K4 rijtuigen

Uit Somda RailWiki
Naar navigatie springenNaar zoeken springen

Om een tekort aan rijtuigen te ondervangen, zijn vanaf 1999 in totaal 80 rijtuigen van het type K4 gehuurd van de Belgische spoorwegen, de NMBS.

Geschiedenis

Tussen 1962 en 1974 brengen de Franse spoorwegen 803 nieuwe rijtuigen van het type ANF-USI op de baan. Dit aantal is te verdelen naar 194 rijtuigen eerste klas, 609 rijtuigen tweede klas. Daarnaast worden 118 rijtuigen tweede klas met bagageafdeling gebouwd. Deze zijn bekend als type Y. Zij vervangen oudere rijtuigen die versleten en gedateerd zijn. De typebenaming is afgeleid van de fabrikant Ateliers du Nord de la France, gevolgd door de afkorting voor "voitures unifiées pour le service intérieur" (standaard rijtuig voor de binnenlandse dienst). De rijtuigen worden gezien als de voorlopers van de Corail rijtuigen, welke vanaf 1975 zijn geleverd aan de Franse spoorwegen. In tegenstelling tot de oude rijtuigen, zijn de nieuwe rijtuigen voorzien van een grote, open afdeling. De oude rijtuigen zijn voorzien van compartimenten.

In 1994 kopen de Belgische spoorwegen 84 rijtuigen van de Franse spoorwegen. Deze zijn van het type USI en het type Y. De NMBS koopt deze rijtuigen, omdat zij vijftig treinstellen van de series MS50, MS54 en MS55 afvoeren. Daarnaast worden 40 rijtuigen van de series K1 en K3 afgevoerd. Nieuw materieel zou nog een aantal jaren op zich laten wachten, zodat de NMBS zich tussen 1995 en 200 geconfronteerd zag met een te kort aan materieel. De NMBS probeert daarom materieel te huren, onder andere bij de NS. Dit lukt niet echter niet. De SNCF heeft wel 84 rijtuigen te koop van de series USI (69 stuks, verdeeld over 55 rijtuigen tweede klas, type B10t, 14 rijtuigen tweede klas, type B4t4 (ex A4t4 rijtuigen)) en UIC (15 stuks, rijtuigen tweede klas met bagageafdeling, type B5d). Door de SNCF zijn de 14 voormalige A4t4 rijtuigen weer hersteld naar rijtuigen eerste klas. Tegelijkertijd zijn de deuren aangepast, zodat deze automatisch gesloten kunnen worden. Van de B5d rijtuigen wordt de bagage afdeling niet gebruikt. Door de SNCF werden hier banken geplaatst. In 1995 worden de rijtuigen aan de NMBS geleverd. Zij worden bordeauxrood geschilderd met een witte band onder de ramen. De rookafdelingen in de tweede klas zijn herkenbaar aan de smalle, blauwe lijn in de witte baan.

Aan het eind van 1997 wordt er gekeken naar het huren van rijtuigen bij buitenlandse spoorwegmaatschappijen. Deze rijtuigen moeten het gat opvullen dat ontstaat als de rijtuigen ICR in revisie gaan. In deze periode is er sprake van de huur van 20 tot 30 rijtuigen. In het najaar van 1998 wordt dit aantal echter verhoogd tot ongeveer 80 rijtuigen. De extra rijtuigen zijn nodig om de reizigersgroei op te vangen. De NMBS heeft op dat moment mogelijkheden rijtuigen van de types K4 en I10 te verhuren. Rijtuigen van het type K4 zijn op dat moment voor handen en rijtuigen I10 kunnen vrijgemaakt worden voor verhuur. Daarnaast heeft de DB rijtuigen van de types Am en Bm beschikbaar. Deze kunnen echter alleen gekocht worden. Vanaf april 1999 huurt de NS 80 rijtuigen van de NMBS. Het zijn 13 rijtuigen eerste klas, 53 rijtuigen tweede klas en 14 rijtuigen tweede klas met bagageafdeling. Vier rijtuigen (één eerste klas, twee tweede klas en één tweede klas met bagageafdeling) blijven in België als reserve. De huurperiode bedraagt in eerste instantie drie jaar met een optie tot verlenging met nog eens een jaar. De rijtuigen kunnen uiterlijk tot 2003 worden gehuurd. De NS huurt de rijtuigen omdat er het park rijtuigen ICR een grote revisie moet ondergaan. Op deze manier wordt het te verwachte tekort aan materieel opgevangen. De rijtuigen zullen per 30 augustus 1999 in dienst komen en in april 1999 komen de eerste rijtuigen aan in Nederland voor instructie aan het personeel. Voor de instructie van de rijtuigen aan het personeel werden afgevoerde locomotieven van de serie 1100 gebruikt. Deze combinaties stonden in Den Haag, Rotterdam Centraal, Eindhoven en Venlo. De rijtuigen zullen vanuit Den Haag samen met de NS rijtuigen ingezet gaan worden in de series 1900 en 2500 naar Venlo en Heerlen.

