NCS (Nederlandsche Centraal Spoorwegmaatschappij): verschil tussen versies

Uit Somda RailWiki
Naar navigatie springenNaar zoeken springen
(Fusie met NRS)
(Opheffing.)
 
Regel 30: Regel 30:
 
Door de spoorwegmaatschappij zijn in totaal 10 series stoomlocomotieven besteld bij diverse fabrikanten. Hiervan zijn er 9 in dienst gekomen bij de latere NS.
 
Door de spoorwegmaatschappij zijn in totaal 10 series stoomlocomotieven besteld bij diverse fabrikanten. Hiervan zijn er 9 in dienst gekomen bij de latere NS.
  
{| class="wikitable" style="width:600px; font-size:90%;"  
+
{| class="wikitable" style="width:700px; font-size:90%;"  
 
|-
 
|-
! Serie || Fabrikant || In dienst || Type || Nummer bij NS
+
! Serie || Fabrikant || In dienst || Type ||  Uit dienst || Nummer bij NS
 
|-  
 
|-  
 
! 1 - 12  
 
! 1 - 12  
| Neilson & Co || 1863 || 1B || 7201 - 7209
+
| Neilson & Co || 1863 || 1B || || 7201 - 7209
 
|-  
 
|-  
 
! 13 - 15  
 
! 13 - 15  
| Stephenson & Co || 1872 || 1B || N.v.t.
+
| Stephenson & Co || 1872 || 1B || || N.v.t.
 
|-  
 
|-  
 
! 16 - 20  
 
! 16 - 20  
| Egestorff || 1874 - 1876 || 1B || 5601 - 5605
+
| Egestorff || 1874 - 1876 || 1B || || 5601 - 5605
 
|-  
 
|-  
 
! 21 - 30  
 
! 21 - 30  
| Neilson & Co / Henschel || 1892 - 1900 / 1902 || 2B || 1501 - 1507 / 1508 - 1510
+
| Neilson & Co / Henschel || 1892 - 1900 / 1902 || 2B || || 1501 - 1507 / 1508 - 1510
 
|-  
 
|-  
 
! 41 - 50
 
! 41 - 50
| Sächsische Maschinenfabrik / Hohenzollern || 1899 - 1903 || 2B || 7001 - 7010
+
| Sächsische Maschinenfabrik / Hohenzollern || 1899 - 1903 || 2B || || 7001 - 7010
 
|-  
 
|-  
 
! 61 - 65  
 
! 61 - 65  
| Neilson & Co || 1901 || 2B1 || 5401 - 5405
+
| Neilson & Co || 1901 || 2B1 || || 5401 - 5405
 
|-  
 
|-  
 
! 71 - 78  
 
! 71 - 78  
| Maffei || 1910 - 1914 || 2C || 3601 - 3608
+
| Maffei || 1910 - 1914 || 2C || || 3601 - 3608
 
|-  
 
|-  
 
! 90 - 91  
 
! 90 - 91  
| Hohenzollern || 1905 || 2B || 7301 - 7302
+
| Hohenzollern || 1905 || 2B || || 7301 - 7302
 
|-  
 
|-  
 
! 1 <sup>II</sup>  
 
! 1 <sup>II</sup>  
| Orenstein & Koppel || 1918 || B || 8001
+
| Orenstein & Koppel || 1918 || B || || 8001
 
|}
 
|}
  
Regel 68: Regel 68:
 
='''Opheffing'''=
 
='''Opheffing'''=
  
 
+
Op 1 januari 1917 wordt de belangenmaatschap Nederlandsche Spoorwegen opgericht, waarbij de NCS door de SS wordt overgenomen. De exploitatie gaat op 1 juni 1919 over naar de SS. In 1934 gaat de spoorwegmaatschappij geheel op in de belangenmaatschap.
 
 
  
 
[[Categorie: NCS (Nederlandsche Centraal Spoorwegmaatschappij)]]
 
[[Categorie: NCS (Nederlandsche Centraal Spoorwegmaatschappij)]]

Huidige versie van 7 okt 2019 om 00:05

De Nederlandsche Centraal Spoorwegmaatschappij (NCS) was een spoorwegmaatschappij die heeft bestaan van 1860 tot 1934.

