Couchetterijtuigen Bcm

Uit Somda RailWiki
Naar navigatie springenNaar zoeken springen

Aan het eind van 1993 wordt de pool van zit- en ligrijtuigen tussen de NS en DB beëindigd. De DB kon aan de NS geen garantie geven voor het beschikbaar stellen van voldoende rijtuigen voor het forfaitaire vervoer. Daarop besloot de NS zelf dergelijke rijtuigen te kopen. Van de DB werden 20 couchetterijtuigen type Bcm overgenomen. De tweedehands rijtuigen waren goedkoper dan het laten bouwen van nieuwe rijtuigen.

Geschiedenis

In de grote serie UIC-X rijtuigen die door de Deutsche Bundesbahn besteld zijn, zijn ook 727 couchette rijtuigen besteld. Deze rijtuigen zijn afgeleid van het rijtuigtype Bm. De rijtuigen worden aangeduid als Bcm 246. In de periode 1964 - 1969 worden deze rijtuigen geleverd door de diverse fabrikanten. Hierbij is de rijtuigfabriek Westwaggon in Köln Deutz hoofdaannemer.


In 1993 wordt de al jaren bestaande rijtuigpool tussen de DB en NS opgeheven. De NS wilden graag een garantie van de DB dat zij voldoende rijtuigen beschikbaar konden stellen als de NS daar behoefte aan had. De DB kon deze garantie echter niet geven. De DB bood daarop 20 couchetterijtuigen van het type Bcm aan, die de NS kon overnemen. De rijtuigen worden na de overname voorzien van het NS log en een NS nummer. De eerste rijtuigen hebben in hun Duitse uiterlijk, oceaanblauw/beige, rond gereden. In oktober 1994 wordt rijtuig Bcm 50-30 013 als eerste rijtuig afgeleverd na revisie door de hoofdwerkplaats Haarlem.


In 2000 verongelukt het rijtuig Bcm 50-30 003 in het Duitse Brühl. Als vervanger hiervan stuurt de DB het rijtuig Bcm 50-30 062.


Technische gegevens

De rijtuigen hebben een lengte van 26,40 meter, een breedte van 2,825 meter en een hoogte van 4,05 meter boven de spoorstaaf. De rijtuigen hebben een gewicht van 40 ton. De rijtuigen bieden aan 60 reizigers een zit/ligplaats. De rijtuigen zijn voorzien van een schijfrem. De rijtuigen zijn toegelaten voor een maximum snelheid van 160 kilometer per uur. Het rijtuig heeft als bakcodenummer 3842 (met MD 33 draaistel) of 3843 (met MD 36 draaistel). De asindeling is B’B’.


Uitvoering

De rijtuigen zijn opgebouwd uit een bodemplaat, verstevigd met een stalen gegolfde vloer. Dit vormt het onderstel. Het bakgeraamte is opgetrokken uit staal. De gehele rijtuigbak is uitgevoerd als een zelfdragende constructie, doordat de bovenbouw een geheel vormde met het onderstel. De kopwand loopt door tot over de buffers. De instapdeuren van het rijtuig zijn aan het eind van de rijtuigbak geplaatst en uitgevoerd als draaideuren. Deze zijn met een deurklink te openen. Het dak is verstevigd met profielen. Het rijtuig is volledig elektrisch gelast. De apparaten onder de rijtuigbak zijn niet afgeschermd. De rijtuigen zijn voorzien stalen kopdeuren en rubberbalgen om reizigers gemakkelijk van het ene naar het andere rijtuig te laten lopen. De kopdeuren zijn voorzien van een raam. Op een derde van de kopse kanten zijn de sluitseinen geplaatst. Op de zijwand is het mogelijk om door middel van koersborden de bestemming aan te geven. Het rijtuig is bij beide deuren voorzien van een koersbord. Op het dak zijn voor de ventilatie tien ventilatoren, boven elke coupé één, geplaatst.