In februari en maart 2000 worden drie rijtuigen onderzocht op asbest. Van elk type komt een rijtuig naar het revisiebedrijf Tilburg voor dit onderzoek. Op 24 februari 2000 komen de rijtuigen A 18-37 407 en B 20-37 340 naar Tilburg. Op 2 maart 2000 wordt het rijtuig BD 82-37 414 binnengenomen voor het onderzoek. Op 2 maart 2000 wordt het rijtuig B 20-37 340 afgeleverd, gevolgd op 6 maart 2000 door de A 18-37 407. Het BD rijtuig 82-37 414 wordt op 8 maart 2000 afgeleverd. Voor aanvullend onderzoek kwamen de rijtuigen B 20-37 317 op 8 maart 2000 aan in Tilburg en A 18-37 401 kwam op 10 maart 2000 naar Tilburg. Het rijtuig B 20-37 317 werd op 13 maart 2000 afgeleverd en rijtuig A 18-37 401 vertrok op 15 maart 2000.

Per 2 september 2002 beëindigt de NS de huur van 58 rijtuigen. In juli en augustus 2002 keren deze rijtuigen terug naar België. Er blijven 22 rijtuigen een jaar langer in dienst. In april 2003 keren de deze laatste 22 rijtuigen terug naar België. De naar België terug gekeerde rijtuigen worden vanaf oktober 2002 ingezet in piekuurtreinen rondom Brussel. Tot 12 december 2004 rijdt een klein deel van de rijtuigen nog enkele piekuur treinen. De overige rijtuigen zijn niet meer ingezet. De rijtuigen worden onder andere in Aalst en Denderleeuw gestald. Op 19 maart 2007 zijn de rijtuigen vanuit deze plaatsen naar Antwerpen overgebracht. Er was sprake van verkoop van de rijtuigen aan Senegal en Kosovo, maar dit is niet door gegaan. In 2007 heeft de NMBS de rijtuigen verkocht aan het Italiaanse Visali. Zij zullen de rijtuigen door verkopen aan landen in Afrika. Op 6 juli 2007 zijn de laatste 20 niet-verkochte rijtuigen vanuit Antwerpen naar Trier overgebracht, alwaar zij zullen worden gesloopt.


Technische gegevens

A

Een A heeft een lengte van 24,5 meter, een breedte van meter en een hoogte van meter boven de spoorstaaf. Een rijtuig weegt 38 ton. Het rijtuig beschikt over 54 zitplaatsen eerste klas. Daarnaast heeft het rijtuig beschikking over 2 klapzittingen. De rijtuigen zijn toegelaten voor een maximumsnelheid van 140 kilometer per uur. De asindeling is B’B’.

B

Een B heeft een lengte van 24,5 meter, een breedte van meter en een hoogte van meter boven de spoorstaaf. Een rijtuig weegt 36 ton. Het rijtuig beschikt over 80 zitplaatsen tweede klas. Daarnaast heeft het rijtuig beschikking over 2 klapzittingen. De rijtuigen zijn toegelaten voor een maximumsnelheid van 140 kilometer per uur. De asindeling is B’B’.

BD

Een BD heeft een lengte van 25,1 meter, een breedte van meter en een hoogte van meter boven de spoorstaaf. Een rijtuig weegt 43 ton. Het rijtuig beschikt over 72 zitplaatsen tweede klas. De rijtuigen zijn toegelaten voor een maximumsnelheid van 140 kilometer per uur. De asindeling is B’B’.


