Bagagewagens DIV en DV (Stalen D)

Uit Somda RailWiki
Naar navigatie springenNaar zoeken springen

Voor het vervangen van oude, houten bagagewagens bestelt de NS bij de Nederlandse industrie stalen bagagewagens voor binnenlands en buitenlands verkeer.

Geschiedenis

Voor het vervoeren van bagage werden al vrij snel na het ontstaan van de spoorwegen aparte wagens gebouwd voor het vervoer van bagage. Deze wagens zijn niet geschikt voor het vervoer van reizigers. Rond 1920, wanneer de belangen gemeenschap van de HSM en de SS als een bedrijf gaat functioneren, staakt men de bouw van houten wagens en gaat men over op stalen wagens. Om de oude en houten bagagewagens te vervangen werden er vanaf 1932 in totaal 45 nieuwe stalen bagagewagens aangeschaft. Er werden twee typen ontworpen en geleverd. Voor het binnenlands vervoer van bagage en het kleine grensverkeer met België en Duitsland werd veertig vierdeurs bagagewagen ontworpen en gebouwd die als de serie D 6061 – D 6100 in dienst gesteld werden. Voor het internationale verkeer komen er nog eens vijf grotere zesdeurs bagagewagen. Deze wagens werden als de serie D 7521 – D 7525 in het wagenpark opgenomen. De wagens voor de binnenlandse dienst staan bekend als kleine stalen D en dragen het kenmerk DIV. Bij de wagens voor de buitenlandse dienst sprak men over de grote stalen D met het kenmerk DV. De serie D 6061 – D 6100 werd in twee deelseries besteld. De eerste serie is de D 6061 – D 6080 en de tweede serie bestaat uit de D 6081 – D 6100. De beide series zijn identiek aan elkaar met uitzondering van de draaistellen. Door Allan in Rotterdam worden de wagens D 6061 – D 6070 en D 6081 – D 6090 geleverd. Beijnes in Beverwijk leverde de D 6071 – D 6080 en D 7521 – D 7525. Door Werkspoor Utrecht worden de wagens D 6091 – D 6100 gebouwd. Begin maart 1932 is door Beijnes de D 6071 als eerste wagen aan de NS geleverd.

Technische gegevens

DIV

De wagens DIV hebben een lengte van 18,6 meter, een breedte van 3,034 meter en een hoogte van 3,735 meter boven de spoorstaaf. De wagens hebben een gewicht van 36 ton. De wagens hebben een draagvermogen van 10 ton. De wagens zijn voorzien van een blokkenrem. De wagens zijn toegelaten voor een maximumsnelheid van 140 kilometer per uur. De asindeling is B’B’.

DV

De wagens DV hebben een lengte van 21,8 meter, een breedte van 3,034 meter en een hoogte van 3,940 meter boven de spoorstaaf. De wagens hebben een gewicht van 43 ton. De wagens hebben een draagvermogen van 15 ton. De wagens zijn voorzien van een blokkenrem. De wagens zijn toegelaten voor een maximumsnelheid van 140 kilometer per uur. De asindeling is B’B’.

Uitvoering

De wagens zijn volledig gelast. Een wagenbak bestaat uit een vloer met spant van staal waarop de wanden en het dak werden aangebracht. Het gehele wordt door middel van elektrisch lassen samen gevoegd. Zo ontstaat een zelfdragend constructie met voldoende stijfheid. Deze constructiemethode realiseer een aanzienlijke gewichtsbesparing ten opzichte van een klonken. De wagens met zes deuren kregen een hoger en boller dak dan bij de wagens met vier deuren. De kopeinden met de instapdeuren zijn smaller gehouden dan de rest van de wagen. De kleine DIV wagens beschikken slechts aan de kopzijde bij de conducteursruimte een instapbalkon met klapdeuren. De grote DV wagens kregen wel aan beide kopeinden een balkon met klapdeuren. Deze internationale DV wagen kregen ook een overgangsinrichting met vouwbalgen om gemakkelijk van het ene naar het andere wagen te komen. Deze zijn van het Hongaarse type dat sinds gebruikelijk was. Aan de bovenzijde van de buffers zijn de sluitseinijzers geplaatst. De binnenlandse DIV wagens kenden geen overgangsvoorziening en had dezelfde soort gesloten kopwand zoals we die ook van de C12c coupewagens kennen. Tussen 1937 en 1957 werden een aantal DIV wagens alsnog van vouwbalgen voorzien met overloopmogelijkheid. De apparaten onder de wagenbak zijn niet afgeschermd aangebracht. De vloer van de wagens bestaat uit een gegolfde stalen constructie. Hierdoor werd de constructie steviger en konden de dwarsverbindingen vervallen. Op de vloer was een laag voor de isolatie aangebracht. De vloerbedekking bestaat uit.

De wagens kunnen verwarmd worden door middel van lagedruk stoom. De stoom wordt door de stoomleiding vanaf de stoomlocomotief de wagen ingeblazen. De wagens D 7521 – D 7525 kunnen ook elektrisch verwarmd worden. Vanaf 1937 is het mogelijk om de wagens D 7601 – D 7606 elektrisch te kunnen verwarmen met in Europa gangbare spanningen (1.500 en 3.000 volt gelijkspanning en 1.000 en 1.500 volt wisselspanning). Onder de wagen wordt de lucht verwarmd en de wagen ingeblazen. De wagen wordt door middel van gloeilampen verlicht. Deze gloeilampen werken op 24 volt en hangen in de wagen. Op de balkons hangen twee lampen en op het toilet hangt ook een lamp. De verlichting wordt gevoed door accu’s, die in twee accukisten onder de wagen hangen. Deze accu’s worden opgeladen door een dynamo van 1,9 kW. Beide type wagens waren voorzien van een dynamo voor de stroomvoorziening. Bij de DIV hing de dynamo onder de wagen en geschiedde de aandrijving hiervan via riemen aan de as, terwijl dit bij de DV via een cardanas verbinding geschiedde en de dynamo aan de zijkant van het draaistel geplaatst is. Tot 20 kilometer per uur wordt de verlichting vanuit de accu’s gevoed en bij een hogere snelheid wordt de verlichting voorzien van spanning door de dynamo en worden de accu’s opgeladen. Dit is automatisch geregeld door een regeltoestel dat zich bevind in de kast met elektrische voorzieningen.

Bij de aflevering van de wagens zijn zij donkergroen geschilderd. Het dak is in een lichte kleur grijs geschilderd en de schortplaten zijn donkergrijs. De randen en hoeken zijn afgezet met zwarte biezen. Vanaf 1939 werden de daken in een donkere kleur geschilderd, om zo minder op te vallen vanuit de lucht. Na de oorlog zijn een aantal wagens DIV in een lichtere, groene kleur geschilderd. Vanaf 1951 zijn de wagens DV in het turquoise geschilderd met een groene bies. Halverwege de jaren ’50 werd de donkergroene en turquoise kleur vervangen door het Berlijns blauw met gele biezen en een donkergrijs dak. De wagens die als dienstwagen zijn verbouwd aan het begin van de jaren ’60, werden bruin geschilderd met rode en gele biezen.

Voor de eerste serie DIV 6061 – 6080 wagens werden geklonken zwanenhalsdraaistellen van het type E besteld. Bij de tweede serie DIV 6081 – 6100 werd met elektrisch gelast zwanenhalsdraaistellen van het type K besteld. Echter, de wagens kwamen er nooit mee in dienst maar kregen allen de Pruisische draaistellen type A van 38 rijtuigen uit de series ABd 7151 … 7190 en de ABdb 7501 – 7516 plus bijbehorende 4 reserve draaistellen. Op hun beurt kregen deze AB rijtuigen de nieuwe zwanenhalsdraaistellen van de DIV. Het remwerk werd als blokrem uitgevoerd volgens het systeem Knorr hogedrukrem (Kp(s)RL-S) en is in het draaistel gebouwd. Daarnaast beschikten de wagens in de conducteursruimte over een schroefrem met handwiel. De radstand van de Pruisische draaistellen bedroeg 2.500 mm en waren voorzien van glijlager aspotten. De DV wagens werden wel van twee nieuwe zwanenhalsdraaistellen type Z voorzien. Ook deze wagens kregen de zelfde Knorr hogedrukrem Kp(s)RL-S.