Geschiedenis

Op 20 en 29 februari 1860 is de spoorwegmaatschappij opgericht in Amsterdam. De doelstelling van de spoorwegmaatschappij is te komen tot een samenhangend spoorwegnet met Europese aansluitingen. Nog voor de oprichting van de spoorwegmaatschappij, waren er al aanvragen ingediend voor concessie voor de aanleg en exploitatie voor diverse trajecten. De concessie moet verleend worden voor een periode van 90 jaar, waarbij de spoorlijn in 5 jaar tijd zouden worden aangelegd. De aanvragen voor de trajecten waren:

  • Groningen - Leeuwarden;
  • Harlingen - Zwolle via Leeuwarden en Heerenveen;
  • Zwolle - Kampen;
  • Zwolle - Rheine via Almelo;
  • Raalte - Westervoort;
  • Utrecht - Breda via Gorinchem

Het blijft echter maar bij één spoorlijn, de Centraalspoorweg. Twee weken na de aanvraag voor de concessie treedt het kabinet Van Hall aan. Door dit kabinet wordt in 1860 de spoorwegwet aangenomen, waardoor het aanleggen van nieuwe spoorlijnen versneld kon worden gebeuren. De aanleg zou geschieden door de Staat der Nederlanden, terwijl de exploitatie bij een particuliere maatschappij zou worden ondergebracht. Door de staat worden spoorlijnen aangelegd, waarvoor voor een deel in 1859 al een concessie is aangevraagd. Deze aanvragen door de NCS worden daarom niet gehonoreerd. De aanvraag van een concessie voor de aanleg en exploitatie van een spoorlijn tussen Zwolle en Rheine en van Kampen naar Duitsland wordt in 1860 gedaan. Doordat de Staat der Nederlanden een spoorlijn had gepland naar Enschede, wordt deze aanvraag niet snel behandeld. In 1862 wordt wederom een aanvraag gedaan om een spoorlijn vanuit Kampen aan te mogen leggen naar Zwolle. Deze wordt in 1863 verleend.


Het aandelenkapitaal bedroeg 5 miljoen gulden, verdeeld in 20.000 aandelen van 250 gulden. Het was mogelijk om aandelen uit te geven, zodat het aandelenkapitaal maximaal 9 miljoen gulden bedraagt. Daarnaast kon de Maatschappij rentegevende obligaties uitgeven. In 1860 worden 4.500 aandelen in Nederland geplaatst bij een openbare inschrijving. Deze worden echter niet allemaal volgestort. Ook de twee aannemers nemen aandelen af. Zij nemen 10.000 aandelen af, maar deze worden niet volgestort. De Raad van Administratie (RvA) was mening dat dit kon worden geregeld met hun rekening-courant met het geleverde werk. Uiteindelijk zijn er 17.854 aandelen volgestort. Al vrij snel bleek het kapitaal ontoereikend te zijn. Door Delettrez zou het rollend materieel geleverd gaan worden. Het rollend materieel bestaat uit 18 locomotieven, 8 rijtuigen eerste klas, 10 rijtuigen eerste en tweede klas, 16 rijtuigen tweede klas, 20 rijtuigen tweede en derde klas, 30 rijtuigen derde klas, 20 bagagewagens en 70 goederenwagens. De prijs voor dit materieel was vastgesteld op 8.132.000 gulden. De betaling van de aanleg van de spoorlijn gebeurde naar gelang van de voortgang van de werkzaamheden. De betaling geschiedde tot 40% van de aanneemsom in obligaties met een rente van 3% met een waarde van 250 gulden. De door de aannemer ingediende rekeningen bij de regering op 14 januari 1860 waren niet nauwkeurig genoeg en pas in juli 1861 worden zij retour gestuurd naar de aannemer. Daarnaast voldeed de aannemer niet aan zijn verplichtingen en in 1861 wordt besloten om een andere aannemer in te huren. De overdracht aan een andere aannemer vergde wel de medewerking van Delettrez, Père et Cie en een schadeloosstelling voor de reeds gemaakt kosten. Hiermee was een bedrag van 200.000 gulden gemoeid. Dit bedrag werd verrekend die Delettrez nog verschuldigd was op de aandelen die ten laste van hem waren. Een nieuwe aannemer werd gevonden in het bedrijf Vitali, Picard, Charles et Cie uit Parijs. Om geld te krijgen voor de aanleg, moesten er aandelen worden uitgegeven. Door de nieuwe aannemer werd verzekerd dat plaatsing in het buitenland geen probleem was, zolang er ook Nederlanders in investeerden. Er was echter wel een verhoging van het aandelenkapitaal gewenst, om zo over voldoende geld te kunnen beschikken. Er werd een lening afgesloten voor een bedrag van 4 miljoen gulden bij Parent, Schaken et Cie in Parijs. Hiermee was het mogelijk om 36.129 uit te geven met een waarde van 500 franc (235 gulden) met een rente van 15 franc per jaar. Ondanks dit alles, bleef men krap bij kas zitten. In maart 1864 wordt besloten om een tweede serie obligaties uit te geven, om zo een negatief bedrag 1.480.165 gulden weg te werken. Er worden 12.871 obligaties uit gegeven tegen een prijs van 115 gulden met een waarde van 235 gulden. De uitgifte wilde echter niet snel van de grond komen, omdat de eerste serie obligaties op dat moment weer op de markt kwam. Hiermee was een totaal aandelenkapitaal uitgegeven van 5 miljoen gulden en aan obligaties was 5.459.000 gulden uitgegeven. Na het betalen van de aannemer zou er dan nog genoeg geld over blijven als reserve. Op het gestorte aandelen kapitaal was echter nog een tekort van 650.000 gulden. Daarnaast wilden aannemers meer contant geld hebben voor hun werk en minder aandelen. Hierdoor komt de maatschappij wederom krap bij kas te zitten.