Uitvoering

De rijtuigen zijn opgebouwd uit een bodemplaat, verstevigd met een stalen gegolfde vloer. Het bakgeraamte is opgetrokken uit aluminium. De gehele rijtuigbak is uitgevoerd als een zelfdragende constructie, doordat de bovenbouw een geheel vormde met het onderstel. De instapdeuren van de USI-rijtuigen zijn boven de as aan de rijtuigovergang geplaatst. De deuren liggen verdiept in de wand. De rijtuigen zijn te openen door middel van deurklink. De rijtuigen zijn voorzien van klapdeuren. Bij de UIC-rijtuigen zijn de deuren aan het eind van het rijtuig geplaatst. Dit zijn draaivouwdeuren en ook te openen met een deurklink. Het dak is verstevigd met profielen. Het rijtuig is volledig elektrisch gelast. De rijtuigen zijn voorzien stalen, zelfsluitende kopdeuren en vouwbalgen om reizigers gemakkelijk van het ene naar het andere rijtuig te laten lopen. De kopdeuren zijn voorzien van een langgerekt raam, welke aan de boven- en onderzijde rond zijn. De rijtuigen zijn niet voorzien van sluitseinen. Bij aankomst in Nederland krijgen de rijtuigen een reflecterende sluitschijf op de kopeinden. Op de zijwand is het mogelijk om door middel van koersborden de bestemming aan te geven. Het rijtuig is bij de rechterdeur voorzien van een koersbord. Ventilatie vindt plaats door middel van het opendraaien van het bovenste gedeelte van het raam. De USI-rijtuigen zijn lager dan de UIC-rijtuigen, wat hen een gedrongen uiterlijk gaf.

De vloer van de rijtuigen bestaat uit. Hierop is een laag aangebracht, welke op ligt voor de isolatie.

De rijtuigen worden elektrisch verwarmd en gekoeld. Onder het rijtuig wordt de lucht verwarmd of gekoeld door middel van elektriciteit en onder de banken het rijtuig ingeblazen. De elektrische verwarming is geschikt gemaakt voor 1.500 volt gelijkstroom. In België werkt de verwarming op 3.000 volt gelijkstroom. Het rijtuig wordt door middel van tl-lampen verlicht. Deze lampen hangen boven de middengang. Op de balkons hangen tl-lampen en op het toilet hangt ook een tl-lamp. Alle rijtuigen zijn voorzien van een omroepinstallatie, zodat de conducteur de stations om kan roepen.

Bij de aflevering van de rijtuigen zijn zij bordeauxrood geschilderd met een witte streep onder de ramen. Het dak is in een donkere kleur grijs geschilderd. De draaistellen zijn zwart geschilderd. Naast het eerste en tweede raam vanaf de deur is een sticker met de klasse aangebracht. Het gedeelte voor de eerste klas is te herkennen aan de gele baan tussen de ramen en de dakrand. De opschriften zijn in het wit aangebracht. Aan de kopeinden zijn de rijtuigen voorzien van reflecterende sluitschijven, bestaande uit twee rode en twee witte driehoeken. Dit is voor de NS gedaan, omdat op het Belgische spoorwegnet een verplichting geldt van een verlicht sluitsein. De logo's van de NMBS zijn vervangen door die van de NS. Deze logo's zijn in het wit uitgevoerd. Een enkel rijtuig is voorzien van een zwart logo.

De draaistellen zijn afhankelijk van het bouwjaar van het type Y16 (1960 - 1961), Y24 (1962 - 1965) of Y28 (1966 - 1974). De rijtuigen die voorzien zijn van draaistellen van het type Y16 of Y24 zijn toegelaten voor een snelheid van 140 kilometer per uur. Rijtuigen die voorzien van draaistellen type Y28 zijn toegelaten voor 160 kilometer per uur. De wielen hebben een diameter van centimeter. De radstand van deze draaistellen is millimeter. De rijtuigen zijn primair afgeveerd door middel van schroefveren. De rijtuigbak is afgeveerd met luchtveren op de draaistellen. Voor de beremming wordt gebruik gemaakt van De verdeling van de draaistellen onder de rijtuigen is als volgt: de rijtuigen B 20-38 301 - B 20-38 315 staan op Y16-draaistellen. De rijtuigen A 18-38 401 - A 18-38 403, B 20-38 316 - B 20-38 317 en BD 82-37 401 - BD 82-37 415 staan op Y24-draaistellen. De overige rijtuigen staan op Y28-draaistellen.