DIV

De wagens zijn aan een zijde voorzien van instapdeuren. Deze deuren geven toegang tot het balkon. Vanaf het balkon wordt met een middengang de afdeling van de conducteur bereikt. Deze ruimte is uitgevoerd als een uitbouw. In deze uitbouw zijn ramen aangebracht, zodat de conducteur langs de trein kan kijken. Aan beide zijden van de middengang is een tweepersoonsbank met een omklapbare rugleuning. Onder een bank is een kist geplaatst voor kostbaarheden. Onder de andere bank is een kist met inventaris van de wagen. Er is ook een kookplaat aanwezig om het meegebrachte eten van de conducteur op te warmen. Deze kookplaat werkt alleen als de trein rijdt en de dynamo voldoende energie kan leveren. Bij deze wagens ontbreekt de dakkoepel die bij oudere generaties bagagewagens gebruikelijk was. Na de afdeling voor de conducteur zijn er twee bagageruimten. Deze zijn van elkaar gescheiden door een tussenschot. De middelste bagageruimte heeft een lengte van meter en een draagvermogen van ton. In deze ruimte is ook een toilet opgenomen voor de conducteur. Om het toilet door te spoelen, zijn er met water gevulde lampetkannen. De wagen is niet voorzien van een waterreservoir. De tweede bagageruimte heeft een lengte van meter en een draagvermogen van 5 ton. Tegen de wanden van de wagens zijn er schappen geplaatst. Hier op kunnen kleinere bagagestukken worden geplaatst. Voor het vervoer van manden met vis beschikken de wagens over een zinke bak. Aan de buitenzijde zijn elk van deze ruimten te bereiken via een dubbele schuifdeur.

DV

De wagens zijn aan beide zijden voorzien van instapdeuren. De deuren aan de zijde van de uitbouw geven toegang tot het balkon. Vanaf het balkon wordt met een middengang de afdeling van de conducteur bereikt. In deze uitgebouwde ruimte zijn ramen aangebracht, zodat de conducteur langs de trein kan kijken. Aan beide zijden van de middengang is een tweepersoonsbank met een omklapbare rugleuning. Onder een bank is een kist geplaats voor kostbaarheden. Onder de andere bank is een kist met inventaris van de wagen. Boven een van de banken zijn vier postvakken en een kast met seinmiddelen geplaatst voor de diverse landen. Er is ook een kookplaat aanwezig om het meegebrachte eten van de conducteur op te warmen. Deze kookplaat werkt alleen als de trein rijdt en de dynamo voldoende energie kan leveren. Bij deze wagens ontbreekt de dakkoepel die bij oudere generaties bagagewagens gebruikelijk was. Na de afdeling voor de conducteur is er een zijgang, waarbij aan de rechterzijde direct een toilet is geplaatst. Om het toilet door te spoelen, zijn er met water gevulde lampetkannen. De wagen is niet voorzien van een waterreservoir. De zijgang geeft toegang tot de drie bagageruimten. Deze zijn van elkaar gescheiden door een tussenschot en zijn onder douaneversluiting af te sluiten. Aan de buitenzijde zijn deze ruimten te bereiken via een dubbele schuifdeur. Deze hebben een lengte van meter en een draagvermogen van 5 ton. Tegen de wanden van de wagens zijn er schappen geplaatst. Hier op kunnen kleinere bagagestukken worden geplaatst. Voor het vervoer van manden met vis beschikken de wagens over een loden bak. Aan het eind van de wagen is er een balkon met twee instapdeuren.

Inzet

Voor de aflevering van stalen wagens, was het gebruikelijk dat bagage- of postwagens direct achter de locomotief waren geplaatst. Op deze manier blijven de personenwagens beter beschermd bij ongelukken. Met de komst van de eerste stalen rijtuigen bij de NS in 1928, was het niet meer nodig dat bagagewagens niet meer direct achter de locomotief geplaatst hoeven te worden. Zij kunnen daarop in de gehele trein geplaatst worden. Door het ontbreken van een overloop inrichting, was het voor reizigers niet mogelijk om door dit wagen te lopen. In 1931 komen de wagens D 7521 – D 7525 in dienst. Zij rijden in de treinen naar Parijs en naar Scandinavië. Soms worden de wagens in een binnenlandse trein naar Maastricht ingezet. Tussen 23 maart en 28 mei 1932 komen de wagens D 6061 – D 6080 in dienst. Zij rijden in de binnenlandse sneltreinen vanuit Amsterdam naar Groningen/Enschede/Maastricht. Hiermee worden de houten bagagewagens verdrongen naar andere lijnen. Uiteindelijk komen de stalen wagens in alle getrokken treinen te rijden.


Vanaf 1937 worden zes wagens verbouwd voor internationale diensten naar Duitsland en Zwitserland.



In 1949 gaan een aantal wagens rijden naar Denemarken en Zweden. Zij ondergaan hiervoor enkele wijzigingen. Vanwege de stugge draaistellen, krijgen de wagens geen RIC teken voor Denemarken. De NS moet voor elke rit apart toestemming vragen bij de Deense autoriteiten. De gewijzigde wagens D 7602 – D 7604 rijden vanaf de winterdienst 1949 tussen Amsterdam en Parijs.


In de zomerdienst van 1957 doen een aantal wagens dienst tussen Maastricht en Eijsden/Visé, samen met een tot getrokken wagen verbouwd wagen Materieel'24 uit de series AB 5100, B 5200, B 5700 of de niet verbouwde wagens uit de serie B 8100. Ook een stalen coupéwagen B 6400 werd in deze treinen ingezet. Zelfs spiksplinternieuwe Plan E wagens worden in deze treinen ingezet. Ook enkele internationale treinen behoorden tot het takenpakket. Zo rijden in de D133 van Maastricht naar Luxemburg een bagagewagen uit de serie D 7601 – D 7603 mee.


Voor het vervoer naar Denemarken waren de D 7611-7617, oorspronkelijk de D 6091, 6084-6090, sinds 1951/52 D 6717-6723, in 1954 D 6317-6323 en sinds 1957/59 D 7611-7617 geschikt. Waarschijnlijk zijn ze pas na 1957 over de grens gegaan. De wagens zijn hiertoe voorzien van sjor-ogen met vijzelplaten. Deze waren bevestigd aan de stelbalk. Daarnaast werden ze voorzien van Deense lantaarnijzers. Vanwege de Pruisisch draaistellen waren de wagens niet altijd toegelaten op spoorponten vanuit Duitsland naar Denemarken. De wagens waren hierom niet voorzien van het RIC teken. Voor het vervoer van kuikens in trein D108, Holland – Italië Express, zijn in het voorjaar 1958 twee wagens aangepast om eendagskuikens te kunnen vervoer.

In 1961 valt het kuikenvervoer terug en wordt wagen D 7632 af en toe gebruikt om andere goederen te vervoeren.



In 1966 wordt wagen D 7631 uit het kuikenvervoer terug getrokken en buiten dienst gesteld.



In 1969 wordt wagen D 7632 uit het kuikenvervoer terug getrokken en buiten dienst gesteld.

In 1971 zijn enkele wagens verhuurd aan de DB. De wagens waren hiertoe voorzien van de opschriften "Leihweise Bw Braunschweig". De wagens werden ingezet op het traject Braunschweig – Bremen – Leer – Emden – Norddeich Mole v.v. In Leer (Ostfr) werd kopgemaakt en tussen Leer en Norddeich-Mole v.v. reden een aantal van deze treinen met een stoomlocomotief. Meestal werden deze treinen getrokken door een locomotief Baureihe 23.


