1500 - Elektrische locomotieven serie 1500

Uit Somda RailWiki
Naar navigatie springenNaar zoeken springen

In 1969 werd de NS er op gewezen dat in Engeland 7 elektrische locomotieven te koop staan, geschikt voor een bovenleidingspanning van 1500 volt. De NS is dringend op zoek naar nieuwe tractiemiddelen in het kader van Spoorslag '70.

Geschiedenis

In 1953 wordt in Engeland de spoorlijn Manchester - Sheffield (Woodhead-lijn, vernoemd naar de tunnel halverwege de lijn) opgeleverd na elektrificatie met 1500 volt gelijkstroom. Deze lijn werd geëxploiteerd door de LNER (London and North Eastern Railway). De elektrificatie werd ingegeven door het drukke goederenverkeer en met name de kolentreinen die naar Manchester reden. Doordat dit in Engeland de enige lijn was met deze bovenleidingspanning, moest er ook apart materieel voor ontwikkeld worden. In 1936, toen de elektrificatieplannen een aanvang namen, werd begonnen met de ontwikkeling van een locomotief. Het plan was om 88 locomotieven type Bo'Bo' te bouwen, maar al snel werd besloten om alleen het prototype af te bouwen en om proefritten mee te rijden. De loc werd genummerd als LNER 6701, welke in 1940 werd afgeleverd. Na een aantal proefritten werd de locomotief opgeborgen in verband met de tweede wereldoorlog.

Op 3 september 1947 werd de locomotief, inmiddels LNER 6000 genummerd, op huurbasis naar Nederland overgebracht. De locomotief komt op 6 september 1947 aan in Nederland. Op 11 september 1947 kwam de locomotief aan in Utrecht. Het doel van deze overeenkomst was tweeledig. Aan de ene kant kon de LNER de NS helpen met het uitvoeren van de dienstregeling en de NS de locomotief aan praktijktesten onderwerpen, waar de LNER niet aan toe kwam. Al snel kreeg de locomotief de bijnaam Tommy, naar de nickname van de Engelse soldaten. Op 23 maart 1952 ging de locomotief terug naar Engeland. Door British Rail werd de loc vernummerder naar E26000.

Door alle praktijkervaring die in Nederland werd opgedaan, werd alsnog besloten om 57 locomotieven van dit type te bouwen. De eerste EM1, zoals de locomotieven later bekend zouden gaan worden, werd in juli 1950 afgeleverd als E26001 door Gorton Works te Manchester. In 1948 werd besloten om ook 6-assige locomotieven van dit type te gaan bouwen als Co'Co' locomotief, type EM2. Er zouden er 27 gebouwd gaan worden, maar tijdens de bouw wordt besloten om het bij 7 stuks te houden, welke dan al in aanbouw zijn. De eerste locomotief, de E27000 komt in september 1954 in dienst, al vrij snel gevolgd door de overige 6. De locomotieven EM2 hebben van 1954 tot oktober 1968 dienst gedaan op de Woodhead-lijn. De locomotieven zijn niet meer nodig vanwege het wegvallen van het kolenvervoer. De EM1 locomotieven deden hier dienst tot de sluiting van de lijn in 1981. De EM2 locomotieven werden in Burry gestald, samen met de E26000 'Tommy', welke uiteindelijk in 1972 is gesloopt.