De vloer van de rijtuigen bestaat uit. Hierop was een linoleum laag aangebracht, welke op vilt lag voor de isolatie. De vloeren werden gemaakt met ribbelplaten. Hierdoor werd de constructie steviger en konden de dwarsverbindingen vervallen.

De rijtuigen worden elektrisch verwarmd en gekoeld. Onder het rijtuig wordt de lucht verwarmd of gekoeld door middel van elektriciteit en onder de banken het rijtuig ingeblazen. De elektrische verwarming is geschikt voor 1.500 en 3.000 Volt gelijkstroom en 1.000 en 1.500 Volt wisselstroom. Dit wordt automatisch ingesteld. Het rijtuig wordt door middel van verlicht. Deze lampen hangen in de coupés. In de zijgang hangen lampen. Op de balkons hangen lampen en op het toilet hangt ook een lamp. Per coupé kan de verlichting geregeld worden door een schakelaar.

Bij de overname zijn de rijtuigen oceaanblauw/beige geschilderd, het uiterlijk van de Duitse Bundesbahn. Na de revisie krijgen de rijtuigen een staalblauwe kleur (RAL 5011). Dak, onderzijde met apparatenkasten en draaistellen worden antracietgrijs (RAL 7016). Onder de ramen wordt een smalle, gele bies aangebracht. Onder het eerste, grote raam aan de linkerzijde komt het opschrift ‘Couchette’, waarbij de C in het groot en in het geel wordt opgebracht. De resterende letters zijn paars. Onder het derde raam van rechts wordt in het wit het NS logo aangebracht. De overige opschriften zijn ook in het wit uitgevoerd.

De draaistellen zijn van het type Minden-Deutz MD 33. Het gewicht van een draaistel bedraagt ton. Het remwerk is in het draaistel gebouwd en voorzien van een blokkenrem en geschikt voor snelheden tot 140 km/h. Na de overname wordt bij de revisie van 16 rijtuigen de draaistellen verbouwd tot het type Minden-Deutz MD 36, welke voorzien zijn van schijfremmen. De maximum snelheid daarna is 160 km/h. De overige vier rijtuigen behouden hun blokkenrem. De radstand van de draaistellen bedraagt 2,5 meter en de h.o.h afstand tussen draaistellen is 19 meter. De aspotten zijn voorzien van rollagers.

Via de balkons is een zijgang te bereiken in het rijtuig. In de zijgang bevindt zich een toilet en wasruimte. Achter een klapdeur zijn er vijf coupés te bereiken. Een klapdeur geeft toegang tot nog eens vijf coupés. Een volgende klapdeur geeft toegang tot een wasruimte, de ruimte voor de treinbegeleider en nog twee wasruimte. Op het balkon is er een toilet. In de zijgang zijn nog acht klapzittingen. De zitplaatsen in de coupés zijn om te bouwen tot bed. In een coupé zijn boven de zitplaatsen drie bedden beschikbaar. De coupés kunnen met een schuifdeur worden afgesloten van de zijgang. De verlichting werd 's nachts uitgedaan. Er brandde in de coupé nog wel nachtverlichting. In elke coupé is een stopcontact voor 220 Volt aanwezig. Deze is ook aanwezig in de wasruimten. De ramen bestaan uit een vast deel aan de onderzijde. Dit bestaat uit dubbelglas. Het bovenraam kan naar beneden worden geschoven. Deze bovenste ruit is van enkelglas. De treinbegeleider heeft in zijn ruimte beschikking over een bed, tafel en stoel. Daarnaast heeft hij een kluis waar de reisbescheiden van reizigers in bewaard kunnen worden.

De verstelbare stoelen van Bremshey bestaan uit een losse onderzitting en rugleuning. Deze zijn voorzien van stoffen bekleding. De stoelen zijn voorzien van opklapbare armleuningen. De zijwanden in deze coupés waren voorzien van berkenhout.

Wanneer de rijtuigen als ligrijtuigen dienst deden, moest de begeleider alle zitplaatsen ombouwen. De zitplaatsen werden omgebouwd tot ligbanken.