De winterdienstregeling van 1975/1976, welke tot 29 mei 1976 duurde, rijdt een wagen in de internationale treinen 2244/2247 van Amsterdam via Bad Bentheim naar Bad Harzburg (midden Duitsland (trein 2247). In deze trein rijdt een stalen DIV samen met 5 wagens Plan D (1 A en 4 B wagens) en een wagen Plan E (RD). In Nederland rijden zij met een locomotief serie 1100, 1200 of 1300. Deze rijdt tot Hengelo, samen met het Plan E wagen. Vanaf Hengelo komt een Duitse V200 voor de trein te staan. In Löhne komt een elektrische locomotief BR 141 voor de trein te staan. In Hildesheim maakt deze locomotief plaats voor wederom een V200 of een locomotief BR 216. De trein uit Bad Harzburg (trein 2244) krijgt na aankomst in Hengelo het Plan E wagen aangekoppeld aan de achterzijde van de trein naar Duitsland (trein 2247). Aan de voorzijde worden twee wagens (1 A Plan E en 1 B Plan W) en de locomotief bijgeplaatst. Een aantal wagens waren ook nodig voor de internationale treinen vanuit Den Haag naar Keulen. Deze treinen rijden met vier wagens Plan K en Plan N.


De dienstregeling 1977/1978 begint met 10 wagens, verdeeld over 7 kleine bagagewagens en 3 grote bagagewagens. De DIV wagens rijden in de treinen 1152, 2503/4/8/13/18/21/23/25 tussen Den Haag en Keulen. De wagens DV zijn te zien in de treinen D230/D231 van Hoek van Holland naar Kopenhagen.


De wagens 51 84 95-40 001-3 en 51 84 95-40 008-8 werden vanaf december 1982 respectievelijk september 1982 ingezet als remwagen bij transporten van treinstellen (Materieel'46, DE-I en DE-II) van Roosendaal naar sloperij Koek te Mijdrecht. Ook bij andere overbrengingen van treinstellen werd gebruik gemaakt van de wagens. Hierdoor was het mogelijk om de sloopkonvooien met 60 kilometer per uur te rijden in plaats van 30 kilometer per uur. In mei 1984 kwam hier een einde aan, nadat zij te Harderwijk waren bestormd door militairen. Zij raakten hierdoor dusdanig beschadigd, dat zij niet meer voor herstel in aanmerking kwamen. Hun rol werd door 2 wagens Plan N overgenomen. Op 26 maart 1985 kwamen de wagens voor het laatst aan bij sloper Koek.


Onderhoud

De rijtuigen komen na hun aflevering in dienst in de Amsterdamse werkplaats Zaanstraat.


Inzet per dienstregeling jaar

De inzet per dienstregeling jaar in de serie en eventuele bijzonderheden:


Revisie

De wagens D 7621 – D 7625 worden vanaf 1957 gereviseerd. Hierbij worden de hooggeplaatste sluitseinijzers vervangen door elektrische sluitseinverlichting. De elektrische verwarming wordt aangepast, zodat het ook mogelijk is om de wagens te verwarmen met een spanning van.


In 1990 wordt begonnen met het reviseren van de ongevallenwagens door de Hoofdwerkplaats Amersfoort. Tegelijkertijd onderzocht de NS of het mogelijk is om de wagens te vervangen door mobiele wagens. Hierdoor was het mogelijk om drie wagens af te voeren. Deze wagens zijn tijdens deze revisiebeurt gebruikt als plukwagens. Rijtuig D 975 1 511 is eind 1991 geschilderd in de kleuren geel, blauw en grijs. De wagen krijgt hierbij tevens de naam Dick.


Bijzondere uitvoeringen

Wijzigingen

  • In 1937 worden de wagens D 6095 – D 6100 verbouwd voor inzet in de internationale dienst naar Zwitserland. De wagens zijn aan beide kopeinden voorzien van kopdeuren, vouwbalgen en een overloopmogelijkheid. Aan de binnenzijde van de vouwbalgen zijn draaihekjes geplaatst, zodat reizigers vast konden houden bij het lopen van het ene naar het andere wagen. De vouwbalgen zijn aan de binnenzijde voorzien van ophanging om deze vast te kunnen maken aan de vouwbalg van het gekoppelde wagen. Op de kopeinden zijn de wagens voorzien van diverse sluitseinijzers. Hiermee kunnen de wagens de in het buitenland geldende seinbeelden tonen. De stoomverwarmingskoppeling is aangepast en de wagens zijn voorzien van een mogelijkheid tot elektrisch verwarmen op meerdere spanningen. Na deze verbouwingen zijn de wagens voorzien van het RIC raster. Om de wagens herkenbaar te maken, zijn de wagens vernummerd naar de serie D 7601 – D 7606.
  • In 1947 zijn de wagens D 7512 – D 7525 voorzien van veerogen met vijzelplaten op de stelbalk. Hiermee kunnen de wagens vastgezet worden op veerboten naar Scandinavië.
  • In 1949 zijn de wagens D 7602 – D 7604 voorzien van twee gelijke en afsluitbare ruimte voor verzendingen van goederen onder douane versluiting.
  • In 1949 zijn de wagens D 6073, D 6075, D 6076 en D 6077 voorzien van visbakken in een bagageruimte.
  • In 1949 zijn de wagens D 6084, D 6085, D 6087, D 6088, D 6089, D 6090 en D 6091 voorzien van aangepaste lantaarnijzers en veerogen met vijzelplaten op de stelbalken. Deze veerogen worden gebruikt om de wagens vast te kunnen zetten op de veerboten die over de Oostzee en de Sont varen om Denemarken en Zweden te bereiken.
  • Vanaf 1951 zijn de wagens DV in het turquoise geschilderd met een groene bies.
  • In 1956 worden de wagens uit de serie D 7601 – D 7605 aangepast. Zij verliezen de bakken voor het vervoer van vis en krijgen veerogen op de stelbalk. Daarnaast worden de wagens voorzien van elektrische sluitseinverlichting.
  • Vanaf 1956 worden de wagens blauw geschilderd met gele biezen.
  • Vanaf 1957 zijn de wagens D 6317 – D 6323 aangepast voor het internationale verkeer. De wagens zijn hierbij vernummerd naar de serie D 7611 – D 7617. Dit zijn de wagens die al voorzien van veerogen. Zij krijgen hierbij een nieuwe vouwbalgophanging. Tegelijkertijd worden de wagens Berlijns blauw met zandgele biezen geschilderd.
  • De wagens D 7621 – D 7625 verliezen bij hun revisie de hooggeplaatste sluitseinijzers. Deze worden vervangen door elektrische sluitseinverlichting. Tegelijkertijd is de elektrische verwarming aangepast.
  • Vanaf 1958 Levert Beijnes nieuwe draaistellen type O met een radstand van 2.500 mm voor de wagens die als DIV die als bagagewagen in dienst blijven. Deze vertonen grote gelijkenis met het draaistel van het type N van Plan E welke echter een radstand 2.750 mm bezitten. Alle nieuwe draaistellen zijn voorzien van rollager aspotten en een Oerlikon hogedrukrem systeem type E St/R (O-PR-1).
  • In 1958 worden de wagens D 7601 – D 7605 worden als eerste van nieuwe draaistellen type O voorzien. Daarnaast worden de vijf wagens aan elkaar gelijk gemaakt. Zij worden allemaal voorzien van een doorgaande zijgang en afsluitbare douaneruimtes. De bagageafdelingen worden door deuren gescheiden van de zijgang. Hierdoor was het mogelijk om de wagens op elke plek in een trein te plaatsen. De wagens krijgen hierbij een uitgebreid RIC-teken. Daarnaast zijn de wagens voorzien van elektrische sluitseinen.
  • In het voorjaar van 1958 worden de wagens D 6310 en D 6311 verbouwd voor het vervoer van eendagskuikens naar Italië. De wagens worden voorzien van schappen waar dozen met de kuikens geplaatst kunnen worden. Per wagen kunnen er ongeveer 2.600 dozen met elk 50 kuikens vervoerd worden. Op deze manier kunnen er 130.000 kuikens vervoerd worden. Om voor voldoende lucht in de wagens te krijgen, krijgen de wagens luchtroosters aan de onderkant van de deuren en extra ventilatoren op het dak. Zij krijgen hierbij de nummers D 7631 en D 7632.
  • In 1959 worden de wagens D 6063, D 6064 en D 6069 verbouwd voor de internationale dienst. Zij krijgen hierbij dezelfde inrichting als de wagens D 7611 – D 7617. De wagens worden aansluitend op deze serie genummerd als D 7618 – D 7620. Al deze wagen worden eveneens van nieuwe draaistellen type O voorzien.
  • Bij de wagens D 7621 – D 7625 worden vanaf 1959 de glijlagers van draaistellen type Z vervangen door rollagers.
  • In 1960 worden de wagens D 7631 en D 7632 voorzien van nieuwe draaistellen type O. Zij waren hierbij blauw geschilderd met een gele bies en een RIC teken. Daarnaast worden de wagens voorzien van koersborden.
  • Vanaf 1968 verhuizen de opschriften die op de stelbalk staan naar het midden van de wagenbak.