Nummer Afleverdatum Ter zijde
27000 september 1954 maart 1968
27001
27002
27003
27004 september 1954 maart 1968
27005 september 1954 maart 1968
27006


Naar Nederland

De NS was halverwege de jaren '60 begonnen met het ontwikkelingen van een nieuwe 4-assige locomotief, welke specifiek voor het goederenvervoer bestemd was. Ook zou hiermee in trek/duw gereden moeten worden met rijtuigen. Op deze manier konden de locomotieven serie 1400, in aansluiting met de voorgaande locomotiefserie's, optimaal ingezet worden. Al snel bleek dat het goederenvervoer niet sterk zou stijgen en liepen de kosten flink op. De NS was echter nog wel dringend op zoek naar nieuwe trekkrachten, in het kader van de Spoorslag '70. Deze werden in april 1969 gevonden, toen een medewerker van British Rail de NS wees op de zeven locomotieven EM2. Op 20 augustus 1969 maakte een delegatie van de NS een proefrit met de E27002, welke weer gereed was gemaakt om in gezet te worden. De prestaties van toen waren dermate overtuigende dat de NS besloot om de locomotieven over te nemen.

Op 25 september 1969 werden de locomotieven van Harwich naar Zeebrugge overgebracht. De E27002 vertrok als eerste naar Nederland en komt op 26 september 1969 in de hoofdwerkplaats Tilburg. De overige 6 zouden vervolgens in 2 groepen van 3 locomotieven naar Tilburg worden gebracht. De E27003 werd echter alleen overgebracht en kwam oktober 1969 aan in Tiburg. In december 1969 zijn de locomotieven E27001 en E27004 bij de Roosendaalse locomotievenloods gezien. Men wil een eerste locomotief opgeknapt hebben in de zomer van 1970. De planning voor de aflevering van de locomotieven was begin 1970 als volgt: 1501 op 1 mei 1970; 1502 op 1 september 1970; 1503 op 1 november 1970; 1504 in februari 1971; 1505 in april 1971 en als laatste de 1506 in juni 1971. Op 8 mei 1970 wordt de 1501 afgeleverd. Op 28 mei 1970 zijn de locomotieven E27004 en E27006 van Roosendaal naar Tilburg gesleept. Op 22 juni 1970 wordt de E27004 in verbouwing genomen. Op 5 oktober 1970 is de 1502 afgeleverd door de Tilburgse werkplaats. Op 9 november 1970 wordt de E27001 van Roosendaal naar Tilburg gebracht om verbouwd te worden naar 1505. De 1503 wordt op 12 december 1970 afgeleverd.

Proefritten

Op 7 oktober 1969 reed de E27002 als eerste een proefrit Utrecht - Arnhem. Op 8 oktober 1969 werd er van Eindhoven naar Lage Zwaluwe gereden met 9 rijtuigen. Hierbij viel het op dat de locomotieven boven de 110 km/h weinig vermogen meer over hadden. Op 9 oktober 1969 volgde nog een rit samen met locomotief 1112, 2 diesellocomotieven serie 2200 en 60 goederenwagons. Op 2 april 1970 worden weer enkele proefritten verreden met de E 27002 en enkele goederenwagens tussen Tilburg en Eindhoven.


Technische gegevens

De locomotieven zijn gebouwd door Gorton Works in 1953. Het elektrisch deel is gebouwd door Metropolitan - Vickers. Zij hebben een lengte van 17.983 meter en een gewicht van 102 ton. De locomotief beschikt over 6 tractiemotoren, die een vermogen leveren van 294 kW. Het totale continuvermogen bedraagt 1.794 kW, met een maximum van 2.058 kW. De maximale dienstsnelheid is 135 km/h, hoewel zij ontworpen zijn voor een snelheid van 140 kilometer per uur.


Uitvoering

De locomotieven kwamen in dienst in het zwart, met zilverkleurige draaistellen. Amper een jaar later werden de locomotieven opnieuw geschilderd. Nu in het 'Brunswick Green' met eveneens zilverkleurige draaistellen en grijs dak. Als variant hierop waren er ook zware draaistellen en een crèmekleurig dak op enkele locomotieven te vinden. In 1958 was de laatste locomotief overgeschilderd. In 1960 werden de locomotieven alweer in een andere kleur geschilderd. Nu in het lichtblauw. De E27000, E27001, E27003 en E27005 bleven echter in het groen en kwamen zo ook in Nederland aan. De overige locomotieven waren blauw bij aankomst in Nederland.

