1934 Aflevering Plan V11
P 935 n.v.t. P 1935 Aflevering Plan V11
P 936 n.v.t. P 1936 Aflevering Plan V12

Stroomlijnfietsenrijtuigen Dec 8501-8502

De fietsenrijtuigen werden bij hun verbouwing tot postrijtuig vernummerd. Op deze manier sloten zij beter aan bij de al bestaande postrijtuigen. Bij de vernummeringen in 1950 om aaneengesloten series te krijgen, werden de voormalige fietsenrijtuigen nogmaals vernummerd om ook bij de postrijtuigen aan te sluiten.

Oorspronkelijk nummer Nummer vanaf 1949 Nummer vanaf 1950 Opmerkingen
D 8501 P 8551 P 951 Verbouwing tot postrijtuig, aansluitende nummering
D 8502 P 8552 P 952 Verbouwing tot postrijtuig, aansluitende nummering

Schadegevallen

  • In de nacht van 31 januari op 1 februari 1953 raken de Pec 915 en Pec 929 opgesloten in Vlissingen als gevolg van de overstromingen die gepaard gaan tijdens de zware zuidwesterstorm en het springtij. De rijtuigen staan drie maanden opgesloten op het emplacement van Vlissingen. Pas op 5 mei 1953 kunnen de beide postrijtuigen met behulp van locomotor 265 en een aantal goederenwagens vanuit Vlissingen worden overgebracht naar Krabbendijke. Vanuit hier gaan de rijtuigen met DE-V 190 naar Roosendaal en vervolgens naar de Haarlemse werkplaats voor herstel.
  • Op 8 augustus 1957 is Pec 934 betrokken bij een aanrijding te Helmond. De trein bestaat uit Materieel'46 ElD4 698 en Pec 934 en is onderweg als trein van naar. De trein ontspoord bij de brug over de Zuid Willemsvaart.
  • Op 12 augustus 1957 botst ter hoogte van Woensel trein 54 (Eindhoven) op trein 609 (Amsterdam - Maastricht). Trein 54 bestaat uit de treinstellen Materieel’40 ElD2 305 + Materieel’54 ElD2 343. Trein 609 bestaat uit de Materieel'46 ElD2 229 + Pec 923 + Materieel'46 ElD4 682 + Materieel’54 ElD4 739. Als gevolg van een spoorstaafbreuk was er bij Woensel Aansluiting slechts één spoor beschikbaar. Trein 54 rijdt te vroeg over dit spoor en wordt frontaal geramd door trein 609. Door botsing ontstaat een enorme ravage en raken de treinstellen ElD2 305 en ElD2 229 zwaar beschadigd. De BDk 305 boort zich in de ABDk 229. Beide rijtuigen kantelen. Ook Pec 923 wordt zwaar beschadigd. Het rijtuig wordt hersteld bij de firma Mulder in Boskoop. Op 27 mei 1958 wordt het rijtuig weer in dienst gesteld. De treinstellen 305 en 229 worden ter plekke gesloopt in augustus 1957. Bij dit ongeluk kwamen zes mensen om het leven.
  • Op 17 juli 1967 is Pec 927 betrokken bij een botsing te Rotterdam. Als gevolg van een rangeerfout raakt het rijtuig aan beide koppen zwaar beschadigd. Het rijtuig wordt naar de hoofdwerkplaats van Tilburg gesleept. Hier wordt het rijtuig hersteld en komt in september 1968 weer in dienst.
  • Op 9 maart 1968 waren de Pec 923 en Pec 925 betrokken bij een rangeerfout in het station van Vlissingen. Hierbij raakten ook de treinstellen Materieel’46 276 en 648, Materieel’54 326, 333, 739 en 752 beschadigd. Het rijtuig Pec 923 werd op maart 1968 naar de hoofdwerkplaats Tilburg overgebracht voor herstel. In mei 1968 komt het rijtuig weer in dienst. Het rijtuig Pec 925 was zo beschadigd, dat het rijtuig ter plekke werd gesloopt.


  • Op 22 juli 1972 kwam Pec 929 te Amsterdam Centraal in botsing met . Het rijtuig raakte aan een kopwand zwaar beschadigd. Het rijtuig was enkele weken daarvoor afgeleverd na revisie. Op 28 juli 1972 kwam het rijtuig aan bij de hoofdwerkplaats Haarlem. Het werd echter niet meer hersteld en nog in 1972 afgevoerd en gesloopt. Op 22 december 1972 werd het rijtuig van Haarlem naar Uithoorn overgebracht. Op 7 januari 1973 resteerde slechts de bodemplaat.