A

De rijtuigen zijn aan beide uiteinden voorzien van een toilet. De toiletten zijn bereikbaar via het balkon. De balkons geven toegang tot een open reizigersafdeling met vijftien zitplaatsen. Hier zijn in de looprichting rechts twee stoelen geplaatst en aan de linkerzijde een stoel. Deze zijn bekleed met stof, die voorzien zijn van diagonale strepen in rood en grijs. De hoofdkussens zijn rood. Boven de stoelen zijn de bagagerekken geplaatst. Het plafond is wit geschilderd. In het midden van het rijtuig bevinden zich vier coupés met ieder zes zitplaatsen. Ook hier zijn de stoelen bekleed met stof met diagonale strepen in rood en grijs. Na deze coupés is weer een open afdeling met vijftien zitplaatsen.

B

De rijtuigen zijn aan beide uiteinden voorzien van een toilet. De toiletten zijn bereikbaar via het balkon. De balkons geven toegang tot de grote, open reizigersafdeling. Hier zijn alle stoelen achter elkaar geplaatst. In het midden van het rijtuig bevindt zich een glazen tussenschot. Boven de stoelen zijn de bagagerekken geplaatst. De stoelen zijn bekleed met leer, waarbij de zitting en rugleuning in het lichtbruin zijn uitgevoerd. De hoofdkussens hebben een donkerbruine kleur. Het plafond is wit geschilderd. Bij de ramen zijn gordijnen gehangen.

BD

De rijtuigen zijn aan beide uiteinden voorzien van een balkon. Het balkon geeft toegang tot een zijgang met 12 coupés. Elke coupé biedt aan zes reizigers een zitplaats. Door de NMBS is één van de coupés omgebouwd tot conducteursruimte.


Inzet

Vanaf het begin van hun huurperiode worden de rijtuigen groepsgewijs ingezet. Zij rijden aan de noordzijde van de trein. De eerste plannen voorzagen dat er stammen van vijf rijtuigen samengesteld zouden worden in de compositie A + B + B + B + BD. Het rijtuig eerste klas zit aan het eind van de trein, omdat zij een hogere vloer hebben. De karretjes van de catering kunnen niet in deze rijtuigen komen. De rijtuigen worden daarom aan het eind van de trein geplaatst. Dit plan wordt snel verlaten en voorzien in een nieuwe samenstelling. De rijtuigen worden getrokken door locomotieven van de serie 1700 of serie 1800.

Vanaf 30 augustus 1999 zullen de rijtuigen ingezet gaan worden. De rijtuigen zullen in groepjes van 5 rijtuigen in gezet gaan worden in de series 1900 (Den Haag Centraal - Venlo) en 2500 (Den Haag Centraal) - Heerlen). In deze series wordt samen gereden met rijtuigen van de types Plan W, ICR en DDM-1. Voor de cateringkarretjes en het vervoer van fietsen is een rijtuig ICR type BKD nodig in de stam.

In de dienstregeling 2000/2001

Vanaf 2001 vormen de K4 rijtuigen een stam met de nieuwe ICK-rijtuigen. Uit deze composities worden de rijtuigen ICR, Plan W en DDM-1 terug getrokken.

In de dienstregeling 2001/2002

Door de instroom van nieuwe rijtuigen ICK kan in de zomer van 2002 een deel van de rijtuigen gemist worden. In juli en augustus 2002 keren 58 rijtuigen terug naar België.


In de dienstregeling 2003, die begint op 15 december 2002, wordt de inzet Met ingang van het wijzigingsblad 7 april 2003 worden er geen diensten meer gesteld voor de laatste 22 rijtuigen. Zij worden vervangen door rijtuigen ICK en ICR, waarvan de beschikbaarheid is verhoogd.