Bij de NS kwamen de locomotieven in het bekende geelgrijs op de baan. Zij waren hiermee de eerste locomotieven die in deze kleurstelling op de baan verschenen. De nummers waren op de 1501 in eerste instantie alleen op de zijkanten aangebracht. Later kwamen op het front ook de nummers te staan.


Namen

Zoals het gebruikelijk was in Engeland, waren de locomotieven voorzien van een naam. De locomotieven waren voorzien van namen van verschillende godinnen.

Nummer Naam Datum
27000 Electra augustus 1959
27001 Ariadne
27002 Aurora
27003 Diana
27004 Juno juni 1959
27005 Minerva mei 1959
27006 Pandora


Inzet

De locomotieven werden hoofdzakelijk ingezet op de relatie Den Haag - Venlo (- Keulen). Tot 1976 vertrokken de treinen naar Venlo uit Rotterdam, zodat ze dus sporadisch in Den Haag te zien waren. Ook waren de locomotieven te zien voor D-treinen die vanuit Hoek van Holland reden. Op deze manier waren de locomotieven ook in Utrecht te zien. De locomotieven maakten tot het begin van de jaren '80 ook geregeld uitstapjes van hun stamlijnen en kwamen zo met goederentreinen in Roosendaal en 's-Hertogenbosch. Vanaf 1982 kwamen de locomotieven nauwelijks meer in Roosendaal, maar gingen vanuit 's Hertogenbosch wel met autoslaaptreinen op pad naar Venlo. De locomotieven waren ook te zien voor de konvooi of werkplaatstreinen naar en van de lijnwerkplaats Leidschendam. De locomotieven kwamen door het rijden goederentreinen naar Roermond of Susteren in Maastricht terecht voor het onderhoud. Bij uitval van een locomotief werd als vervanger veelal een 1100 ingezet. Na 1983 waren de locomotieven nauwelijks nog buiten de lijnen tussen Den Haag en Venlo aan te treffen, op de lijn naar Maastricht na voor onderhoud aldaar. Vanaf 1985 kwamen de locomotieven niet meer in 's-Hertogenbosch en Hoek van Holland.

Vanaf 1 juni 1970, de eerste werkdag van de Dienstregeling 1970/1971, krijgt de 1501 zijn eerste dienst. Het zijn de buurlandtreinen tussen Rotterdam en Keulen, waarbij de locomotief tot aan Venlo voor de trein staat. In het weekend wordt de locomotief gecontroleerd in de Tilburgse werkplaats. Vanaf augustus 1970 wordt de locomotief elke drie weken in Maastricht gecontroleerd. Met de aflevering van de 1502 in oktober 1970 wordt de omloop van de locomotieven uitgebreid met de Scandinavië-expres van Hoek van Holland naar Utrecht. Na het afleveren van deze trein wordt in Utrecht de Nord-West-expres mee terug genomen naar Hoek van Holland.


Vanaf de zomerdienstregeling 1980 kwamen de locomotieven in Heerlen. Dit gebeurde doordat een locomotief op zondagavond een goederentrein van Eindhoven naar Heerlen reed en de volgende dag terugging met trein 900 naar Den Haag. Op woensdag en vrijdag werd dezelfde trein door dezelfde 1500 gereden. Op woensdag bleef de locomotief de gehele dag in Den Haag en op vrijdag reed de locomotief met een lege ballasttrein naar de Watergraafsmeer. 's Avonds ging het weer terug als 901 naar Heerlen. De slag naar de Watergraafsmeer verviel in september 1980. Hiermee kwamen de locomotieven niet meer planmatig in Amsterdam. De treinen tussen Den Haag en Heerlen reden tot juni 1981. Hierna werden de treinen 900 en 901 geschrapt en kwam er geen 1500 meer planmatig in Heerlen.