Inzet

De rijtuigen worden voornamelijk ingezet in het forfaitair vervoer, zoals de autoslaaptreinen in de zomer en de wintersporttreinen. De rijtuigen rijden in deze treinen samen met andere rijtuigen, zoals couchetterijtuigen type Bcvmh. Daarnaast zijn de rijtuigen tot aan december 2002 aan te treffen in de internationale nachttreinen van en naar Amsterdam.

Na de overname komen de rijtuigen in dienst in de treinen van en naar Amsterdam. Zij doen hierbij dienst in hun DB uiterlijk.


Vanwege het uitlopen van de revisie van de Bc rijtuigen van DB Autozug worden vanaf mei 1998 de rijtuigen Bcm 50-30 006, Bcm 50-30 015, Bcm 50-30 019 en Bcm 50-30 020 verhuurd aan DB Autozug. De rijtuigen worden vanuit Hamburg ingezet. In het najaar van 1998 keren de rijtuigen terug bij de NS. Zij worden na terugkomst in de Haarlemse werkplaats in het donkerblauw geschilderd.


Inzet bij EETC

De rijtuigen worden bij EETC voornamelijk ingezet in het forfaitaire vervoer in de zomer en in de winter. In de winter rijden de rijtuigen in de treinen naar skigebieden in Oostenrijk. In de zomer rijden de rijtuigen naar Frankrijk en Italië.

In 2005 worden de eerste rijtuigen buiten dienst gesteld. Zij hebben een revisie nodig. Tussen 2005 en 2011 zijn er in totaal zes rijtuigen naar verschillende werkplaatsen gestuurd om beoordeeld te worden voor revisie. Uiteindelijk worden zij niet gereviseerd. In 2008 en 2010 gaan de laatste rijtuigen buiten dienst.

Op 10 september 2008 wordt het door brand beschadigd rijtuig 05-70 016 overgebracht van de Dijksgracht naar de Watergraafsmeer.

Op 15 april 2015 maakt EETC bekend om te stoppen met het rijden van treinen, zodat de autoslaaptreinen, die vanaf 1 mei 2015 zouden vertrekken, niet meer zullen rijden. Als reden om te stoppen met het rijden, wordt aangegeven de gestegen kosten voor huur van materieel en het gebruik van de infrastructuur.

Nummer 2003 Nummer 2006 Inzet van Inzet tot
51 84 50-30 001-8 51 84 05-70 001-9 27 januari 2003 27 augustus 2005
51 84 50-30 002-6 51 84 05-70 002-3 27 januari 2003 2005
51 84 50-30 004-2 51 84 05-70 004-9 27 januari 2003 2008
51 84 50-30 005-9 51 84 05-70 005-6 27 januari 2003 27 augustus 2005
51 84 50-30 007-5 51 84 05-70 007-2 27 januari 2003 2008
51 84 50-30 008-3 51 84 05-70 008-0 27 januari 2003 2008
51 84 50-30 010-9 51 84 05-70 010-6 27 januari 2003 27 augustus 2005
51 84 50-30 011-7 51 84 05-70 011-4 27 januari 2003 2010
51 84 50-30 012-5 51 84 05-70 012-2 27 januari 2003 27 augustus 2005
51 84 50-30 014-1 51 84 05-70 014-8 27 januari 2003 2005
51 84 50-30 016-6 51 84 05-70 016-3 27 januari 2003 9 oktober 2006
51 84 50-30 017-4 51 84 05-70 017-1 27 januari 2003 2010
51 84 50-30 018-2 51 84 05-70 018-9 27 januari 2003 2006
51 84 50-70 021-7 51 84 05-70 021-3 27 januari 2003 2009


Onderhoud

De rijtuigen worden onderhouden in de lijnwerkplaats Leidschendam.