Gevolgen van de Tweede Wereldoorlog

Van de 21 postrijtuigen aan het begin van de oorlog, zijn er na afloop nog maar 6 in Nederland. De overige rijtuigen waren naar het oosten weggevoerd. In 1949 waren in totaal 12 rijtuigen weer teruggekeerd. De drie ontbrekende rijtuigen Pec 8511, Pec 8512 en Pec 8514 werden als vermist afgevoerd op 5 mei 1950. In december 1951 kwam echter Pec 8511 terug uit Polen en werd weer in dienst gesteld. Van de eerste serie rijtuigen, kwamen alle rijtuigen in 1945 en 1946 weer in dienst. Alleen de Pec 8507 was dusdanig beschadigd, dat het rijtuig niet meer werd hersteld. In 1948 is het rijtuig afgevoerd en in 19 gesloopt.


Bombardementen


Afvoer naar het oosten

Er worden 15 rijtuigen naar het oosten afgevoerd. Dit waren de Pec 8501-8503, Pec 8506, Pec 8507, Pec 8510-8516 en Pec 8518-8520 Van deze vijftien weggevoerde rijtuigen, kwamen er in totaal 12 weer terug naar Nederland tussen 1945 en 1948. De Pec 8511, Pec 8512 en Pec 8514 werden als vermist afgevoerd in mei 1950. Pec 8507 kwam dermate beschadigd terug, dat hij niet meer werd hersteld. Het rijtuig werd afgevoerd en gesloopt. De Pec 8512 werd in Oost Duitsland ingezet als EB 85.12. Het rijtuig heeft tot minimaal begin jaren '60 bestaan.

Als laatste komt de Pec 8511 terug naar Nederland in december 1951. Het rijtuig is al in juni 1947 ontdekt, samen met een treinstel DE-III (36), een treinstel Materieel’36 (234) en een Materieel'40 rijtuigbak (BCk 310). Het Pec rijtuig was slechts licht beschadigd. Enkele ruiten waren ingegooid en het rijtuig was aan een zijde voorzien van normaal stoot- en trekwerk. Op 27 december 1951 komt het rijtuig aan in de Haarlemse werkplaats. Kort daarna wordt het rijtuig doorgestuurd naar Mulder in Boskoop voor herstel. Na een kort bezoek kwam het rijtuig weer in dienst onder het nieuwe nummer Pec 918.


Afvoer

Op 5 mei 1950 zijn drie rijtuigen (Pec 8511, Pec 8512 en Pec 8514) afgevoerd als gevolg van de Tweede Wereldoorlog. Zij waren vermist. In december 1951 keert Pec 8511 terug naar Nederland en wordt weer opgenomen in het materieelpark. In december 1966 worden vier rijtuigen afgevoerd. Dit zijn de Pec 905, Pec 909, Pec 910, Pec 916 en Pec 917. De rijtuigen Pec 905, Pec 909, Pec 916 en Pec 917 worden op naar Berkel en Rodenrijs gebracht in afwachting van pluk en sloop. In april 1968 wordt rijtuig Pec 925 afgevoerd. Het rijtuig is in maart 1968 betrokken bij een botsing in Vlissingen en raakt hierbij zwaar beschadigd.

Als eerste rijtuigen van de seriematige afvoer, zijn de voormalige Dec rijtuigen 951 en 952 in 1972 afgevoerd. Dit doordat zij afwijkend waren ten opzichte van de overige Pec rijtuigen. De rijtuigen waren bij het personeel niet geliefd vanwege de hoge, kleine raampjes, de ver uit elkaar liggende roldeuren. In de winter waren de rijtuigen moeilijk warm te krijgen. Dit vertraagde het sorteerproces in deze rijtuigen aanzienlijk. In het voorjaar van 1972 rijden zij hun laatste diensten en op juni 1972 worden zij afgevoerd uit het materieelpark. In juli 1972 wordt het rijtuig P 952 naar de werkplaats in Onnen overgebracht, waar het rijtuig gedeeltelijk is onttakeld. Het rijtuig P 951 is op naar Onnen overgebracht om geplukt te worden. Op 7 september 1972 zijn de rijtuigen door een ElD4 Materieel'54 overgebracht naar de Watergraafsmeer. Later werden zij doorgevoerd naar de Rietlanden. De beschadigde P 929 wordt op 1972 afgevoerd.

Aan het eind van de jaren ’70 vond een ingrijpende reorganisatie plaats in het postvervoer. Een beperkt aantal knooppunten bleven open. De aan- en afvoer van poststukken naar deze knooppunten ging voortaan per vrachtwagen. Het vervoer tussen de knooppunten vond plaats met de mP’s serie 3000 met de Hbbkkss postwagons. In 1979 vonden de laatste ritten met de Pec rijtuigen plaats. Op 28 september 1979 vond de laatste reguliere inzet plaats. De laatste vier actieve Pec rijtuigen gingen uit dienst. De Pec 1902 reed toen zijn laatste rit van Amsterdam naar Roosendaal in trein 189. De Pec reed als laatste van Roosendaal naar Vlissingen, vervolgens naar Amsterdam en eindigde in Rotterdam.