De treinen waarmee de locomotieven tussen Den Haag - Rotterdam - Venlo reden bestonden in het begin uit rijtuigen Plan D, Plan K en Plan N, aangevuld met stalen D's. Tussen oktober 1980 en juni 1981 werden de oude rijtuigen vervangen door de nieuwe ICR rijtuigen. Doordat de BKD rijtuigen van het ICR nog niet afgeleverd waren, reden ook in deze treinen stalen D's. Deze laatsten ruimden pas in bij het begin van de winterdienstregeling 1981/1982 het veld en bestonden de treinen in zijn geheel uit ICR.


Onderhoud

De locomotieven krijgen hun onderhoud in de werkplaats van Maastricht. De hoofdwerkplaats Tilburg was de locatie voor revisies en schadeherstel. Constructiewijzigingen werden in beide werkplaatsen uitgevoerd, afhankelijk van de grootte van de wijziging.


Inzet per dienstregeling jaar

De inzet per dienstregelingjaar in de serie en eventuele bijzonderheden:



Inzet als museumlocomotief

De meest bekende locomotief van deze serie als museum locomotief is de 1501. Ook de 1502 is in 1989 in Nederland actief geweest als E27000 vanwege 150 jaar spoorwegen in Nederland. Op 22 mei 1989 werd de locomotief overgebracht naar Dover, waar het op 24 mei 1989 werd overgebracht naar Duinkerken. Op 26 mei 1989 kwam de locomotief dan eindelijk aan bij de werkplaats Tilburg. Hier werd de compressor vervangen, alsmede de stroomafnemers. De oorspronkelijke plannen waren dat de locomotief 4 ritten op zaterdag zou verzorgen voor Engelse gezelschappen. De ritten zouden starten in Hoek van Holland naar Utrecht, om hier de manifestatie treinen door de tijd te kunnen bezoeken. Als rijtuigen werden de 6 Plan E rijtuigen ingezet die hiervoor waren geselecteerd.

  • Op 24 juni 1989 werd de Brittannia Express naar Vlissingen verreden. De terugrit voerde via Tilburg naar Utrecht. Via Leiden, Schiphollijn, Gouda en de Hofpleinlijn werd Hoek van Holland weer bereikt.
  • Op 8 juli 1989 werd de Tilburg Tommy verreden. Hier werd de hoofdwerkplaats bezocht. Via Arnhem ging het terug naar Utrecht en naar Zandvoort. Terug naar Hoek van Holland ging het via Den Haag en de Hofpleinlijn.
  • Op 22 juli 1989 werd de Hook Continental verreden. Deze ging via Utrecht naar Zwolle en over de IJssellijn (Arnhem) en Kippenlijn (Ede) naar Utrecht. Via Den Dolder - Baarn, Duivendrecht en Den Haag werd Hoek van Holland weer bereikt.
  • Op 29 juli 1989 werd de laatste rit verreden. De North Country Continental. Hierbij werden evenementen in Amsterdam bezocht. Hier werd de werkplaats Zaanstraat bezocht en achter een 600 naar de Westhaven gereden. Door de NMBS 1185 werd de stam naar Lelystad overgebracht. Op de terugweg werd de loc aan een stam DDM-1 rijtuigen gekoppeld en reed hiermee naar de Watergraafsmeer, al waar een line up was van alle NS locomotieftypes in verschillende kleuren en wijzigingen. Met de Plan E rijtuigen ging het weer terug naar Utrecht en via Tilburg en Dordrecht werd Hoek van Holland weer bereikt.
  • Op diverse dagen werd de locomotief als loopjongen ingezet, om onder andere de 1122/1125 mee te nemen naar Utrecht vanuit Tilburg. Ook werd een uitstapje gemaakt met de Zwitserse rijtuigen van de SHM naar Emmerich. De locomotief kwam nog eenmaal terug op bekend terrein, toen zij de DB locomotief 120 157 met InterRegio rijtuigen van Utrecht naar Venlo bracht. Ook reed de excursie trein nog een heuze NS trein, toen op 28 juli het oorspronkelijke materieel van trein 1770 defect was en vervangend ingezet werd tussen Utrecht en Rotterdam. Op 8 augustus 1989 bracht de locomotief een bonte sleep locomotieven en rijtuigen van Utrecht naar Emmerich. Eind augustus 1989 werd de locomotief nog ingezet voor een aantal Wine and Dine ritten met restauratie rijtuigen door Nederland. Na afloop hiervan bleef de locomotief nog enige tijd op het Europese vasteland, alvorens weer terug te keren naar Engeland.