Inzet per dienstregelingsjaar

  • 1999/2000: 202/203 (Schweiz Expres; Amsterdam Centraal-Basel SBB), 214/215 (Donauwalzer; Amsterdam Centraal-München Hbf), 352/353 (Amsterdam Centraal-Praha hl.n.), 1214/1215 (Amsterdam Centraal-Villach Hbf)


Revisie

Na de overname van de rijtuigen door de NS worden 16 rijtuigen door de hoofdwerkplaats in Haarlem gereviseerd. Bij deze revisie worden de rijtuigen voorzien van nieuwe bekleding op de zitplaatsen. Tevens krijgen de rijtuigen een schilderbeurt. De rijtuigen verliezen hun oceaanblauw/beige uiterlijk van de Duitse Bundesbahn en krijgen een donkerblauwe kleur. Onder de ramen wordt een smalle, gele bies aangebracht. Door de werkplaats van de DB in Krefeld worden de draaistellen gereviseerd. Hierbij ondergaan de rijtuigen met een blokkenrem een wijziging aan het remsysteem. De blokkenrem wordt vervangen door schijfremmen, waardoor de rijtuigen geschikt zijn voor 160 kilometer per uur. Vier rijtuigen worden niet gereviseerd. Zij worden ook niet geschilderd en behouden hun DB uiterlijk. Het zijn de rijtuigen Bcm 50-30 006, Bcm 50-30 015, Bcm 50-30 019 en Bcm 50-30 020. Deze rijtuigen worden uiteindelijk niet gereviseerd.

Het rijtuig Bcm 50-30 062 arriveerde op 28 maart 2000 in het revisiebedrijf Haarlem. Het rijtuig is de vervanger van de op 6 februari 2000 verongelukte Bcm rijtuig 50-70 003. In Haarlem is het rijtuig in eerste instantie onderzocht of het gereviseerd kon worden. Dit bleek het geval en de bak werd gereviseerd en enkele aanpassingen voor de NS werden aangebracht. Op 24 november 2000 werd het rijtuig afgeleverd en meteen doorgevoerd naar Ausbesserungswerk Neumunster overgebracht voor het afwerken van de revisie en het wijzigen van de draaistellen, zodat het rijtuig is toegelaten voor 160 kilometer per uur. Het rijtuig is bij de aflevering door het revisiebedrijf Haarlem vernummerd naar 50-70 021. Eind mei 2001 is het rijtuig afgeleverd aan het onderhoudsbedrijf Leidschendam.

Op 27 augustus 2005 stuurt EETC vier rijtuigen (Bcm 50-70 001, Bcm 50-70 005, Bcm 50-70 010 en Bcm 50-70 012) naar Tsjechië voor revisie. Hier zullen de rijtuigen in- en uitwendig grondig onder handen worden genomen. De revisie gaat uiteindelijk niet door, omdat het revisiebedrijf Žos České Velenice niet door het IVW (Inspectie Verkeer en Waterstaat) is erkend. De rijtuigen zijn echter niet naar Nederland teruggekeerd of naar een andere werkplaats gestuurd. Door EETC wordt vervolgens uitgekeken naar een andere werkplaats voor het reviseren van hun rijtuigen. Zij komen uit bij SFW in Delitzsch. Tussen 2006 en 2011 zijn de rijtuigen Bcm 05-70 016 en Bcm 05-70 021 naar deze werkplaats overgebracht. De Bcm rijtuigen krijgen echter geen revisie meer en worden afgevoerd.


Bijzondere uitvoeringen

Wijzigingen

  • In het najaar van 1998 worden de rijtuigen Bcm 50-30 006 (van 16 november 1998 tot 1 december 1998), Bcm 50-30 015 (van 27 november 1998 tot 10 december 1998), Bcm 50-30 019 (van 27 november 1998 tot 14 december 1998) en Bcm 50-30 020 (van 24 november 1998 tot 3 december 1998) in het blauw geschilderd. De rijtuigen hebben tot dan toe hun DB uiterlijk behouden. Daarnaast wordt het interieur opgeknapt. De rijtuigen krijgen echter geen revisie.