Sloop

In 1968 wordt rijtuig Pec 925 gesloopt. Het rijtuig is in maart 1968 betrokken bij een rangeerfout in het station van Vlissingen. Het rijtuig raakt hierbij dusdanig beschadigd, dat het rijtuig niet meer vervoerd kan worden. Het rijtuig wordt ter plekke gesloopt. Op 11 september 1972 worden de rijtuigen Pec 951 en Pec 952 samen met het treinstel Materieel'40 ElD5 1831 overgebracht naar sloperij Koek te Mijdrecht vanaf de Rietlanden. Het zijn de eerste rijtuigen die planmatig gesloopt worden. Op 22 december 1972 is het beschadigde rijtuig P 929 van Haarlem overgebracht naar Uithoorn. Op komt het rijtuig aan in Mijdrecht, waar het begin januari 1973 is gesloopt.

Op 30 oktober 1979 worden de Pec's 1906, 1912, 1923 en 1926 verkocht voor sloop. Op 2 november 1979 komen de rijtuigen aan in Utrecht waar zij bij het postperron worden geplaatst. Op 15 november 1979 worden de rijtuigen door locomotief 2 naar Nieuwersluis gesleept. Op 24 november 1979 wordt de Pec 1906 als laatste gesloopt van deze vier.


Museummaterieel

Van de 38 gebouwde rijtuigen, is er nog maar 1 bewaard gebleven.

  • STIBANS

De STIBANS werd na afvoer eigenaar van een Pec. De STIBANS verwierf dit rijtuig na overleg met de PTT. Het rijtuig zou gestald gaan worden in het nog op te richten postmuseum. Tot die tijd voert de STIBANS het beheer uit over het rijtuig. Afgaande op de revisiedata, kwam de STIBANS uit op de Pec 1906. Begin oktober 1979 werd het rijtuig samen met de Pec 1902 van Roosendaal naar Leidschendam overgebracht. Hier waren ook de Pec 1912, Pec 1923 en Pec 1926 verzameld. Deze rijtuigen werden ontdaan van hun bruikbare onderdelen, zoals postzakken, kachels, raamlijsten, ventilatoren, verlichting en klapdeuren. In Leidschendam bleek dat de Pec 1902 in een betere staat verkeerde dan de Pec 1906. Hierop besloot de STIBANS de Pec 1902 te beheren en in originele staat terug te brengen. De Pec 1906 heeft nog wel zijn draaistellen afgestaan aan de Pec 1902. Op 25 oktober 1979 werd de 1902, volgeladen met reserveonderdelen, door Materieel’54 ElD4 751 van Leidschendam naar Roosendaal gesleept. Hier werd het rijtuig in de loods opgeborgen. In 1983 raakt de Pec 1902 beschadigd bij een aanrijding met rijtuig . Besloten werd om de schade direct te herstellen om zo het verdere verval te voorkomen. Het rijtuig werd in de hulpwerkplaats van Eindhoven in eigen beheer hersteld. Het treinstel werd op door Materieel’46 ElD4 662 van Roosendaal naar Eindhoven gesleept. In januari 1984 was het rijtuig hersteld van de schade en zou naar het postmuseum overgebracht kunnen worden. Vanwege de gekozen locatie kon het rijtuig niet naar dit museum. Hierop schonk de PTT het rijtuig aan het Spoorwegmuseum in Utrecht. Op 12 januari 1984 wordt het rijtuig door de Materieel'46 ElD2 285 overgebracht van Eindhoven naar Roosendaal.


  • Spoorwegmuseum

Het Spoorwegmuseum te Utrecht heeft de beschikking over 1 rijtuig.

Pec 8502

Op 30 september 1986 kwam het rijtuig Pec 1902 aan in het Spoorwegmuseum. Het rijtuig werd door de Plan U 144 van uit de Hoofdwerkplaats Tilburg naar Utrecht gesleept. Het rijtuig was in de voorgaande maanden door medewerkers van de STIBANS druk aan het interieur gewerkt. In Tilburg werd het rijtuig uiterlijk opgeknapt. Tevens werd de afgenomen schortbeplating weer aangebracht. De feitelijke overdracht vond plaats op 7 oktober 1986.