Met de 1501 zijn nadat hij weer in dienst is gesteld diverse ritten verreden.


Revisie

Alvorens de locomotieven ingezet konden worden, dienden de locomotieven een H4 revisie te krijgen. Ook werd er ATB ingebouwd bij deze locomotieven. Dit gebeurde in de hoofdwerkplaats van Tilburg. Tijdens dit proces werd besloten dat de E27005 zou dienen als plukloc voor de overige 6 locomotieven. Deze locomotief is opgeborgen in de voormalige loods in Roosendaal. Op 27 oktober 1970 is de locomotief naar de Tilburgse werkplaats overgebracht om enkele onderdelen af te staan. Op 9 november 1970 gaat de locomotief weer terug naar Roosendaal.

De revisie hield onder meer in dat de in Engeland gebruikte vacuümrem buiten gebruik werd gesteld, alsmede de voorziening voor stoomverwarming. De vacuümrem wordt vervangen door de gangbare drukrem. De stroomafnemers werden vervangen door in Nederland gangbare type Faiveley AM-30 stroomafnemers. Ook werden de stuurstanden verplaatst van links naar rechts, zodat machinisten de dwergseinen beter zouden zien. Er werden compressoren ingebouwd, welke afkomstig waren van de diesellocomotief serie 2600. Ook werden de locomotieven voorzien van elektrische treinverwarming, zandstrooiers, slipbeveiliging en andere front- en sluitseinen. De draaistellen zijn versterkt en aangepast om de remblokken te kunnen plaatsen. Om de locomotieven meer trekkracht te laten genereren werd een vierde trap zwakveld toegevoegd. De aanschaf + revisie voor de 6 locomotieven kwam uit op een bedrag van 1.788.000 gulden. Dit hield in dat 1 locomotief ongeveer 298.000 gulden kostte. De verbouwingen aan de locomotieven bedragen 900.000 gulden. Een nieuwe locomotief serie 1400 zou uitkomen op een stukprijs van ongeveer 1 miljoen gulden.


Bijzondere uitvoeringen

Bij de toezegging van de locomotieven 1502 en 1505 aan de EM2 Locomotive Society werden de locomotieven weer voorzien van naamborden met hun oorspronkelijke namen, Electra en Ariadne. De 1501 rijdt weer rond met de naam Diana


Wijzigingen

Vernummeringen

De locomotieven waren bij aankomst in Nederland nog genummerd in hun oude British Rail nummers class 27. Bij aflevering werden de locomotieven genummerd in de serie 1500.

NS nummer British Rail nummer
1501 27003
1502 27000
1503 27004
1504 27006
1505 27001
1506 27002
n.v.t. (plukloc) 27005


Schadegevallen

Afvoer

Oorspronkelijk stond de afvoer gepland in 1983, maar doordat de NS in 1983 kampte met materieeltekorten, het zogenoemde 'Gat van 1983' reden de locomotieven nog 3 jaar langer door. Als eerste locomotief werd de 1506 afgevoerd. Op 12 juli 1984 liep de locomotief te Eindhoven zware brandschade op als gevolg van vaste remmen, toen de locomotief achter een 1600 in opzending reed. Herstel van de schade bleek te duur en de locomotief werd in februari 1985 gesloopt. Dit was een domper voor het Greater Manchestere Museum of Science and Industry. De 1506 was in 1980 namelijk toegezegd door de NS. Als vervanger werd de 1505 aangewezen.