Vernummeringen

De rijtuigen zijn na hun revisie vernummerd. Het 7e en 8e cijfer werden aangepast van 30 naar 70. Dit was mogelijk na revisie van de draaistellen door werkplaats van de DB in Krefeld. Bij deze revisie is de blokkenrem vervangen door schijfremmen. Hierdoor werd de toegelaten snelheid verhoogd van 140 kilometer per uur naar 160 kilometer per uur. De rijtuigen Bcm 50-30 006, Bcm 50-30 015, Bcm 50-30 019 en Bcm 50-30 020 zijn niet voorzien van de gewijzigde draaistellen.

Nieuw nummer Oorspronkelijk nummer Opmerkingen
51 84 50-70 001-9 51 84 50-30 001-8 Wijziging remsysteem
51 84 50-70 002-7 51 84 50-30 002-6 Wijziging remsysteem
51 84 50-70 003-5 51 84 50-30 003-4 Wijziging remsysteem
51 84 50-70 004-3 51 84 50-30 004-2 Wijziging remsysteem
51 84 50-70 005-0 51 84 50-30 005-9 Wijziging remsysteem
51 84 50-70 007-6 51 84 50-30 007-5 Wijziging remsysteem
51 84 50-70 008-4 51 84 50-30 008-3 Wijziging remsysteem
51 84 50-70 009-2 51 84 50-30 009-1 Wijziging remsysteem
51 84 50-70 010-0 51 84 50-30 010-9 Wijziging remsysteem
51 84 50-70 011-8 51 84 50-30 011-7 Wijziging remsysteem
51 84 50-70 012-6 51 84 50-30 012-5 Wijziging remsysteem
51 84 50-70 013-4 51 84 50-30 013-3 Wijziging remsysteem
51 84 50-70 014-2 51 84 50-30 014-1 Wijziging remsysteem
51 84 50-70 016-7 51 84 50-30 016-6 Wijziging remsysteem
51 84 50-70 017-5 51 84 50-30 017-4 Wijziging remsysteem
51 84 50-70 018-3 51 84 50-30 018-2 Wijziging remsysteem


Schadegevallen

  • In de nacht van 5 op 6 februari 2000 ontspoort trein D203 Schweiz Expres van Amsterdam Centraal naar Basel op het station van het Duitse Brühl. De trein bestond uit locomotief DB 101 092 en negen rijtuigen van de DB en NS (DB Bm 232 22-40 633 + DB Bm 235 22-90 668 + DB BDms 276 82-70 101 + DB Bm 235 22-90 523 + DB Bvmz 185.5 21-91 002 + DB Avmz 111.1 19-90 116 + NS Bcm 50-70 003 + NS Bcvmh 50-90 101 + NS MUs 72-71 327). De trein ontspoorde doordat hij met 122 kilometer per uur over een afbuigend wissel reed, dat met 40 kilometer per uur bereden mocht worden. De locomotief en de eerste twee rijtuigen schoten hierbij recht door en kwamen terecht in tuinen en een achtergevel van enkele woningen. De rijtuigen die achter de ontspoorde rijtuigen reden, werden gelanceerd. Het derde en vierde rijtuig van de trein worden zijwaarts weggeslingerd en banen zich een weg over het perron. Zij vouwen zich samen om een stalen kolom van de perronkap. Het achterste deel van de trein volgde het voorste deel de tuinen in. Het vijfde rijtuig schiet door en kantelt naar links. Het zesde rijtuig wurmt zicht tussen het vijfde en tweede rijtuig. Op het zesde rijtuig botst met kracht het Bcm rijtuig 50-70 003, welke in zijn geheel ontspoorde kantelde gedeeltelijk. Het loopt een zwaar gehavend kopeinde op. Het rijtuig Bcvmh 50-90 101 ontspoorde eveneens en botste met kracht op zijn voorligger, de Bcm 50-70 003. Door de klap kwam het rijtuig gedeeltelijk scheef te staan. Het rijtuig MUs 72-71 327 botst op het Bcvmh rijtuig 50-90 101 en ontspoort met een draaistel en bleef verder in het spoor staan. Op 9 februari 2000 werd het rijtuig Bcvmh 50-90 101 naar Haarlem overgebracht voor herstel en het MUs rijtuig 72-71 327 werd naar Oostende overgebracht om daar hersteld te worden. Het Bcm rijtuig 50-70 003 werd total loss verklaard en ter plekke gesloopt, evenals alle DB rijtuigen. Alleen de locomotief en de laatste twee NS rijtuigen worden hersteld. Ter vervanging van het verongelukte NS Bcm rijtuig stuurt de DB een vervangend Bcm rijtuig, de 50-30 062. Dit rijtuig arriveerde op 28 maart 2000 in Haarlem. Hier is het rijtuig geïnspecteerd en opgeknapt. Op 24 november 2000 wordt het rijtuig door de Haarlemse werkplaats afgeleverd en doorgestuurd naar het Ausbesserungswerk Neumunster. Hier ondergaat het rijtuig een draaistelrevisie. In mei 2001 keert het rijtuig terug naar Nederland en wordt als Bcm 50-70 021 in dienst genomen. Bij het ongeval vielen 9 doden en 149 gewonden.