Onderhoud

De rijtuigen zijn voor groot onderhoud aangewezen op de werkplaats van de NMBS in Schaarbeek. Het normale onderhoud vindt plaats in het onderhoudsbedrijf Maastricht.


Inzet per dienstregelingjaar

  • 1999: 1900, 2500
  • 2000: 1900, 2500
  • 2001: 1900, 2500
  • 2002: 1900, 2500
  • 2003: 1900, 2500


Revisie

De rijtuigen worden tijdens hun huurperiode door de NS niet gereviseerd.


Bijzondere uitvoeringen

De rijtuigen hebben in Nederland geen uiting gegeven aan bijzondere evenementen. Daarnaast zijn de rijtuigen niet voorzien geweest van opvallende stickers.


Wijzigingen

De rijtuigen zijn bij aankomst in Nederland door het Servicebedrijf Eindhoven aangepast voor de dienst in Nederland. Zo zijn op de kopeinden reflecterende sluitschijven geschilderd.


Vernummeringen

De rijtuigen behouden in Belgische nummers. Alleen de rijtuigen tweede klas zijn op verzoek van de NS vernummerd. Zij zijn vernummerd van de serie 20 400 naar 20 300. De verkorte nummers veroorzaken een doublure met de ICR-rijtuigen uit de serie 20 400 (Benelux).


Schadegevallen

  • Op 16 november 2001 botst locomotief 1754 met trein 2559 van Den Haag Centraal naar Heerlen tussen Linne en Maasbracht op een vrachtwagen. De locomotief liep hierbij aanzienlijke schade op, evenals de twee rijtuigen K4, de BD 82-37 412 en BD 82-37 413. De rijtuigen worden na de aanrijding in gestald. Pas op 4 januari 2002 worden de rijtuigen naar de Haarlemse werkplaats overgebracht voor herstel. Het rijtuig BD 82-37 412 wordt op 1 mei 2002 afgeleverd. Het rijtuig BD 82-37 413 wordt op 13 februari 2002 afgeleverd.


Afvoer

In juni 2002 wordt besloten om 62 rijtuigen buiten dienst te stellen en terug te laten keren naar België. In het Technisch Centrum in Eindhoven worden de rijtuigen ontdaan van een aantal aanpassingen voor de inzet in Nederland. In de week van 12 augustus 2002 zijn de laatste rijtuigen uit de dienst gehaald. Tussen 17 juli 2002 en 21 augustus 2002 zijn 59 rijtuigen naar België teruggekeerd. Zij werden door Railion via Eijsden naar België vervoerd. Alleen rijtuig BD 82-37 413 werd later afgevoerd, omdat deze met een defect in Maastricht stond. Na het geven van toestemming door de NMBS keerde het rijtuig op 2002 terug naar België. De rijtuigen B 20-37 316 en B 20-37 329 waren op dat moment al in België voor onderhoud. Op 1 augustus 2002 zijn zij administratief afgevoerd.


In 2003 eindigt de inzet van de rijtuigen in Nederland. Per 19 maart 2003 wordt het onderhoud gestaakt aan de laatste 22 rijtuigen die in Nederland zijn. Rijtuig B 20-37 354 is echter al sinds 25 februari 2003 in België voor onderhoud. Tien rijtuigen zijn in de tien daar op volgende dagen uit hun stammen gerangeerd en uit dienst genomen. Zij werden in Heerlen verzameld en op 1 april 2003 naar Maastricht overgebracht. Op 2 april 2003 keren de rijtuigen terug naar België. In het weekend van 5 en 6 april 2003 zijn de laatste vijf rijtuigen ingezet en op 7 april 2003 werden de laatste twee rijtuigen uit dienst genomen. Op 9 april 2003 keerden de laatste elf rijtuigen terug naar België.


Museumrijtuigen

Er zijn geen rijtuigen in Nederland bewaard door musea.