In augustus 1985 werd de volgende locomotief afgevoerd en wel de 1504 vanwege een verlopen revisietermijn. De locomotief heeft lange tijd bij de werkplaats Tilburg gestaan als onderdelenleverancier voor de andere 1500'n. Eind oktober 1986 werd de locomotief aldaar gesloopt.

Met ingang van de zomerdienstregeling 1986 op 30 juni zijn de locomotieven ter zijde gesteld. Hiervoor werden 3 afscheidsritten gereden, welke op grote belangstelling konden rekenen.

  • Op 15 maart 1986 reden 2 locomotieven met Plan E van Hoek van Holland naar Amersfoort (De 1502). Hiervandaan ging het naar Utrecht met de 1501 in plaats de 1505. Vanuit Utrecht ging het weer achter de 1502 naar Amsterdam en Hoorn. Vanuit hier ging het weer terug naar Hoek van Holland. Deze rit werd georganiseerd door de Engelse organisatie Railway Travel & Photography Tours of Modern Traction Enthousiasts.
  • Op 30 april 1986 vond de Koninginnedag rit van de NVBS op het programma. Deze rit vond plaats met de 1505 en 7 Plan E rijtuigen. Vanuit Leiden werd naar Utrecht gereden, alwaar diesellocomotief 2412 voor de trein kwam en er naar Uithoorn werd vertrokken. Ook werd er een bezoek gebracht aan sloperij Koek in Mijdrecht. Terug op de hoofdlijn werd er naar Amsterdam gereden en via de nog niet geopende Westtak werd Leiden weer bereikt.
  • Op 14 juni 1986 vond dé afscheidsrit der afscheidsritten plaats, welke georganiseerd was door de EM2 locomotive society. Alle vier de locomotieven waren in Tilburg nogmaals opgeknapt voor deze dag. De ritten waren ingelegd door bijna het gehele land en reden ook samen met SSN stoomlocomotief 65 018. Voor de ritten werd een bonte stam van 11 rijtuigen op de baan gebracht, waaronder een buffetrijtuig, een Plan E en diverse Duitse rijtuigen. Hoogtepunt van deze rit was een line up te Boxtel. Een ander hoogtepunt werd gevormd in Amersfoort, waar een materieelshow was met onder andere de ICM-III treinstellen 4011 (KLM) en 4012 (Martinair). Ook de 1121 was aanwezig, als zijnde de laatste blauwe locomotief van de NS. Als extra suprise was de NMBS 1181 hierbij aanwezig. Vanuit Amersfoort ging het naar Amsterdam, via Haarlem en Den Haag (Door de 65 018 + 1502) naar Rotterdam, waar op IJsselmonde nog een line up plaatsvond. Voor het laatste stuk naar Hoek van Holland stonden de 1503 + 1502 + 1505 voor de trein.


Sloop

Als eerste locomotief is de E27005 gesloopt. De locomotief is gebruikt voor het leveren van onderdelen voor de 6 locomotieven die in dienst worden gesteld. Op 26 mei 1971 is de locomotief naar de sloper overgebracht.

Als enige locomotief van de laatst overgebleven 4 locomotieven is de 1503 eind november 1986 gesloopt in Tilburg.


Museumlocomotieven

Van de 7 gebouwde locomotieven zijn er drie bewaard gebleven. Eén locomotief bevindt zich in Nederland en twee anderen in Engeland.

  • EM2LS

De EM2 Locomotive Society in, Engeland, heeft de beschikking over de 1502.

1502

Locomotief 1502 vertrok weer naar Engeland. De locomotief is eigendom van de EM2 Locomotive Society en staat daar in het Midland Railway Centre Butterley, Derbyshire. De locomotief werd al snel terug gebracht in het 'Brunswick Green'. Na 8 jaar is de locomotief in het blauw geschilderd en staat nu heden ten dage in het zwart te pronken.