Fusie met de NRS

In fuseert de spoorwegmaatschappij met de NRS (Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij). Na de overname van de NRS door de Nederlandse Staat, gaan de aandelen over van de NRS naar de SS. De NCS blijft grotendeels onafhankelijk.


Spoorlijnen

De eerste spoorlijn die wordt aangelegd en geëxploiteerd, is de spoorlijn tussen Utrecht en Kampen via Zwolle. Deze wordt tussen 1863 en 1865 in gebruik genomen. Ruim 30 jaar later vindt er uitbreiding plaats van het lijnennet door de aanleg van lokaalspoorlijnen en tramwegen. De late uitbreiding van het netwerk is te wijten aan geldgebrek, waardoor de spoorwegmaatschappij moest samenwerken met de SS en de HSM.


Locomotieven

Door de spoorwegmaatschappij zijn in totaal 10 series stoomlocomotieven besteld bij diverse fabrikanten. Hiervan zijn er 9 in dienst gekomen bij de latere NS.

Serie Fabrikant In dienst Type Uit dienst Nummer bij NS
1 - 12 Neilson & Co 1863 1B 7201 - 7209
13 - 15 Stephenson & Co 1872 1B N.v.t.
16 - 20 Egestorff 1874 - 1876 1B 5601 - 5605
21 - 30 Neilson & Co / Henschel 1892 - 1900 / 1902 2B 1501 - 1507 / 1508 - 1510
41 - 50 Sächsische Maschinenfabrik / Hohenzollern 1899 - 1903 2B 7001 - 7010
61 - 65 Neilson & Co 1901 2B1 5401 - 5405
71 - 78 Maffei 1910 - 1914 2C 3601 - 3608
90 - 91 Hohenzollern 1905 2B 7301 - 7302
1 II Orenstein & Koppel 1918 B 8001


Rijtuigen

Opheffing

Op 1 januari 1917 wordt de belangenmaatschap Nederlandsche Spoorwegen opgericht, waarbij de NCS door de SS wordt overgenomen. De exploitatie gaat op 1 juni 1919 over naar de SS. In 1934 gaat de spoorwegmaatschappij geheel op in de belangenmaatschap.