  • Een aantal wagens werden in 1980 aangepast om samen met de nieuwe ICR wagens te kunnen rijden. De bestelde BKD wagens waren nog niet geleverd en daarom konden de oude wagens nog niet gemist worden. Het zijn de wagens 95-40 001, 95-40 003, 95-40 006, 95-40 007, 95-40 008 en 95-40 011. De wagens zijn voorzien van een doorgaande luchtleiding over het dak.


Verbouwing tot dienstwagens

Tussen 1960 en 1962 worden elf bagagewagens verbouwd tot dienstwagen. Zij worden door de firma Janssen in Bergen op Zoom verbouwd tot ongevallenwagen voor gebruik bij ongevallen. De aanwezige vouwbalgen zijn van de wagens verwijderd. De klapdeuren naar de conducteursruimte werd gewijzigd naar een schuifdeur. De omklapbare bank is vervangen door een tafel. Op de plaats waar eerder de tafels waren, worden vaste banken geplaatst. Onder deze banken komen accu’s. Deze zijn via een stekker op te laden door middel van de depotvoeding. Op deze manier wordt de wagen voorzien van energie als er geen locomotief met hoogspanning aanwezig is. In het toilet wordt een aanrecht met twee wasbakken geplaatst. Aan de andere zijde van het voormalige toilet wordt een kookplaat en koelkast geplaatst. De aanwezige tussenwand tussen keuken en verblijfsruimte is verlaagd, zodat er een open ruimte ontstaat. Een gangpad geeft toegang tot een toilet aan de ene zijde en een kast met werkkleding aan de andere zijde. De voormalige bagageruimtes zijn vervangen door een grote afdeling met stellingen. In deze stellingen liggen allerlei hulponderdelen. Bij de schuifdeuren aan de andere zijde van de wagen is een geleiderail aangebracht voor de takelinstallatie. Hiermee kunnen zware onderdelen makkelijk verplaatst worden. Tegen de achterwand was een schakelkast voor de verlichting aan de binnen- en buitenzijde.

Aan de buitenzijde wordt elke schuifdeur voorzien van ramen. Tussen de draaistellen is onder de bodemplaat een opbergruimte aangebracht voor het opbergen van lorries, stophout, vijzels etc. Door deze aanpassing zat het remwerk en de dynamo van de draaistellen in de weg. Er vond een draaistelwisseling plaats met afgevoerde treinstellen Materieel’36. Voor deze wisseling worden zowel motor- als loopdraaistellen gebruikt. Het voordeel van deze draaistellen is het geïntegreerde remwerk. Boven de draaistellen zijn gele spoorstaven gehangen, waarmee de lorries konden worden vervoerd. Maar door hun grote gewicht zijn deze spoorstaven nauwelijks gebruikt. Aan de niet-balkonzijde is op de kopse kant een ingeklapte stangconstructie geplaatst, welke in uitgeklapte toestand te gebruiken is als hijsinstallatie, nadat een takel is geplaatst. Rijtuig 157 106 werd op het dak voorzien van een bordes. Op deze manier is het eenvoudig om schuitjes van stroomafnemers van locomotieven en treinstellen te verwisselen. Dit bordes is via een dakluik te bereiken.

Als eerste wagen is de D 6309 in behandeling genomen. In oktober 1960 is de wagen afgeleverd als 157 100. Rijtuig 157 101 is in februari 1961 afgeleverd en in april 1961 in dienst gesteld. De wagens worden op strategische plaatsen in het land gestationeerd. De wagens 157 100 en 157 105 behoren tot de vaste begeleidingswagens bij de ongevallenkranen van Utrecht en Eindhoven. De Utrechtse ongevallentrein bestaat uit kraan 481 + Stalen D 157 100 + Materieel’24 mP 9205. De Eindhovense kraan bestaat uit kraan 482 + Stalen D 157 105 + Materieel’24 mP 9213.


Nummer ongevallenwagen Nummer DIV Ombouw in Ombouw uit
Ombouw ten behoeve van ongevallentrein
157 100 D 6309 oktober 1960
157 101 D 6303 februari 1961
157 102 D 6314 april 1961
157 103 D 6307 mei 1961
157 104 D 6312 juni 1961
157 105 D 6301 juli 1961
157 106 D 6315 augustus 1961
157 107 D 6316 september 1961
157 108 D 6313 oktober 1961
157 109 D 6302 december 1961
157 110 D 6306 januari 1962


In 1981 wordt wagen D 95-40 003 aangewezen als magazijnwagen in Amersfoort voor ATB apparatuur. Hierbij krijgt de wagen het nummer D 984 0 504. In 198 wordt het magazijnwagen D 984 0 504 verbouwd tot ongevallenwagen en kreeg hierbij naast het nummer D 984 0 504 zijn oorspronkelijke nummer D 6097

Vernummeringen

Bagagewagens DIV 6061 – 6100

In 1937 worden de eerste wagens vernummerd, nadat zij geschikt zijn gemaakt voor de internationale dienst naar Zwitserland. In 1952 worden de wagens vernummerd om tot een aaneengesloten serie te komen. Later dat jaar worden zij nog een keer vernummerd, nu in de serie D 6701 – D 6723. Hierbij zijn de nummers D 6701 en D 6704 twee keer gebruikt. Dit zijn wagens die aangepast zijn voor internationaal gebruik uit de serie D 7601 – D 7606. De wagens die voorzien zijn van veerogen (D 6317 – D 6323) en de wagens met bakken voor het vervoer van vis werden qua nummering bij elkaar gehouden. In 1954 zijn de wagens vernummerd vanwege de komst van de wagens Plan E. Zij krijgen hierbij de nummers in de serie D 6301 – D 6323. De wagens uit de serie D 7601 – D 7606 worden niet in deze nummerserie ondergebracht. De zeven verbouwde wagens voor het internationale verkeer worden vanaf 1957 opgenomen in de serie D 7611 – D 7617. Vanaf 1968 worden de wagens vernummerd naar het UIC schema. De ongevallen wagens worden in de jaren ’80 nogmaals vernummerd om zo aan te geven dat het dienstmaterieel betreft.