Op 29 september 1996 wordt het rijtuig overgebracht naar de Watergraafsmeer. In het weekend van 22 en 23 november 1996 werd het rijtuig naar Leidschendam gesleept voor een open dag. Omdat er ruimte nodig was voor andere activiteiten op de Watergraafsmeer, moest het museum materieel dat daar gestald was, ergens anders worden ondergebracht. Hierop werd in het voorjaar van 2001 het rijtuig overgebracht naar de museumloods in Blerick, samen met ander museummaterieel. Op 8 oktober 2005 wordt de Pec door de Materieel’46 ElD2 273 van Blerick naar Tilburg gesleept. Hier wordt het rijtuig uiterlijk opgeknapt door medewerkers van tROM. Het rijtuig wordt hierbij weer in de donkergroene kleur geschilderd en krijgt lichtgrijze schortplaten en dak. Hiermee is het weer in de oorspronkelijke uitvoering van Pec 8502 gebracht. Ook dit nummer krijgt het rijtuig weer terug. Op 13 augustus 2006 wordt het rijtuig door de DE-I 41 van Tilburg naar Blerick gesleept.


Op 17 mei 2014 bracht de 1312 samen met de 1202 materieel van het Spoorwegmuseum naar Blerick. De trein bestond uit de 1312 + 1202 + koppelwagen + Materieel'46 ElD2 273 + Materieel'54 ElD2 386 + Pec 8502 + koppelwagen + Plan E Df 92-37 007. De locomotieven 1312 en 1202 keerden weer terug naar het Spoorwegmuseum.


Afleverdata

Stroomlijnpostrijtuigen Pec 8501-8521 en Pec 922-936

Nummer Afleverdatum In dienst In revisie Uit revisie In revisie Uit revisie In revisie Uit revisie Terzijde Sloop(rit)
Pec 8501 1938 april 1979 13 december 1979
Pec 8502 1938 29 november 1972 19 januari 1973 januari 1978 28 september 1979 n.v.t. (NSM)
Pec 8503 1938 7 december 1970 18 januari 1971 juli 1976 september 1976
Pec 8504 1938 juni 1979 20 juli 1979
Pec 8505 1938 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 14 december 1966 april 1967
Pec 8506 1938 17 april 1973 30 mei 1973 juni 1979 24 november 1979
Pec 8507 1940 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 1948
Pec 8508 1940 juli 1975 16/17 januari 1976
Pec 8509 1940 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 14 december 1966 april 1967
Pec 8510 1940 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 14 december 1966
Pec 8511 1940 24 september 1970 26 oktober 1970 juli 1976 september 1976
Pec 8512 1940 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 5 mei 1950 Vermist in WO II
Pec 8513 1940 3 april 1970 juli 1976
Pec 8514 1940 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 5 mei 1950 Vermist in WO II
Pec 8515 1940 november 1978 12 februari 1979
Pec 8516 1940 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 14 december 1966
Pec 8517 1940 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 14 december 1966 april 1967
Pec 8518 1941 27 februari 1974 november 1978 15 april 1979
Pec 8519 1941 februari 1968 1 december 1971 januari 1972 10 januari 1973 16 februari 1973 september 1979 15 november 1979
Pec 8520 1941 9 februari 1971 22 maart 1971 juli 1975 16/17 januari 1976
Pec 8521 1941 14 maart 1973 25 april 1973 juni 1979 20 juli 1979
Pec 922 1950 29 maart 1972 9 mei 1972 mei 1977 6 januari 1978
Pec 923 1950 december 1967 13 oktober 1972 15 november 1972 september 1979 15 november 1979
Pec 924 1950 27 november 1970 23 december 1970 7 april 1975 16/17 januari 1976
Pec 925 1950 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 29 april 1968 1968
Pec 926 1950 19 mei 1971 12 augustus 1971 1977 21 juni 1977 september 1979 15 november 1979
Pec 927 1950 12 februari 1973 21 maart 1973 juni 1979 20 juli 1979
Pec 928 1950 december 1967 juni 1979 20 juli 1979
Pec 929 1950 9 maart 1972 n.v.t. n.v.t. juli 1972 22 december 1972
Pec 930 1950 februari 1968 30 september 1971 2 november 1971 juni 1979 20 juli 1979
Pec 931 1950 4 juni 1975 16/17 januari 1976
Pec 932 1950 3 november 1971 1 december 1971 juli 1976
Pec 933 1950 17 februari 1971 15 april 1971 22 januari 1975 16/17 januari 1976
Pec 934 1950 28 juli 1970 2 september 1970 juli 1976 september 1976
Pec 935 1950 22 juni 1972 14 augustus 1972 juni 1979 20 juli 1979
Pec 936 1950 februari 1968 25 mei 1972 5 juli 1972 juni 1979 20 juli 1979

Stroomlijnfietsenrijtuigen Dec 8501-8502

Nummer Afleverdatum In dienst In revisie Uit revisie In revisie Uit revisie In revisie Uit revisie Ter zijde Sloop(rit)
Dec 8501 april 1948 april 1948 1955 196 29 mei 1970 26 juni 1970 juni 1972 16 september 1972
Dec 8502 april 1948 april 1948 1955 196 19 januari 1970 26 februari 1970 juni 1972 16 september 1972