  • Greater Manchester Museum of Science and Industry

Het Museum of Science and Industries is gevestigd in het oudste spoorwegstation van Manchester. Hier staat de 1505 in NS kleurstelling.

1505

Inmiddels waren er plannen vanuit Engeland om een locomotief terug te halen. De eerste contacten werden hierover al in 1977 gelegd, wat resulteerde in de toezegging van de 1506 aan het museum in Manchester. Uiteindelijk werd dit de 1505. Deze locomotief staat in zijn NS kleurstelling in het Greater Manchester Museum of Science and Industry. Bij de overdracht is vastgelegd dat de locomotief niet in een andere kleurstelling geschilderd mag worden dan de NS huisstijl.

De beide locomotieven die naar Engeland terugkeerden werden in de werkplaats in Tilburg onder andere ontdaan van hun stroomfafnemers en zandbakken. Op 10 juli 1986 werden de locomotieven door de 1503 van Tilburg overgebracht naar Roosendaal. Nog dezelfde dag gingen de locomotieven door naar het Belgische Essen. Op 11 juli 1986 werden de locomotieven overgebracht van Essen naar Brussel. Op 12 juli 1986 werd de reis voortgezet naar Zeebrugge, alwaar de locomotieven op 15 juli 1986 op de veerboot naar Engeland werden gezet. De 1505 kwam op 17 juli 1986 aan in Manchester en de 1502 kwam op 17 juli 1986 aan in Butterly, tussen Derby en Nothingham.


  • Werkgroep 1501

De Werkgroep 1501 te Den Haag heeft de beschikking over de 1501. De locomotief is al sinds 1986 bij de Werkgroep en heeft in 2007 voor het laatst gereden. De locomotief is toe aan revisie.

1501

Loc 1501 is in Nederland bewaard gebleven en werd daar opgenomen door een groep Rotterdamse machinisten die de werkgroep 1501 oprichtte om de loc te kunnen bewaren en te gebruiken voor speciale ritten. Op 11 december 1986 werd de locomotief gestald bij de lijnwerkplaats Feijenoord. In april 1987 werd de locomotief definitief overgenomen van de NS. Het Spoorwegmuseum had destijds geen interesse in een locomotief van de serie 1500.



In 2000 ondergaat de locomotief een onderhoudsbeurt in Tilburg. Hierbij wordt ook het remwerk gereviseerd.


Nadat de 1501 in 2007 aan de kant is gezet, wordt er nagedacht om de locomotief weer rijvaardig te krijgen. De aandacht gaat eerst uit naar de 1201. De werkgroep wil de werkzaamheden aan deze locomotief eerst afronden, voor zij met een volgend project verder gaan. Een plan om de locomotief weer op te knappen blijft op de achtergrond aanwezig. In de zomer van 2014 is de locomotief geïnspecteerd en is er een inventarisatie gemaakt van de werkzaamheden die moeten gebeuren om de locomotief weer op de baan te krijgen. Er is weer tijd om de locomotief aan te pakken, nu de werkzaamheden aan locomotief 1201 zo goed als afgerond zijn. Nadat de 1201 is opgeknapt, komt het verzoek om de locomotieven 1304 en 1315 te verhuren aan HSL Logistik. Hierdoor komt er tijd en mankracht vrij om de 1122 en 1501 op te knappen. Als eerste zal de 1501 worden opgeknapt, gevolgd door de 1122. De locomotief is op 4 februari 2016 grondig geïnspecteerd. Hier uit blijkt dat de locomotief in redelijk goede conditie is. Een van de slechte dingen die naar voren komt, is de dakgoot boven de zijwand. Deze is gecorrodeerd en heeft voor lekkages in de locomotief gezorgd over de gehele lengte van de locomotief, waar de dakpanelen op de zijwand zijn gemonteerd. Bij het onderzoek kwam naar voren dat er alleen nog asbest aanwezig is in de vonkenschotten van de elektropneumatische schakelaars. Deze zullen bij de opknapbeurt vervangen gaan worden. Om de locomotief weer toegelaten te krijgen, zal de locomotief voorzien gaan worden van ATB-VV en van GSM-R. In februari 2016 wordt begonnen met de werkzaamheden in Blerick. Op 4 maart 2017 beginnen de werkzaamheden van de cascorevisie. De planning is om deze eind 2017 af te ronden. De locomotief zal ook geschilderd gaan worden, waarbij de locomotief zijn geelprijze kleurstelling zal behouden. Ook de techniek van de locomotief wordt onderhanden genomen. De verwachting is dat in 2018 de locomotief weer rijvaardig is.