Afleverdata

Nummer bij de NMBS Aankomst in Nederland In dienst Terzijde Terugkeer naar België
Afleverdata
50 88 18-37 401 7 augustus 2002
50 88 18-37 402 14 augustus 2002
50 88 18-37 403 31 juli 2002
50 88 18-37 404 14 augustus 2002
50 88 18-37 405 14 augustus 2002
50 88 18-37 406 24 juni 2002 24 juli 2002
50 88 18-37 407 31 juli 2002
50 88 18-37 408 21 augustus 2002
50 88 18-37 409 7 augustus 2002
50 88 18-38 410 30 maart 1999 14 augustus 2002
50 88 18-37 411 24 juli 2002
50 88 18-37 412 24 juli 2002
50 88 18-37 413 24 juli 2002
50 88 18-37 414 21 augustus 2002
Nummer bij de NMBS Aankomst in Nederland In dienst Terzijde Terugkeer naar België
Afleverdata
50 88 20-37 301 14 augustus 2002
50 88 20-37 302 21 augustus 2002
50 88 20-37 303 maart 2003 2 april 2003
50 88 20-37 304 7 augustus 2002
50 88 20-37 305 24 juni 2002 17 juli 2002
50 88 20-37 306 9 april 2003
50 88 20-37 307 9 april 2003
50 88 20-37 308 9 april 2003
50 88 20-37 309 24 juni 2002 17 juli 2002
50 88 20-37 310 14 augustus 2002
50 88 20-37 311 7 april 2003 9 april 2003
50 88 20-37 312 maart 2003 2 april 2003
50 88 20-37 313 maart 2003 2 april 2003
50 88 20-37 314 21 augustus 2002
50 88 20-37 315 7 augustus 2002
50 88 20-37 316 1 augustus 2002
50 88 20-37 317 maart 2003 2 april 2003
50 88 20-37 318 maart 2003 2 april 2003
50 88 20-37 319 maart 2003 2 april 2003
50 88 20-37 320 24 juli 2002
50 88 20-37 321 21 augustus 2002
50 88 20-37 322 maart 2003 2 april 2003
50 88 20-37 323 24 juli 2002
50 88 20-37 324 31 juli 2002
50 88 20-37 325 9 april 2003
50 88 20-37 326 24 juni 2002 17 juli 2002
50 88 20-37 327 21 augustus 2002
50 88 20-37 328 9 april 2003
50 88 20-37 329 1 augustus 2002
50 88 20-37 330 maart 2003 2 april 2003
50 88 20-37 331 7 augustus 2002
50 88 20-37 332 14 augustus 2002
50 88 20-37 333 14 augustus 2002
50 88 20-37 334 7 augustus 2002
50 88 20-37 335 7 augustus 2002
50 88 20-37 336 9 april 2003
50 88 20-37 337 24 juni 2002 17 juli 2002
50 88 20-37 338 9 april 2003
50 88 20-37 339 31 juli 2002
50 88 20-37 340 31 juli 2002
50 88 20-37 341 21 augustus 2002
50 88 20-37 342 31 juli 2002
50 88 20-37 343 24 juni 2002 17 juli 2002
50 88 20-37 344 7 augustus 2002
50 88 20-37 345 9 april 2003
50 88 20-37 346 7 april 2003 9 april 2003
50 88 20-37 347 9 april 2003
50 88 20-37 348 24 juni 2002 24 juli 2002
50 88 20-37 349 maart 2003 2 april 2003
50 88 20-37 350 24 juli 2002
50 88 20-37 351 31 juli 2002
50 88 20-37 352 24 juni 2002 17 juli 2002
50 88 20-37 353 7 augustus 2002
50 88 20-37 354 februari 2003 25 februari 2003
50 88 20-37 355 maart 2003 2 april 2003
Nummer bij de NMBS Aankomst in Nederland In dienst Terzijde Terugkeer naar België
Afleverdata
50 88 82-37 401 24 juni 2002 17 juli 2002
50 88 82-37 402 24 juli 2002
50 88 82-37 403 14 augustus 2002
50 88 82-37 404 7 augustus 2002
50 88 82-37 405 31 juli 2002
50 88 82-37 406 21 augustus 2002
50 88 82-37 407 31 juli 2002
50 88 82-37 408 21 augustus 2002
50 88 82-37 409 24 juni 2002 17 juli 2002
50 88 82-37 410 24 juni 2002 24 juli 2002
50 88 82-37 411 31 juli 2002
50 88 82-37 412 24 juni 2002 17 juli 2002
50 88 82-37 413
50 88 82-37 414 24 juni 2002 17 juli 2002
50 88 82-37 415 14 augustus 2002