  • Op 9 oktober 2006 loopt rijtuig Bcm 05-70 016 brandschade op. Het rijtuig staat op dat moment op de Watergraafsmeer. De brand breekt uit in een coupé. Door de brand raakt het rijtuig fors beschadigd in een coupé en de zijgang. In oktober 2009 is het rijtuig in Delitzsch gesignaleerd.



Afvoer

In december 2002 worden de resterende rijtuigen aan de kant gezet, als NS Internationaal besluit om te stoppen met het rijden van getrokken treinen. Alle rijtuigen worden verkocht. In 2002 zijn er zes rijtuigen verkocht aan de Oostenrijkse spoorwegen. De overige veertien rijtuigen worden in 2003 verkocht aan EETC.


Verkoop aan ÖBB/Rail Cargo Austria

In 2002 worden zes rijtuigen verkocht aan de Oostenrijkse spoorwegen. Het zijn de laatste vier rijtuigen met remblokken (Bcm 50-30 006, Bcm 50-30 015, Bcm 50-30 019 en Bcm 50-30 020). Deze waren al in mei 2002 terzijde gesteld. In oktober en november 2002 zijn de rijtuigen Bcm 50-30 009 en Bcm 50-30 013 terzijde gesteld. Ook deze twee rijtuigen worden verkocht aan de Oostenrijkse spoorwegen. Deze rijtuigen zijn in april 2003 overgebracht naar Oostenrijk. De rijtuigen worden hier ingezet in treinen van en naar.


Verkoop aan EETC

Op 27 januari 2003 zijn de veertien resterende rijtuigen verkocht aan EETC. Zeven van deze rijtuigen worden onder handen genomen bij RSI in Oostende. De rijtuigen ondergaan hier een draaistelrevisie en een opknapbeurt. Op 3 oktober 2003 zijn deze rijtuigen door de NMBS 5507, welke op dat moment door ACTS werd gehuurd, overgebracht van de Watergraafsmeer naar Oostende. De andere zeven rijtuigen gaan naar Wagonreparatur Rastatt. Op 10 oktober 2003 zijn deze rijtuigen door de ACTS 1251 van de Watergraafsmeer naar Emmerich gebracht. Hier nam locomotief de rijtuigen over om ze naar Rastatt te brengen. De rijtuigen ondergaan bij beide werkplaatsen geen wijzigingen in het interieur. Aan de buitenzijde is het NS logo vervangen door een rode sticker met de naam van EETC. In 2005 worden de rijtuigen vernummerd om aan te geven dat het particuliere rijtuigen zijn. In 2005 zijn een aantal rijtuigen voor revisie overgebracht naar Duitsland. Acht rijtuigen worden in 20 door EETC te koop aangeboden. Voor de rijtuigen wordt echter geen koper gevonden. In november 2011 zijn deze acht rijtuigen gesloopt.