Oorspronkelijk
nummer
Nummer
vanaf 1937
Nummer
vanaf 1952
Nummer
vanaf 1954
Nummer
vanaf 1957
Nummer
vanaf 1960
Nummer
vanaf 1968
Opmerkingen
D 6061  → D 6703 D 6303  → 157 101 30 84 975 1 501-2 Aansluitende nummering; instroom Plan E; ombouw werkwagen; invoering UIC
D 6062  →  →  →  →  →  → Afgevoerd na WO II
D 6063  → D 6704 D 6304 D 7618  → 51 84 95-40 015-3 Aansluitende nummering; instroom Plan E; inzet in internationale dienst; invoering UIC
D 6064  → D 6705 D 6305 D 7619  → 51 84 95-40 016-1 Aansluitende nummering; instroom Plan E; inzet in internationale dienst; invoering UIC
D 6065  → D 6706 D 6306  → 157 110 30 84 975 1 511-1 Aansluitende nummering; instroom Plan E; ombouw werkwagen; invoering UIC
D 6066  → D 6707 D 6307  → 157 103 30 84 975 1 503-8 Aansluitende nummering; instroom Plan E; ombouw werkwagen; invoering UIC
D 6067  →  →  →  →  →  → Oorlogsschade WO II
D 6068  →  →  →  →  →  → Oorlogsschade WO II
D 6069  → D 6708 D 6308 D 7620  → 51 84 95-40 017-9 Aansluitende nummering; instroom Plan E; inzet in internationale dienst; invoering UIC
D 6070  →  →  →  →  →  → Vermist na WO II
D 6071  →  →  →  →  →  → Oorlogsschade WO II
D 6072  → D 6713 D 6313  → 157 108 30 84 975 1 508-7 Aansluitende nummering; instroom Plan E; ombouw werkwagen; invoering UIC
D 6073  → D 6709 D 6309  → 157 100 30 84 975 1 500-4 Aansluitende nummering; instroom Plan E; ombouw werkwagen; invoering UIC
D 6074  → D 6714 D 6314  → 157 102 30 84 975 1 502-0 Aansluitende nummering; instroom Plan E; ombouw werkwagen; invoering UIC
D 6075  → D 6710 D 6310 D 7631  →  → Aansluitende nummering; instroom Plan E; verbouwing tot kuikenwagen
D 6076  → D 6711 D 6311 D 7632  → 51 84 92-40 032-1 Aansluitende nummering; instroom Plan E; verbouwing tot kuikenwagen; invoering UIC
D 6077  → D 6712 D 6312  → 157 104 30 84 975 1 504-6 Aansluitende nummering; instroom Plan E; ombouw werkwagen; invoering UIC
D 6078  → D 6715 D 6315  → 157 106 30 84 975 1 506-1 Aansluitende nummering; instroom Plan E; ombouw werkwagen; invoering UIC
D 6079  →  →  →  →  →  → Oorlogsschade WO II
D 6080  → D 6716 D 6316  → 157 107 30 84 975 1 507-9 Aansluitende nummering; instroom Plan E; ombouw werkwagen; invoering UIC
D 6081  → D 6701 D 6301  → 157 105 30 84 975 1 505-3 Aansluitende nummering; instroom Plan E; ombouw werkwagen; invoering UIC
D 6082  → D 6702 D 6302  → 157 109 30 84 975 1 510-3 Aansluitende nummering; instroom Plan E; ombouw werkwagen; invoering UIC
D 6083  →  →  →  →  →  → Vermist na WO II
D 6084  → D 6718 D 6318 D 7612  → 51 84 95-40 007-0 Aansluitende nummering; instroom Plan E; inzet in internationale dienst; invoering UIC
D 6085  → D 6719 D 6319 D 7613  → 51 84 95-40 008-8 Aansluitende nummering; instroom Plan E; inzet in internationale dienst; invoering UIC
D 6086  →  →  →  →  →  → Vermist na WO II
D 6087  → D 6720 D 6320 D 7614  → 51 84 95-40 011-2 Aansluitende nummering; instroom Plan E; inzet in internationale dienst; invoering UIC
D 6088  → D 6721 D 6321 D 7615  → 51 84 95-40 012-0 Aansluitende nummering; instroom Plan E; inzet in internationale dienst; invoering UIC
D 6089  → D 6722 D 6322 D 7616  → 51 84 95-40 013-8 Aansluitende nummering; instroom Plan E; inzet in internationale dienst; invoering UIC
D 6090  → D 6723 D 6323 D 7617  → 51 84 95-40 014-6 Aansluitende nummering; instroom Plan E; inzet in internationale dienst; invoering UIC
D 6091  → D 6717 D 6317 D 7611  → 51 84 95-40 006-2 Aansluitende nummering; instroom Plan E; inzet in internationale dienst; invoering UIC
D 6092  →  →  →  →  →  → Vermist na WO II
D 6093  →  →  →  →  →  → Vermist na WO II
D 6094  →  →  →  →  →  → Vermist na WO II
D 6095 D 7601  →  →  →  →  → Inzet in internationale dienst; Vermist na WO II
D 6096 D 7602  →  →  →  →  → Inzet in internationale dienst
D 6097 D 7603  →  →  →  → 51 84 95-40 003-9 Inzet in internationale dienst; invoering UIC
D 6098 D 7604 D 6701II  →  →  → 51 84 95-40 001-3 Inzet in internationale dienst; aansluitende nummering; invoering UIC
D 6099 D 7605  →  →  →  → 51 84 95-40 005-4 Inzet in internationale dienst; invoering UIC
D 6100 D 7606 D 6704II  →  →  → 51 84 95-40 004-7 Inzet in internationale dienst; aansluitende nummering; invoering UIC
Let op: in de nummerreeks van de DIV ontbreken de volgnummers eindigend op 9 en 0 (11de cijfer) structureel. Bij dienstmaterieel komen zij wel voor.


Bagagewagens DV 7521 – 7525

Oorspronkelijk nummer Nummer vanaf 1952 Nummer vanaf 1969 Opmerkingen
D 7521 D 7621 51 84 95-40 021-1 Aaneengesloten nummering met DIV; invoering UIC
D 7522 D 7622 51 84 95-40 022-9 Aaneengesloten nummering met DIV; invoering UIC
D 7523 D 7623 51 84 95-40 023-7 Aaneengesloten nummering met DIV; invoering UIC
D 7524 D 7624 51 84 95-40 024-5 Aaneengesloten nummering met DIV; invoering UIC
D 7525 D 7625 51 84 95-40 025-2 Aaneengesloten nummering met DIV; invoering UIC

Schadegevallen

  • Op 14 mei 1940 raakt de wagen D 6071 betrokken bij het bombardement op Rotterdam. De wagen stond op dat moment op station Rotterdam Maas. De wagen wordt bedolven onder de ingestorte perronoverkapping. De wagen wordt niet hersteld en afgevoerd voor sloop.


  • Rijtuig D 7602 raakte op 31 juli 1968 zwaar beschadigd bij een botsing te Mönchengladbach (Duitsland). Herstel werd niet meer lonend geacht en werd in 1969 gesloopt.
  • Rijtuig D 7632 raakte op 24 maart 1969 zwaar beschadigd bij een botsing te Den Haag Hollands Spoor. De wagen stond daar opgesteld als reserve in het bloemenvervoer. Op 26 maart 1969 kwam de wagen in de Hoofdwerkplaats Haarlem aan en daar werd het herstel te duur (fl. 25.000) geacht in verhouding met de leeftijd en het gebruik van de wagen. Op 3 juni 1969 wordt de wagen afgevoerd uit het materieelpark. De wagen werd in augustus 1969 gesloopt.


Afvoer

Als gevolg van de oorlogshandelingen zijn er in totaal elf wagens afgevoerd. Acht wagens zijn als vermist afgevoerd in 1951. Dit waren de D 6062, D 6070, D 6083, D 6086, D 6092, D 6093, D 6094 en D 6095. De drie andere wagens (D 6067, D 6068 en D 6079) waren dusdanig beschadigd, dat zij niet meer hersteld werden.


In 1959 en 1960 worden elf bagagewagens verbouwd tot dienstwagen.


In 1966 gaat wagen D 7631 buiten dienst.


In juni 1969 gaat wagen D 7632 buiten dienst, nadat het botsschade op liep in Den Haag.