Inzet


Op 20 december 1998 haalt de 1501 op de Kijfhoek locomotief 1221 op en brengt deze naar Leidschendam.


Op 2 juli 2007 rijdt de locomotief zijn voorlopig laatste rit voor donateurs. De locomotief heeft onderhoud nodig en gaat eind 2007 buiten dienst. Als statisch object was de locomotief aanwezig bij diverse gelegenheden. Zo werd de open dag van de werkplaats Zaanstraat opgeluisterd op 15 september 2007. Op 24 november 2007 wordt de open dag van de werkplaats Maastricht opgeluisterd. Van 28 juni 2008 tot en met 31 augustus 2008 was de locomotief in het Spoorwegmuseum te zien in het kader van de tentoonstelling "Hoogspanning in het spoorwegmuseum". Reeds op 22 augustus 2008 wordt de locomotief naar Blerick gebracht voor stalling. Hier heeft het weer minder invloed op de locomotief. De locomotief heeft tot deze tijd dankbaar gebruik kunnen maken van stallingsruimte bij de SSN te Rotterdam Noord. Dit was weliswaar in de buitenlucht, waardoor het weer invloed heeft gekregen op de staat van de locomotief.


Afleverdata

Nummer Overbrenging vanuit Engeland Ombouw in Afleverdatum In dienst In revisie Uit revisie In revisie Uit revisie In revisie Uit revisie In revisie Uit revisie Ter zijde Sloop(rit)
1501 25 september 1969 2 oktober 1969 8 mei 1970 12 juni 1970 24 april 1972 5 juni 1972 augustus 1979 10 oktober 1979 januari 1983 23 februari 1983 1 juni 1986 n.v.t. (Werkgroep 1501)
1502 25 september 1969 16 januari 1970 5 oktober 1970 5 oktober 1970 18 juni 1973 13 augustus 1973 november 1979 juni 1983 1 juni 1986 n.v.t. (EM2LS)
1503 25 september 1969 22 juni 1970 10 december 1970 10 december 1970 10 september 1973 4 oktober 1973 29 oktober 1976 oktober 1980 2 december 1980 3 oktober 1983 28 november 1983 1 juni 1986 20 november 1986
1504 25 september 1969 28 mei 1970 17 februari 1971 17 februari 1971 27 november 1974 21 december 1974 10 maart 1976 5 augustus 1976 oktober 1979 21 november 1979 25 februari 1982 3 mei 1982 20 augustus 1985 27 oktober 1986
1505 25 september 1969 9 november 1970 16 april 1971 16 april 1971 6 april 1977 10 mei 1977 april 1981 20 mei 1981 19 juli 1984 mei 1984 1 juni 1986 n.v.t. (Manchester)
1506 25 september 1969 8 januari 1971 24 juni 1971 24 juni 1971 december 1981 12 januari 1982 n.v.t. n.v.t. 18 juli 1984 5 februari 1985
27005 25 september 1969 januari 1970 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. februari 1971 26 mei 1971