Sloop

In februari 2000 wordt het eerste rijtuig gesloopt. Het is rijtuig 50-30 003 dat op 6 februari 2000 verongelukt in Brühl (Duitsland). In november 2011 worden 8 rijtuigen gesloopt op de Watergraafsmeer. De rijtuigen staan hier al jarenlang en er zijn geen plannen mee, nadat geprobeerd was om ze te verkopen. De rijtuigen zijn door sloper Van Groningen in Nieuw Vennep gesloopt. Het gaat om de rijtuigen 05-70 002, 05-70 004, 05-70 007, 05-70 008, 05-70 011, 05-70 014, 05-70 017 en 05-70 018. De twee rijtuigen die nog in Delitzsch stonden, zijn op 6 oktober 2016 opgehaald bij de werkplaats en naar de sloper in Espenhain gebracht. Het zijn de rijtuigen 05-70 016 en 05-70 021.


Afleverdata

De genoemde data zijn van de periode dat de rijtuigen in dienst zijn geweest van de NS. Zie voor inzet bij EETC de betreffende paragraaf. De datum van revisie en sloop is onafhankelijk van de vervoerder.

NS nummer DB nummer Aflevering In dienst In revisie Uit revisie In revisie Uit revisie Terzijde Sloop
51 84 50-30 001-8 51 80 50-30 012-9 1994 25 april 1995 22 januari 2004 n.v.t. (EETC)
51 84 50-30 002-6 51 80 50-30 017-8 1994 november 2011
51 84 50-30 003-4 51 80 50-30 021-0 1994 28 mei 1995 18 december 1995 februari 2000 februari 2000
51 84 50-30 004-2 51 80 50-30 023-6 1994 10 november 1994 3 augustus 1994 10 november 1994 november 2011
51 84 50-30 005-9 51 80 50-30 025-1 1994 10 april 1995 n.v.t. (EETC)
51 84 50-30 006-7 51 80 50-30 026-9 1994 28 mei 1995 1 mei 2002 n.v.t. (ÖBB/Rail Cargo Austria)
51 84 50-30 007-5 51 80 50-30 031-9 1994 6 december 1994 19 september 1994 6 december 1994 november 2011
51 84 50-30 008-3 51 80 50-30 035-0 1994 6 december 1994 26 augustus 1994 6 december 1994 november 2011
51 84 50-30 009-1 51 80 50-30 036-8 1994 23 november 1994 19 augustus 1994 6 december 1994 4 november 2002 n.v.t. (ÖBB/Rail Cargo Austria)
51 84 50-30 010-9 51 80 50-30 038-4 1994 15 februari 1995 16 december 1994 15 februari 1995 21 juni 2004 n.v.t. (EETC)
51 84 50-30 011-7 51 80 50-30 048-3 1994 1 maart 1995 18 november 2011
51 84 50-30 012-5 51 80 50-30 049-1 1994 28 september 1994 26 oktober 1994 n.v.t. (EETC)
51 84 50-30 013-3 51 80 50-30 051-7 1994 18 oktober 1994 22 juli 1994 18 oktober 1994 1 oktober 2002 n.v.t. (ÖBB/Rail Cargo Austria)
51 84 50-30 014-1 51 80 50-30 054-1 1994 1 augustus 1994 22 december 1995 november 2011
51 84 50-30 015-8 51 80 50-30 056-6 1994 28 mei 1995 28 september 1994 1 mei 2002 n.v.t. (ÖBB/Rail Cargo Austria)
51 84 50-30 016-6 51 80 50-30 065-7 1994 11 januari 1995 17 oktober 1994 11 januari 1995 6 oktober 2016
51 84 50-30 017-4 51 80 50-30 071-5 1994 november 2011
51 84 50-30 018-2 51 80 50-30 079-8 1994 21 december 1994 28 september 1994 21 december 1994 november 2011
51 84 50-30 019-0 51 80 50-30 084-8 1994 1 mei 2002 n.v.t. (ÖBB/Rail Cargo Austria)
51 84 50-30 020-8 51 80 50-30 020-2 1994 1 mei 2002 n.v.t. (ÖBB/Rail Cargo Austria)
51 84 50-70 021-7 51 80 50-30 062-4 28 maart 2000 mei 2001 6 oktober 2016