In 1977 worden vijf wagens DIV afgevoerd. Dit zijn de D 95-40 012, D 95-40 013, D 95-40 014, D 95-40 015 en D 95-40 016. De wagens krijgen diverse bestemmingen. Zo krijgen de wagens D 95-40 014 en D 95-40 015 een museale bestemming. In augustus 1977 wordt de wagen D95-40 014 verkocht aan de Udense modelbouwvereniging NBDSM. De wagen wordt in de blauwe kleuren geschilderd met een rode band. De wagen vindt een plaats op het emplacement van Uden. Bij de sanering van het emplacement Uden in 1982 is de wagen naar Veghel overgebracht. De wagen D 95-40 015 is aan de SSN verkocht. Rijtuig D 95-40 016 wordt terreinwagen voor de BZB (Bedrijfs-zelf-Bescherming) en krijgt hierbij het nummer 30 84 984 0 812. In dezelfde periode worden ook twee wagens DV afgevoerd. Dit zijn de 95-40 022 en 95-40 024. De laatste drie wagens DV werden in 1978 afgevoerd. Rijtuig D 95-40 021 gaat na zijn afvoer naar de werkplaats van Leidschendam. Hier wordt de wagen gebruikt als magazijnwagen en krijgt het nummer 30 84 984 1 971. In 1985 wordt de wagen vernummerd naar 80 84 984 1 971. Enkele maanden later zou de wagen naar de sloop gaan. In de zoektocht naar extra opslagruimte komt de STIBANS uit bij dit wagen en neemt het over. Rijtuig D 95-40 023 wordt verkocht aan de SGB en wagen D 95-40 025 komt terecht bij en wordt vernummerd in 30 84 984 0 813. In 1985 wordt de wagen afgevoerd en gesloopt.

In 1980 wordt wagen D 95-40 017 afgevoerd. De laatste wagens DIV werden vanaf medio 1981 afgevoerd. Op 27 september 1981 worden de laatste wagens afgevoerd. Er waren op dat moment voldoende nieuwe ICR wagens type BKD afgeleverd. Van deze wagens komt de D 95-40 003 zonder vouwbalgen terecht in Amersfoort als ATB magazijnwagen en krijgt hier het nummer 80 84 984 0 504. In 19 vertrok de wagen naar de Watergraafsmeer. De wagens 95-40 007 en 95-40 011 komen terecht bij musea (SGB resp. VSM). De wagens D 95-40 001 en D 95-40 008 worden aangepast om als remwagen dienst te doen bij sloopkonvooien. Deze taak voeren zij uit tot 1984.


In 1990 worden drie ongevallenwagens afgevoerd. Het zijn de twee wagens voor de ongevallenkranen en een ander wagen. De wagens worden in Amersfoort geplukt van onderdelen voor de D 7521 van de STIBANS.

In 2000 wordt de wagen 975 1 501 afgevoerd.


Sloop

In 1940 is het eerste wagen uit de serie gesloopt. Dit was de D 6071, welke zwaar beschadigd was door het bombardement op Rotterdam in mei 1940. Tussen 1947 en 1949 zijn drie wagens gesloopt als gevolg van zware oorlogsschade. Het zijn de D 6067, D 6068 en D 6079.

In augustus 1969 wordt het beschadigde en afgevoerde wagen D 7632 gesloopt bij sloper Koek in Mijdrecht.


In 1985 worden de wagen D 135 (ex D 95-40 023) van de SGB en de voormalige wagen D 95-40 025 gesloopt.


Op 7 oktober 1991 zijn twee voormalige ongevallenwagens van de hoofdwerkplaats Amersfoort naar de Watergraafsmeer overgebracht. Op 17 oktober 1991 volgt een derde voormalige ongevallenwagen. Eind oktober 1991 wordt wagen 975 1 504 van de Watergraafsmeer naar sloper Hollandia in de Westhaven overgebracht. De twee andere wagens zijn tussen 11 en 18 december 1991 van de Watergraafsmeer naar de Westhaven overgebracht, samen met acht andere wagens voormalig dienstmaterieel.

Op 13 juli 1993 is in Veghel de wagen 95-40 014 gesloopt. De wagen stond samen met een aantal goederenwagens op het voormalige emplacement van Veghel. Door de gemeente werd dit terrein gesaneerd en daarbij zijn alle sporen opgebroken en het aanwezige materieel gesloopt.


Gevolgen van de Tweede Wereldoorlog

De Tweede Wereldoorlog slaat een gat in het park bagagewagens. Vele wagens worden afgevoerd na september 1944. Ook worden wagens beschadigd door bombardementen. In totaal keren 9 wagens niet meer terug in het park van bagagewagens.

Bombardementen

  • Op 14 mei 1940 raakt de wagen D 6071 betrokken bij het bombardement op Rotterdam. De wagen stond op dat moment op station Rotterdam Maas. De wagen wordt bedolven onder de ingestorte perronoverkapping. De wagen wordt niet hersteld en afgevoerd voor sloop.


Afvoer naar het oosten

Als represaille voor de spoorwegstaking van 17 september 1944 worden in totaal ? wagens naar Duitsland afgevoerd. De wagens worden door de Duitsers ingezet in hun eigen treinen, om zo hun verloren gegane materieel te kunnen vervangen. Na de capitulatie in mei 1945 wordt geprobeerd om zo veel mogelijk wagens weer terug naar Nederland te keren. Van deze wagens keren er 8 niet meer terug naar Nederland. Deze wagens worden in 1951 administratief afgevoerd. Zij zijn echter niet allemaal gesloopt. Vijf wagens doen er dienst bij de PKP, de Poolse spoorwegen en een wagen doet dienst bij de DR, Deutsche Reichsbahn in de DDR. Van twee wagens is het onbekend waar zij zijn gebleven. De wagens D 6062, D 6070, D 6083, D 6086 en D 6092 doen dienst bij de PKP. Rijtuig D 6093 doet dienst bij de DR. Van de wagens D 6094 en D 7601 is hun levensloop onbekend.

  • De wagen D 6062 wordt in WO II naar het oosten weggevoerd. De wagen verblijft na de oorlog in . Het wordt in 194 opgenomen in het materieelpark van de Poolse PKP en wordt als Fhx 030761 in het materieelpark opgenomen. Het rijtuig wordt als post- en bagagerijtuig gebruikt. In 196 krijgt de wagen computernummering en krijgt het nummer Dhx 50 51 92 20 184-4. In wordt de wagen afgevoerd. Na zijn afvoer wordt het rijtuig verbouwd tot dienstwagen voor de bovenleiding en krijgt Olsztyn als standplaats. Het rijtuig krijgt het nummer 525954 XHA. Het rijtuig blijft tot 1995 in dienst. Het rijtuig wordt vervolgens opgenomen in de collectie van het openlucht spoorwegmuseum in Kościerzyna. Het rijtuig blijft lange tijd ten westen van het station Kościerzyna staan. Begin 2007 is het rijtuig gesloopt.
  • De wagen D 6070 wordt in WO II naar het oosten weggevoerd. De wagen verblijft na de oorlog in . Het wordt in 194 opgenomen in het materieelpark van de Poolse PKP en wordt als Fx 030752 in het materieelpark opgenomen. In 196 krijgt de wagen computernummering en krijgt het nummer Dx 50 51 92 20 012-7. In wordt de wagen afgevoerd.
  • De wagen D 6083 wordt in WO II naar het oosten weggevoerd. De wagen verblijft na de oorlog in . Het wordt in 194 opgenomen in het materieelpark van de Poolse PKP en wordt als Fx 030704 in het materieelpark opgenomen. In wordt de wagen afgevoerd.
  • De wagen D 6086 wordt in WO II naar het oosten weggevoerd. De wagen verblijft na de oorlog in . Het wordt in 194 opgenomen in het materieelpark van de Poolse PKP en wordt als Fx 030635 in het materieelpark opgenomen. In WO II krijgt de wagen computernummering en krijgt het nummer Dx 50 51 92 20 008-5. In wordt de wagen afgevoerd.
  • De wagen D 6092 wordt in WO II naar het oosten weggevoerd. De wagen verblijft na de oorlog in . Het wordt in 194 opgenomen in het materieelpark van de Poolse PKP en wordt als Fx 030586 in het materieelpark opgenomen. In 196 krijgt de wagen computernummering en krijgt het nummer Dx 50 51 92 20 051-5. In wordt de wagen afgevoerd.
  • De wagen D 6093 wordt in WO II naar het oosten weggevoerd. De wagen verblijft na de oorlog in . Het wordt in 194 opgenomen in het materieelpark van de Deutsche Reichsbahn en wordt als Pw 712-005. In 19 wordt de wagen opgenomen in het park dienstwagens en krijgt het nummer 860-202. In 196 krijgt de wagen computernummering en krijgt het nummer 60 50 99-54 261-1. In 1974 wordt de wagen afgevoerd. De wagen komt in Hoyerswerda terecht gekomen. De wagen stond daar in 2007 nog.
  • De wagen D 6094 wordt in WO II naar het oosten weggevoerd. Na de oorlog wordt de wagen niet weer gevonden en in 1951 administratief als vermist afgevoerd.
  • De wagen D 7601 wordt in WO II naar het oosten weggevoerd. Na de oorlog wordt de wagen niet weer gevonden en in 1951 administratief als vermist afgevoerd.


Museumwagens

Door de vele mogelijkheden die de bagagewagens bieden, zijn er een aantal bij diverse museumstichtingen bewaard gebleven.

  • Haarlem – IJmuidense Spoorwegmaatschappij (HIJSM)

De voormalige D 975 1 508 is na de STIBANS bij de HIJSM in Haarlem terecht gekomen.

D 6072

In 2009 wordt wagen 975 1 508 door de HIJSM overgenomen van de STIBANS. In 2010 gaat de wagen over naar de Stichting WIJS.


  • Spoorwegmuseum

Het spoorwegmuseum in Utrecht heeft als enige een exemplaar van een DV bagagewagen in bezit.

D 7521

Het Spoorwegmuseum neemt in 199 een deel van het materieel over van de STIBANS. De twee opslagwagens van de STIBANS bleven over. Het museum was in eerste instantie op zoek naar een kleinere bagagewagen. De STIBANS weet de directie te overtuigen om een grote bagagewagen over te nemen met als argument dat dit wagen nog grotendeels origineel is. Hierdoor kost het minder tijd om de wagen op te knappen. In mei 1993 wordt de wagen van de Watergraafsmeer naar de hoofdwerkplaats Amersfoort overgebracht voor restauratie. Hierbij is de wagen weer in afleveringstoestand gebracht. In januari 1996 komt de wagen bij het Spoorwegmuseum.


  • Stibans

D 6072

In 1999 verwerft de STIBANS de ongevallenwagen 975 1 508. In 2009 wordt de wagen verkocht aan de HIJSM.

D 6080

In 2003 wordt de 975 1 507 van de Werkgroep 1501 overgenomen. In 2009 gaat de wagen naar de Stichting TEE Nederland

D 6082

In 1996 verworven door de STIBANS.

D 6097

In 1988 neemt de STIBANS de wagen D 95-40 003 over van de NS. Dit wagen wordt gebruikt voor de opslag van onderdelen van op te knappen materieel in Roosendaal. In 1998 is de wagen overgegaan naar de SGB.

D 7521

In de zoektocht naar extra opslagruimte voor het te restaureren materieel in Roosendaal (DE-I 41 en Materieel’46 ElD2 273), kwam de STIBANS uit bij magazijnwagen 984 1 971. Dit wagen stond bij de werkplaats in Leidschendam en stond op de nominatie om gesloopt te worden. In 19 gaat een deel van het materieelpark over naar het Spoorwegmuseum in Utrecht. In Roosendaal kan de STIBANS niet meer blijven zitten, zodat het resterende deel van het materieelpark verhuisd naar de Watergraafsmeer, waaronder het bagagewagen. In 199 gaat de wagen over naar het Spoorwegmuseum en in mei 1993 gaat de wagen naar de hoofdwerkplaats in Amersfoort voor restauratie.


  • Stichting NS 162

Om onderdelen op te kunnen slaan voor restauratieprojecten, wordt de voormalige D 6066 verworven.

D 6066

In 1994 verbouwt en vernummerd in 80 84 975 1 517-7. In 2001 verkocht aan een particulier. Op 11 december 2011 overgebracht van de Watergraafsmeer naar Hoorn. Eind 2011 is de wagen in een groene kleurstelling gebracht en terug genummerd naar het originele nummer D 6066. In juli 2015 biedt de stichting de wagen te koop aan. De werkzaamheden aan de 162 zijn afgerond en de wagen is niet meer nodig. In februari 2016 wordt bekend dat de wagen verkocht is aan de gemeente Harlingen. De gemeente Harlingen wil de wagen in de Nieuwe Willemhaven plaatsen. Hier zal de wagen dienst gaan doen als toilet. De Nieuwe Willemhaven was in het verleden voorzien van veel industrie en spoorlijnen. Om iets van deze tijd terug te laten keren, is de wagen gekocht. Op 6 februari 2016 is de wagen geheel leeg gehaald en klaar gemaakt voor transport. Op 28 april 2016 is de wagen overgebracht van Hoorn naar Uitwellingerga op een dieplader voor een opknapbeurt.


  • Stichting Stadskanaal Rail (STAR)

De Stichting Stadskanaal Rail heeft de beschikking over een wagen.

D 6065

In 1999 verwerft de STAR het voormalige ongevallenwagen 975 1 511.


  • Stoom Stichting Nederland (SSN)

De Stoom Stichting Nederland had in het verleden de beschikking over een wagen.

D 6063

In 1977 koopt de SSN het afgevoerde wagen D 95-40 015. In 1997 wordt de wagen verkocht aan de VSM.


  • Stoomtrein Goes – Borssele (SGB)

De stoomtrein Goed – Borssele in Goes had de beschikking over totaal vier wagens. Van deze vier wagens is er in 2000 één wagen gesloopt.

D 6061

Na zijn afvoer in 2000, koopt de SGB in 2001 de wagen 975 1 501. Op 25 februari 2001 arriveert de wagen bij de SGB. De wagen zal door de SGB gebruikt gaan worden bij het baanonderhoud. In december 2004 is de wagen binnengenomen voor groot onderhoud en een schilderbeurt. Hierbij krijgt de wagen de roodbruine kleurstelling terug en wordt het teruggebracht in de staat, zoals de wagen in 1961 werd afgeleverd als ongevallenwagen. De wagen wordt hierbij weer voorzien van het nummer 157 101. In mei 2005 is de wagen voorzien van dit nummer en andere opschriften. In december 2005 is de wagen voorzien van de tot dan toe ontbrekende rode bies.

D 6074

Na zijn afvoer in 1998, koopt de SGB in 2001 de wagen 975 1 502. De wagen is in de tussentijd onder handen genomen door medewerkers op de Watergraafsmeer. Op 25 februari 2001 arriveert de wagen bij de SGB. De wagen zal door de SGB gebruikt gaan worden voor de opslag van onderdelen van materieel dat in revisie is. De wagen is bij de SGB groen geschilderd. Bij deze schilderbeurt heeft de wagen zijn uiterlijk als ongevallenwagen behouden.

D 6084

Na zijn afvoer in 1981, wordt de wagen 95-40 007 door de SGB gekocht. De wagen wordt als D 140 opgenomen in het materieelpark. Het rijdt vanaf die tijd mee met de treinen op de spoorlijn van de SGB. In 1998 wordt de wagen vervangen door de D 6097, welke van de STIBANS wordt overgenomen. De wagen is gesloopt in december 2000.

D 6097

Eind 1998 neemt de SGB het voormalige wagen D 6097 over van de STIBANS. De wagen zal de D 140 gaan vervangen. Na de overname wordt de wagen gerestaureerd. De wagen wordt terug gebracht naar de staat van 1937, waarbij de wagen verbouwd werd tot internationale bagagewagen D 7603.

D 7523

In 1978 wordt de wagen D 95-40 023 door de SGB overgenomen van de NS. De wagen krijgt hierbij het nummer D 135. In 1985 wordt de wagen afgevoerd en gesloopt.


  • TEE Nederland

D 6080

In 2009 verwerft de Stichting TEE Nederland de wagen 975 1 507 van de STIBANS.


  • Veluwsche Stoomtrein Maatschappij (VSM)

D 6063

In 1997 koopt de VSM de wagen 95-015 van de SSN.

D 6087

Na de terzijdestelling van de wagen op 27 september 1981, koopt de VSM de wagen 95-40 011 op 1 oktober 1981 van de NS. Op 5 oktober 1981 wordt de wagen naar Apeldoorn overgebracht.

In oktober 2016 wordt begonnen aan de revisie van de wagen. De wagen wordt teruggebracht naar de toestand van 1933. Als eerste is de wagen ontdaan van alle onderdelen die er in lagen opgeslagen. Vervolgens zijn twee buitendeuren opgeknapt en de ramen die er in zaten weer gangbaar gemaakt. In december 2016 is het toilet weer toegankelijk gemaakt. Deze is destijds door de NS afgesloten. De toiletpot is niet meer aanwezig, maar de wastafel en waarschuwingsborden zijn er nog wel. Voor de restauratie van de wagen wordt gekozen om deze per afdeling te doen. Aan de buitenzijde moet plaatwerk hersteld worden. Om dit van binnen uit te kunnen bereiken, wordt een deel van het interieur verwijderd. Na het herstel van dit plaatwerk wordt dit aan de binnenzijde ter conservering geschilderd. Vervolgens kan het interieur worden ingebouwd. Als eerste afdeling wordt de conducteursafdeling aangepakt, omdat hier veel houtwerk in slechte staat verkeerd. Het houtwerk moet hier bijna in zijn geheel vernieuwd worden.


  • Werkgroep 1501/Stichting Klassieke Locomotieven

Voor de opslag van materialen wordt in 1998 de 975 1 507 verworven. In 2003 wordt de wagen over gedaan aan de STIBANS.

D 6080

Voor de opslag van materialen van de locomotieven serie 1200, wordt in 1998 de wagen 975 1 507 gekocht van de NS. De wagen behoudt hierbij zijn uiterlijk van ongevallenwagen. Met de overname van een aantal schuifwandwagens is het niet langer meer nodig om dit wagen te bewaren. In 2003 gaat de wagen over naar de STIBANS.


  • WIJS/BSH (Werkgroep IJmuider Spoorlijn/Behoud Spoormaterieel Haarlem)

D 6072

De WIJS werd op 20 september 2011 eigenaar van de D 6072. De wagen werd op deze datum van de Amsterdam Watergraafsmeer overgebracht naar Haarlem. In de winter van 2016 wordt begonnen met de revisie van de wagen. Als eerste wordt het remwerk van de wagen aangepakt. Dit werkt niet meer naar behoren. In februari 2017 wordt begonnen met de werkzaamheden. Ook worden de raamwerken weer gangbaar gemaakt, daar deze vastgeroest zijn. Deze werkzaamheden nemen geruime tijd in beslag.


Overig

  • Gemeente Harlingen

In 2016 neemt de gemeente Harlingen de wagen D6066 over van de stichting 162.

D 6066

In juli 2015 komt de wagen te koop staan. In februari 2016 wordt bekend dat de gemeente Harlingen de wagen koopt. De gemeente wil de wagen in de Nieuwe Willemhaven plaatsen. Hier zal de wagen dienst gaan doen als toilet. De Nieuwe Willemhaven was in het verleden voorzien van veel industrie en spoorlijnen. Om iets van deze tijd terug te laten keren, is de wagen gekocht. Op 28 april 2016 is de wagen overgebracht van Hoorn naar Uitwellingerga op een dieplader. Hier wordt de bovenbouw gestraald en geschilderd. Ook het interieur wordt inwendig verbouwd.


Afleverdata

Bagagewagens DIV D 6061 tot en met D 6100

Nummer Aflevering In dienst In revisie Uit revisie In revisie Uit revisie In revisie Uit revisie Afvoer Sloop(rit)
D 6061 1932 2000  → (SGB)
D 6062 1932  →  →  →  →  →  → 21 november 1951 I) Vermist na WO II/begin 2007
D 6063 1932 7 september 1972 25 oktober 1972 maart 1977  → (VSM)
D 6064 1932 20 februari 1973 22 maart 1973 maart 1977 1980
D 6065 april 1932 1998  → (STAR)
D 6066 1932  → (Gemeente Harlingen)
D 6067 1932  →  →  →  →  →  → 1945 1945
D 6068 1932  →  →  →  →  →  → 1945 1945
D 6069 1932 29 december 1971 8 februari 1972 1980
D 6070 1932  →  →  →  →  →  → 21 november 1951 I) Vermist na WO II → (PKP Fx 030 752)
D 6071 maart 1932 23 maart 1932  →  →  →  →  →  → mei 1940 tgv. Bombardement Rtm 14 mei 1940
D 6072 1932  → (WIJS)
D 6073 1932 1991
D 6074 1932 1998  → (SGB)
D 6075 1932 28 december 1966
D 6076 1932 3 juni 1969 augustus 1969
D 6077 1932 1991 oktober 1991
D 6078 1932 1991
D 6079 1932  →  →  →  →  →  → 1945 1945
D 6080 1932 1998  → (TEE Nederland)
D 6081 1933 1991
D 6082 1933 1993  → (Stibans)
D 6083 1933  →  →  →  →  →  → 21 november 1951 I) Vermist na WO II → (PKP Fx 030 704)
D 6084 1933 12 januari 1971 4 februari 1971 15 oktober 1981 december 2000
D 6085 1933 24 februari 1970 24 maart 1970 september 1974 21 oktober 1980 15 oktober 1981 26 maart 1985
D 6086 1933  →  →  →  →  →  → 21 november 1951 I) Vermist na WO II → (PKP Fx 030 635)
D 6087 1933 11 december 1970 29 januari 1971 november 1976 18 januari 1980 15 oktober 1981  → (VSM)
D 6088 1933 15 juni 1972 4 augustus 1972 maart 1977
D 6089 1933 2 januari 1973 6 februari 1973 maart 1977
D 6090 1933 28 september 1971 28 oktober 1971 maart 1977 13 juli 1993
D 6091 1933 23 april 1971 27 mei 1971 15 oktober 1981
D 6092 1933  →  →  →  →  →  → 21 november 1951 I) Vermist na WO II → (PKP Fx 030 586)
D 6093 1933  →  →  →  →  →  → 21 november 1951 I) Vermist na WO II → (DR Pw 712-005)
D 6094 april 1933  →  →  →  →  →  → 21 november 1951 I) Vermist na WO II
D 6095 1933  →  →  →  →  →  → 1951 Vermist na WO II
D 6096 1933 februari 1969 1969
D 6097 1933 2 februari 1971 19 april 1971 15 oktober 1981  → (SGB)
D 6098 1933 11 oktober 1971 10 november 1971 15 oktober 1981 26 maart 1985
D 6099 1933 11 november 1970 30 november 1970 15 april 1975
D 6100 1933 22 april 1971 18 juni 1971 12 februari 1979
I) Vermist admistratief afgeschreven tengevolge van de wet tot voorziening in de kapitaalbehoefte van de N.V. Nederlandse Spoorwegen tengevolge van oorlogsomstandigheden (Staatscourant dd 21 november 1951)

Bagagewagens DV D 7521 tot en met D 7525

Nummer Aflevering In dienst In revisie Uit revisie In revisie Uit revisie Afvoer Sloop(rit)
D 7521 1931 7 maart 1978  → (NSM)
D 7522 1931 22 februari 1971 19 april 1971 15 september 1976
D 7523 1931 17 april 1972 23 mei 1972 7 maart 1978 1985
D 7524 1931 10 april 1973 16 mei 1973 16 augustus 1977
D 7525 1931 7 maart 1978 1985